NIMH | 1914-1945: tussen neutraliteit en bezetting

Spring naar inhoud

Contact | Sitemap | FAQ | English |
Zoeken
Home » Geschiedenis » Tijdbalk » 1914-1945
Militairen van het Regiment Wielrijders, maart 1940. Foto. NIMH.

1914-1945: tussen neutraliteit en bezetting

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef Nederland neutraal. Ons land werd desondanks toch behoorlijk getroffen door de gevolgen van de strijd, vooral in economisch opzicht. Het handelsverkeer had erg te lijden en spoedig ontstond schaarste aan grondstoffen en voedingsmiddelen. Bovendien kreeg ons land te maken met ruim één miljoen Belgische vluchtelingen, waarvoor onderdak en verzorging moest worden gevonden. 

In politiek opzicht vonden rond de oorlog belangrijke ontwikkelingen plaats, zoals de invoering van het algemeen kiesrecht, de evenredige vertegenwoordiging in het parlement (in plaats van het districtenstelsel) en de financiële gelijkstelling van christelijk en openbaar lager onderwijs. De verzuiling van politiek en samenleving bleek succesvol te functioneren en zou de Nederlandse politieke en sociale ontwikkeling in deze periode (en daarna) blijven domineren. Een belangrijke ontwikkeling op het militaire vlak was de oprichting van de Luchtvaartafdeling (1913) en de Marineluchtvaartdienst (1917).

Na afloop van de oorlog hield Nederland vast aan de neutraliteitspolitiek. Ons land betoonde zich in de internationale politiek een overtuigd aanhanger van de in 1920 opgerichte Volkenbond en van internationaal recht en arbitrage om conflicten op te lossen of te voorkomen. Onder invloed van die overtuiging en van de economische wereldcrisis van 1929 werd fors bezuinigd op defensie. Het leger werd ingekrompen en op uitrusting en verzorging werd beknibbeld. 

De opkomst van Nazi-Duitsland en de verslechterende verhoudingen in Europa maakten het voor Nederland, ook al wilde het voor alles neutraal blijven, onontkoombaar om zijn defensiebudget te verhogen en het leger te versterken. In hoog tempo kwamen allerlei kwalitatieve verbeteringen tot stand. De legersterkte ging omhoog, motorisering en mechanisering kregen een krachtige impuls. Maar het was, zo kunnen we achteraf constateren, te laat om nog met kans op succes een inhaalslag te maken. Daarvoor gingen de ontwikkelingen te snel.

In 1939 brak de Tweede Wereldoorlog uit met de Duitse inval in Polen. In allerijl kondigde Nederland mobilisatie af. Op 10 mei 1940 vielen Duitse troepen Nederland binnen. De strijd was binnen vijf dagen afgelopen; het Nederlandse leger was geen partij voor het Duitse. De Nederlandse regering ging in ballingschap en vestigde zich in Londen. Tijdens de bezetting werd ons land volledig ingeschakeld bij de Duitse oorlogsinspanning. De Joodse bevolking werd weggevoerd. Ondergrondse verzetsbewegingen bestreden de Duitse bezettingsmacht. 

Tijdens de oorlog zetten eenheden van de Koninklijke Marine en de Koninklijke Landmacht de strijd tegen Duitsland vanaf vreemd grondgebied in geallieerd verband voort. De Nederlandse eenheden werden gecoördineerd vanuit het Ministerie van Defensie (na 1941 de ministeries van Marine en Oorlog) in Londen. In januari 1941 wordt In Groot-Brittannië de Prinses Irene Brigade opgericht. Deze wordt samengesteld uit Nederlandse vrijwilligers en dienstplichtigen. Een kleine 300 uitgeweken marechaussees verzorgden politietaken voor de Prinses Irene Brigade. Ook raakten een kleine 500 koopvaardijschepen betrokken bij de strijd. Daarbij lieten ruim 2100 opvarenden van koopvaardijschepen het leven. In Engeland werden veel Nederlandse vliegers en Nederlandse commando’s opgeleid binnen de Royal Air Force (RAF) en er werden enkele Nederlandse squadrons opgericht die ingedeeld werden bij de RAF. 

Vanaf december 1941, na de Japanse aanval op Pearl Harbor, was ook Nederlands-Indië in oorlog. Bij de verdediging van deze kolonie werden zware verliezen geleden. Dramatisch dieptepunt was de Slag in de Javazee op 27 februari 1942, toen de Combined Striking Force onder bevel van schout-bij-nacht Karel Doorman verpletterend werd verslagen. Op 1 maart begon de Japanse aanval op Java. Het werd in amper een week tijd veroverd. De Japanse troepen hadden weinig moeite met het KNIL (Koninklijk Nederlands Indisch Leger), dat mede door eigen organisatorisch en mentaal falen ten onder ging. De Europese burgerbevolking werd in zijn geheel geïnterneerd, evenals de Europese militairen. Tijdens de oorlogsjaren werden de Nederlandse marine-eenheden wereldwijd ingezet voor troepentransport, konvooiering en aanvalsacties op vijandelijke doelen. Van het KNIL opereerden speciale eenheden en luchtvaarteenheden in en boven de archipel. Zij gebruikten daarbij Australië als uitvalsbasis.


30 mei 1914: oprichting van de ‘Proefvliegafdeeling’ in Nederlands-Indië

Het vliegveld van Tjililitjan in de jaren ’20. Foto. NIMH.In Indië is de animo onder de legerleiding voor een vliegdienst aanvankelijk gering. Desondanks wordt op 30 mei 1914 de ‘Proefvliegafdeeling’ opgericht. Aanvankelijk bestaat deze uit drie officieren en vijftien onderofficieren en manschappen. Om kosten te besparen besluit de legerleiding om eerst twee watervliegtuigen aan te schaffen, zodat er niet een apart vliegveld hoeft te worden aangelegd. Ondanks enkele ongelukken maakt de Proefvliegafdeeling toch indruk.

Op 18 juli 1918 verandert de naam in Vliegafdeeling. Voor de opleidingen worden een vliegschool en een waarnemersschool opgericht. Personeel en materieel groeien in de jaren daarna snel. In 1921 bestaat de Vliegafdeeling al uit 164 man. In datzelfde jaar wordt de Indische vliegdienst officieel onderdeel van het KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger) en krijgt het weer een nieuwe naam: Luchtvaartafdeeling. De vliegers voeren verkennings- en artilleriewaarnemingstaken uit ter ondersteuning van het KNIL op Java. Daarnaast moet de Luchtvaartafdeeling helpen bij de luchtverdediging van de vlootbasis in Soerabaja. 


1 augustus 1914: mobilisatie in Nederland n.a.v. het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog

Ons leger te velde. Kap- en scheersalon. Briefkaart. NIMH.Na de oorlogsverklaring van Oostenrijk-Hongarije aan Servië op 28 juli verklaart Duitsland op 1 augustus de oorlog aan Rusland, waarmee het begin van de Eerste Wereldoorlog een feit is. Daarna volgen de oorlogsverklaring van Duitsland aan Frankrijk, van Oostenrijk-Hongarije aan Rusland, van Servië en Groot-Brittannië aan Duitsland, van Frankrijk en Groot-Brittannië aan Oostenrijk-Hongarije. De Nederlandse regering sluit de Schelde voor Britse oorlogsschepen en verklaart zich neutraal. Dit leidt wel tot de afkondiging van een algehele mobilisatie ter verdediging van de neutraliteit, die tot het einde van de oorlog (november 1918) van kracht blijft. Het veldleger telt 95.000 man. In totaal brengt Nederland 200.000 man onder de wapenen. Luitenant-generaal C.J. Snijders wordt benoemd tot opperbevelhebber van de Land- en Zeemacht. De Landmacht wordt tijdens de oorlog vooral ingezet voor bewakingsdiensten, voor de opvang van de talrijke vluchtelingen uit België en voor het handhaven van de openbare orde die soms door voedselrellen wordt verstoord.


Januari 1916: het eerste vliegveld wordt aangelegd in Indië

Het vliegveld van Kalidjati in de jaren ’20. Foto. NIMH.Enkele compagnieën infanterie kappen ten noorden van Bandoeng een terrein kaal, dat voor 1 gulden is gekocht. De naam van dit eerste vliegveld luidt Kalidjati. In 1922 volgt het vliegveld Andir, eveneens bij Bandoeng. In 1925 verhuist op de vliegschool na de hele Luchtvaartafdeeling (zie 30 mei 1914) naar Andir. In 1931 wordt de vliegbasis Kalidjati gesloten als gevolg van bezuinigingen, maar in 1936 gaat het weer open vanwege de uitbreiding van opleidingen en materieel naar aanleiding van de toenemende spanningen in Europa en Azië.


18 augustus 1917: oprichting van de Marine Luchtvaartdienst

Een Dornier Do 24 K vliegboot. Foto. NIMHMet de oprichting van de MLD krijgt de vloot vleugels. Bij de marineleiding bestaat al vanaf omstreeks 1913 concrete belangstelling voor het luchtwapen. Een viertal marineofficieren, onder wie de latere schout-bij-nacht Karel Doorman, behaalt in 1915 hun vliegbrevet. Men vliegt aanvankelijk in dezelfde toestellen als de luchtvaartafdeeling van de landmacht, Farman F.22’s. In 1916 wordt een klein watervliegkamp te Schellingwoude bij Amsterdam in gebruik genomen met een zestal Glenn Martin watervliegtuigen. Een jaar later beschikt de marine al over zestien toestellen en tekent de minister van Marine de beschikking voor de oprichting van de Marine Luchtvaartdienst. Drie dagen daarna wordt marinevliegkamp De Mok op Texel in dienst genomen, een jaar later gevolgd door De Kooy bij Den Helder. Weer een jaar later vertrekt een ploeg MLD-personeel naar Nederlands-Indië. Precies 45 jaar na de oprichting wordt bij Koninklijk Besluit de vlag van de MLD vervangen door het vaandel.


26 oktober 1918: muiterij in de legerplaats bij Harskamp

Wacht bij één van de afgebrande barakken na de Harskamprellen. Foto. NIMH.Dienstplichtige militairen in de legerplaats bij Harskamp komen in opstand. Officieren worden met stenen bekogeld en barakken gaan in rook op. Er leeft grote onvrede bij de militairen. De lange jaren van mobilisatie hebben geleid tot verveling en een gevoel van zinloosheid. De muiterij zorgt voor veel onrust in het land. De angst voor het communisme is groot. Rusland is na de revolutie van 1917 communistisch geworden en Duitsland lijkt aan de vooravond te staan van een communistische machtsgreep. Ook in Nederland achten velen het revolutiegevaar reëel. Overigens zal aan de mobilisatie spoedig een eind komen. De wereldoorlog is vrijwel voorbij.


11 november 1918: wapenstilstand

Een parade in New York naar aanleiding van de wapenstilstand die een eind maakte aan de Eerste Wereldoorlog. Foto. NIMH. Op 11 november 1918 wordt een wapenstilstand gesloten. Duitsland is verslagen. De Eerste Wereldoorlog is voorbij. Wereldwijd heeft de strijd aan vijftien miljoen mensen het leven gekost, van wie ongeveer 60% militairen.


15 juli 1919: oprichting Korps Politietroepen

Twee sergeanten van het Korps Politietroepen. Foto 1929. NIMH.De Eerste Wereldoorlog betekent voor het neutrale Nederland dat de Koninklijke Marechaussee, niet alleen belast wordt met de politiezorg voor het koninkrijk, maar ook met het politietoezicht over het gemobiliseerde leger. De capaciteit van de marechaussee is onvoldoende om beide taken te vervullen. Het antwoord vindt men in de oprichting van militaire politieafdelingen in de landmacht, om in 1919 uit te monden in het Korps Politietroepen. Hoewel de feitelijke noodzaak voor de oprichting van dit korps is verdwenen speelt zij in het Interbellum een grote rol in het verlenen van militaire bijstand (bijvoorbeeld bij het Jordaanoproer in 1934) en de beveiliging van strategische objecten.


10 januari 1920: instelling grensbewaking

Doorlaatpost Glanerbrug gezien vanaf Duitse zijde. Pentekening. NIMHMr. Th. Heemskerk brengt een wet inzake de grensbewaking tot stand. Deze opent de mogelijkheid van het instellen van (voor vreemdelingen verboden) bewakingsgebieden. De Koninklijke Marechaussee wordt belast met de grensbewaking.


4 februari 1922: nieuwe dienstplichtwet

De Tweede Kamer neemt een nieuwe dienstplichtwet aan. Deze vervangt de bestaande militie-, Landweer- en Landstormwetten. De landweer (zie 24 juli 1901 - 1814-1914) en de landstorm (zie 7 maart 1913 - 1814-1914) worden opgeheven. De wet voorziet in de opkomst van een jaarlijkse lichting van 19.500 militairen en een opleiding en oefenperiode van vijf en een halve maand voor de infanterie. Het betekent dat het leger in vredestijd langzaam in omvang wordt teruggebracht; ook wat betreft uitrusting en bewapening stagneert de ontwikkeling van de landmacht.


26 mei 1922: Korps Luchtdoelartillerie opgericht

Thornycroft J-Type trekker met aanhangwagen met daarop 8 cm Vickers vuurmond tegen luchtdoelen van het Korps Luchtdoelartillerie omstreeks 1930.  Foto. NIMH.Reeds tijdens de Eerste Wereldoorlog is een begin gemaakt met de organisatie van de luchtverdediging. In 1917 wordt de eerste luchtafweerbatterij operationeel. Nu wordt de luchtdoelartillerie als korps georganiseerd. In de jaren dertig zal het korps de beschikking krijgen over modern afweergeschut. Tijdens de meidagen van 1940 bewijst het zijn waarde: een groot aantal Duitse transportvliegtuigen en bommenwerpers wordt neergehaald.


1 oktober 1924: eerste vlucht van Nederland naar Indië

Landing van het eerste civiele vliegtuig uit Nederland op de luchthaven van Tjililitjan. Foto. NIMH.Een speciaal voor de vlucht gebouwde Fokker-VII vetrekt van Schiphol gevlogen door chef-piloot van de KLM, A.N.G. van der Hoop. Aan boord was ook luitenant G.A. koppen van de Luchtvaartafdeeling. (zie 1 juli 1913 - 1814-1914) De planning was om de tocht in 15 dagen te volbrengen, maar door veel pech onderweg werden het er 54! Niettemin werden de deelnemers feestelijk op Schiphol ingehaald, toen ze op 18 mei 1925 de terugvlucht hadden volbracht.

Precies drie jaar na de eerste vlucht, op 1 oktober 1927, vertrok luitenant Koppen opnieuw naar Indië om de eerste retourvlucht te volbrengen. Die tocht ging veel voorspoediger: na 4 dagen was hij in Karachi en had gemiddeld 1700 kilometer per dag gevlogen. In totaal nam de retourvlucht 20 dagen in beslag.


8 juni 1929: overval op fort Amsterdam te Willemstad op Curaçao door de Venezolaanse revolutionair Urbina

Politiepost Rio Canario te Curaçao, bezet door detachement Nederlandse mariniers. Foto. NIMH.De Venezolaanse revolutionair Rafael Simon Urbina was in 1928 al eens van het eiland verwijderd als een te grote bron van onrust. Onder een valse naam keert hij in 1929 terug naar Curaçao en pleegt, wellicht ook als wraak voor zijn eerdere behandeling, een aanslag op het eiland. Geen grote opgave want Curaçao bezit weliswaar één van de belangrijkste oliehavens ter wereld, maar heeft geen permanente defensie en wordt slechts incidenteel door schepen van de MARINE bezocht. Urbina overvalt samen met een aantal medestanders het bij Willemstad gelegen Waterfort, maakt zich meester van een forse hoeveelheid wapens en munitie, gijzelt de gouverneur en de garnizoenscommandant, plundert de gouvernementskas, en verlaat vervolgens met een door hem gekaapt Amerikaans vrachtschip het eiland om naar Venezuela terug te keren. De geschrokken en in verlegenheid gebrachte Nederlandse regering besluit Hr.Ms. torpedobootjager Kortenaer en Hr.Ms. pantserdekschip Hertog Hendrik naar de West te zenden met aan boord een detachement mariniers die als kern voor permanente garnizoenen op Curaçao en Aruba moet dienen. Daarnaast moet er een nieuw flottillevaartuig als stationsschip komen. Zo leidt Urbina’s overval op het fort en het daaruit voortvloeiende prestigeverlies van Nederland ertoe dat de Koninklijke Marine voortaan het grootste deel van de Antilliaanse defensie gaat verzorgen.


1 februari 1930: reorganisatie binnen de LVA

Escadrille van Fokker C4, C5 en C6 jachtvliegtuigen. Eén van de doelen van de reorganisatie was dat jachtvliegers meer gelegenheid kregen om zich hun specialisme eigen te maken. Foto NIMH. Begin 1930 worden de bestaande vliegtuigafdelingen (de Tactische Vliegtuigafdeling, de Artillerie Vliegtuigafdeling, de Mitrailleur- en Bommenwerpvliegtuigafdeling en de Speciale Opdrachten Vliegtuigafdeling) opgeheven om een verdere specialisatie mogelijk te maken.. Hiervoor in de plaats komen een Jachtvliegtuigafdeling, twee vliegtuiggroepen en een Proefvliegafdeling. De laatste afdeling verricht onderzoek op luchtvaartgebied. In de oude situatie kregen jachtvliegers te weinig gelegenheid om zich de specialistische vaardigheid van het jachtvliegen eigen te maken, waardoor ze onvoldoende waren voorbereid op hun oorlogstaak.


29 oktober 1931: besluit tot uitreiking standaard aan de Koninklijke Marechaussee

De uitreiking van de standaard door koningin Wilhelmina aan kolonel G.J.D. Bauduin op 29 oktober 1931 bij paleis 't Loo. Foto. NIMH.Koningin Wilhelmina verschijnt, gezeten te paard en in bijzijn van prinses Juliana, in het park Tosjesweide van Paleis ’t Loo. Onder leiding van de depotcommandant, kapitein H.G. van Everdingen, staan de marechaussees aangetreden. Na het openen van de ban, het voorlezen van het Koninklijk Besluit door de Adjudant van Hare Majesteit en het sluiten van de ban, reikt Koningin Wilhelmina aan de Inspecteur der Koninklijke Marechaussee, kolonel G.J.D. Bauduin de standaard uit.


15 augustus 1932: de Technische Dienst wordt afgesplitst van de LVA

Opslagruimte voor vliegtuigmotoren in Soesterberg. Foto. NIMH.Om de grote werkdruk op de commandant van de Luchtvaartafdeeling te verminderen, wordt in 1932 de Technische Dienst grotendeels afgesplitst en omgedoopt tot Luchtvaartbedrijf (LVB). De LVB wordt rechtstreeks onder de minister van Oorlog geplaatst, terwijl de Commandant van de Luchtvaartafdeeling onder de Chef van de Generale Staf blijft vallen. Door het ontbreken van een hoger gemeenschappelijk orgaan waaraan beiden verantwoording moeten afleggen en van een duidelijke taakafbakening ontstaan spoedig conflicten. De instelling van de overkoepelende Inspectie van de Militaire Luchtvaart in 1935 brengt daarin enige verbetering. De Militaire Luchtvaart valt nu als geheel direct onder de Minister van Defensie en bestaat uit de LVA, het LVB en de Staf van de Militaire Luchtvaart met aan het hoofd de Inspecteur der Militaire Luchtvaart.


4 februari 1933: aanvang van de muiterij op Hr.Ms. De Zeven Provinciën

Hr. Ms. De Zeven Provinciën, schade aan het opperdek na het bombardement. Foto. NIMH.Deze muiterij in de Indische wateren op de rede van Oleh-leh (Sumatra) vormt een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van de Koninklijke Marine. Door mystificaties wordt de waarheid rond de muiterij lange tijd verdoezeld. De vooroorlogse marineleiding is ervan overtuigd dat vakbonden en met name militaire vakbonden, gelieerd aan de socialisten of zelfs de communisten, de hand hebben gehad in de opruiing van het scheepsvolk aan boord van het schip. Als uitvloeisel van deze overtuiging worden de militaire vakbonden door de marineleiding gedwarsboomd. Pas na de Tweede Wereldoorlog krijgt vakbondswerk ten gunste van militairen weer ruimte. In werkelijkheid is de muiterij een spontane actie van schepelingen en onderofficieren geweest, gericht tegen de zonder overleg telkens weer opgelegde rigoureuze kortingen op de toch al niet riante gages van het lagere personeel. Misvattingen in Nederland bij marineleiding en de politiek leiden tot de gewelddadige onderdrukking van de muiterij. Nadat de muiters het heft in handen hebben genomen en demonstratief met het schip zijn uitgevaren, wordt meteen de achtervolging ingezet. Op 10 februari maakt een boven De Zeven Provinciën afgeworpen vliegtuigbom, die enige tientallen slachtoffers maakt en veel schade aanrichtte, bij Straat Soenda een einde aan de muiterij. De belangrijkste muiters worden veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen, oplopend tot achttien jaar, in vrijwel alle gevallen gevolgd door gedwongen ontslag.


6-20 juli 1934: bijstand Jordaanoproer

Politietroepen en een marechaussee verlenen bijstand tijdens het Jordaanoproer te Amsterdam.Sinds de economische crisis die in 1929 is uitgebroken leven de gezinnen in de Amsterdamse arbeidersbuurten ver onder het bestaansminimum. Naar aanleiding van de verlaging van de werkloosheidsuitkeringen door de regering Colijn met 10 procent in juli 1934, breken in Amsterdam rellen uit. Van 6 tot 20 juli verlenen 200 bereden marechaussees en 230 man Politietroepen bijstand aan de gemeentepolitie Amsterdam.


14 november 1934: vertrek van Hr.Ms. K XVIII richting Soerabaja, met aan boord prof.dr.ir. Felix A. Vening Meinesz voor het doen van zwaartekrachtmetingen

Vertrek van Hr.Ms. K XVIII uit Den Helder. Foto. NIMH.Van 1923 tot 1954 worden geregeld wetenschappelijke expedities uitgerust met hulp van de Koninklijke Marine, waarbij zwaartekrachtwaarnemingen op zee worden verricht. Professor Vening Meinesz is één van de pioniers die zo de vorm van de aarde en de ligging van de massa’s waaruit de aarde is opgebouwd, tracht te bepalen. In 1923 en 1926 had hij ook al reizen aan boord van onderzeeboten gemaakt. Daarnaast speurt hij naar evenwichtsafwijkingen die tot vervormingen in de aardkorst leiden en aardbevingen en vulkaanuitbarstingen veroorzaken. De Nederlandse Onderzeedienst stelt voor het verrichten van deze waarnemingen telkens een onderzeeboot beschikbaar als stabiel, zwevend platform onder water, waardoor de waarnemingen een hoge mate van betrouwbaarheid krijgen. Deze reis met Hr.Ms. K XVIII wordt door luitenant-ter-zee der tweede klasse Max S. Wytema in opdracht van het filmbedrijf Polygoon gefilmd. De film wordt in 1936 onder de titel 20000 Mijlen over Zee in de Nederlandse bioscopen uitgebracht.
 Wetenschappelijke oceanografische expedities met behulp van marineschepen hadden al eerder plaats. De eerste expeditie vertrok in 1899 met Hr.Ms. Siboga uit Soerabaja onder leiding van prof.dr. Max W.C. Weber. De bijna een jaar durende expeditie leverde een schat op aan informatie over plant- en diersoorten. Daarnaast waren veel geologische en hydrografische gegevens verzameld.


6 augustus 1935: Rijkspolitiebesluit

Staatsblad uit 1935, waarin afgedrukt het Rijkspolitiebesluit. NIMH.Met het Rijkspolitiebesluit van 1935 wordt de politiezorg onderverdeeld in rijks- en gemeentezorg. De gemeentepolitie of de gemeenteveldwacht vervullen de politiezorg op gemeentelijk niveau. Een gemeente met een inwonertal beneden de 5000 inwoners beschikt normaal gesproken over een gemeenteveldwacht. Zij kan echter verzoeken de politiedienst door de rijkspolitie te laten verrichten. Onder de verzamelnaam rijkspolitie ressorteren zowel de rijksveldwacht als de marechaussee. De minister van Justitie bepaalt welke rijkspolitiedienst de politiezorg dan verzorgt. In de regel komt de rijksveldwacht in aanmerking. De organisatievorm van de rijkspolitie roept een aantal vragen op. De door de ministeries van Justitie en Oorlog ingestelde commissie Donner krijgt tot taak te onderzoeken hoe de beide rijkspolitiediensten - rijksveldwacht en Marechaussee - zich tot elkaar dienen te verhouden. Het streven naar één korps rijkspolitie blijft als einddoel gehandhaafd. De vraag of een dergelijk korps een meer civiel, dan wel militair karakter moet dragen blijft tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog onbeantwoord.


1 juli 1937: interne reorganisatie van de luchtvaartafdeeling

Foto van de luchtmachtstaf. Vooraan in het midden zit reserve luitenant-generaal Marius Raaijmakers, de eerste inspecteur der Militaire Luchtvaart. Foto. NIMHEr komt een overgangsorganisatie tot stand die uiteindelijk moet leiden tot een zelfstandige positie voor de Militaire Luchtvaart.  De top van de landmacht en de marine had dat lange tijd tegengehouden; volgens hen moest de luchtvaart een hulpwapen blijven. De instelling van de Inspectie van de Militaire Luchtvaart was een eerste stap naar de erkenning van het belang van het luchtwapen. De tweede stap is de reorganisatie van de LVA, waarbij er drie afdelingsscholen worden opgericht met een eigen staf - vanaf 1939 regimenten geheten - en daarnaast de hulpdiensten, zodat niet langer de gehele organisatie rechtsreeks onder de Commandant LVA valt.


1 november 1938: instelling van het Commando Luchtverdediging

Generaal-Majoor P.J. Best inspecteert de gewapende troepen op vliegkamp Soesterberg. Best was van 1933-1937 commandant van de Luchtvaartafdeeling en van 1938-1940 commandant van de Luchtverdediging. Foto. NIMH.Tot 1938 was de organisatie van de luchtverdediging verdeeld over verschillende legeronderdelen, die op hun beurt weer onder verschillende militaire autoriteiten vallen. Zo viel de luchtdoelartillerie onder de Inspecteur der Artillerie en het derde Regiment Genietroepen onder de Inspecteur der Genie. P.W. Best, een oud-commandant van de Luchtvaartafdeeling, krijgt de opdracht de luchtverdediging te reorganiseren en deze onder één commando te brengen. Hij gaat voortvarend te werk en al op 1 november 1938 vallen alle onderdelen die iets met luchtverdediging te maken hebben onder het bevel van Best en zijn staf. Dit zijn de Luchtvaartbrigade (voorheen LVA), het derde Regiment Genietroepen, de Luchtwachtdienst, de Luchtverdedigingskringen en de Brigade Luchtdoelartillerie. Een belangrijk kenmerk van de nieuwe organisatie is de integrale opzet: Best kan namens de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht ook aanwijzingen en bevelen geven op het gebied van paraatheid, versperring van vliegvelden, nachtvliegen en het schieten van de luchtdoelartillerie.


30 maart 1939: de Luchtvaartafdeeling van het KNIL wordt omgedoopt tot Wapen der Militaire Luchtvaart

De uitreiking van onderscheidingen ter gelegenheid van 25 jaar Indische Militaire Luchtvaart. Foto. NIMH.De economische crisis begin jaren dertig treft ook de Luchtvaartafdeeling. Ondanks ambitieuze groeiplannen moet de afdeling afslanken. De gevolgen van de inkrimpingen zijn groot. Door gebrek aan personeel en materieel kunnen de verdedigingstaken niet meer goed worden uitgevoerd. Het gebrek aan personeel en materieel is cruciaal, omdat de nieuwe grootmacht Japan zich in de jaren dertig steeds agressiever gaat gedragen.

De legerleiding in Nederlands-Indië onderkent de Japanse dreiging. Er wordt een strategie van verdediging ontwikkeld die voornamelijk steunt op de inzet van middelzware bommenwerpers. Deze bommenwerpers moeten bij een Japanse aanval de vijandelijke schepen uitschakelen nog voor deze Java kunnen bereiken. Op 30 maart 1939 wordt de Luchtvaartafdeeling omgevormd tot het Wapen der Militaire Luchtvaart van het KNIL.


1 juli 1939: de Luchtvaartbrigade krijgt voor het eerst een eigen status

Luitenant-vlieger F.A. van der Heijst, de laatste commandant van de Luchtvaartafdeling en vanaf november 1938 commandant van de luchtvaartbrigade. Foto. NIMH. Op 1 juli 1939 wordt de Luchtvaartafdeeling officieel opgeheven en omgevormd tot de Luchtvaartbrigade. Daarmee krijgt de militaire luchtvaart voor het eerst een eigen status. Binnen de Koninklijke Landmacht komt er nu naast het Wapen der Infanterie, Artillerie, Cavalerie en Genie een vijfde Wapen bij, het Wapen der Militaire Luchtvaart. Beroepsofficieren behoren nu tot het nieuwe Wapen. In de oude situatie onderhielden zij nog banden met hun wapen van herkomst, zoals de Infanterie of de Genie. Overplaatsingen naar deze andere onderdelen, waarmee een schat aan kennis en vakmanschap verloren ging, behoren voortaan tot het verleden.


28 augustus 1939: Nederland mobiliseert

Een affiche van de mobilisatie van de Luchtvaartafdeeling. Foto. NIMH.In verband met de crisis rond Polen en de acute oorlogsdreiging mobiliseert ons land zijn strijdkrachten. De lichtingen 1924 tot en met 1939 worden opgeroepen. Het leger bereikt een sterkte van 280.000 man. Luitenant-generaal I.H. Reijnders wordt benoemd tot opperbevelhebber van de strijdkrachten. Op 1 september vallen Duitse troepen Polen binnen en begint de Tweede Wereldoorlog.


6 februari 1940: generaal Winkelman tot opperbevelhebber benoemd

Generaal H.G. Winkelman. Voor zijn hoofdkwartier aan het Lange Voorhout in Den Haag staat een wacht van de grenadiers aangetreden. Foto. NIMH. Na talrijke conflicten tussen opperbevelhebber generaal Reijnders en de minister van Oorlog, A.Q.H. Dijxhoorn, wordt eerstgenoemde vervangen door generaal H.G. Winkelman. Deze wil, in tegenstelling tot zijn voorganger, de verdediging van Nederland concentreren bij de Grebbelinie. Voor de verdediging van Noord-Brabant vertrouwde hij op de tijdige ontplooiing van Franse troepen in het kader van de bondgenootschappelijke verdediging.


10 mei 1940: Duitse inval

Duitse parachutisten landen in Nederland tijdens de aanval op 10 mei 1940.Om 3.55 uur overschrijden Duitse troepen de grens zonder waarschuwing of oorlogsverklaring vooraf. De veldtocht tegen Nederland maakt deel uit van het grote offensief (krijgsplan Fall Gelb) in West-Europa tegen Frankrijk (via ons land en België) en Groot-Brittannië. Wat ons land betreft gaat het de Duitsers er vooral om dat hier geen Britse troepenmacht vaste voet aan de grond zal kunnen krijgen. Daarom moet ons land (en dan vooral Noord-Brabant) zo snel mogelijk en liefst met inzet van zo weinig mogelijk troepen worden bezet. Vliegparken en de Alexanderkazerne worden gebombardeerd en parachutisten landen bij de vliegvelden Ypenburg, Ockenburg, Valkenburg, bij de Waalhaven in Rotterdam, bij de Moerdijkbruggen en bij Dordrecht. De bedoeling van de landingen bij Den Haag is het regeringscentrum met de Koningin en het kabinet bij verrassing in handen te krijgen. Na felle strijd heroveren Nederlandse troepen de vliegvelden aan het eind van de dag. Daarentegen behalen de Duitse troepen een overwinning bij de Moerdijkbruggen, de bruggen over de Maas en de Waalhaven en zij slagen erin de Peel-Raamstelling te doorbreken, waardoor zij aan hun opmars door Noord-Brabant kunnen beginnen. In het noorden van het land rukken de Duitsers snel op; er is weinig tegenstand. Het gebied is voor de Duitse oorlogsdoelen van ondergeschikt belang. In het oosten van het land doorbreken de Duitse troepen de IJssellinie. 

(Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied is een publicatie van het NIMH)


11 –14 mei 1940: Duitse troepen zetten hun opmars door Noord-Brabant voort.

Een zwaar beschadigd Duits transportvliegtuig, ingezet voor het transport van luchtlandingstroepen, geland in een weiland in de omgeving van Ypenburg. Een Nederlandse militair bewaakt het wrak. Foto. NIMH. Op 12 mei bereikten ze de Moerdijk en drongen zij de vesting Holland binnen. De stellingen bij Kornworderzand bij de Afsluitdijk worden op 13 mei met grote hardnekkigheid verdedigd. Duitse eenheden drongen niet verder aan. Zij beschouwden het gebied niet als belangrijk voor hun opmars. Veel belangrijker is de aanval op de Grebbelinie. Op 11 mei slaagden Duitse eenheden erin de voorposten van de linie te veroveren, op 12 mei drongen ze door in het centrum van de linie en de dag erna wordt de Grebbelinie doorbroken. Daarna trekken de Nederlandse troepen zich terug achter de waterlinie. Op 14 mei bombarderen de Duitsers Rotterdam, waarbij 800 slachtoffers vallen en 80.000 mensen dakloos worden. Het hart van de stad wordt verwoest.

Tijdens deze dagen schakelt de Luftwaffe praktisch het gehele Nederlandse luchtwapen uit. Desondanks maken de Nederlandse luchtverdedigers en vliegers een goede indruk en worden meer dan 300 Duitse vliegtuigen uitgeschakeld.

Ondertussen zijn in de nacht van 12 op 13 mei het prinselijk paar en de prinsessen Beatrix en Irene naar Londen geëvacueerd. Een dag later vertrekken ook vanuit Hoek van Holland een tweetal Britse jagers, HMS Hereward en Windsor met aan boord koningin Wilhelmina en het grootste deel van het kabinet. Vanuit Londen zullen zij aan het verzet tegen de Duitse inval en tegen de daaropvolgende bezetting leiding geven.
Herman Amersfoort: ‘Ik had mijn Roode-Kruisband afgedaan’. Oorlogsrecht en gedragingen van Nederlandse en Duitse militairen in gevecht, mei 1940


15 mei 1940: generaal Winkelman tekent de capitulatie te Rijsoord

De Oostplein-kazerne na het bombardement op Rotterdam. Foto. Mariniersmuseum.Naar aanleiding van het bombardement op Rotterdam besluit het opperbevel tot overgave. Generaal Winkelman maakt de capitulatie van Nederland op 14 mei om 19.00 uur via de radio bekend. De overgave gold niet voor de provincie Zeeland, waar voornamelijk Franse troepen nog tot 19 mei verzet blijven bieden. Tijdens de strijd in de meidagen komen 2.200 militairen om en raken er 2.700 gewond. Het aantal omgekomen burgers bedraagt 2.000. De Nederlandse zeemacht moet tijdens de meidagen vele materiële verliezen incasseren. Vooral op de derde oorlogsdag krijgt de Marine het vanuit de lucht zwaar te verduren. Alleen al op die dag gaat een tiental MLD-vliegtuigen verloren en wordt tijdens een zwaar bombardement te Vlissingen een viertal schepen vernietigd. Daarnaast raken nog drie schepen zwaar beschadigd. Op de vijfde dag valt tevens een beperkt aantal vaartuigen, doorgaans in een nog niet ver gevorderde staat van aanbouw of door de MARINE recent gevorderd voor bewakingsdiensten ongeschonden in Duitse handen. Op die dag en de dag daarna worden ook vijftien schepen door marinepersoneel zelf tot zinken gebracht. In de loop van de meidagen weten echter ook meer dan 30 marineschepen uit te wijken naar Groot-Brittannië, waaronder enkele beschadigde of nog niet afgebouwde schepen. Dat gold ook voor een aantal koopvaardijschepen. Ook wordt zoveel mogelijk marinepersoneel op 14 mei geëvacueerd naar Groot-Brittannië, waar ze worden opgevangen door de chef van de Marinestaf, vice-admiraal Johannes Th. Furstner. Daarnaast worden alle vliegtuigen met zoveel mogelijk personeel aan boord geëvacueerd naar Boulogne sur Mer. 

Na de nederlaag wordt het leger ontbonden. Op 14 juli 1940 krijgen de beroepsofficieren de erewoordverklaring ter ondertekening voorgelegd, waarin zij beloofden geen verzetsactiviteiten tegen de Duitse bezetter te zullen ondernemen. Een klein aantal ondertekent de verklaring niet en wordt in krijgsgevangenschap afgevoerd. Op 15 mei 1942 worden de beroepsofficieren alsnog krijgsgevangen gemaakt; de erewoordverklaring vervalt. 


18 mei 1940: het Wapen der Militaire Luchtvaart krijgt het ordeteken der 4e klasse der Militaire Willemsorde

Een Fokker G-1, die tijdens de meidagen van 1940 is ingezet tijdens de strijd tegen de Duitsers. Foto. NIMH.Reeds enkele dagen na de capitulatie van het Nederlandse leger kent de Opperbevelhebber van de Land- en Zeemacht deze hoogste Nederlandse decoratie aan de Militaire Luchtvaart toe. Hoewel het een zeer ongelijke strijd was tegen de Duitse overmacht hebben de Nederlandse vliegers zich heldhaftig gedragen tijdens de meidagen.


5 juli 1940: de Marechaussee verliest haar militaire status

Twee marechaussees in omgeving van Den Helder in 1940. Foto. NIMH.Ongeveer driehonderd marechaussees weten tijdens de meidagen te ontkomen naar Engeland. Zij verzorgen de beveiliging van de koninklijke familie in Engeland en vervullen politiediensten bij de Prinses Irenebrigade (zie 11 januari 1941). In het bezette Nederland wordt het gehele politieapparaat onder eenhoofdige leiding gebracht. De Marechaussee komt als politieorganisatie te vallen onder het ministerie van Justitie en verliest haar militaire status. Door samensmelting met andere (politie-)onderdelen, komt de sterkte te liggen op meer dan 6000 man. Zowel de organisatie als individuele marechaussees zien zich geconfronteerd met ingrijpende professionele en ethische dilemma’s. Marechaussees nemen ontslag, zitten in het verzet, of collaboreren met de bezetter.


2 augustus 1940: oprichting van de Royal Dutch Naval Air Service in Groot-Brittannië

Het laden van bommen in een Mitchell van 320 Squadron in Groot-Brittannië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Foto. NIMH.De RDNAS bestaat uit twee escadrilles, te weten 320 Squadron en 321 Squadron. De squadrons vormen zelfstandige eenheden met Nederlandse commandanten, maar staan operationeel onder Britse leiding als onderdeel van het Coastal Command van de Royal Air Force (R.A.F.). Ze worden aanvankelijk uitsluitend ingezet voor konvooibescherming en onder anderen uitgerust met uit Nederland uitgeweken watervliegtuigen. Het no. 321 Squadron wordt reeds in januari 1941 uit dienst werd gesteld. Het personeel wordt ingedeeld bij het No. 320 Squadron, dat,  nu uitgerust wordt met Lockheed Hudson patrouillebommenwerpers, de konvooibeschermingstaken voortzet. Kort daarna wordt het squadron ook belast met uitvoering van offensieve acties, namelijk het aanvallen van het vijandelijke scheepvaartverkeer op de route Narvik – Rotterdam. De vijand wordt hierdoor aanzienlijke schade toegebracht. Zo worden op 23 september 1942 drie schepen van een Duits konvooi bij Texel door bommen beschadigd dan wel tot zinken gebracht. De verliezen aan geallieerde zijde zijn echter ook groot, als gevolg van het afweervuur van de vijandelijke schepen die de konvooien begeleiden.

 Het No. 321 Squadron wordt op 15 juli 1942 wederom in dienst gesteld, echter nu als onderdeel van No 222 General Reconnaissance Group, met als basis China Bay op Ceylon. Uitgerust met Catalina vliegboten en Amfibies wordt het 321 Squadron belast met de onderzeebootbestrijding ten behoeve van geallieerde konvooien op de vaarroutes rond de Indische Oceaan.


1941: Prins Berhard haalt zijn vliegbrevet

Prins Berhard als vlieger. Foto. NIMH.Bernhard zur Lippe-Bisterfeld wordt op 29 juni 1911 in Jena (Duitsland) geboren. Na zijn huwelijk met prinses Juliana op 7 januari 1937, krijgt hij de titel prins der Nederlanden. Al in zijn jeugd is prins Bernhard gefascineerd door het vliegen. 
Na de Duitse inval op 10 mei 1940 wijkt de Koninklijke familie uit naar Engeland. Een maand later vertrekt prinses Juliana uit veiligheidsoverwegingen met haar kinderen naar Ottawa in Canada. Prins Bernhard spendeert de meeste tijd in Londen, waar hij zijn vliegbrevet haalt. In 1941 wordt prins Bernhard benoemd tot titulair Air Commodore bij de RAF. In 1943 benoemt Koningin Wilhelmina hem tot luitenant-generaal en vice-admiraal en in 1944 tot bevelhebber van de Binnenlandsche Strijdkrachten. Als bevelhebber van de Nederlandsche Strijdkrachten neemt de prins in mei 1945 deel aan de capitulatie-onderhandelingen in Wageningen.
Voor zijn verdiensten gedurende de Tweede Wereldoorlog krijgt de prins de hoogste militaire onderscheiding, het Commandeurskruis der Militaire Willemsorde. Voor zijn activiteiten als oorlogsvlieger krijgt hij het Vliegerkruis. In de zomer van 1994 beëindigt de Prins na 53 jaar zijn vliegerloopbaan. Sinds 1941 heeft hij op meer dan 200 typen vliegtuigen gevlogen.


11 januari 1941: Prinses Irenebrigade opgericht

Tijdens een bezoek van HM Koningin Wilhelmina aan de Prinses Irenebrigade in het opleidingskamp Wrottesley Park is zij in gesprek met de door een motorongeluk blind geworden korporaal en enkele andere militairen. Foto. NIMH.De regering in Londen wil dat Nederland aan de geallieerde oorlogsinspanning kan deelnemen met een eigen nationale strijdmacht. Daartoe wordt op 11 januari de Koninklijke Nederlandse Brigade opgericht. Deze wordt samengesteld uit vrijwilligers en dienstplichtigen die zich in Groot-Brittannië en andere vrije landen hebben gemeld en zijn goedgekeurd. De brigade wordt na enige omzwervingen in Wolverhampton (bij Birmingham) gelegerd. Op 27 augustus 1941 bezoekt Koningin Wilhelmina, in gezelschap van prins Bernhard, de brigade en geeft haar de naam ‘Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene’.


28 november 1941: de Nederlandse onderzeeboot O 21 brengt Duitse U-boot tot zinken

Overzicht van de door de O21 getorpedeerde schepen. Tekening door commandant J.F. van Dulm. NIMH.Op de terugweg van een patrouille in de Golf van Cagliari ontwaart de O 21 kort voor middernacht een verdacht silhouet. Als van dat silhouet lichtsignalen worden uitgezonden die Duits blijken te zijn, laat luitenant-ter-zee Johannes F. van Dulm terstond uit een der hekbuizen vuren. De Duitse, de U95, boot draait af, waardoor zijn silhouet verbreedt en een tweede torpedo van de O 21 doel treft. Het voorschip van de Duitse boot komt bijna rechtstandig uit het water en zes seconden later is de boot verdwenen. Twaalf drenkelingen worden opgepikt, onder wie de commandant. Het blijkt dat de Duitsers door het on-Britse silhouet van de Nederlandse onderzeeboot onzeker zijn geweest of het wel een vijand betrof en daarom met lichtsignalen bevestiging hadden gezocht. Na deze succesvolle actie van ongeveer een half uur zette de O 21 de terugtocht naar Gibraltar voort, alwaar de Nederlandse onderzeeboot bij aankomst uitbundig werd toegejuicht.


8 december 1941: oorlogsverklaring aan Japan

Japanse luchtlandingen bij Palembang dat op 15 februari 1942 veroverd wordt. Japanse prentbriefkaart. NIMH.Na berichten over de Japanse aanvallen op de Amerikaanse basis Pearl Harbor op Hawaii, in Thailand, Singapore en Hongkong, verklaart Nederland Japan de oorlog. De gouverneur-generaal van Nederlands-Indië maakt dit om 6.30 uur via de radio aan de bevolking bekend. De algemene mobilisatie wordt aangekondigd. Kort na de jaarwisseling vallen Japanse strijdkrachten Noord-Celebes en Noord-Borneo binnen. Begin februari 1942 begint de aanval op Sumatra. Java raakt geïsoleerd.


27 februari 1942: Slag in de Javazee

Slag in de Javazee. Schilderij door J. van der ven, 1970. Marinemuseum Den Helder.Het geallieerd eskader, de Combined Striking Force onder commando van schout-bij-nacht Karel W.F.M. Doorman, ter sterkte van twee zware kruisers, drie lichte kruisers en negen jagers, vertrekt in de avond van 26 februari naar de Javazee. Doorman dient een Japanse invasie van Java te voorkomen. De volgende dag raakt het eskader ter hoogte van het eiland Bawean slaags met een Japans eskader ter sterkte van twee zware kruisers, twee lichte kruisers en veertien jagers dat een invasievloot dekt. Het door schout-bij-nacht Takagi Takeo geleide Japans eskader is superieur op het gebied van torpedo's, heeft een groter bereik en beschikt over vliegtuigen. Een bijkomend nadeel voor de geallieerden is dat de Combined Striking Force een geïmproviseerde heterogene vloot vormt, opgebouwd uit schepen van vier verschillende marines die niet gewend zijn gezamenlijk te opereren. De Japanse vlootvoogd, die door zijn vliegtuigen sneller en beter op de hoogte is van de positie(verandering) van zijn tegenstander, blijft zich tijdens het gevecht steeds tussen het geallieerd eskader en de invasievloot opstellen, en loopt daarbij weinig verliezen op. Aan geallieerde zijde is de schade aan het eind van de middag al aanzienlijk: een zware kruiser raakt zwaar beschadigd en drie jagers zinken Aan het begin van de avond gaat het contact tussen de beide vloten verloren. Die avond stuurt Doorman vier Amerikaanse jagers terug naar Soerabaja omdat hun brandstof opraakt en de torpedo's zijn verschoten. Aan het eind van de avond wordt het gevecht in alle hevigheid hervat, ditmaal met desastreuze gevolgen voor de beide Nederlandse kruisers. De overgebleven Australische kruiser Perth en de Amerikaanse zware kruiser Houston breken het gevecht af en zetten koers naar Tandjong Priok. Doorman gaat met zijn schip ten onder. De door hem verloren Slag in de Javazee kost aan zo’n duizend marinemensen het leven.


1 maart 1942: de Japanse aanval op Java begint

Luchtaanval op de haven van Soerabaja tijdens de Japanse aanval op Java. Foto. NIMHJapanse strijdkrachten vallen op verschillende punten langs de kust Java aan. Zij veroveren vrijwel meteen het vliegveld Kalidjati bij Bandoeng, waardoor de Indische luchtbases onder vrijwel constante luchtaanvallen komen te liggen. Toch geven de luchtstrijdkrachten zich nog niet gewonnen. Kapitein van Helsdingen negeert een medisch vliegverbod en stijgt op in de enig overgebleven Brewster Bufalo’s, samen met Sergeant Bruggink, Luitenant Deibel en Vaandrig Scheffer. Ze weten te bereiken dat een aantal Japanse vliegtuigen rechtsomkeert maakt. Bruggink, Deibel en Scheffer landen weer veilig, maar Van Helsdingen komt om. Allevier krijgen ze de Militaire Willemsorde; voor Van Helsdingen was dat de tweede keer. 
Op 5 maart trekken Japanse troepen zegevierend Batavia binnen. De volgende dag slagen zij er in bij Bandoeng een doorbraak te forceren. Op 8 maart, ten slotte, bezetten zij Soerabaja. Java is in Japanse handen.


8 maart 1942: capitulatie van Nederlands-Indië

Capitulatie van Nederlands-Indië. Japanse prentbriefkaart. NIMHGeneraal H. ter Poorten accepteert de Japanse eisen voor overgave. Op 9 maart ondertekent hij de capitulatie van het KNIL te Kalidjati bij Bandoeng. Hij stelt om 7.45 uur de bevolking via de radio van de capitulatie op de hoogte. 
De tweede Wereldoorlog is voor Nederlands-Indië precies drie maanden daarvoor begonnen met de oorlogsverklaring aan Japan op 8 december 1941 (zie hierboven). In die periode hebben de Japanners achtereenvolgens Malakka, West-Borneo, Oost-Borneo, Celebes, Ambon, Singapore, Sumatra en tenslotte Java veroverd. Daarbij zijn tientallen oorlogsschepen en honderden vliegtuigen van de Koninklijke Marine en de Militaire Luchtvaart van het KNIL door de vijand uitgeschakeld of door het eigen personeel onbruikbaar gemaakt. Van de Gouvernements Marine zijn zelfs alle vaartuigen verloren gegaan en resteert slechts één uitgeweken schip. Ook verloor de marine meer dan de helft van haar personeel. Ruim 1600 militairen van de zeemacht sneuvelen gedurende de eerste drie maanden van de oorlog. Bijna vierduizend man wordt in diezelfde periode krijgsgevangen gemaakt. Ook de KNIL-militairen gaan in krijgsgevangenschap en worden verspreid over verschillende locaties in Oost-Azië en tewerkgesteld, bijvoorbeeld aan de Birma-spoorweg. Japan neemt het bestuur van Indië over.


4 april 1942: oprichting van het eerste Netherlands East Indies Squadron in Australië

Een Mitchell B-25 bommenwerper van het 18 Squadron Netherlands East Indies. Foto. NIMH.Na de capitulatie van Nederlands-Indië voor de Japanners zet de Militaire Luchtvaart van het KNIL de strijd voort vanuit Australië, waar enkele Nederlandse squadrons worden opgericht. Op 4 april 1942 komt in Canberra het 18 Squadron Netherlands East Indies tot stand. Het wordt uitgerust met B-25 Mitchell-bommenwerpers en voert onder Australisch operationeel bevel bombardementsmissies uit tegen de Japanners. Daarnaast wordt op 10 oktober 1943 het 120 Squadron Netherlands East Indies opgericht en uitgerust met Curtiss P-40 Kittyhawk-jachtvliegtuigen. De taken bestaan uit het vliegen van verkenningsmissies en bombarderen van militaire installaties en stellingen. Het squadron zal ook een rol spelen bij de herovering van Nederlands Nieuw-Guinea.


29 juni 1942: oprichting van No. 2 Dutch Troop, 10 Interallied Commando

Commando-oefening van No. 2 Dutch Troop. Foto. NIMH.Militairen van de Prinses Irenebrigade (zie 11 januari 1941) geven zich in het begin van 1942 op voor een Britse commandotraining. De Britten hebben al direct na het uitbreken van de oorlog een begin gemaakt met de training en opleiding van elitesoldaten (commando’s en parachutisten) die achter de Duitse linies in actie moeten komen. De opleiding staat ook open voor militairen van hun bondgenoten. Enkele tientallen Nederlandse militairen doorlopen de extreem zware opleiding met succes. Zij vormen nu de eerste Nederlandse commando-eenheid (No. 2 Dutch Troop) en leggen daarmee de basis voor het huidige Korps Commandotroepen.


1 augustus 1942: Korps Insulinde opgericht

Militairen van het in 1942 opgerichte Korps Insulinde tijdens een actie op Nieuw-Guinea. Foto. NIMH.Het Korps Insulinde komt voort uit de Prinses Irene Brigade (zie datum 11/1/1941 hierboven).  Een aantal militairen van de brigade vormt een nieuwe eenheid voor het ondernemen van speciale operaties – infiltraties en inlichtingenacties – in bezet Sumatra. Het korps staat onder commando van majoor KNIL F. Mollinger en is gestationeerd op Ceylon. Het maakt deel uit van de Britse organisatie Force 136 voor speciale acties in Oost-Azië. Het Korps Insulinde zal tijdens de oorlogsjaren in totaal 11 acties (parties) uitvoeren in Sumatra.


12 juni 1943: oprichting 322 squadron

Groepsfoto van de vliegers van het 322 (Dutch) RAF squadron in Engeland. Foto 1943. NIMH.Het merendeel van het naar Engeland overgestoken personeel van het Wapen der Militaire Luchtvaart wordt opgenomen in de gelederen van de Royal Air Force (RAF). Veel personeel van het Wapen der Militaire Luchtvaart dient tot het einde van de oorlog bij het 320 Squadron van de Marineluchtvaartdienst, dat onder operationeel commando staat  van de RAF. Op 12 juni 1943 wordt bovendien een Nederlands jachtvliegsquadron opgericht, het 322 Squadron. Uitgerust met Spitfires wordt deze eenheid ingezet voor de Britse luchtverdediging, onder anderen tegen de V-1 vliegende bommen. Na de invasie in Normandië in 1944, voert het squadron grondaanvallen uit op Duitse troepen in Frankrijk en België. De Nederlandse jachtvliegers geven ook directe steun aan de geallieerde troepen bij hun opmars naar en in het Duitse Rijk. Het 322 Squadron bestaat nog steeds. Het is daarmee het oudste squadron van de Koninklijke Luchtmacht.


6 juni 1944: D-day, aanvang invasie van Normandië door geallieerde troepen

Aan boord van Hr.Ms. Soemba tijdens de invasie van Normandie. Foto. NIMH.Deze ongekend grote amfibische operatie, met als codenaam operatie Overlord, vormt het startsein voor de bevrijding van West-Europa door de geallieerde strijdkrachten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een enorme vloot van duizenden schepen brengt vanuit Groot-Brittannië een enorme invasiemacht naar de overzijde van Het Kanaal voor een massale landing op de door de Duitse bezetter verdedigde Franse kust. De invasie over zee wordt vanuit de lucht ondersteund met bombardementen en luchtlandingstroepen. Het merendeel van de naar de Franse stranden gedirigeerde oorlogsschepen behoort tot de Britse en de Amerikaanse zeemacht. De Brits-Amerikaanse invasievloot is aangevuld met schepen van de Canadese, Franse, Noorse, Poolse, Nederlandse en Griekse marine. Voor de marine nemen aan de invasie deel de kanonneerboten Hr.Ms. Flores en Hr.Ms. Soemba. Deze twee, bijgenaamd de terrible twins, dienen Duitse stellingen onder vuur te nemen. Bij eerdere geallieerde landingen in 1943 in Italië zijn ze ook al ingezet. Behalve dit geduchte duo levert ook Hr.Ms. Sumatra een bijdrage aan de invasie van Normandië. Deze oude kruiser krijgt een waardig einde door bij Arromanches tot zinken te worden gebracht als onderdeel van een dam ter beveiliging van een kunstmatige haven. De Marine is eveneens in de lucht vertegenwoordigd. Het 320 Squadron (zie 2 augustus 1940) van de Marine Luchtvaartdienst voert gedurende D-day verschillende bombardementsvluchten uit.


7 juli 1944: oprichting Nederlandse Luchttransportdienst

Een Havilland DH-9 Dominie, die gebruikt werd door de Nederlandse Luchttransportdienst. Foto NIMH.De oorlog is niet de enige zorg van de Nederlandse regering in Londen. Er worden ook plannen gemaakt voor de wederopbouw van Nederland na de bevrijding. De autoriteiten voorzien dat er een dringende behoefte aan luchttransport zal bestaan, omdat door de oorlog grote delen van de infrastructuur in Nederland vernietigd zijn, zoals bruggen en wegen. Besprekingen tussen de ministeries van Waterstaat, Oorlog en Marine en de Britten leiden ertoe dat er een Nederlandse militaire transportdienst van de grond komt. Op 7 juli 1944 wordt een Nederlandse luchttransportdienst opgericht, die deel uitmaakt van de RAF. Deze transportdienst -die onder de naam 1316 Dutch Communication Flight RAF opereert- gebruikt verschillende vliegtuigentypes (onder andere De Havilland Dominies, een Lockheed 12A en een Percival Proctor en een Lockheed Hudson) en opereert vanaf het vliegveld Hendon bij Londen.
In september 1944 landt het eerste Nederlandse militaire vliegtuig op een vliegveld bij Brussel. Dit is het begin van regelmatige vluchten op Brussel, Parijs en Eindhoven. In november krijgt de transportdienst ook nog de beschikking over twee Dakota´s.


26 juli 1944: Directoraat der Nederlandse Luchtstrijdkrachten opgericht

Jan Willem Termijtelen, een marine-officier, was de eerste Directeur der Luchtstrijdkrachten. Foto. NIMH.Op 26 juli 1944 richt de Nederlandse regering in ballingschap in Londen het Directoraat der Nederlandse Luchtstrijdkrachten (DNLSK) op. Hierin worden de Militaire Luchtvaart, de Militaire Luchtvaart van het KNIL (ML-KNIL) en de Marineluchtvaartdienst (MLD) ondergebracht. Het DNLSK krijgt het bevel over het Nederlandse personeel bij de RAF en sluit met het Britse Air Ministry overeenkomsten voor de opleiding, vorming en uitrusting van de Nederlandse luchtstrijdkrachten na de oorlog. Het directoraat wordt op 10 juli 1948 opgeheven.


8 augustus 1944: Prinses Irenebrigade landt in Normandië

Universal carrier met personeel van de Prinses Irenebrigade bij de intocht in een Nederlandse gemeente. Langs de kant van de weg staat een grote schare juichende burgers. Foto. NIMH.Onder bevel van luitenant-kolonel A.C. de Ruijter van Steveninck zet de Prinses Irenebrigade (zie 11 januari 1941) voet aan land in Normandië. De brigade neemt deel aan de strijd in Noord Frankrijk en aan de opmars door België. Op 21 september overschrijdt zij de Belgisch/Nederlandse grens ten zuiden van Eindhoven.


17 september 1944: operatie Market Garden

Oprukkende Engelse eenheden van het 30th Corps onder commando van generaal Horrocks rijden over de Waalbrug in noordelijke richting naar Arnhem. Rechts vooraan een uitgeschakelde Duitse bus. Foto. NIMH.Geallieerde troepen beginnen aan een groot opgezet en gewaagd offensief tegen het Ruhrgebied. Over land rukken troepen op via Eindhoven in de richting van Nijmegen en Arnhem. Drie luchtlandingsdivisies trachten de bruggen bij Grave, Nijmegen en Arnhem in handen te krijgen. Het door veldmaarschalk B.L.Montgomery bedachte plan draait echter uit op een mislukking. De Duitse tegenstand is heviger dan verwacht en de logistieke moeilijkheden blijken te groot. Bijna 40 commando’s van No. 2 Dutch troop (zie datum 29/6/1942 hierboven) en het No. 322 Dutch squadron (zie datum 12/6/1943 hierboven) nemen deel aan de operatie.


21 september 1944: oprichting van de Stoottroepen

Opleiding in Engeland van het in 1944 opgerichte Regiment Stoottroepen. Foto. NIMHUit de verschillende verzetsorganisaties in het bevrijde zuiden van ons land wordt een gevechtseenheid geformeerd onder de naam Stoottroepen. De militairen zijn voornamelijk Limburgers en Brabanders. Zij komen onder bevel te staan van J.J.F. Borghouts, in het verzet bekend als ‘Peter Zuid’. Zij komen in actie in Duitsland (samen met Amerikaanse troepen) en in Brabant en Zeeland.


6 oktober 1944: geallieerde operaties in Zeeland

Om te kunnen beschikken over de haven van Antwerpen (de stad is op 3 september bevrijd) is het nodig dat de toegangsweg, de Westerschelde en Walcheren, in geallieerde handen komen. Op Walcheren breekt zware strijd uit. Het wordt gebombardeerd en komt grotendeels onder water te staan. 25 Commando’s van No. 2 Dutch Troop (zie datum 29/6/1942 hierboven) nemen deel aan de landingen en de zware gevechten op het eiland.


31 oktober 1944: oprichting van de Marine Vrouwen Afdeling (MARVA)

Wervingsposter van de MARVA. Marinemuseum Den Helder.Onder het motto `Maak een man vrij voor de vloot en help Indië bevrijden’ wordt deze afdeling bij Koninklijk Besluit opgericht. Het is de bedoeling de afdeling te bemensen met vrouwen die de bezetting in Nederland hebben meegemaakt. De Britse WRNS en de Amerikaanse WAVES staan model voor de afdeling, terwijl sinds 25 april 1944 leden van het Vrouwen Hulp Korps (VHK) een militaire verbintenis hebben getekend. Niettemin is er ook weerstand en aarzeling, enerzijds uit kerkelijke hoek, maar ook omdat men vreest dat een geüniformeerd vrouwenkorps, hoewel voor ongewapende dienst bestemd, onder de bevrijde Nederlanders herinneringen aan de gehate Duitse `grijze muizen’ zal oproepen. Francien de Zeeuw, telefoniste uit Terneuzen en om haar ondergronds werk `heroine of Zeeland’ genoemd, komt op 4 december 1944 in Londen aan als de eerste marva.


29 april 1945: operatie Manna

Een vliegtuig van de Royal Air Force werpt voedselpakketten af boven Nederland. Foto. NIMH.Dit is een door de Royal Air Force uitgevoerde operatie die het door honger getroffen West-Nederland van voedsel te voorzien. Bommenwerpers droppen op diverse plaatsen boven Nederland grote hoeveelheden meel, ei- en melkpoeder, groente en vlees in blik en legerrantsoenen. Het beroemde Zweedse wittebrood wordt niet op deze wijze verspreid, zoals vaak ten onrechte wordt beweerd. Dit brood is in Nederland gebakken van meel dat per schip naar Nederland is gebracht. Vanaf 1 mei doet ook de Amerikaanse luchtmacht een duit in het zakje, onder de naam operatie Chowhound. In totaal wordt vanuit de lucht 11.000 ton voedsel gedropt. Er wordt ook veel voedsel aangevoerd per schip en vanaf 2 mei ook over de weg (operatie Faust). Dagelijks brengen vrachtautokonvooien 1200 ton levensmiddelen naar het westen van het land.


5 mei 1945: capitulatie van de Duitse troepen in Nederland

De Duitse generaal Blaskovitz komt aan bij hotel ‘De Wereld’ in Wageningen voor de besprekingen over overgave van de Duitsers aan de geallieerden. Foto NIMHTijdens besprekingen in hotel De Wereld in Wageningen accepteert generaal J. Blaskowitz de condities voor overgave aan de Canadese generaal Ch. Foulkes. Op 6 mei wordt de capitulatie getekend in de aula van de Landbouwhogeschool. Door deze capitulatie komt voor Nederland, na vijf jaar van Duitse bezetting, een einde aan de Tweede Wereldoorlog in Europa. In Azië gaat de geallieerde strijd tegen Japan onverminderd voort. Nederlands-Indië is nog niet bevrijd.


15 augustus 1945: Japan capituleert

Japan capituleert. Een gedesillusioneerde Japanse militair. Foto. NIMH.Nadat op 6 en 9 augustus 1945 atoombommen op Hiroshima en Nagasaki zijn geworpen, besluit keizer Hirohito tot capitulatie. Op 15 augustus maakt hij in een radiorede de overgave bekend. Ook in Nederlands-Indië is de oorlog voorbij. 
Voor het eerst in de geschiedenis hoort het Japanse volk de stem van hun keizer. In een radiotoespraak deelt de keizer mee dat het kabinet is afgetreden, enige hoge militairen seppuku (rituele zelfmoord) gepleegd hebben en de oorlog nu voorbij is. Er is weer vrede op de wereld.