NIMH | 1648-1713: als grote mogendheid tegen Frankrijk en Engeland

Spring naar inhoud

Contact | Sitemap | FAQ | English |
Zoeken
Home » Geschiedenis » Tijdbalk » 1648-1713
Kaart van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Reproductie van prent. NIMH.

1648-1713: Een belangrijke speler op het Europese en mondiale toneel

De Republiek der Verenigde Nederlanden was in korte tijd het centrum van de wereldhandel geworden met een groot handelsimperium in Azië en het Atlantisch gebied. Het economische succes van de Republiek wekte de jaloezie van de nabuurlanden, die steeds meer een mercantilistische politiek gingen voeren: zij gingen de buitenlandse handel, scheepvaart en nijverheid van de Republiek tegenwerken. Dit leidde tot enkele oorlogen met Engeland die ter zee werden uitgevochten. De Nederlandse vloot ontplooide zich wereldwijd en was een krachtig instrument ter verdediging van het nationale belang. In het begin van de zeventiende eeuw werden de eskaders van de Staatse vloot versterkt met ten oorlog uitgeruste koopvaardijschepen. Koopvaardij en particuliere scheepsbouw waren dus ten nauwste met de marine verbonden als leveranciers van schepen én manschappen. De invoering van de linietactiek maakte wendbaarheid, zeilcapaciteit, snelheid en uniformiteit van de schepen steeds belangrijker. In de jaren vijftig en zestig van de zeventiende eeuw besloten de Staten-Generaal tot de bouw van 120 schepen. Zo werd in de tweede helft van de zeventiende eeuw een omvangrijke, staande oorlogsvloot van honderd linieschepen, fregatten, en lichtere vaartuigen geformeerd.

Met drie- à vierduizend zeelieden was de oorlogsmarine een kleine werkgever in de maritieme sector, behalve bij oorlogsdreiging,  als er duizenden schepelingen werden gemonsterd. Scheepsvolk en scheepssoldaten werden voor slechts één oorlogscampagne in dienst genomen. Officieren van de vloot vormden hierop een uitzondering. Reeds in het begin van de zeventiende eeuw traden een paar ervaren kapiteins in vaste dienst tegen een jaarsalaris, de zogenoemde ordinaris-kapiteins. Een belangrijke versterking van de slagkracht van de marine die in 1665 gestalte kreeg, was de oprichting van een zogenaamd ‘regiment van marine’, dat nog altijd bestaat: het Korps Mariniers.

Met de Nederlandse landstrijdkrachten ging het echter aanmerkelijk minder goed. Het leger was na de Vrede van Munster ingekrompen. Het telde – en dat alleen maar op papier – 26.000 man infanterie en 3.000 ruiters. De troepen waren slecht geoefend, het financiële beheer en de bewapening waren verwaarloosd, vestingen en forten werden niet meer onderhouden. Voor de defensie te land rekende de Republiek vooral op de diplomatie en op het sluiten van bondgenootschappen. In de jaren zestig doemde er een nieuwe vijand op: Frankrijk. Koning Lodewijk XIV eiste een overheersende rol in West-Europa op. Hij wilde het Franse grondgebied fors uitbreiden. Hij liet eerst zijn oog vallen op de zuidelijke Nederlanden, toen nog Spaans bezit. Daarna zou hij de Republiek aanpakken, die zijn machtsaspiraties frustreerde. Vanaf 1670 begon Lodewijk een diplomatiek offensief tegen de Republiek. Engeland, dat met de Republiek al op slechte voet stond en de vorstendommen van Munster en Keulen, sloten zich bij Frankrijk aan. In 1672 vielen Frankrijk en zijn bondgenoten de Republiek binnen. Dat jaar staat in de Nederlandse geschiedenis bekend als het Rampjaar. Daarmee is geen woord te veel gezegd, want de strijd bracht de Republiek aan de rand van de afgrond. De voormalige vijand Spanje steunde de Republiek tegen de Franse expansiepolitiek. 

Prins Willem III van Oranje, die in 1672 tot bevelhebber over het Staatse leger was benoemd, kon het jaar erop het tij keren. De oorlog verplaatste zich naar de zuidelijke Nederlanden. Op zee wist Michiel de Ruyter dankzij zijn tactisch vernuft de vijand van de kust af te houden. Met het sluiten van de Vrede van Westminster (1674) kwam een einde aan de handelsoorlogen tussen Engeland en de Republiek. In 1678 sloot de Republiek vrede met Frankrijk. Willem III bleef daarna op het Europese toneel een bijzonder actieve rol spelen. Zijn grote doel was de territoriale expansie van Frankrijk door middel van de diplomatie en zonodig oorlogvoering een halt toe te roepen. De Republiek deed mee in twee grote Europese oorlogen, de Negenjarige Oorlog (1688-1697) en de Spaanse Successieoorlog (1702-1713). Het instandhouden van een groot leger was daartoe een eerste voorwaarde. De sterkte van het leger werd krachtig opgevoerd: tot 90.000 man tijdens de eerstgenoemde oorlog en tot 110.000 man tijdens de tweede.

Tijdens de Negenjarige Oorlog (1688-1697) wist Willem III, inmiddels ook koning van Engeland, een anti-Franse coalitie te smeden, waarbij zich tal van andere staten aansloten. Hoewel Frankrijk veel succes boekte, moest het door economische en financiële problemen de strijd opgeven. Willem III kreeg hierna met een ander probleem te maken: de toekomstige successie (troonopvolging) in Spanje. Omdat de bejaarde koning Karel II naar verwachting kinderloos zou overlijden en Lodewijk XIV aan hem verwant was, zou de troon wellicht aan hem of zijn directe familie toevallen. Dat zou het machtsevenwicht in Europa enorm verstoren. Deze controverse leidde tot de Spaanse Successieoorlog (1702-1713). Frankrijk dolf uiteindelijk het onderspit en verloor zijn greep op Spanje. Bij de Vrede van Utrecht (1713) kreeg Oostenrijk de zuidelijke Nederlanden toegewezen. Sinds 1715 mocht de Republiek daar in enkele vestingen, de zogeheten Barrièresteden, permanent troepen in garnizoen houden. Al tijdens de strijd was zij op internationaal gebied steeds meer overvleugeld door de grote Europese staten. Deze achteruitgang zou na 1713 verder doorzetten.


9 oktober 1651: uitvaardiging door Engeland van de Acte van Navigatie

In de loop van de zeventiende eeuw wekt de maritieme expansie van de Republiek steeds meer afgunst op, vooral van de Engelsen. Met deze acte wordt de Nederlandse handel en koopvaardij op Engeland door middel van in- en uitvoerrechten, tarieven en belastingen gedwarsboomd. Dit vormt een belangrijke aanleiding voor de Eerste en Tweede Engelse Oorlog. Pas in 1849 trekt Groot-Brittannië de Acte van Navigatie in.


10 december 1652: Zeeslag bij Dungeness

Zeegevecht tussen een Engelse en een Nederlandse vloot nabij Dungeness. Lithografie, uit: P.J. Schotel, Heldendaden der Nederlanders ter zee (1850). Marinemuseum Den Helder.Tijdens de Eerste Engelse Oorlog (zie 9 oktober 1651) zijn de Engelse vlootoperaties er vooral op gericht de Nederlandse koopvaarders de vrije doorvaart te belemmeren. Tijdens een konvooireis door het Kanaal nabij de Singels ontmoet luitenant-admiraal Maarten H. Tromp (zie 10 augustus 1653)  een numeriek zwakkere Engelse oorlogsvloot. Tromp laat deze buitenkans niet onbenut en verslaat de door admiraal Robert Blake geleide vloot. Aan deze succesvolle zeeslag knopen Britse historici later het verhaal vast dat Tromp na afloop een bezem in de mast zou hebben gehesen om aan te geven dat hij de zee van de vijand heeft schoongeveegd. De overwinning heeft veel impact. Door deze zege blijft niet alleen het door Tromp begeleide konvooi ongedeerd, maar wordt ook de Nederlandse handelsvaart een tijdlang ongemoeid gelaten.


10 augustus 1653: Zeeslag bij Ter Heide

Zeeslag tusschen de Nederlandsche en Engelsche vloot, 10 augustus 1653. lithografie uit: P.J. Schotel, Heldendaden der Nederlanders ter zee (1850). Marinemuseum Den Helder.Deze zeeslag tussen de Nederlandse vloot onder luitenant-admiraal Maarten H. Tromp (zie hieronder 10 augustus 1658 de sterfdag van Tromp) en de Engelse vloot onder admiraal George Monck, hertog van Albemarle, is een voortzetting van de strijd op 8 augustus bij Wijk aan Zee. Beide vloten tellen ieder ruim honderd schepen, die een linie vormen van 25 kilometer. De Engelsen proberen gebruik te maken van een opening tussen de Nederlandse voor- en achterhoede. Tromp, De Ruyter en Johan Evertsen krijgen het zwaar te verduren. Na vier charges op zijn schip de Brederode wordt Tromp door een musketkogel in de borst getroffen en sterft kort daarop in zijn hut. Zonder tactische leiding ontaardt de strijd nu in een reeks entergevechten, waardoor de zeeslag tot de bloedigste uit de zeegeschiedenis wordt gerekend. Na zes uur strijd neemt Witte de With de leiding over en weet hij de vloot in redelijke orde naar Texel te loodsen. Elf Nederlandse schepen zijn verloren gegaan tegen slechts één van de Engelse vloot, die echter 35 zwaar beschadigde schepen telde. Hoewel de zeeslag geen duidelijke overwinning heeft opgeleverd, is Engeland wel gedwongen de blokkade van de Hollandse kust op te heffen, wat het belangrijkste doel van de Staten-Generaal is geweest. De handelsvloot kan weer uitvaren en de economie zich herstellen.


10 augustus 1653: sterfdag van M.H. Tromp

Graftombe van Maarten Harpertsz. Tromp (1598-1653), luitenant-admiraal van Holland en West-Friesland, gesneuveld in de slag bij Terheyde. gravure. Marinemuseum Den HelderMaerten Harpertszoon Tromp (1598-1653) klimt op van scheepsjongen in 1606-1609 tot luitenant-admiraal in 1637. Hij vaart van 1610 tot 1612 bij de koopvaardij. De daaropvolgende vier jaar is hij scheepstimmerman. Hij commandeert in de zeeslagen bij Duinkerken en Duins (1639). Vooral de.vernietiging van een grote Spaanse vloot bij laatstgenoemde havenplaats verschaft Tromp veel roem en aanzien. Door zijn toedoen moeten de Duinkerker kapers en het Spaanse landleger in Vlaanderen steun van overzee uit Spanje gedurende een lange tijd ontberen. Na het overlijden van stadhouder Willem II wordt hij gedegradeerd wegens zijn steun aan het Oranjehuis, maar in 1651 wordt hij in zijn rang van luitenant-admiraal van Holland en West-Friesland hersteld. In de Eerste Engelse Oorlog (1652-1654) commandeert hij in de zeeslagen bij Dover en Dungeness (zie 10 december 1652), de Driedaagse Zeeslag en de zeeslagen bij Nieuwpoort, Wijk aan Zee en Ter Heide in 1653, waar hij sneuvelt. Tromp wordt door zijn bemanningen op handen gedragen. Zij geven hem de bijnaam Bestevaer. Hij ligt begraven in een praalgraf in de Oude Kerk in Delft.


26 januari 1654: herovering van Recife door de Portugezen, einde Nederlands bestuur in Brazilië

Het Nederlandse fort Cinco Pontas bij Recife. In 1630 had de West-Indische Compagnie WIC) zich meester gemaakt van het belangrijke Portugese steunpunt Recife. Sindsdien hadden de Portugezen regelmatig pogingen tot herovering ondernomen. De WIC wist echter, al dan niet met de steun van overgezonden Nederlandse marineschepen, de Portugezen steeds te weerstaan. Eind 1653, als de Nederlandse marine op de Noordzee de handen vol heeft met de strijd tegen de Engelse vijand, verschijnt er voor de kust van Brazilië een Portugese vloot, die dit keer wel succesvol is. Ruim een maand na de aankomst van de Portugezen moet de WIC Recife en al haar andere vestigingen aan hen afstaan. Zo komt er abrupt een eind aan het Nederlandse bestuur in Brazilië.


15 april 1654: Vrede van Westminster

Portret van Maarten H.Tromp. Schilderij anoniem. Marinemuseum Den Helder.Deze te Westminster gesloten vrede maakt een einde aan de Eerste Engelse Oorlog (zie 9 oktober 1651). De vredesvoorwaarden zijn nadelig voor de Republiek. Zo moet onder meer worden geaccepteerd dat de Nederlandse schepen voortaan hun vlag dienen te strijken bij een ontmoeting met Engelsen op volle zee.


8 november 1658: Zeeslag in de Sont

Kogel, 4 pond, afkomstig van ’s lands schip Brederode, vlaggenschip van vice-admiraal Witte Cornelis de With tijdens de slag in de Sont. Marinemuseum Den Helder.Een Nederlandse vloot onder commando van luitenant-admiraal Jacob van Wassenaer van Obdam verslaat in de Sont de Zweden onder admiraal Karel G. Wrangel. Omdat de Nederlandse bevelhebber door jicht nauwelijks kan bewegen, berust de leiding bij de kapitein van het admiraalschip, Egbert Meeuwiszoon Kortenaer. De vice-admiralen Witte C. de With en Pieter Florisz. sneuvelen, evenals kapitein-ter-zee Hendrik D. Bruynsveldt. Acht Zweedse schepen gaan verloren of worden buit gemaakt. Daar tegenover staan het verlies van slechts één Nederlands schip, namelijk dat van De With.


4 maart 1665: begin van de Tweede Engelse Oorlog (1665-1667)

‘s Lands grote oorlogsvloot vaart uit op 6 juni 1666. Acquarel door Koos Hoogendijk. Marinemuseum Den Helder.Aan de officiële Engelse oorlogsverklaring is een lange periode van vijandelijkheden voorafgegaan. Zo hebben de Engelsen in 1664 verschillende handelsposten van de WIC ingenomen, waaronder bijna alle forten op de Afrikaanse Goudkust en Nieuw Amsterdam, dat zij herdoopten tot New York. Ook Nederlandse koopvaardijschepen zijn al maanden voor het uitbreken van de oorlog doelwit van Engelse agressie. In de Tweede Engelse Oorlog vindt een vijftal grote acties plaats, bijna alle onder de Engelse kust. In deze periode ondernam Michiel Adriaenszoon de Ruyter (zie 29 april 1676) zijn vermaarde Tocht naar Chatham (zie 22 juni 1667).


10 december 1665: oprichting van een Regiment de Marine, de voorloper van het Korps Mariniers

Luitenant-admiraal Willem Joseph van Ghent tot Drakenburgh, de eerste commandant van het Regiment de Marine. Lithografie. Marinemuseum Den Helder.De Staten van Holland besluiten tot de oprichting van dit regiment scheepssoldaten op aanraden van de raadpensionaris Johan de Witt en de vlootvoogd Michiel A. de Ruyter (zie 29 april 1676). Deze onderkennen het belang van de aanwezigheid aan boord van een vaste groep ‘soldaten met zeebenen’ in plaats van de gebruikelijke ad hoc over de vloot verspreide contingenten landsoldaten. Luitenant-kolonel Willem J. baron van Ghent wordt de eerste commandant van het regiment. De scheeps- of zeesoldaten van het eerste uur bewijzen al spoedig hun nut tijdens de Tweede Engelse Oorlog (zie 4 maart 1665). Het huidige Korps Mariniers stamt af van dit door Van Ghent geleide regiment.


11 – 14 juni 1666: Vierdaagse Zeeslag

De Nederlandse achterhoede mengt zich in de strijd, 11 juni 1666. Pentekening door Koos Hoogendijk. Marinemuseum Den Helder.Deze zeeslag op de Noordzee bij de ingang van het Kanaal nabij North Foreland tussen de Engelse vloot onder admiraal George Monck, hertog van Albemarle, en de Nederlandse vloot onder luitenant-admiraal Michiel A. de Ruyter (zie 29 april 1676) vindt plaats halverwege de Tweede Engelse Oorlog. Na vier dagen van hevige strijd, dwingt De Ruyter de Engelse vloot tot een roemloze aftocht. In de Republiek worden de heldhaftige daden van de Nederlandse bevelhebber en zijn eskadercommandanten breed uitgemeten. De Engelsen hebben twintig schepen verloren, de Nederlandse zeemacht slechts vier. Ook is ruim tweederde van de in totaal 7000 doden en gewonden aan Engelse zijde gevallen. Onder de Nederlandse gesneuvelden bevindt zich wel een groter aantal vlagofficieren. 


28 februari 1667: verovering van de Engelse kolonie Suriname

Verovering van de kolonie Suriname. Schilderij door J. Wanders, circa 1975. NIMH.Deze aan de Suriname rivier gelegen kolonie wordt tijdens de Tweede Engelse Oorlog (zie 4 maart 1665). veroverd in opdracht van de Staten van Zeeland. Het ingenomen fort, genoemd naar de Engelse stichter van de kolonie, Lord Willoughby of Parham, wordt door Abraham Crijnssen herdoopt in fort Zeelandia. Met de overgave van het Engelse fort aan de vijf Zeeuwse oorlogsschepen onder Crijnssen is meteen de gehele kolonie afgestaan. De Engelsen weten hun voormalige vestiging spoedig te heroveren. Zij staan het gebied korte tijd later definitief af bij de Vrede van Breda in ruil voor het behoud van de voormalige Nederlandse kolonie Nieuw-Nederland. De kolonie Suriname wordt in 1682 door de Staten van Zeeland overgedragen aan de WIC.


22 juni 1667: de tocht naar Chatham

De Ruyter en de witt by Chatham. Lithografie. Marinemuseum Den Helder.Deze tijdens de Tweede Engelse Oorlog (zie 4 maart 1665). door een Nederlandse oorlogsvloot ondernomen raid op de Engelse kust is een zeer gewaagde onderneming. Het plan is van de raadpensionaris van Holland Johan de Witt. Terwijl de hoofdmacht onder leiding van De Ruyter (zie 29 april 1676) buitengaats blijft, zodat een Engelse tegenaanval vanuit zee afgeslagen kan worden vertrekt op 19 juni een kleinere expeditionaire scheepsmacht richting de monding van de Theems. Dit eskader, onder leiding van luitenant-admiraal Willem J. van Ghent vaart de Medway op en doorbreekt de over de rivier gespannen ketting. De verraste Engelsen worden met amfibische operaties daarbij ook met succes over land aangevallen. De op 22 juni bij Chatham aangetroffen opgelegde Engelse oorlogsschepen krijgen het zwaar te verduren. In totaal gaan zeven kapitale Engelse oorlogsbodems door verovering of verbranding verloren. Twee dagen later trekken de Nederlandse schepen zich terug en komt een einde aan het succesvolste wapenfeit tegen de Engelsen ooit. De tocht naar Chatham wordt door de Engelsen ervaren als een regelrechte invasie en komt zo hard aan dat zelfs de doorgewinterde Engelse afgevaardigden bij de vredesonderhandelingen in Breda zich plotseling veel toegeeflijker gaan opstellen.


31 juli 1667: Vrede van Breda

Historiepenning naar aanleiding van de acties van admiraal Cornelis Tromp tijdens de Vierdaagse Zeeslag 1666. Tekst langs de rand: Hier strijckt het britsch gewelt voor nederlant de vlagh. De zee heeft noit gewaeght van zulck een zwaeren slagh. Marinemuseum Den Helder.Deze vrede maakt een einde aan de Tweede Engelse Oorlog. (zie 4 maart 1665). De resultaten van de vredesonderhandelingen zijn gunstig voor de Republiek. Engeland behoudt weliswaar Nieuw-Nederland (New York), maar Suriname wordt definitief Nederlands. Verder krijgt de Republiek de Antilliaanse eilanden Sint Eustatius en Saba terug.


7 april 1672: Frankrijk en Engeland verklaren de Republiek de oorlog

De Franse legers overschrijden de Rijn. Prent. NIMH. Met Frankrijk en Engeland vindt de Republiek in de oorlog een machtige coalitie tegenover zich. Ook de bisschoppen van Munster en Keulen doen met hen mee. Dezen werpen zich op het oosten en het noorden. Lodewijk XIV rukt met een enorm leger op langs de Maas en sluit Maastricht in. Daarna zet hij met de hoofdmacht zijn opmars naar de Republiek voort langs de Rijn. Prins Willem III, pas tot bevelhebber benoemd, heeft het veldleger aan de IJssel geposteerd. Om te voorkomen dat de Fransen hem in de rug aanvallen, trekt hij in allerijl terug tot achter de oostgrens van het gewest Holland. Lodewijk XIV verovert de vestingen in Gelderland en Utrecht. Als hij wil doorstoten naar Holland om de Republiek de genadeslag toe te brengen, stuit hij op een aaneengesloten front van onder water gezette polders. Op dijken en hooggelegen plaatsen zijn schansen opgeworpen, die met troepen zijn bezet. Dit verdedigingssysteem is het begin van de Hollandse Waterlinie, die ook in later tijd het westen moet beveiligen tegen een aanval over land. De bisschop van Munster doet een vergeefse poging de stad Groningen in te nemen. Omdat hij zich niet meer kan handhaven, moet hij het noorden ontruimen.


7 november - 22 december 1672: eerste offensief van Willem III

Stadhouder Willem III inspecteert de Hollandse Waterlinie. Prent. NIMH.Eind 1672 zet Willem III vanuit Holland de tegenaanval in. Via Brabant rukt hij bliksemsnel op naar Maastricht, waar hij vergeefs probeert de Fransen tot de aftocht te bewegen. Daarna trekt hij naar Charleroi, een belangrijke Franse magazijnstad in de zuidelijke Nederlanden. Het lukt hem echter niet om deze vesting in te nemen en hij keert terug naar Holland. Zijn offensieve actie laat een grote indruk bij de tegenstander achter.


1672: een nieuwe type infanterist: de grenadier

een grenadier anno 1672. Prent. NIMH.In 1672 krijgt het Staatse leger de beschikking over grenadiers. Deze infanteristen zijn bewapend met granaten, die ze tijdens het gevecht naar de vijand gooien. Dit gevaarlijke werk eist een grote dosis koelbloedigheid en moed. De granaten, metalen bollen die met kruit zijn gevuld, worden aangestoken met een smeulende lont, die de grenadier in zijn andere hand houdt. Zijn geweer hangt dan met een riem om zijn lichaam. Als hij dat wil gebruiken, moet hij de riem over zijn hoofd trekken. Daarom dragen de grenadiers geen hoed, zoals bij militairen gebruikelijk was, maar een soort slaapmuts.


21 augustus 1673: Zeeslag bij Kijkduin

Het linieschip Witte Olifant in gevecht met een Engels schip bij aanvang van de Zeeslag bij Kijkduin. Lithografie door C.C.A. Last, 1844. Marinemuseum Den Helder.Onbeslist geëindigde zeeslag halverwege de Derde Engelse Oorlog (1672-1674) tussen een Engels-Franse vloot van circa 140 schepen onder prins Rupert en admiraal Jean d'Estrées en een door luitenant-admiraal-generaal Michiel A. de Ruyter (zie 29 april 1676) geleide zeemacht van circa 93 schepen. Het Engels-Franse eskader bedreigt de Nederlandse kust met een invasie en is tevens een gevaar voor de in aantocht zijnde de jaarlijkse retourvloot uit Oost-Indië. De uitgezonden Nederlandse schepen treffen de Engels-Franse scheepsmacht voor de kust tussen Kamperduin en Kijkduin. Na twee uur strijd trekt d’Estrées zich terug, vermoedelijk in opdracht van Lodewijk XIV. In de hevige strijd die volgt tussen de Nederlanders en de Engelsen sneuvelen onder meer luitenant-admiraal Isaac Sweers, vice-admiraal Johan de Liefde en de kapitein Jan van Gelder, stiefzoon van De Ruyter en de Engelse vice-admiraal Edward Spragge. Tijdens de zeeslag gaan overigens weinig schepen verloren en is er geen duidelijke overwinnaar. De Engels-Franse vloot moet zich voor herstelwerkzaamheden terugtrekken op de Theems, waardoor de weg naar huis voor de retourvloot open ligt en de dreiging van een invasie over zee tenietgedaan wordt.


12 september 1673: herovering van Naarden

Detail uit een gravure van Romein de Hooghe van het Staatse beleg van Naarden. NIMH.In de tweede helft van 1673 slaagt Willem III (zie 7 november 1672) erin een krachtig en succesvol offensief te lanceren tegen de Franse bezetters. Na een kort beleg worden de Franse troepen uit Naarden verjaagd, dat steeds een belangrijk steunpunt is geweest voor de Fransen.


12 november 1673: verovering van Bonn

De verovering van Bonn. Prent. NIMH.Buiten de Republiek boekt Willem III succes met de verovering van Bonn, dat hij op 12 november 1673 samen met de troepen van de Duitse keizer weet in te nemen. Door het verlies van dit belangrijke bevoorradingspunt worden de aanvoerlijnen van de Fransen bedreigd. Zij zien zich dan ook gedwongen het Staatse grondgebied te ontruimen. Grave en Maastricht blijven echter nog in Franse handen.


19 februari 1674: Tweede Vrede van Westminster; einde van de Derde Engelse Oorlog

Zeeslag bij de bank van Schooneveld tijdens de Derde Engelse Oorlog, 7 juni 1673. Lithografie uit: P.J. Schotel, Heldendaden der Nederlanders ter zee (1850). Marinemuseum Den Helder.Volgens het vredesverdrag moeten alle in de oorlog veroverde gebieden of plaatsen aan de voormalige eigenaar worden teruggegeven. Nieuw-Nederland blijft echter in Engelse handen. Nieuw-Amsterdam wordt daardoor New York. De Engelsen dragen Suriname definitief over aan de Republiek. Deze erkent het recht van de Engelse koning op eerbewijzen op de `Brittannische zee’, van Kaap Finistere in Spanje tot aan Statenland in Noorwegen. Met de vrede verliest Frankrijk Engeland als bondgenoot tegen de Republiek. Zelf zet het de strijd nog tot 1678 voort. Zie  Vrede van Nijmegen.


11 augustus 1674: Slag bij Seneffe

De Slag bij Seneffe. Prent door R. de Hooge, 1674. Mariniersmuseum Rotterdam.Onder commando van prins Willem III drijft de verenigde troepenmacht van de Republiek, Spanje en de Duitse keizer de Franse legers in de zomer van 1674 terug tot Charleroi. Op 11 augustus 1674 voeren beide partijen bij het dorp Seneffe slag met elkaar. Hoewel aanvankelijk in het nauw gedreven weten de verbondenen zich hier staande te houden. De mariniersregimenten van François Palm en George van Weede, die deel uitmaken van het Staatse leger, spelen hierbij een voorname rol. ’s Nachts besluit de Franse bevelhebber, Condé, zich terug te trekken. Tijdens de slag vallen aan beide zijden ongeveer 7.000 doden en gewonden. Onder de gesneuvelden bevindt zich François Palm, die zich al in eerdere gevechten had onderscheiden. Hij krijgt een staatsbegrafenis in Dordrecht. Zijn naam blijft nauw verbonden aan een van de mariniersregimenten. De Slag bij Seneffe staat als wapenfeit vermeld op het vaandel van het Korps Mariniers.


29 april 1676: sterfdag Michiel de Ruyter

Het doodelijk verwonden van den admiraal Michiel Adrieanszoon de Ruyter. Lithografie. Marinemuseum Den Helder.

Luitenant-admiraal Michiel Adriaenszoon de Ruyter (1607-1676) vaart eerst ter koopvaardij, walvisvaart en kaapvaart. Hij wordt in 1641 schout-bij-nacht op de Staatse vloot die de Portugese troonpretendent tegen Spanje steunde. Daarna keert hij terug naar de koopvaardij. Hij treedt in 1652 in Staatse dienst en wordt in het jaar daarop tot vice-admiraal bevorderd. Hij bestrijdt de Barbarijse kapers en boekt succes in de Noordse Oorlog. Hij wordt aan het begin van de Tweede Engelse Oorlog luitenant-admiraal (1665) en bevelhebber van de Staatse vloot. Hij commandeert deze tijdens de Vierdaagse Zeeslag (zie 11 juni 1666) en de tocht naar Chatham (zie 22 juni 1667). In de Derde Engelse Oorlog voert hij het commando tijdens de Zeeslagen bij Solebay (1672) en Kijkduin (zie 21 augustus 1673). Hij onderneemt in 1674 een tocht naar Martinique en wordt in 1675 met een zwak eskader naar de Middellandse Zee gestuurd. Hij moet de Spaanse vloot hier steun bieden tegen de Fransen. Op 22 april 1676 raakt hij tijdens de slag bij de Etna zwaar gewond. Een week later overlijdt hij.


11 januari 1677: oprichting van de artillerie

Het afvuren, reinigen en laten afkoelen van een kanon. Prent 17e eeuw. NIMH.

Op initiatief van Willem III krijgt de artillerie op 11 januari 1677 een definitieve status. Daarmee verwerft zij een vaste plaats in het Staatse leger. Het wapen zal bestaan uit zes compagnieën van elk 175 man. Tijdens de oorlog met Frankrijk zijn bij de Staatse artillerie grote onvolkomenheden aan het licht getreden. Er is een tekort aan personeel en de organisatie is chaotisch. Daarom besluiten de Staten-Generaal nu om het wapen tot een vast korps te maken. Overigens beschikte het Staatse leger al van begin af aan over artillerie. Bij de vele succesvolle belegeringen tijdens de Tachtigjarige Oorlog speelde zij een doorslaggevende rol. In 1590 had Maurits al maatregelen getroffen om haar beter te organiseren. Hij zorgde voor de standaardisatie van het geschut en verbeterde het transport en de bevoorrading. De formering van de artillerie tot een zelfstandig wapen bleef toen echter uit.

Zie J.Hoffenaar, J.P.C.M. van Hoof en J.A. de Moor: Vuur in beweging. 325 Jaar veldartillerie 1677-2002 


10 augustus 1678: vrede van Nijmegen

De vredesonderhandelingen te Nijmegen. Prent. NIMH.Frankrijk en de Republiek sluiten vrede. Dit gebeurt tegen de zin van Willem III, die de strijd wil voortzetten omdat de Franse dreiging nog lang niet is geweken. De Franse troepen boeken nog steeds militaire successen in de Zuidelijke Nederlanden, op basis waarvan zij gemakkelijk opnieuw een aanval tegen de Republiek zouden kunnen lanceren. De Republiek krijgt echter wel alle door Frankrijk nog bezette streken terug.


20 augustus 1688: oprichting van een landelijke fortificatiedienst

Het afsteken van een vesting in het terrein in de vorm van een vijfhoek volgens het idee van Menno van Coehoorn. NIMH.De Raad van State stelt een directeur-generaal van Fortificatiën aan. Daarmee wordt een begin gemaakt met de vorming van een landelijke fortificatiedienst. De directeur is verantwoordelijk voor het ontwerpen, aanleggen en onderhouden van vestingwerken. In 1695 komt Menno van Coehoorn aan het hoofd van deze dienst te staan en bouwt deze in korte tijd uit tot een hechte organisatie. Dit is de oorsprong van de huidige Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGWT), nu Directie Vastgoed Defensie (DVD). Onder Coehoorn neemt de personele sterkte drastisch toe. Deze militaire ingenieurs gaan in 1748 een apart korps vormen. Dit is een van de voorlopers van de huidige genie.
Joep van hoof: Menno van Coehoorn, 1641 - 1704. Vestingbouwer – belegeraar – infanterist


26 november 1688: opnieuw verklaart Frankrijk de Republiek de oorlog

‘ Gesichte vande vloot van sijn doorluchtige hoogheyt prince van Orangien tot Hellevoetsluis den 25en October 1688’  Prent. NIMH. De directe aanleiding tot de oorlogsverklaring is het feit dat Willem III een expeditie naar Engeland onderneemt die resulteert in de vlucht van de katholieke koning Jacobus II naar Frankrijk. In 1689 wordt Willem III koning van Engeland. Hij slaagt hij erin een grote Europese coalitie tegen Frankrijk in het leven te roepen, waaraan behalve Engeland en de Republiek ook Spanje, Oostenrijk en diverse Duitse vorsten deelnemen. De oorlog speelt zich vooral af in de zuidelijke Nederlanden, die in Spaanse handen zijn.


10 juli 1690: Zeeslag bij Bevesier of Beachy Head

Zeeslag van Bevesier. Lithografie uit: P.J. Schotel, Heldendaden der Nederlanders ter zee (1850). Marinemuseum Den Helder.De gecombineerde Engels-Nederlandse vloot van in totaal 56 schepen onder luitenant-admiraal Arthur Herbert, Earl of Torrington en luitenant-admiraal Cornelis Evertsen levert bij Bevesier slag met een Frans eskader van 81 schepen onder vice-admiraal-generaal Anne-Hilarion de Costentin, Comte de Tourville. De gecombineerde vloot lijdt een nederlaag; dertien Nederlandse schepen gaan verloren. Torrington wordt verweten de Nederlanders in de steek te hebben gelaten. Hij wordt zelfs gevangengezet, maar later vrijgesproken. De vice-admiraal Jan van Brakel en schout-bij-nacht Jan J. Dick sneuvelen.


1 september 1695: Menno van Coehoorn neemt Namen in

Menno van Coehoorn in Namen. Prent. NIMH.In 1601 beginnen de Spanjaarden met het beleg van Oostende, het laatste Staatse steunpunt in Vlaanderen. Om hen hiervan weg te trekken zet Maurits een veldtocht door de zuidelijke Nederlanden op touw, maar de Spanjaarden ontwijken de slag. Maurits wijzigt zijn koers en slaat met 20.000 man het beleg rond Grave. Het kleine garnizoen rekent op de komst van een ontzettingsleger. Dankzij een ring van veldversterkingen zijn Maurits’ troepen goed beschermd tegen een aanval van buitenaf. Op 20 september geeft het Spaanse garnizoen zich over. Oostende capituleert pas in 1604.


18 augustus 1697: aankomst van tsaar Peter de Grote te Zaandam

Interieur van het Tsaar Peterhuisje in Zaandam. Prent. Marinemuseum Den HelderTsaar Peter I van Rusland wil zijn land ‘verwestersen’ en is daarom op studiereis door Europa. Hij reist incognito. Op 18 augustus komt hij in Zaandam aan, waar hij ongestoord de scheepsbouw hoopt te kunnen bestuderen. In een mum van tijd wordt echter bekend dat boomlange onderofficier Pjotr Michajlov in werkelijkheid de Russische tsaar is, waarna hij wordt belaagd door het nieuwsgierige Zaanse publiek. Na een week vertrekt hij naar Amsterdam, waar hij dankzij de bemiddeling van Nicolaes Witsen op de VOC-werf praktijkervaring kan opdoen.


20 september 1697: vrede van Rijswijk

‘Aankomst der heeren ambassadeurs en gevolmagtigden tot de algemene vreede op ‘t koninklyk huys Nieuburg tot Rijswijk’. Prent. NIMH.

Deze vrede maakte een eind aan de Negenjarige Oorlog (zie 26 november 1688). Voor de Republiek zijn twee bepalingen van het vredesverdrag belangrijk. Frankrijk erkent Willem III als koning van Engeland en de Republiek krijgt een aantal vestingen toegewezen in de zuidelijke Nederlanden, waar zij permanent troepen mag legeren.


15 mei 1702: begin van de Spaanse Successieoorlog.

Tijdens deze oorlog om de Spaanse troon, die wordt gevoerd tussen Frankrijk (Lodewijk XIV) en een statencoalitie waar zowel Engeland als de Republiek deel van uitmaken, raken de Nederlandse overheidsfinanciën volledig uitgeput. De Republiek is niet langer een grote Europese mogendheid. Op 11 april 1713 komen de strijdende partijen te Utrecht tot een vredesverdrag.


22 mei 1706: Slag bij Ramillies

De slag bij Ramillies. Prent. NIMH.De geallieerde troepen, waaronder een groot Staats contingent, boeken onder aanvoering van Marlborough een beslissende overwinning bij Ramillies, vlak ten noorden van Namen. Beide partijen hebben een leger te velde gebracht van elk ongeveer 60.000 man. De Fransen lijden met 9.000 doden een spectaculair verlies. De zuidelijke Nederlanden komen nu vrijwel geheel onder controle van de geallieerden.


11 juli 1708: Slag bij Oudenaerde

De slag bij Oudenaerde. Prent. NIMH.De veldslagen worden in de loop van de oorlog steeds omvangrijker. Bij Oudenaerde, ten zuiden van Gent aan de Schelde, hebben de geallieerden een leger van 80.000 man samengetrokken; dat van de Fransen telt 85.000 man. Het initiatief tot de slag is uitgegaan van Marlborough en zijn Oostenrijkse collega, de befaamde veldheer Eugenius van Savoye. Zij willen de Fransen uitlokken tot een gevecht om het initiatief, dat in de afgelopen twee jaar in Franse handen is gekomen, weer naar zich toe te trekken. Dat lukt. Het Franse leger wordt bij Oudenaerde vernietigd: behalve een verlies van duizenden doden, worden 9.000 Franse militairen krijgsgevangen gemaakt en deserteren er minstens 3.000.


11 september 1709: Slag bij Malplaquet

De slag bij Malplaquet. Prent. NIMH.Het doel van de veldtocht van de geallieerden van dit jaar is Bergen te veroveren, het Franse leger in de zuidelijke Nederlanden definitief uit te schakelen en de oorlog naar Frans grondgebied te verplaatsen. Ze willen uiteindelijk zelfs oprukken naar Parijs. Het leger van Marlborough en Eugenius telt 110.000 man, het Franse 80.000. In een bloedige, zeven uur durende veldslag bij Malplaquet, niet ver van Bergen, wordt het Franse leger verslagen, maar ten koste van zware verliezen aan de kant van de geallieerde troepen. In totaal sneuvelen 11.000 Franse en geallieerde militairen, terwijl minstens 22.000 militairen gewond raken. De Staatse troepen onder aanvoering van prins Johan Willem Friso spelen een belangrijke rol tijdens deze slag. Zij houden op de linkerflank stand tegen een grote Franse overmacht. Hun onverschrokken commandant is steeds in de voorste linies te vinden.


8 mei 1713: vrede van Utrecht; einde van de Spaanse Successieoorlog

Viering van de vrede van Utrecht. Reproductie van prent. NIMHDe belangrijkste vredesbepalingen zijn dat Spanje toekomt aan Filips V van Bourbon, waarbij deze zijn rechten op de Franse troon prijsgeeft, terwijl de Franse koning Lodewijk XIV op zijn beurt afstand doet van zijn aanspraken op de Spaanse troon. De zuidelijke Nederlanden komen in handen van Oostenrijk. Terwijl Engeland onder andere Newfoundland, de Hudsonbaai-eilanden verkrijgt en Gibraltar en Menorca behoudt, verkrijgt de Republiek slechts enkele bezittingen in het huidige Midden-Limburg. Het hier gelegen Opper-Gelre, dat haar eveneens was toegezegd, gaat uiteindelijk grotendeels naar Pruissen. De Vrede van Utrecht illustreert de veranderde politieke machtsverhoudingen in Europa. De financieel en militair uitgeputte Republiek was niet langer een vooraanstaande mogendheid.