NIMH | 1713-1795: in de achterhoede

Spring naar inhoud

Contact | Sitemap | FAQ | English |
Zoeken
Home » Geschiedenis » Tijdbalk » 1713-1795
Ruiterij, eind 18e eeuw. Reproductie van prent van Jan Hoijnck van Papendrecht.

1713-1795: in de achterhoede

In de achttiende eeuw bleef de Republiek een rijke en belangrijke Europese natie met een groot koloniaal handelsimperium, maar ze legde in de internationale politiek steeds minder gewicht in de schaal. Ze hield zich bij voorkeur afzijdig; de neutraliteitspolitiek vond in deze eeuw zijn oorsprong. De Staten-Generaal en de afzonderlijke gewesten voerden ten aanzien van de defensie een straffe bezuinigingspolitiek door. Dat was noodzakelijk omdat de Republiek de financiële last van een groot leger niet langer kon dragen. Dit moest daarom fors afslanken; de vredessterkte werd bepaald op circa 30.000 man. Dit aantal werd overigens in de praktijk niet gehaald. Ook op het onderhoud van de vestingen en de bewapening werd krachtig bezuinigd. Van het leger werd eigenlijk alleen nog garnizoensdienst gevraagd, zodat de geoefendheid sterk terugliep.

Hoe kwetsbaar de Republiek geworden was, bleek tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748). Dit conflict over de Oostenrijkse troonopvolging bracht opnieuw Franse troepen binnen de Nederlandse grenzen. Eerst vielen de zuidelijke Nederlanden in Franse handen, daarna Zeeuws-Vlaanderen, Bergen op Zoom en Maastricht. Gelukkig was de oorlog snel afgelopen, anders had het er slecht uitgezien voor de Republiek.

Een halve eeuw later was het opnieuw Frankrijk dat het nationale voortbestaan bedreigde, dit maal in 1793, toen generaal Dumouriez tot aan het Hollands Diep wist op te rukken. De Fransen wilden ook de Republiek laten delen in de verworvenheden van de Revolutie van 1789: vrijheid, gelijkheid en broederschap. De aanval mislukte, maar de Franse troepen keerden het jaar daarop terug – en toen met meer succes. Troepen onder generaal Pichegru stootten in de winter door tot in het hart van het land. De daaropvolgende omwenteling maakte een eind aan de Republiek der Verenigde Nederlanden. Daarmee hield ook het Staatse leger op te bestaan.

Ook op zee kon de Republiek geen gewicht meer in de schaal leggen tegen Groot-Brittannië en Frankrijk. De uitvoering van een ambitieus bouwprogramma in de jaren tachtig kon het rampzalige verloop van de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) tegen de voormalige aartsvijand niet keren. Bij de Vrede van Parijs moest de Republiek de vrije vaart door de Oost-Indische wateren accepteren, tekenend voor de Britse suprematie ter zee.

Het Nederlandse staatsbestel was overigens in de tweede helft van de eeuw al door interne politieke spanningen uitgehold. De hervormingsgezinde beweging van de Patriotten had in de jaren tachtig de strijd aangebonden met het Huis van Oranje en met de regenten, die het bestuur monopoliseerden. De Patriotten wilden een democratisering van het bestuur en hadden paramilitaire vrijkorpsen opgericht, waarmee zij in verschillende steden en gewesten de macht in handen trachtten te krijgen. Dit leidde tot een nationale crisis toen in 1787 een Pruisisch leger ons land binnentrok voor het herstel van de bestaande orde en het Oranjehuis (prins Willem V was getrouwd met prinses Wilhelmina van Pruisen). Veel Patriotten vluchtten toen naar Frankrijk en steunden later de Franse pogingen om de Republiek te veroveren.

Het Staatse leger heeft in de laatste decennia van zijn bestaan niet veel meer betekend. Wel vonden allerlei hervormingen en vernieuwingen plaats, zoals dat ook in andere Europese landen het geval was. Zo werden bijvoorbeeld jagers aan het leger toegevoegd. Dat waren lichtbewapende infanteristen, die in verspreide opstelling vochten en voor een meer beweeglijke oorlogvoering zorgden. De introductie van de rijdende artillerie betekende eveneens dat de strijd beweeglijker kon worden gevoerd dan voorheen. Belangrijk was voorts de invoering van militair onderwijs voor de artillerie. De oorlogvoering werd voortaan van een wetenschappelijke basis voorzien. Op het gebied van de militaire medische zorg, de administratie en het financiële beheer werden grote stappen vooruit gezet.


11 mei 1745: Slag bij Fontenoy

Franse kaart van de slag bij Fontenoy. NIMH.Tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog lijdt een gecombineerd Nederlands, Brits en Oostenrijks leger met een sterkte van 53.000 man een nederlaag tegen de Fransen. De geallieerde troepen onder commando van de hertog van Cumberland slagen er niet in het Franse beleg van Doornik te doorbreken. Maurits van Saksen, de beste Franse veldheer van het moment, bewijst zijn superioriteit door met groot gemak het geallieerde leger te verslaan en Doornik in te nemen. In de jaren 1744 - 1746 vielen de zuidelijke Nederlanden - en dus ook de barrièresteden - in Franse handen.


16 september 1747: val van Bergen op Zoom

De val van Bergen op Zoom. Prent. NIMH.Na een beleg van twee maanden valt de vesting Bergen op Zoom in Franse handen. Eerder in het jaar hebben de Fransen al Staats-(Zeeuws-)Vlaanderen bezet. Op 12 juli zijn zij onder aanvoering van generaal U.F.W. graaf von Löwenthal voor Bergen op Zoom verschenen. De snelle val van de vesting illustreert de slechte staat waarin het Staatse leger verkeert. Bergen op Zoom is verdedigd door de 86-jarige baron Cronström, die niet tegen deze is opgewassen. Het jaar erop nemen de Fransen met weinig moeite ook Maastricht in.


15 mei 1748: oprichting van het Regiment Mineurs en Sappeurs

Het uniform van de Mineurs en Sappeurs anno 1775. prent. NIMH.Het verloop van het beleg van Bergen op Zoom maakt duidelijk dat het Staatse leger behoefte heeft aan een vast korps mineurs en sappeurs. Zie Beleg van Steenwijk. [=Link] Vooral het optreden van de Franse mineurs en sappeurs heeft de verovering van de vesting bespoedigd. Het komt nu tot de oprichting van een vast, 600 man tellend regiment, dat de oorsprong vormt van de huidige genietroepen. 


18 oktober 1748: vrede van Aken

‘Gerard Aarnout Hasselaar, burgermeester en raad der stad Amsterdam en eertyds gevolmagtigde op vredehandeling te Aken. Prent. NIMH.Deze vrede maakt een eind aan de Oostenrijkse Successieoorlog. De Fransen ontruimen de Zuidelijke Nederlanden, die weer terugkeren onder Oostenrijks bestuur. De Republiek mag opnieuw garnizoenen leggen in de Barrièresteden. De povere verrichtingen op het slagveld en de vredesvoorwaarden maken duidelijk dat de Republiek in de Europese politiek niet meer meetelt. In 1782 dwingt de Oostenrijkse keizer haar om de troepen uit de Barrièresteden weg te halen.


1765: begin van de Boni-oorlogen in Suriname

Surinaamse strijder ten tijde van de Boni-oorlogen in Suriname. Reproductie van prent. NIMH

De Boni-oorlogen spelen zich af in Oost-Suriname van 1765 tot 1778 en van 1779 tot 1793. In Suriname wordt flinke winst gemaakt op suikerplantages, waar slaven, aangevoerd uit Afrika, het werk verrichten. Veel slaven ontvluchten dit bikkelharde bestaan en proberen in de jungle te overleven. Zij organiseren zich in groepen, waarvan er een van circa vijfhonderd personen, wordt geleid door Boni. Het koloniale gezag probeert deze weglopers of marrons op te pakken met in totaal tweeduizend militairen en een speciaal voor dat doel opgerichte eenheid: het Korps Zwarte Jagers. De marrons ontpoppen zich echter als ongrijpbare guerillastrijders. Tijdens de tweede oorlog wordt Boni door verraad uiteindelijk in het nauw gedreven. Hij sneuvelt op 22 januari 1793. Een deel van zijn groep kan uitwijken naar Frans Guyana, waar nog steeds afstammelingen, Boni’s, wonen.

Ruim zeventig jaar later, in 1862, worden weer landmacht- en marinetroepen ingezet om weggelopen slaven te achterhalen. De expeditie is niet succesvol. Het jaar erna wordt de slavernij in Suriname afgeschaft en komt een einde aan een belangrijke taak van de krijgsmacht in het land. 


16 november 1776: Het Doria-saluut

Gedenkpenning uit 1782 met daarop afgebeeld een Nederlandse maagd met lans, vrijheidshoed, pijlenbos en scepter en de tekst: ‘Nederland verklaard Amerika vrij’. Marinemuseum Den Helder.De fortcommandant van Sint Eustatius laat een contrasaluut brengen aan de Amerikaanse brigantijn Andrew Doria. Dit leidt tot felle protesten van Groot-Brittannië, dat de rebellerende Noord-Amerikaanse staten nog steeds als zijn kolonie beschouwt en in het contrasaluut een impliciete erkenning van de nieuwe Verenigde Staten van Amerika door de Republiek ziet. De gouverneur van Sint Eustatius, Johannes de Graeff, verdedigt zich door te stellen dat het contrasaluut twee schoten minder is geweest dan het saluut, waarmee de fortcommandant te kennen heeft willen geven dat hij de Doria slechts als koopvaarder begroette, ongeacht haar vlag. Het Doria-saluut is één van de vele incidenten, en wel het bekendste, die aanleiding geeft tot de Vierde Engelse Oorlog.


15 september 1778: het fregat Alphen vliegt bij Willemstad (Curaçao) in de lucht

Het springen van ’s lands oorlogsschip Alphen, in de haven van Curaçao. Ets. Marinemuseum Den Helder.Bij deze ontploffing verliezen honderden opvarenden het leven. De schade aan omringende schepen, kaden en gebouwen is enorm. Hoe de kruitkamer tot ontploffing kwam, is nooit achterhaald. Een volgens overlevering van de ontplofte Alphen afkomstig houten schegbeeld wordt in 1875 door Nederlandse marinemensen ontvreemd uit de tuin van de eigenaar op Curaçao en met een marineschip overgebracht naar Nederland. Onderweg wordt het beeld ‘opgefrist’ en krijgt, van een rood kapsel voorzien, de bijnaam `Rode Verrader’, later verbasterd tot 'Loden Verrader'. In 1976 wordt de Loden Verrader overgedragen aan het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam. Het boegbeeld keert in 2002 terug naar Willemstad alwaar het in bruikleen wordt gegeven aan het Maritiem Museum te Curaçao.


21 december 1780: aanvang van de Vierde Engelse Zeeoorlog (1780-1784)

Het Hollandse linieschip Holland neemt een Engelse oorlogsbodem onder vuur tijdens de slag bij de Doggersbank. Schilderij. Marinemuseum Den Helder.De onverholen sympathie in Nederland voor de zaak der rebellerende Britse kolonies in Noord-Amerika (zie 16 november 1776) zorgt al enige tijd voor spanningen tussen Groot-Brittannië en de Republiek. Hoewel de Nederlandse regering zich officieel distantieert van het conflict, wordt de bevoorrading en bewapening der opstandelingen vanaf het Nederlandse Sint-Eustatius geen strobreed in de weg gelegd. op zee eisen de Nederlanders "vrij schip vrij goed", maar de britten houden honderden schepen aan op verdenking van smokkel op de vijand. In september 1780 wordt de Amerikaanse gezant Henry Laurens op weg naar de Republiek bij Newfoundland door de Britten aangehouden met het geheime Verdrag van Aix-la-Chapelle op zak, een verdrag tussen Amsterdamse handelaren en de Amerikaanse rebellenstaten. De `Laurens Papers’ zijn voor de Britse regering aanleiding om de Republiek met oorlog te dreigen. Laurens belandt uiteraard in de Tower. in november 1780 besluit de Republiek met Zweden, Denemarken en Rusland een 'Verbond van gewapende neutrsliteit' aan te gaan, waarin onderlinge bescherming van de neutrale handel, ook op alle oorlogvoerenden, wordt gegarandeerd. hierop verklaart Groot-Brittannië de Republiek de oorlog.


5 augustus 1781: Zeeslag bij de Doggersbank

Historiepenning met de tekst: ‘Hoezee de Brit ruimt zee’, geslagen naar aanleiding van de slag bij de Doggersbank. Marinemuseum Den Helder. Op de Noordzee treffen een Nederlands en een Brits marine-eskader elkaar. Het Nederlandse eskader onder bevel van schout-bij-nacht Johan Arnold Zoutman konvooieert een koopvaardijvloot, die is uitgevaren ondanks de Britse blokkade van de Nederlandse kust. De Britse oorlogsschepen onder leiding van vice-admiraal Hyde Parker begeleiden een retourvloot naar huis. Beide eskaders zonderen zich direct van de koopvaardijvloten af en scharen zich in linie, waarna de Britten als eersten het vuur openen. De Nederlanders vechten onverschrokken. Geen enkel schip strijkt de vlag. De Britten breken de strijd af, maar kunnen, zij het zwaar gehavend, de koopvaardijvloot huiswaarts begeleiden. De Nederlandse handelsschepen zijn reeds naar de thuishavens teruggezonden. Aan Nederlandse zijde vallen 142 doden en 403 gewonden, aan Britse zijde 104 doden en 339 gewonden. Hoewel de zeeslag in de Republiek uitbundig als een overwinning wordt gevierd, is het eskader zo gehavend dat het geen verdediging meer kan bieden, zodat de blokkade van de Nederlandse havens nu een feit is. 's Lands vloot blijft verder op enkele uitzonderingen na, werkeloos op de rede van Texel liggen. De Zeeslag bij de Doggersbank is aanleiding voor een aantal vernieuwende impulsen in het zeewezen. Zo worden het Fonds ter ondersteuning der behoeftige Weduwen van de gesneuvelde Zeevarenden, het Vaderlandsch Fonds ter Aanmoediging van 's Lands Zeedienst en de Kweekschool voor de Zeevaart in Amsterdam opgericht. Ook op de vloot klinkt een krachtige roep om vernieuwing. Jan Hendrdik van Kinsbergen, een van de 'helden van de Doggersbank', trekt in zijn Grondbeginselen van de Zeetactiek (1782) voor het eerst het gevecht in de linie als grondbeginsel in twijfel.


4 maart 1784: aankomst te Batavia van het eerste marine-eskader in Oost-Indië

Kapitein-ter-zee Jacob Pieter van Braam, commandant van het eerste marine-eskader dat naar oost-Indië voer. Kopergravure. Marinemuseum Den Helder.Dit eskader onder kapitein-ter-zee Jacob P. van Braam is de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) te hulp gekomen om opstandige inheemse vorsten tot de orde te roepen. De aanwezigheid van een marine-eskader in de Oost is een primeur. Vanaf haar oprichting in 1602 heeft de VOC met behulp van een eigen leger- en scheepsmacht de zaken steeds zelf geregeld in Azië. In 1783 wordt een VOC-vloot echter op smadelijke wijze uit Riouw verjaagd door de inheemse bevolking, de Boeginezen, die vervolgens het belangrijke VOC-steunpunt Malakka belegeren. Het prestige en gezag van de VOC kunnen slechts door de tussenkomst van een oorlogsvloot worden hersteld. Het te hulp gezonden eskader bestaat uit zes schepen. Na een succesvolle landing op 18 juni 1784 weet dit eskader te ontzetten. Een beslissende zeeslag bij Riouw leidt vervolgens tot de volledige capitulatie van de Boeginezen.


20 mei 1784: Vrede van Parijs

Afbeelding van de gedenkpenning van de zeeslag bij Santa Maria op 30 mei 1781. Prent door N. van der Meer jr. NIMH.Einde van de Vierde Engelse Oorlog (zie 21 december 1780), die voor de Republiek rampzalig is verlopen. Groot-Brittannië verwerft Negapatnam (op de kust van India) en vrije vaart door Oost-Indië.


6 april 1787: installatie van de Commissie tot de Zaaken, het Bepaalen der Lengte op Zee en de Verbetering der Zeekaarten betreffende

Portret van J.H. van Swinden, lid van de Commissie tot de Zaaken, het Bepalen der Lengte op Zee en de Verbetering der Zeekaarten betreffende. Gravure door R. Vinkeles. NIMHDeze commissie, in de wandelgangen de Commissie lengtebepaling genoemd, wordt ingesteld door de Admiraliteit van Amsterdam om de tot dan toe gebruikte navigatiemiddelen te verbeteren. Tot commissielid worden benoemd de hoogleraar Jan H. van Swinden, de Amsterdamse lector in de wis-, zeevaart- en sterrenkunde Pieter Nieuwland en de uitgever Gerard Hulst van Keulen. Eerst wordt Nederland, daarna Nederlands-Indië in kaart gebracht. Hydrografen worden door de marine opgeleid en voorzien van de noodzakelijke instrumenten en tijdschriften en boeken worden door de marine geredigeerd.


30 maart 1789: opening van de eerste Artillerieschool

Tekening van rijdende artillerie. NIMHNa langdurige voorbereiding gaat in Den Haag de eerste Artillerieschool open; twee andere scholen, in Zutphen en Breda, zullen weldra volgen. Het is de bedoeling de opleiding tot artillerieofficier drastisch te verbeteren door deze op een wetenschappelijke basis te grondvesten en daarmee de carrièremogelijkheden van deze officieren te verbeteren. Het legerbestuur hoopt zo een eind te maken aan de deplorabele toestand waarin het Korps Artillerie (zie 11 januari 1677 - 1648-1713) verkeert.


21 februari 1793: oprichting van de Rijdende Artillerie

Uniform van een rijdende artillerist. Prent. NIMH.Om de bewegelijkheid van de artillerie te vergroten en om te zorgen dat de artillerie de cavalerie succesvol kan ondersteunen en volgen, worden twee brigades rijdende artillerie opgericht, van elk twee compagnieën à 108 man. De compagnieën worden uitgerust met licht geschut dat wordt getrokken door paarden. Nederland volgt hiermee het buitenlandse voorbeeld; Pruisen is in 1759 als eerste  overgegaan tot de invoering van zulke mobiele artillerie.


10 februari 1793: inval van generaal Dumouriez

Belegering van Rijnberk door de Franse legers onder aanvoering van generaal Dumouriez. Reproductie van prent. NIMH.De Franse Nationale Conventie verklaart in 1793 de Republiek de oorlog. Een Frans leger onder generaal Dumourriez valt ons land binnen en poogt met een bliksemactie het gewest Holland binnen te dringen. Als dat mislukt, slaan de Fransen het beleg rond Willemstad. In april moeten ze ons land ontruimen, omdat zij na een Oostenrijkse overwinning in de zuidelijke Nederlanden van hun thuisbasis dreigen te worden afgesneden.