NIMH | 1945-1989: de Koude Oorlog

Spring naar inhoud

Contact | Sitemap | FAQ | English |
Zoeken
Home » Geschiedenis » Tijdbalk » 1945-1990
Officiële opening van de vliegbasis Eindhoven op 1 mei 1952. Foto NIMH.

1945-1989: de Koude Oorlog

Voor de succesvolle wederopbouw van ons land was de oplossing van de Indonesische kwestie een zegen. Ons land was verwoest en verarmd uit de oorlog tevoorschijn gekomen. Het conflict in Indië drukte in politiek en financieel-economisch opzicht erg zwaar op Nederland en belemmerde het nationale herstel. Vanaf 1950 kon Nederland pas echt aan de wederopbouw beginnen, profiterend van de in 1948 op gang gekomen Amerikaanse Marshallhulp. Ook de krijgsmacht profiteerde daar in belangrijke mate van. Bij zowel marine als landmacht deden zich belangrijke reorganisaties voor. Dat gold ook voor de Marechaussee en de luchtmacht, die een steeds zelfstandiger positie innamen binnen de landmacht. De luchtmacht werd in 1953 een zelfstandig krijgsmachtdeel. De Commandant Koninklijke Marechaussee werd in 1969 rechtstreeks onder de Ministerie van Defensie gesteld, maar de Marechaussee werd pas in 1998 een zelfstandig krijgsmachtdeel.

De decennia na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië stonden vooral in het teken van de nieuwe wereldomspannende tegenstelling tussen de westerse landen, verenigd in de Noord Atlantische Verdragsorganisatie (opgericht 1949) onder leiding van de Verenigde Staten enerzijds en de communistische landen, verenigd in het Warschau Pact, onder leiding van de Sovjetunie anderzijds: de Koude Oorlog. Deze leidde tot een bewapeningswedloop tussen oost en west en zorgde meermalen voor gevaarlijke crises in de internationale politiek. 

De Koude Oorlog drukte een zwaar stempel op de Nederlandse binnen- en buitenlandse politiek en bepaalde tevens tot op grote hoogte de taak en samenstelling van de krijgsmacht. Het was ook één van de redenen voor de verzelfstandiging van de luchtmacht tot een derde krijgsmachtdeel. De krijgsmacht diende niet alleen het Nederlandse grondgebied te verdedigen, maar moest in het kader van de bondgenootschappelijke verdediging tevens zijn bijdrage leveren aan de bescherming van West-Europa tegen een mogelijke inval van sovjettroepen. Daartoe kregen alle drie de krijgsmachtdelen aan het eind van de jaren vijftig kernwapentaken en werden in de jaren zestig landmacht- en luchtmachteenheden in West-Duitsland gelegerd. Ook werd de Parate Marechaussee opgericht, die militaire politiediensten verrichtte voor het Eerste Legerkorps in Duitsland. De marine speelde aanvankelijk in bondgenootschappelijk verband een minder grote rol en kreeg pas na de Korea-oorlog (1950-53) meer waardering. Vanaf het midden van de jaren’60 nam de zeemacht ook deel aan permanente NAVO-smaldelen, zoals de Standing Naval Force Atlantic.

Technische innovaties namen een hoge vlucht in het militaire bedrijf: op de toepassing van sonar, radar en straalmotor volgde de introductie van wapensystemen met tactische kernwapens en lange afstandraketten. Modernisering, mechanisering en motorisering waren dringend gewenst, maar de hoge kosten voor bewapening en materieel stuitten op maatschappelijk verzet. De Marechaussee moest herhaaldelijk bijstand verlenen tijdens demonstraties, rellen en ontruimingen van krakerspanden. In de politiek en in de publieke opinie manifesteerde zich een sterke pacifistische stroming. De begroting, de uitrusting en de bewapening van de krijgsmacht werden vanaf de jaren zestig een permanente politieke en maatschappelijke twistappel. Desondanks betekende de defensienota van 1974 een grote sprong voorwaarts voor de modernisering van materieel en bewapening. Dit resulteerde in de loop van de jaren tachtig in een succesvol gemoderniseerde krijgsmacht.

In de tweede helft van de jaren tachtig veranderden de internationale politieke verhoudingen drastisch. In Oost-Europa kwamen de communistische regimes ten val; op 9 november 1989 viel de Berlijnse muur; op 3 oktober 1990 vond de hereniging van Duitsland plaats; op 1 juli 1991 werd het Warschaupact opgeheven en aan het eind van dat jaar viel zelfs de Sovjetunie uiteen. De Koude Oorlog kwam tot een eind. De vijand die in de decennia daarvoor alle aandacht had opgeëist, verdween. Voor de krijgsmacht bracht dit ingrijpende veranderingen met zich mee.


1 november 1945: nieuwe organisatie voor Koninklijke Landmacht vastgesteld

De top van het ministerie van Oorlog in 1945. Foto. NIMH. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog dient de organisatie van het Ministerie van Oorlog en van de landmacht in het bijzonder aan de vredesomstandigheden te worden aangepast. De Britse organisatievorm wordt als voorbeeld genomen. De legerleiding zal bestaan uit de chef Generale Staf (operationele bevoegdheden); de kwartiermeester-generaal (aanschaf en beheer materieel) en de adjudant-generaal (personeelszaken). De chef van de Generale Staf, luitenant-generaal H.J. Kruls, krijgt veel ruimere bevoegdheden dan zijn voorgangers van voor 1940. Een andere vernieuwing in de vredesorganisatie van de landmacht is de instelling van de Legerraad. Deze adviseert de minister – J. Meynen – en coördineert het werk van de legerleiding. Ook nieuw is dat de minister van Oorlog een persoonlijke staf krijgt (een militair ‘kabinet’); tot chef van het kabinet wordt kolonel M.R.H. Calmeyer benoemd.


8 november 1945: Politiebesluit

Beëdiging van een aantal jonge officieren door Commandant Koninklijke Marechaussee, kolonel mr. W. van den Hoek, op het Depot, 25 juli 1946. Foto. NIMH.Na de bevrijding in 1945 barst een strijd los rondom het politiebestel, waaruit zich een discussie ontspint over de positie en taken van de Koninklijke Marechaussee. Een meerderheid van de marechausseeofficieren, onder wie de eerste naoorlogse commandant, kolonel mr. W. van den Hoek, is van oordeel dat de heropgerichte Marechaussee vóór alles als militair onderdeel moet voortbestaan. In het Politiebesluit van 8 november 1945 wordt de Marechaussee slechts genoemd in artikel 15, waarin de levering van bijstand aan de politie wordt geregeld.
Op dat moment is het nog de vraag of het Korps Politietroepen zal worden heropgericht. Om de positie van de Marechaussee, ten koste van de Politietroepen, veilig te stellen, willen de Marechausseeofficieren het alleenrecht verkrijgen over de militaire politiezorg. Dit betekent dat de Politietroepen moeten opgaan in de Marechaussee. En zo gebeurt het bij ministeriële beschikking van 22 maart 1946. Dit heeft indirect tot gevolg dat de civiele politietaken van de Marechaussee worden opgeofferd ten faveure van de militaire politiezorg.


15 november 1945: instelling bij KB van de Admiraliteitsraad

De admiraliteitsraad in 1994. Foto. NIMH.

De Admiraliteitsraad (AR) houdt zich bezig met alle belangrijke aangelegenheden betreffende het marinebeleid. De raad dient zo mogelijke iedere week, doch minstens eenmaal per veertien dagen bijeen te komen. Op 12 september 1945 had reeds een eerste constitutionerende vergadering van de raad plaats. De voorzitter van de AR is de minister van Marine. Voorts bestaat zij uit hoge militairen zoals de chef van de Marinestaf, de chef Materieel en de chef Personeel. In de loop der jaren breidt het aantal leden fors uit met onder meer enkele topambtenaren, de staatssecretaris van marine en nog meer hoge militairen, zoals de vlagofficier Marine Luchtvaartdienst, de commandant van het Korps Mariniers en het hoofd van de Marine Voorlichtingsdienst. 

Als in de beginjaren zeventig de organisatie van het Ministerie van Defensie drastisch wordt gewijzigd, worden ook de samenstelling, taken en werkwijze van de AR aangepast. De politieke vertegenwoordiging verdwijnt uit de AR. Op 7 januari 1975 komt de AR in haar nieuwe samenstelling voor het eerst bijeen onder voorzitterschap van de bevelhebber der Zeestrijdkrachten, tevens chef van de Marinestaf. In 1975 wordt ten behoeve van de ‘nieuwe’ AR een voorzittershamer vervaardigd in de vorm van een breeuwhamer door timmerman der eerste klasse G. Scheer. In de hamer werd hout verwerkt afkomstig van een oude Bremerkogge en van Hr.Ms. Buffel.


1948: Korps Luchtwachtdienst

Vrijwilligers van het Korps Luchtwachtdienst op de uitkijk. Foto NIMH.Al voor de Tweede Wereldoorlog beschikt de Nederlandse krijgsmacht over vrijwilligers die vliegbewegingen in de gaten houden. In 1921 worden zij verenigd in het Vrijwillig Landstormkorps Luchtwacht. Bij de Duitse aanval in 1940 geven de vrijwilligers zo’n 16.000 meldingen door, waarvan een deel gewoon op de radio kan worden beluisterd. Ook na de oorlog zijn vrijwilligers welkom, met name voor de waarneming van laagvliegende toestellen die niet door de radarstations kunnen worden opgepikt.
In 1948 wordt dan ook het Korps Luchtwachtdienst (KLD) opgericht. Naast waarnemingen van laagvliegende toestellen, geeft het KLD informatie over de lokale situatie en het weer. Het gros van het KLD bestaat uit vrijwilligers die onder een relatief kleine staf werken. Er zijn aanvankelijk acht luchtwachtgroepen: Deventer, Amersfoort, Breda, Alkmaar, Rotterdam, Leeuwarden, Groningen en Eindhoven. 
Door de voortschrijdende techniek op het gebied van luchtruimwaarneming worden de diensten van het Korps op den duur overbodig. Op 1 juni 1968 worden de laatste twee nog functionerende luchtwachtgroepen in Leeuwarden en Alkmaar ontbonden en houdt het KLD op te bestaan.


15 april 1948: oprichting van de Nationale Reserve

Een wervingsposter voor de Nationale Reserve uit 1954. NIMH.De Nationale Reserve bestaat uit vrijwilligers en krijgt als voornaamste taak de bewaking en bescherming van objecten in ons land. De concrete aanleiding voor de oprichting is dat het kabinet, gezien de dreigende internationale situatie, een communistische machtsgreep in ons land voor mogelijk houdt (terwijl het merendeel van de troepen in Nederlands-Indië verblijft). In de tweede plaats wil het kabinet de verschillende paramilitaire, rechts-autoritaire organisaties in ons land, zoals bijvoorbeeld de Bijzonder Vrijwillige Landstorm en de Vereniging Volksweerbaarheid, onderbrengen in één landelijke en door de overheid gecontroleerde organisatie. De aanmelding van vrijwilligers valt echter tegen, terwijl veel onduidelijkheid blijft bestaan over de precieze taak en organisatie van de reserve.


18 juni 1948: de luchtmachtvlag

De vlag van de luchtmacht. NIMH.Op 18 juni 1948 is bij Koninklijk Besluit bepaald dat het Wapen der Militaire Luchtvaart voortaan een luchtmachtvlag mag voeren. De presentatie van de vlag vindt plaats bij de viering van het 35-jarig bestaan van de Militaire Luchtvaart. Op 1 juli 1948 wordt de luchtmachtvlag officieel uitgereikt tijdens een plechtigheid op het Binnenhof in Den Haag. In het bijzijn van prinses-regentes Juliana wordt de vlag voor de eerste maal gehesen, onder de tonen van het Wilhelmus. De luchtmachtvlag, waarop het ordeteken van Ridder der vierde klasse der Militaire Willemsorde staat afgebeeld, zal in ongewijzigde vorm bijna achttien jaar op alle luchtmachtonderdelen worden gevoerd.


27 juni 1948: introductie van de straaljager

Een Gloster Meteor F. Mk.4, de eerste straaljager van de luchtmacht. Foto. NIMHAl snel na de Tweede Wereldoorlog, op 27 juni 1948, doet het straalvliegtuig zijn intrede bij de luchtmacht. Op die dag arriveert de eerste van 61 Gloster Meteors F.Mk.4 op de Vliegbasis Twenthe. Dat de nieuwste aanwinst over voor die tijd revolutionaire vliegtechnische capaciteiten beschikt, bewijst Majoor J. Flinterman in augustus 1949. Eerst weet hij het hoogterecord op 14.821 meter te brengen en daarna het snelheidsrecord voor Nederlandse vliegtuigen op 953,1 kilometer per uur. 
Om de opbouw van de tactische luchtstrijdkrachten na de Tweede Wereldoorlog een krachtige impuls te geven stelden de Amerikanen via een uitgebreid militair hulpprogramma -het MDAP (Mutual Defence Assistance Program)- grote aantallen straalvliegtuigen ter beschikking van de luchtmacht. Tussen 1948 en 1951 worden op de bases Leeuwarden, Soesterberg en Twenthe zes dagjagerssquadrons opgericht. Elk squadron wordt uitgerust met 25 Meteors. 
Vanaf 1949 wordt de verbeterde Meteor Mk. 8-variant in licentie geproduceerd in Nederland en België. Deze order zorgt voor een snel herstel van de vliegtuigbouw in Nederland. Op 6 april 1954 worden de laatste twee Meteors Mk.8 door Fokker aan de Belgische en Nederlandse luchtmacht overgedragen. Deze beide landen zijn dan al bezig met de productie van de opvolger, de van pijlvormige vleugels en staartvlakken voorziene Hawker Hunter-onderscheppingsjager.


4 april 1949: oprichting van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO)

Oprichtingsvergadering van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) in Washington.De oprichting van de NAVO is onder andere een reactie op de door de Russen ingezette blokkade van West-Berlijn. Met deze poging van Rusland het vrije door de Westelijke geallieerden bezette West-Berlijn bij Oost-Duitsland te voegen, wordt de toch al koele verstandhouding tussen de voormalige bondgenoten tegen nazi-Duitsland omgezet in wat daarna bekend zal komen te staan als de Koude Oorlog. Nederland behoort tot de twaalf lidstaten van het eerste uur die zich te Ishington aaneensloten om gezamenlijk weerstand te bieden aan grensoverschrijdende agressie en bedreigingen van de vrede, zoals de Russische communistische expansie. Naast Nederland zijn lid, de Verenigde Staten, Canada, België, Denemarken, Frankrijk, IJsland, Italië, Luxemburg, Noorwegen, Portugal en Groot-Brittannië. Op 15 januari 1955 zal ook de Bondsrepubliek Duitsland toetreden. Op 14 mei van datzelfde jaar richten de Sovjetunie en vijf Oost-Europese landen het Warschaupact op waarmee een communistische militaire tegenhanger wordt gecreëerd. De NAVO heeft grote invloed op de organisatie en samenstelling van de strijdkrachten van de lidstaten.


15 Juni 1949: oprichting Luchtmachtraad

Bezoek van kroonprinses Beatrix en Prins Claus aan de Luchtmachtraad.Door de steeds belangrijkere plaats die de Militaire luchtvaart binnen de krijgsmacht inneemt, moet de organisatie worden aangepast. Naar voorbeeld van de Legerraad van de landmacht en de Admiraliteitsraad van de marine, wordt in 1949 een Luchtmachtraad (LUMARA) ingesteld. Voortaan worden hierin alle luchtmachtaangelegenheden besproken. De LUMARA krijgt ook als taak de politieke leiding te adviseren over de te volgen koers. Geleidelijk wordt het luchtmachtaandeel in de raad versterkt. De eerste stap daartoe volgt in 1950 als de top van de luchtmacht wordt gereorganiseerd. Verdere reorganisatie volgt in de jaren zestig en zeventig. De bevelsorganisatie van toen gaat over naar een meer departementale organisatie. Vanaf halverwege jaren ’70 tot begin jaren ’80 gaat de topstructuur van defensie opnieuw op de schop. De krijgsmachtdeelraad gaat als managementteam optreden. In de jaren negentig komt de Luchtmachtraad onder eenhoofdige leiding te staan van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten.


1 maart 1950: oprichting Groep Lichte Vliegtuigen

Een Hiller H-23 Raven, het eerste helikoptertype van de Nederlandse krijgsmacht, eigendom de Groep Lichte Vliegtuigen. Foto. NIMH. Dit is een zelfstandig onderdeel dat na de oprichting van de Koninklijke Luchtmacht in 1953 onderdeel blijft uitmaken van de Koninklijke Landmacht. De vliegtuigen worden echter door de luchtmacht gevlogen en onderhouden. Het takenpakket van de GPLV bestaat onder anderen uit verkenning, het vervoer van gewonden, aan- en afvoer van proviand en materieel naar de grondtroepen, het onderhouden van verbindingen tussen de commandoposten en de soldaten te velde, het vervoeren van VIP’s en het verlenen van noodhulp bij calamiteiten. Begin 1953 bewijst de GPLV haar waarde tijdens de watersnoodramp in Zeeland (zie 1 februari 1953).


1 september 1950: totstandkoming van een nieuwe organisatie onder de Chef Luchtmachtstaf

Vlieger waarnemer C. Giebel, de eerste chef van de Luchtmachtstaf. Foto. NIMH.De nieuwe organisatie komt onder bevel van de Chef Luchtmachtstaf, een functie die op 1 maart 1947 is ingesteld. Dat was de eerste erkenning van de zelfstandige plaats voor de Luchtstrijdkrachten in de Nederlandse Krijgsmacht. De Chef Luchtmachtstaf valt direct onder de minister van Oorlog en is nevengeschikt aan de Chef van de Generale Staf en de Chef van de Marinestaf. De nieuwe organisatie bestaat uit vier commando’s, te weten het Commando Luchtverdediging, het Commando Luchtvaartopleidingen, het Commando Luchtvaarttroepen, het Commando Magazijnen en Werkplaatsen. Het laatste commando wordt een jaar later omgedoopt tot Commando Depots en Materieel Luchtmacht. In 1952 komt daar het commando Tactische Luchtstrijdkrachten (zie 1952) bij.


27 juni 1950: Legerplan 1950 en de wederopbouw van de KL

Via het Mutual Defense Assistance Program verworven Amerikaans radarmaterieel. Foto. NIMH.Het Legerplan 1950 vormt de blauwdruk voor de wederopbouw van de Koninklijke Landmacht, waarmee, nu de Indonesische kwestie is opgelost, een serieus begin gemaakt kan worden. Het plan voorziet in de invoering van de Amerikaanse organisatievorm en van Amerikaanse tactische instructies. Het betekent dat een geheel nieuwe vredesorganisatie van de landmacht dient te worden vastgesteld. Tal van nieuwe regimenten worden gecreëerd. De opbouw wordt voortvarend aangepakt.


15 oktober 1950: oprichting van het Nederlandse VN-detachement bestemd voor Korea

Een stervende Nederlandse militair wordt tijdens de gevechten op heuvel 975 in mei 1951 bijgestaan door een kameraad

Het communistische Noord-Korea is op 25 juni 1950 Zuid-Korea binnengevallen. De Verenigde Staten nemen het initiatief om – onder de vlag van de Verenigde Naties – de communistische aanval af te slaan en vragen de leden van de VN om troepen. De Nederlandse torpedobootjager Hr.Ms. Evertsen wordt naar Korea uitgezonden en daar ondergebracht bij de Amerikaanse 7th Fleet. Later volgen ook grondtroepen. Luitenant-kolonel M.P.A. den Ouden wordt de commandant van dit Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN). Het NDVN, dat veel Indië-veteranen in zijn gelederen telt, vertrekt op 26 oktober en arriveert in Zuid-Korea op 23 november 1950. Het wordt ingedeeld bij Amerikaanse eenheden en neemt intensief aan de soms zeer zware strijd deel. Pas in oktober 1954 keert het terug naar Nederland, nadat diverse malen een aanvullingsdetachement is gestuurd. In totaal dienen bijna 5.000 militairen in Korea. 125 van hen komen om.
B.C.M. Kester, H. Roozenbeek en O. Groot: Focus op Korea. De rol van de Nederlandse pers in de beeldvorming over de Korea-oorlog 1950-1953 
Zie ook het overzicht van internationale operaties elders op deze site


30 oktober 1951: oprichting van de Militaire Vrouwen Afdeling (MILVA)

Vrouwen van de MILVA aan het werk in een telefooncentrale in 1962 (Foto: NIMH).De landmacht krijgt een eigen vrouwenkorps dat onder bevel staat van reservemajoor A. Halbesma. Vrouwen kunnen op dit moment echter nog niet overgaan in beroepsdienst. Dat wordt mogelijk in 1954, waarmee de integratie van de vrouw in de landmacht een stap verder is gekomen. De oprichting van de MILVA kent een lange voorgeschiedenis. Op 20 december 1943 wordt het Vrijwillig Vrouwen Hulpkorps opgericht in Londen. In 1944 wordt het omgedoopt tot Vrouwen Hulpkorps (VHK) en in khaki-uniform gekleed. Het heeft als taak maatschappelijke hulp te verlenen aan de burgerbevolking in oorlogstijd. Vanaf november 1944 werken de VHK’ers in België, Noord-Brabant en Zeeland. Nog voor de bevrijding wordt het militair rangenstelsel bij het korps ingevoerd. De MILVA wordt in 1982 opgeheven. Een apart vrouwenkorps wordt ten gevolge van de toegenomen integratie van vrouwen in de landmacht niet langer nodig geacht.


1 november 1951: oprichting Luchtmachtvrouwenafdeling

Oefening van de Luchtmacht Vrouwenafdeling op Luva-kamp Zeist in 1955. Foto. NIMH. Nog voordat de luchtmacht in 1953 het predikaat Koninklijk verwerft en zich naast de Koninklijke Marine en de Koninklijke Landmacht als derde krijgsmachtdeel (zie 11 maart 1953) manifesteert, is er al sprake van een Luchtmachtvrouwenafdeling (Luva). Vanaf 1 november 1951 kunnen vrouwen als militair dienst nemen bij de luchtstrijdkrachten.
Sinds de beginjaren van de militaire luchtvaart verrichten vrouwen belangrijk werk in diverse disciplines en functiegebieden, zoals bij de gevechtsleiding, verkeersleiding en meteorologische dienst. Vanaf 1951 vinden bij de luchtmacht ingrijpende veranderingen plaats ten gunste van de vrouwelijke militairen. Niet alleen rechtspositioneel; de vrouwen komen ook voor meer functies in aanmerking. 
In 1978 krijgen vrouwelijke militairen de gelegenheid om beroepsmilitair te worden. De luchtmachtvrouwenafdeling gaat officieus op in de Koninklijke Luchtmacht. De officiële opheffing van de Luchtmachtvrouwenafdeling vindt plaats op 1 januari 1982. Vanaf dat moment is er sprake van een gelijke positie voor vrouwen en mannen binnen alle krijgsmachtdelen.
Meta Bison: Kroniek der Luchtmacht Vrouwenafdeling (Luva)


1952: oprichting van 1 Legerkorps

Opmars van Nederlandse gemotoriseerde eenheden tijdens de oefening 'Hold Fast' door de Duitse plaats Beckum. Het Eerste (NL) Legerkorps maakte tijdens die oefening deel uit van het Britse Rijnleger.Met de oprichting van de staf wordt een begin gemaakt met de organisatie van 1 Legerkorps (1 Lk). Het ligt in de bedoeling één parate divisie te formeren en vier mobilisabele. Dat blijkt te hoog gegrepen. Vanaf 1957 richt men zich op een minder omvangrijk korps en uiteindelijk ontstaat in de loop van de jaren zestig 1 Lk met twee parate divisies (1 en 4 divisie) en één mobilisabele (5 divisie).


1952: oprichting van het Commando Tactische Luchtstrijdkrachten

Het embleem van het Commando Tactische Luchtstrijdkrachten. NIMH.Tijdens de Koude Oorlog leveren de Nederlandse luchtstrijdkrachten binnen de NAVO een belangrijk aandeel in de verdediging van West-Europa tegen de strijdkrachten van het Warschau Pact. Alle wapensystemen, maar in het bijzonder de geleide wapens en de jachtvliegtuigen, worden hierbij ingezet. De oprichting van het Commando Tactische Luchtstrijdkrachten (CTL) in 1952 houdt verband met deze prominente rol van de luchtmacht. Binnen de NAVO wordt eveneens bepaald dat de tactische eenheden zullen gaan opereren in de Second Allied Tactical Air Force (2ATAF). De leerling-vliegers voor deze squadrons worden in de Verenigde Staten opgeleid.


1 januari 1953: begin Parate Marechaussee

Marechaussee in actie als verkeersregelaar tijdens de oefening Edelman/Whippet in Sennelager, Duitsland, december 1968 Op 1 januari 1953 wordt een Sectie Marechaussee in de Staf van het Eerste Legerkorps opgericht. Dit betekent een begin van een Marechausseebataljon bij het legerkorps (zie 1952). In 1954 is het 101ste Legerkorps Marechaussee Bataljon (101 MarBat) een feit. 101 MarBat maakt deel uit van de zogenaamde Parate Marechaussee. In tegenstelling tot de ‘gewone’ Marechausseebrigades in de Marechausseedivisies, de zogenaamde Territoriale Marechaussee, staat de Parate Marechaussee niet onder bevel van de Commandant Koninklijke Marechaussee, maar valt deze onder het bevel van de Commandant Eerste Legerkorps. De tot 101 MarBat behorende compagnieën (eskadrons) hebben als belangrijke taken verkeersdiensten te velde: escorte, wegbebakening en inrichten van verkeerscontroleposten.


1 februari 1953: de watersnoodramp

Marinepersoneel biedt hulp met kleine vaartuigen tijdens de watersnoodramp. Foto. NIMH.Door een stormvloed die in de nacht van 31 januari op 1 februari het water met orkaankracht opstuwt tot ruim vier en een halve meter boven NAP, komen grote delen van Zeeland, West-Brabant en Zuid-Holland na dijkdoorbraken onder water te staan. De natuurramp kost 1835 mensen het leven. 
De Luchtmacht en de Marine Luchtvaartdienst zetten vliegtuigen en helikopters in om onder meer overlevenden te evacueren, hulpgoederen in de getroffen gebieden te vervoeren. Vlieghulp komt eveneens van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Denemarken, Canada en Italië. Daarnaast worden mijnenvegers, sleepboten en ander marinematerieel en personeel ingezet. De landmacht zet 15.000 militairen in om de gevolgen van de watersnoodramp op te vangen. Hun werkzaamheden bestaan uit het dichten en versterken van de dijken, het redden en evacueren van mensen en vee, het herstellen van wegen en het bergen van de slachtoffers. Acht landmacht-militairen komen hierbij om. Om een herhaling van de watersnoodramp te voorkomen, worden aan de Zeeuwse en Hollandse kust de dijken verhoogd en andere waterbouwkundige projecten uitgevoerd. Al deze kostbare verbeteringen van de kustbescherming worden samengebracht onder één noemer: de Delta-werken. Het volledig uitvoeren van de Delta-werken neemt bijna een halve eeuw in beslag. 
Adri P. van Vliet en Willem J.J. Geneste: Operatie Noach. De hulpverlening door de Koninklijke Marine en de watersnoodramp van 1953


11 maart 1953: oprichting Koninklijke Luchtmacht

Majoor J.L. Bosch leest het Koninklijk Besluit no. 18 voor, waarbij de luchtmacht het predikaat koninklijk krijgt en een zelfstandig krijgsmachtdeel wordt. Foto. NIMH.De Koninklijke Luchtmacht (KLu) wordt een zelfstandig krijgsmachtonderdeel. Tot dit jaar behoorde de luchtmacht tot de landmacht onder de naam Nederlandse Militaire Luchtvaart. Reeds in 1947 was een afzonderlijke Luchtmachtstaf geformeerd. De voorbereiding voor een zelfstandige luchtmacht komt eind jaren veertig in een stroomversnelling. Oorzaak is vooral de communistische expansie vanuit Oost-Europa. Daarnaast was tijdens de Tweede Wereldoorlog overtuigend aangetoond dat het luchtwapen ook zelfstandig kon opereren. Bovendien hebben belangrijke NAVO-partners als Groot-Brittannië al langer zelfstandige luchtmachten. Het belang van een organisatorische gelijkvormigheid binnen de NAVO is dan ook een belangrijk argument voor een zelfstandige luchtmacht in Nederland.
De bekroning van het proces naar zelfstandigheid vindt plaats op 27 maart 1953, vooruitlopend op het veertigjarige jubileum van de militaire luchtvaart in Nederland. Bij Koninklijk Besluit van 11 maart 1953 verleent Hare Majesteit Koningin Juliana de militaire luchtvaart het predikaat ‘Koninklijk’ en de ‘zolang begeerde en gewenste zelfstandigheid’. De plechtigheden ter gelegenheid van dit besluit vinden plaats op de vliegbasis Soesterberg, in het bijzijn van luchtvaartpioniers als kolonel-vlieger b.d. Willem Versteegh, Marinus van Meel, dr. Albert Plesman en Piet van der Griend. Prins Bernhard wordt als Inspecteur-Generaal van het nieuwe krijgsmachtdeel benoemd. Naast een defilé van 1.500 luchtmacht-militairen vliegen verschillende formaties over: 25 Harvard-toestellen van de vliegbasis Gilze-Rijen, 25 Thunderjets van de vliegbases Volkel en Eindhoven en 25 Meteors uit Soesterberg en Leeuwarden.


6 februari 1954: Takenbesluit Koninklijke Marechaussee

Een marechaussee regelt het verkeer in Den Haag, 1954. Foto. NIMH.De taken van de marechaussee, buiten de taken voor de krijgsmacht, zijn vastgelegd in het ‘Takenbesluit Koninklijke Marechaussee’. In de Politiewet van 1957 wordt alleen over de Marechaussee gesproken in het zogenaamde bijstandartikel 47. Dit artikel regelt de bijstandverlening aan gemeente- en rijkspolitie. Sinds de invoering van de Politiewet 1993 heeft de Koninklijke Marechaussee weer een vaste plaats ingenomen in het politiebestel.


2 juli 1954: symbolische opening van de nieuwe marinehaven in Den Helder

De aanleg van de Nieuwe Haven. Foto 1957. NIMH.Tot de bouw van een nieuwe marinehaven in Den Helder werd besloten in 1949. Het nieuwe havencomplex werd geprojecteerd op een stuk wad ten oosten van de oude haven. Het omvat een zwaaikom van 580 meter breed en vijftien landingspieren langs de kaden. De haveningang krijgt een breedte van driehonderd meter. Het nieuwe haventerrein wordt door twee bruggen verbonden met de vaste wal. 

Het westelijk deel van de rijkszeehaven Het Nieuwe Diep wordt symbolisch geopend door het stukvaren van een over de havenmond gespannen lint door Hr.Ms. vliegkampschip Karel Doorman (zie 28 mei 1958 hieronder). In deze nieuwe marinehaven kunnen alle marineschepen een ligplaats in Den Helder krijgen. De Karel Doorman was voor het eerst in Den Helder en hoefde voortaan niet meer in de Maas op de boeien te liggen. In 1958 was de bouw van de marinehaven voltooid.


7 juli 1956: Nederlandse militairen nemen deel aan UNTSO

Een Nederlandse militair bemiddelt bij de overdracht van een weggelopen kameel bij de Israëlisch-Jordaanse bestandslijn, 1960. Foto. NIMH.Sinds 1948 is de United Nations Truce Supervision Organisation (UNTSO) in het Midden-Oosten actief. Het is een waarnemingsmissie van de Verenigde Naties die toezicht houdt op de naleving van het bestand tussen Israël en zijn buurlanden dat op 11 juni 1948 is gesloten. Nederlandse officieren gaan nu deel uitmaken van de waarnemingsteams. Tussen 1965 en 1995 zijn jaarlijks 15 Nederlandse militairen actief.
Zie ook het overzicht van internationale operaties elders op deze site


28 mei 1958: tweede indienststelling vliegkampschip Hr. Ms. Karel Doorman

Hr.Ms. Karel Doorman II. Foto. NIMH.Precies tien jaar na de overname van het vliegkampschip (ex-Venerable 1945-1948) van de Britse marine, wordt Hr.Ms. Karel Doorman opnieuw in dienst gesteld. Ditmaal is aan de indienststelling een langdurige periode van modernisering voorafgegaan. Deze in 1955 begonnen verbouwing wordt uitgevoerd door de werf Wilton Fijenoord te Schiedam. De vernieuwde Karel Doorman wordt de kern van de Nederlandse vloot en het mobiele ‘vliegveld' voor de Seahawk straaljagers, Avenger anti-onderzeebootvliegtuigen en Sikorsky-helikopters. 


19 mei 1959: instelling van het Ministerie van Defensie

Het gebouw van het Ministerie van Defensie aan het Plein in Den Haag. Foto. NIMH. Door de samenvoeging van het Ministerie van Oorlog en dat van Marine ontstaat het Ministerie van Defensie. Van 1928 tot 1941 zijn beide ministeries eveneens in één ministerie samengebracht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden ze weer gesplitst. Vanaf 1949 vallen de beide ministeries onder dezelfde minister, die vanaf 1956 minister van Defensie wordt genoemd, doch de departementen blijven nog gescheiden tot 1959.


1 november 1959: introductie geleide wapens

Nike Hercules projectielen, die nog tot 1988 in gebruik waren bij de luchtmacht. Foto. NIMH. De elektronisch bestuurde luchtdoelraket (geleide wapen) doet zijn intrede bij de Koninklijke Luchtmacht. De eerste Groep Geleide Wapens wordt geformeerd, die bestaat uit vier squadrons. In de jaren daarna worden nog vier groepen geleide wapens opgericht.
Vanaf 1960 tot 1995 vormen geleide wapens de eerste linie tegen mogelijke luchtaanvallen vanuit Oost-Europa. Duizenden luchtmachtmilitairen zijn gestationeerd in West-Duitsland als onderdeel van de luchtverdediginglinie die van de Oostzee tot Zwitserland loopt. Uitgerust met geleide raketten, Nikes, Hawks en later Patriots, worden zij in staat geacht om een grootscheepse verrassingsaanval af te weren. Binnen vijf minuten moest een raket kunnen worden afgevuurd, 24 uur per dag, 7 dagen per week. Op deze ijzeren regel is geen uitzondering mogelijk. De Nederlandse militairen wonen in West-Duitsland, de beroepsmilitairen met hun gezin in een Nederlandse woongemeenschap en de dienstplichtigen op de kazerne. De Groepen Geleide Wapens oefenen jaarlijks, onder meer op de NAMFI Range (NATO Missile Firing Installations) op Kreta in het kader van de Annual Service Practice. Tijdens deze oefening worden live raketten afgevuurd.
Rinus Nederlof: Blazing Skies. De Groepen Geleidewapens van de Koninklijke Luchtmacht in Duitsland, 1960-1995


1960: de eerste kernwapens arriveren in Nederland

Een oefening met Honest John-rakketten met kernkoppen. Foto. NIMHDe eerste kernwapens (kernkoppen) in ons land zijn bestemd voor de Honest John. Dit is een niet-geleide raket met een kaliber van 762 mm met een bereik van 30 kilometer. 109 Afdeling Veldartillerie in de Legerplaats bij ’t Harde wordt als eerste uitgerust met de kernwapens. Kort daarna volgt 119 Afdeling Veldartillerie in Steenwijkerwold. De invoering van kernwapens ligt in het verlengde van de NAVO-strategie van ‘massale vergelding’ (massive retaliation), waartoe al op 16 december 1957 is besloten en die onder meer leidt tot de stationering van kernwapens in Europa.


14 april 1960: troepen naar Nieuw-Guinea

De bemanning van Squadron 7 te Biak, Nieuw Guinea. Foto 1955. NIMH.Bij de soevereiniteitsoverdracht (zie 27 december 1949 - 1945-1949 Nederlands Indië) aan Indonesië in 1949 heeft Nederland een voorbehoud gemaakt ten aanzien van Nieuw-Guinea. Dat blijft in Nederlandse handen. Indonesië beschouwt het gebied echter als een integraal onderdeel van het land en eist het op. Indonesische troepen ondernemen infiltratiepogingen in Nieuw-Guinea. Nederland besluit vanaf 1958 landmacht-, en luchtmachteenheden te sturen ter verdediging van de kolonie (de marine was al aanwezig in het gebied). Via een door de KLM georganiseerde luchtbrug worden militairen en mariniers vanuit Nederland en de Nederlandse Antillen naar Nieuw-Guinea overgebracht. Het komt tot een aantal gewapende confrontaties. Uiteindelijk zal het gebied in 1962 (zie 15 augustus 1962) – via een periode van tussenbestuur door de Verenigde Naties – worden overgedragen aan Indonesië. In totaal hebben 35.000 landmacht-militairen in Nieuw-Guinea gediend en 1400 mariniers. 11 militairen zijn omgekomen.


1961: mechanisering en motorisering van de KL

Productielijn van AMX-tanks. Foto. NIMH. Met de aanschaf van de AMX (een Frans pantserrupsvoertuig) en de YP 408 (een Nederlands pantserwielvoertuig, geproduceerd door DAF) betreedt de landmacht een nieuw tijdperk waarin de mechanisering en motorisering (het respectievelijk ‘op rups’ en ‘op wiel’ zetten van de landmacht) een hoge vlucht gaan nemen. Allerlei wapens en diensten krijgen nieuw, technisch veel gecompliceerder materieel. Dit brengt enorme veranderingen te weeg in het werk en in de arbeidsomstandigheden in de landmacht. De nadruk komt meer dan ooit op techniek te liggen. De landmacht krijgt steeds meer behoefte aan technisch specialisten.


15 augustus 1962: beëindiging van de vijandelijkheden in Nieuw-Guinea

Hr.Ms. L 9609 te Manokwari, Nieuw Guinea. Bij overdracht van Nieuw-Guinea aan de Verenigde Naties vertrok dit landingsvaartuig, dat kleiner was dan een coaster, over volle zee naar Panama. Foto. NIMH. Door het sluiten van een overeenkomst te New York tussen de Nederlandse regering en de regering van de Republiek Indonesia wordt een massaal treffen tussen de strijdkrachten van beide partijen voorkomen. Het bestuur over Nederlands Nieuw Guinea (zie 14 april 1960) wordt opgedragen aan UNTEA (United Nations Temporary Executive Authority). Tot teleurstelling van Nederland dragen de Verenigde Naties het gebied op 1 mei 1963 over aan Indonesië.


12 december 1962: introductie Starfighter

Twee Lockheed F-104 G Starfighters en twee T-4 Phantom van de US Air Force. Foto. NIMH.Op 12 december 1962 worden bij Fokker de eerste twee Lockheed F-104G Starfighters aan de Koninklijke Luchtmacht overgedragen. De Starfighter is het eerste jachtvliegtuig dat twee keer de snelheid van het geluid kan bereiken. Het toestel, ook wel 'bemande raket' genoemd, is een bij uitstek multifunctioneel gevechtsvliegtuig: het kan worden ingezet voor de luchtverdediging, steun aan grondtroepen, aanvallen op scheepsdoelen en fotoverkenning. De Nederlandse vliegers noemen het toestel 'een engel met heimwee' vanwege zijn enorme stijgvermogen.


1963: Nederlandse troepen in Duitsland gelegerd

Een oefening van Nederlandse troepen in Duitsland met helikopters. Foto. NIMH. In het kader van de bondgenootschappelijke verdediging worden landmacht-troepen permanent in Noord-Duitsland gelegerd. Het gaat om 41 Pantserbrigade die in Seedorf wordt gehuisvest, oostelijk van de rivier de Weser tussen Bremen en Hamburg. Deze legering heeft als doel de ‘voorwaartse verdediging’ effectiever te kunnen uitvoeren. Die strategie houdt in dat de verdediging zo dicht mogelijk bij het ‘ijzeren gordijn’ gevoerd wordt. In ruil zullen militairen van de Duitse luchtmacht in het Brabantse Budel worden gelegerd.


19 mei 1965: uitreiking van het vaandel aan de Koninklijke Luchtmacht

Koningin Juliana draagt het vaandel over aan de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten, Luitenant-generaal A.B. Wolff. Foto. NIMH.H.M. Koningin Juliana reikt het vaandel uit aan de luchtmacht op vliegbasis Soesterberg in het bijzijn van prins Bernhard in de hoedanigheid van Inspecteur-Generaal van de luchtmacht. Aan het vaandel werd de in 1940 toegekende dapperheidsonderscheiding van Ridder 4e klasse der Militaire Willemsorde gehecht. Naast een gekroonde ‘J’ en ‘Koninklijke Luchtmacht’ staan een aantal wapenfeiten uit de Nederlandse en Nederlands-Indische militaire luchtvaart uit de Tweede Wereldoorlog vermeld.


14 juni 1966: ‘Telegraafrellen’

Naar aanleiding van de ‘Telegraafrellen’ wordt de uitrusting van de marechaussees uitgebreid met een bijstandhelm, lange wapenstok en schild. Foto. NIMH.In de vroege ochtend van 14 juni 1966 laat de Commandant Koninklijke Marechaussee, brigadegeneraal H.J. Amelink, een waarschuwingsbericht uitgaan naar de commandant van de 2e Divisie Koninklijke Marechaussee, kolonel L. Strabbing: “Reken op bijstand te Amsterdam”. De voorafgaande avond had een protestdemonstratie plaats van bouwvakkers die ontevreden waren over de kortingen die bij de verzilvering van vakantiebonnen door de vakbonden werden toegepast. Tijdens die demonstatie was één van hen ten gevolge van een hartaanval overleden. Dezelfde avond en nacht gonst het echter van de geruchten dat deze bouwvakker is omgekomen door politiegeweld. Als De Telegraaf als enige krant in haar ochtendeditie meldt dat de bouwvakker waarschijnlijk een natuurlijke dood is gestorven slaat de vlam in de pan. Zo’n vijf duizend man, naast bouwvakkers en provo’s vooral ‘nozems’, halen eerst verhaal bij De Telegraaf, waarna het geweld zich verplaatst naar de Dam en het Damrak. De burgemeester van Amsterdam, mr. G. van Hall, richt een vordering tot het verlenen van bijstand rechtstreeks tot de desbetreffende divisiecommandant van de Marechaussee. In de middag van 16 juni bedraagt het totaal aantal marechaussees dat bijstand verleent zo’n 800 man. Tussen 14 en 16 juni vinden 17 ‘dienstongevallen’ plaats bij de Marechaussee. Nadat de marechaussees zijn uitgerust met de lange wapenstok en het rotan schild vallen er bij de Marechaussee geen gewonden meer. Op 24 juni kan door de bevoegde autoriteiten worden besloten om de te Amsterdam aanwezige sterkte Marechausseepersoneel tot de helft terug te brengen Ingevolge een besluit van de ministerraad wordt met ingang van 2 juli de effectieve sterkte teruggebracht tot 180 man. Een jaar na dato levert de Koninklijke Marechaussee nog steeds bijstand aan de gemeentepolitie te Amsterdam Tenslotte beslist de regering eind 1967 dat een detachement van 120 marechaussees tot 1 januari 1971 bijstand verleent aan de Amsterdamse gemeentepolitie. Daartoe wordt de brigade Amsterdam-bijstand in het leven geroepen. 


4 augustus 1966: Vereniging van Dienstplichtige Militairen (VVDM) opgericht

VVDM-leden demonstreren in 1980 op het binnenhof in Den Haag tegen de kabinetsvoorstellen tot weddeverlaging, onder meevoering van een spandoek met de tekst Soldaat H. Oosterbeek richt op de Elias Beekmankazerne in Ede de VVDM op als vakbond van dienstplichtige militairen. De vereniging groeit snel en telt binnen vier jaar al 20.000 leden. Zij ontwikkelt zich tot een lastige en kritische gesprekspartner van de minister. De VVDM voert geruchtmakende acties voor bijvoorbeeld de vrije haardracht en de afschaffing van de groetplicht.


14 december 1967: instelling van Standing Naval Force Atlantic

STANAVORLANT varend in formatie. Foto. NIMH.Het NAVO-bondgenootschap is opgericht om ondubbelzinnig duidelijk te maken dat de westelijke democratieën bereid zijn gezamenlijk hun vrijheid en leefwijze te verdedigen tegen mogelijke agressie of geweld van buiten het bondgenootschap. Om die boodschap inhoud te geven worden militaire samenwerkingsverbanden aangegaan zowel ter land als ter zee. STANAVFORLANT, onder commando van de NAVO-Supreme Allied Commander Atlantic, is zo'n samenwerkingsverband ter zee dat al oefenend aan beide zijden van de Atlantische Oceaan de bereidheid van de bondgenoten tot gezamenlijk optreden demonstreert. Hr.Ms. onderzeebootjager Holland maakt als eerste Nederlandse oorlogsbodem deel uit van dit NAVO-smaldeel. Andere deelnemende schepen van het eerste uur: HMCS Columbia (Canada), HMS Leander (Groot-Brittannië), USS Hammerberg (VS), alle jagers.


1968: Leopard-tank wordt aangeschaft

Een Leopard 1 gevechtstank tijdens de voorstelling aan de Nederlandse pers. Foto. NIMH.De Legerraad besluit de Duitse Leopard-tank aan te schaffen ter vervanging van de Centurion. Het is een snelle en tamelijk lichte (39,5 ton) tank die voorzien is van een 105 mm kanon met een bereik van 2.000 meter. De Legerraad acht de tank bij uitstek geschikt voor oorlogvoering in de Noord-Duitse laagvlakte. In totaal worden 415 Leopards aangeschaft. De invoering van de NAVO-strategie van flexibele response betekent dat de conventionele (niet-nucleaire) bewapening weer in het middelpunt van de belangstelling komt te staan. In dit opzicht is de situatie bij de landmacht niet florissant. Er is een grote achterstand in de aanschaf van modern materieel, maar geld voor de aankoop ervan is er niet.


1 juli 1969: de Koninklijke Marechaussee komt rechtstreeks onder de minister van Defensie

Generaal-majoor H.J. Amelink, Commandant Koninklijke Marechaussee van 1 november 1965 tot 1 mei 1971.Tot 1969 maakt de marechaussee volledig deel uit van de Koninklijke Landmacht, maar met ingang van 1 juli 1969 wordt de Commandant Koninklijke Marechaussee rechtstreeks onder de minister van Defensie gesteld. Op 1 januari 1970 treedt een eigen begroting voor de uitoefening van de politietaken in werking. In 1972 is de Marechaussee in financieel opzicht volledig gelijkgesteld met de landmacht, de luchtmacht en de marine. Vanaf 1992 wordt de marechaussee een zelfstandig dienstonderdeel, vanaf 1998 zelfstandig krijgsmachtdeel.


2 juni 1973: het eerste geleidewapenfregat te Vlissingen te water gelaten en Tromp gedoopt door prinses Beatrix

Hr.Ms. Tromp. Foto. NIMH.De door de N.V. Koninklijke Maatschappij ‘de Schelde’ gebouwde Tromp wijkt in verschillende opzichten af van de op dat moment bij de KM in gebruik zijnde fregatten. Zo bezit het nieuwe geleidewapenfregat gasturbinevoortstuwing en een driedimensionaal radarsysteem dat is ondergebracht in een opvallende metershoge bol. Door die merkwaardige grote gladde bol krijgt de Tromp spoedig de bijnaam Kojak, een populaire Amerikaanse televisieheld die destijds als kale detective furore maakte. Alleen de Tromp en het ongeveer negen maanden later te water gelaten zusterschip de De Ruyter worden uitgerust met deze zo karakteristieke bol.


25 november 1975: Troepenmacht in Suriname opgeheven

Overdracht van het vaandel van de op 25 november 1975 opgeheven Troepenmacht in Suriname (TRIS) door de vaandeldrager van de eenheid aan de laatste commandant, kolonel M.G. Woerlee, alvorens deze het aan het Legermuseum zal overdragen. Foto. NIMH.Met het uitroepen van de onafhankelijkheid van Suriname wordt de Troepenmacht in Suriname (TRIS) opgeheven. De nieuwe Surinaamse Krijgsmacht neemt het materieel en de gebouwen over. De TRIS, 1.100 man sterk was vanaf 1957 het onderdeel van de Koninklijke Landmacht dat belast is met de verdediging van Suriname.


23 mei 1977: treinkaping bij De Punt

Een Augusta Bell vetrekt naar De Punt en Wijster. Foto. NIMHOp deze datum gijzelen negen Molukse kapers 94 passagiers in de Intercity van Assen naar Groningen. Naarmate de treinkaping voortduurt, wordt de kans op een vreedzame oplossing steeds kleiner. De regering neigt daarom naar het inzetten van militaire middelen, omdat zij bang is dat er gijzelaars zullen worden geëxecuteerd. Politie, Bijzondere Bijstand-eenheden en krijgsmacht buigen zich gezamenlijk over een verrassingsactie. Omdat de trein in een nauwelijks beschutte omgeving staat, is het bijzonder moeilijk om de gijzelaars te overrompelen. Bij het uitdenken van de operatie krijgen de planners het idee om straaljagers in te zetten. In de vroege ochtend van 11 juni scheren een aantal F-104 Starfighters van het 322 Squadron meerdere malen laag over de trein, met hun naverbrander aan. Het enorme lawaai zorgt even voor verwarring bij de Molukse kapers. Van die verwarring wordt door mariniers gebruik gemaakt om de trein te bestormen en de gijzelaars te bevrijden.


1978: Lance-raket wordt nucleair

Een nucleaire Lance-raket. Foto. NIMH.Het kabinet Van Agt besluit de reeds in 1974 aangeschafte niet-nucleaire Lance-raket nucleair te stellen ondanks veel verzet daartegen. Het kabinet deelt de mening van de NAVO dat 1 Legerkorps (zie 1952) over een vernieuwde nucleaire raket moet kunnen beschikken. De Lance is een zelf-geleide raket met een dracht van 100 kilometer. Hij is de opvolger van de inmiddels verouderde Honest John (zie 1960). 129 Afdeling Veldartillerie wordt met de Lance-raket uitgerust.


14 maart 1979: Nederlandse troepen in Libanon voor vredeshandhaving

De commandant van UNIFIL, generaal-majoor E.A. Erskine, bezoekt 28 maart 1979 een 120 mm mortieropstelling van Dutchbatt.Militairen van 44 Pantserinfanteriebataljon ‘Johan Willem Friso’ uit Zuidlaren nemen deel aan de VN-vredesmacht United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL) in Libanon. Dutchbatt (circa 800 militairen) krijgt tot taak vrede en veiligheid in het gebied tussen Tyrus (waar de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie het voor het zeggen heeft) en in dew grensstreek met Israël (waar de christelijke militie van de door Israël gesteunde majoor S. Haddad de macht uitoefent) te handhaven en het gezag van de Libanese regering te helpen herwinnen. Eind 1983 trok Nederland Dutchbatt terug. Één compagnie, Dutchcoy, bleef nog tot 25 oktober 1985. In totaal hebben er 8.000 landmacht-militairen dienst gedaan in Libanon.
Zie ook het overzicht van internationale operaties elders op deze site


6 juni 1979: introductie F-16

Nederlandse en Belgische F-16’s op de Italiaanse basis Villafranca in het kader van operatie Deny Flight. Foto. NIMHIn 1975 besluit de regering dat de F-16 de opvolger moest worden van de Starfighter (zie 12 december 1962). Hier is een lang besluitvormingsproces aan vooraf gegaan waarbij Nederland samen met diverse NAVO-partners overlegt over de beste keuze. Uiteindelijk wordt gekozen voor de General Dynamics F-16, omdat deze uit het oogpunt van operationele kwaliteit en programmakosten de voordeligste is. De F-16 is een snel inzetbaar en flexibel jachtvliegtuig, dat zowel voor luchtverdedigingstaken als voor het ondersteunen van landstrijdkrachten kan worden ingezet. De eerste bestelling bestaat uit 102 F-16’s. In de jaren daarna wordt dit aantal uitgebreid tot 213, omdat wordt besloten dat de F-16 tevens de Northrop NF-5 zal vervangen. 
Vanaf halverwege jaren ´90 krijgen de F-16´s een grootschalige ´opknapbeurt´, de Mid Life Update. Deze modificatie is nodig om de toestellen optimaal te kunnen laten functioneren in de jaren daarna. De belangrijkste verbeteringen in het kader van het MLU-programma zijn de nieuwe centrale boordcomputer, de aangepaste cockpit, het nieuwe radarsysteem en de aanpassing van de bewapening. Ook beschikt het opgewaardeerde toestel over een nieuw vliegtuigidentificatiesysteem en een systeem om (doel)informatie tussen vliegtuigen onderling te kunnen uitwisselen. Al deze verbeteringen maken het mogelijk dat de F-16 ook ´s nachts en onder slechte weersomstandigheden optimaal kan functioneren. 


12 december 1979: NAVO-dubbelbesluit

Zitting van de NAVO inzake het dubbelbesluit van de verdragsorganisatie. Foto. NIMH. De NAVO besluit tot de stationering van 572 Amerikaanse middellangeafstandsraketten met een enkelvoudige kernlading in Europa als antwoord op de stationering van SS-20 raketten door de Sovjetunie. Tegelijkertijd, dat is de andere kant van het NAVO-dubbelbesluit, zal de Sovjetunie het aanbod krijgen over een beperking van deze categorie wapens onderhandelingen te beginnen. In Nederland is veel verzet tegen de voorgenomen plaatsing van 48 kruisvluchtwapens op zijn grondgebied. De twee achtereenvolgende kabinetten-Van Agt stellen het besluit hierover steeds uit. Uiteindelijk besluit het kabinet-Lubbers op 1 november 1985 in principe tot plaatsing. De kruisvluchtwapens zullen worden gestationeerd op de vliegbasis Woensdrecht. De plaatsing gaat uiteindelijk niet door omdat op 7 december 1987 de Verenigde Staten en de Sovjetunie een verdrag sluiten over afschaffing van de middellangeafstandsraketten.


23 februari 1981: ontruiming Piersonstraat te Nijmegen

Bijstandverlening in de Piersonstraat en de Karregas in NijmegenOp 15 januari 1981 komt de gemeenteraad van Nijmegen tot het definitieve besluit om een parkeergarage in de Piersonstraat te bouwen. Om de bouw van deze parkeergarage te realiseren moeten negen ‘gekraakte’ woningen in de Piersonstraat en het zogenaamde pakhuis ‘De Eenhoorn’ in de Karregas gesloopt worden. De gemeente Nijmegen realiseert zich al snel dat het aanvankelijk geopperde idee van een optreden van alleen de gemeentepolitie niet uitvoerbaar is. Zij verzoekt de Koninklijke Marechaussee bijstand te leveren voor de verwachte ontruiming op 23 februari. Het gaat om speciale ontruimingseenheden en een algemene reserve ten behoeve van de gemeentepolitie. De ontruimingseenheden vormen het hoofdbestanddeel van de bijstand verlenende marechaussees. De operationeel commandant van de Marechaussee, overste H. van den Bout, de plaatsvervangend algemeen commandant, kapitein G. Beelen, drie eskadroncommandogroepen, 15 bijstandpelotons, de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (omschreven als Peloton Speciale Taak), een pantserwagenpeloton, 30 traangasschutters en acht motorrijders maken allen deel uit van de eenheden. De totale ontruimingsactie duurt viereneenhalf uur. De tegenstand (in totaal zo’n 900 man krakers en actievoerders) die men ondervindt is sterker dan ooit tevoren en grimmiger van aard. Loden kogeltjes en wiellagerkogels worden met een katapult afgeschoten, er worden molotovcocktails gebruikt en barricades worden versterkt met ‘tankgrachten’. Bij de acties raken 33 marechaussees gewond. Het Marechausseeoptreden ondervindt heftige kritiek.


28 mei 1983: indienststelling van het eerste Tripartite mijnenbestrijdingsvaartuig, Hr.Ms. Alkmaar

Hr.Ms. Alkmaar. Foto. NIMH.Het ontwerp van dit schip is voortgekomen uit de samenwerking tussen Frankrijk, België en Nederland in het Tripartite-project. In plaats van hout, het tot dan toe gebruikelijke bouwmateriaal voor mijnenvegers en -jagers, is dit nieuwe schip vervaardigd van kunststof (met glasvezel versterkt polyester).


9 november 1989: val van de Berlijnse Muur

Op 9 november 1989 viel de Berlijnse muur. Deze gebeurtenis wordt nog steeds beschouwd als het symbolisch einde van de Koude Oorlog. Niet alleen in de DDR, maar overal in Oost-Europa kwamen communistische regimes ten val.  Op 1 juli 1991 werd het Warschaupact opgeheven. De internationale politieke verhoudingen veranderden drastisch. Voor de krijgsmacht bracht dit ingrijpende veranderingen met zich mee.