NIMH | 1945-1949:van Nederlands-Indië naar Indonesië

Spring naar inhoud

Contact | Sitemap | FAQ | English |
Zoeken
Home » Geschiedenis » Tijdbalk » 1945-1949 Nederlands Indië
Gevechtsacties en inzet van mariniers tijdens de Eerste Politionele Actie. Foto. NIMH.

1945-1949: van Nederlands-Indië naar Indonesië

De jaren 1945-1949 stonden geheel in het teken van de Indonesische kwestie. Direct na de Japanse capitulatie hadden Soekarno en zijn nationalistische medestanders de onafhankelijke Republiek Indonesië uitgeroepen. Nederland erkende de Republiek niet en zette alles op alles om Nederlands-Indië te behouden. Het parlement en het overgrote deel van de bevolking steunden het kabinetsbeleid. Perioden van diplomatie en onderhandeling wisselden af met perioden van strijd. Uiteindelijk haalde Nederland onder zware druk van de Verenigde Staten en de Verenigde Naties bakzeil en kreeg Indonesië eind 1949 zijn onafhankelijkheid. De jaren in Indonesië waren zwaar, met name voor de landmacht. De militairen moesten veel langer dienen dan van tevoren was gedacht en de personele verliezen waren hoog. In verhouding tot de landmacht leverde de marine slechts een bescheiden bijdrage aan de dekolonisatieoorlog: assistentie bij grootscheepse landingen vormde een onderbreking van de routinematige kustbewaking en smokkelbestrijding.


17 augustus 1945: Proclamatie van de Republiek Indonesië

Proclamatie van de Republiek Indonesië door Soekarno. Foto. NIMH.Twee dagen na de capitulatie van Japan proclameren Soekarno en Hatta, de twee belangrijkste nationalistische leiders, de onafhankelijkheid van Indonesië. De nationalistische beweging dateert al van ver voor de Tweede Wereldoorlog, maar is door het koloniale bewind altijd onderdrukt. Tijdens de Japanse bezetting is het Indonesische streven naar onafhankelijkheid sterk gegroeid, terwijl de nederlaag van het KNIL in 1942 het Nederlandse prestige in inheemse ogen heeft verminderd.


24 februari 1946: De eerste Nederlandse oorlogsvrijwilligers arriveren op Java

Wervingsposter voor oorlogsvrijwilligers uit 1946. NIMH.Om het geweld in Indië te bedwingen en de koloniale orde te herstellen, stuurt Nederland bataljons Oorlogsvrijwilligers (OVW’ers) naar de kolonie. Zij zijn in 1944 en 1945 geworven, de meeste in de zuidelijke provincies van ons land, en eigenlijk bestemd voor inzet in Europa. Als de oorlog in Europa voorbij is besluit het kabinet ze naar Indië te sturen, aanvankelijk met de bedoeling om te strijden tegen de Japanners. Als ze in november 1945 op Brits Malakka aankomen is de strijd tegen Japan echter al voorbij. de Britse autoriteiten, die als gevolg van ontwikkelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog tijdelijk het gezag in Nederlands-Indië uitoefenen, geven voorlopig geen toestemming het land niet binnen te gaan in verband met de gespannen situatie. In totaal zullen 25.000 OVW’ers naar Indië gaan.


25 juli 1946: Malino-conferentie

Nederland stelt tijdens een conferentie in de plaats Malino op Celebes voor ‘deelstaten’ in te voeren. Het idee hiertoe is gelanceerd door de Luitenant Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië, dr. H.J. van Mook. Het houdt in dat Nederlands-Indië in de toekomst zelfstandig zal worden in de vorm van een federatie van verschillende ‘deelstaten’ (waarvan de Republiek van Soekarno c.s. (zie 17 augustus 1945) er één is) onder de naam ‘Verenigde Staten van Indonesië’. De nieuwe staat zal een onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden blijven met Koningin Wilhelmina als staatshoofd. De Republiek wil hier echter niets van weten. Soekarno wil eerst de volledige onafhankelijkheid van heel Indonesië realiseren in de vorm van een eenheidsstaat (geen federatie) alvorens na te denken over het behoud van een band met Nederland.


14 augustus 1946: Oprichting Korps Militaire Politie

Ter gelegenheid van de verjaardag van Prinses Juliana neemt het Korps Militaire Politie/Koninklijke Marechaussee met jeeps deel aan de parade, Batavia 30 april 1948.Ter ondersteuning en begeleiding van de Koninklijke Landmacht in Nederlands-Indië wordt op 14 augustus 1946 het Korps Militaire Politie opgericht, welke benaming spoedig wijzigt in Korps Militaire Politie/Koninklijke Marechaussee.


September 1946: Vertrek van 1 Divisie '7 December' naar Nederlands-Indië

Vertrek uit Nederland van het schip met aan boord 1 Divisie ‘7 December’ naar Nederlands-Indië. Foto. NIMH.Omdat het geweld in Indië niet kan worden bedwongen door het KNIL en met inzet van Nederlandse oorlogsvrijwilligers (zie 24 februari 1946) alleen, heeft het kabinet besloten dienstplichtigen te sturen. Nooit eerder zijn dienstplichtig militairen overzee gestuurd. De grondwet moet er voor worden gewijzigd. De naamgeving van de divisie, ‘7 December’, is een verwijzing naar de radiorede die Koningin Wilhelmina op 7 december 1942 heeft gehouden, waarin zij een hervorming van de koloniale verhouding tussen Nederland en Indië toezegde na afloop van de wereldoorlog. 1 Divisie (in Indië C-Divisie genoemd) wordt gestationeerd in West-Java. In totaal zullen 95.000 landmacht-dienstplichtigen naar Indië gaan.


15 november 1946: Akkoord van Linggadjati

Ondertekening van de concept-overeenkomst van Linggadjati door de Indonesische minister-president Sjahrir (links) en de voorzitter van de Nederlandse commissie-generaal prof. dr. W. Schermerhorn. Foto. NIMH.Het akkoord van Linggadjati voorziet in de erkenning door Nederland van de Republiek Indonesië op Java en Sumatra en bepaalt dat uiterlijk op 1 januari 1949 de ‘Verenigde Staten van Indonesië’ zullen worden opgericht die samen met Nederland in een unie verbonden zullen zijn. Het betekent dat Nederland in principe akkoord gaat met een geleidelijke en beperkte dekolonisatie. Beide partijen beloven hun troepensterkte te verminderen en te streven naar samenwerking op het gebied van defensie en legervorming. De onderhandelingen over de uitvoering van het akkoord mislukken echter en een politieke oplossing van het conflict verdwijnt daarmee uit het gezicht.


Juli 1947: Aankomst van 2 Divisie ‘Palmboom’ in Nederlands-Indië

Het embleem van 2 Divisie ‘Palmboom’. NIMH.Naast het KNIL, de Oorlogsvrijwilligers (zie 24 februari 1946) en de dienstplichtigen van 1 Divisie ‘7 December’ (zie september 1946) komt een tweede divisie van dienstplichtigen ter beschikking: de ‘Palmboom’-divisie, in Indië meestal D-Divisie genoemd. De standplaats is Midden-Java. De divisie is amper gearriveerd, of de militairen worden meteen ingezet voor een grote militaire actie.


21 juli 1947: Eerste Politionele Actie

Inzet van mariniers tijdens Operatie Product. Foto. NIMH.Na de mislukking van de onderhandelingen over de uitvoering van het akkoord van Linggadjati (zie 15 november 1946) besluit het kabinet tot het uitvoeren van een militaire actie tegen de Republiek: de Eerste Politionele Actie. Het doel ervan is de Republik Indonesia tot politieke inschikkelijkheid te dwingen en de belangrijkste productiegebieden op Java en Sumatra in handen te krijgen en de economie weer op gang te brengen. De actie is ingegeven door financiële nood: de bodem van de Nederlandse schatkist komt in zicht. De Koninklijke Marine voert een omvangrijke amfibische operatie uit, waarbij talrijke landingsvaartuigen, gedekt door grotere oppervlakteschepen en gesteund door vliegtuigen van de MLD, worden ingezet. De Expeditionaire Macht Mariniersbrigade wordt te Pasir Poetih aan land gezet. Reeds na vier dagen hebben de mariniers de gehele oosthoek van Java in handen.

De actie wordt onder zware internationale druk gestaakt op 5 augustus. Generaal S.H. Spoor komt tot de conclusie dat het offensief eigenlijk voortgezet dient te worden totdat Yogyakarta in Midden-Java, het centrum van de Republiek en de zetel van de Republikeinse regering, in Nederlandse handen is gevallen. Na afloop van de actie breekt een periode van moeizame strijd aan. De Republikeinse troepen zijn niet uitgeschakeld en zetten de strijd voort in de vorm van een guerrilla. Generaal Spoor meent dat deze guerrilla snel zal kunnen worden bedwongen, maar hij heeft deze fase van de strijd onderschat.
R.E. van Holst Pellekaan, I.C. de Regt: Operaties in de Oost. De Koninklijke Marine in de Indische Archipel 1945-1951


17 januari 1948: De Renville-overeenkomst getekend

De republikeinse minister president Sjarifoeddin spreekt de vergadering op de Renville toe, na de ondertekening van het akkoord tussen Nederland en de Republiek.Met de ondertekening van de Renville-overeenkomst (genoemd naar het Amerikaanse oorlogsschip waarop de ondertekening plaats vindt) komt het voor de tweede keer tot een politieke overeenkomst. Het is grotendeels een bevestiging van wat eerder in de overeenkomst van Linggadjati (zie 15 november 1946) is vastgelegd. Het komt tot een wederzijdse afbakening van territorium en een (althans in theorie) terugtrekking van Republikeinse troepen uit de Nederlandse gebieden. Nederland hoopt dat de guerrillastrijd daardoor zal afnemen, maar dat wordt niet bewaarheid.


19 december 1948: Tweede Politionele Actie

Dominee Julink houdt aan boord van de LST4 een preek voor de landing bij Glondong aan het begin van de tweede politionele actie. Foto. NIMH.Nadat de voortgezette onderhandelingen over een definitieve politieke regeling zijn stukgelopen, lanceert Nederland opnieuw een groot militair offensief tegen de Republiek: de Tweede Politionele Actie. Het doel is de verovering van Djokjakarta, het resterende deel van Java en een zo groot mogelijk deel van Sumatra, de val van de Republikeinse regering en de vernietiging van haar strijdkrachten. De Mariniersbrigade wordt eerst bij Glondong in het noordoosten van Java en daarna op diverse plaatsen op Sumatra aan land gezet. Bij de Tweede Politionele Actie worden meer amfibische en ondersteunende luchtacties uitgevoerd dan tijdens de eerste actie en er zijn tientallen schepen, vliegtuigen en landingsvaartuigen bij betrokken. Djokjakarta wordt veroverd door parachutisten en commando’s van het Korps Speciale Troepen onder bevel van luitenant-kolonel W.C.A. van Beek. De Republikeinse top, onder wie Soekarno, wordt gevangen genomen. Het Republikeinse leger weet de dans echter grotendeels te ontspringen en begint een guerrilla. Het Nederlandse optreden leidt tot een pro-Republikeinse stellingname van de internationale gemeenschap inclusief de Verenigde Staten. Opnieuw maakt zware internationale druk een eind aan de actie, op 5 januari 1949.
R.E. van Holst Pellekaan, I.C. de Regt: Operaties in de Oost. De Koninklijke Marine in de Indische Archipel 1945-1951


7 mei 1949: De Van Royen-Roem-overeenkomst

TNI-militairen trekken Djokjakarta binnen, nadat de Nederlandse troepen de stad na het Van Royen-Roem akkoord onder internationaal toezicht hebben verlaten. Foto. NIMH.Deze overeenkomst opent uitzicht op een definitieve politieke oplossing van het conflict. Er zal een Ronde Tafel Conferentie worden belegd waarop zal worden onderhandeld over de spoedige onafhankelijkheid van Nederlands-Indië zonder een overgangsperiode onder Nederlands toezicht en beheer. Wel houdt Nederland vast aan de vorming van een federatie van Indonesische staten verbonden met Nederland in een unie en met de Koningin als staatshoofd. De militaire consequentie is dat de Nederlandse troepen Yogyakarta, dat zij enkele maanden eerder hebben veroverd, zullen prijsgeven en ontruimen. Dit zorgt voor grote spanningen in het leger. Op 30 juni wordt met de ontruiming van Yogyakarta begonnen.


27 december 1949: Overdracht van de soevereiniteit aan Indonesië

Overdracht van de soevereiniteit aan Indonesië in het Paleis op de Dam in Amsterdam.Koningin Juliana ondertekent de overdracht van de soevereiniteit aan de Verenigde Staten van Indonesië. De eerste president wordt Soekarno. Aan drie en een halve eeuw Nederlandse bestuurlijke en militaire aanwezigheid in de Indische archipel komt een eind. Alleen Nieuw-Guinea blijft Nederlands bezit. De Indonesische regering zal reeds in 1950 een eind maken aan de federale structuur (de ‘Verenigde Staten van Indonesië’) en de eenheidsstaat uitroepen. In 1956 maakt zij ook een eind aan de unie met Nederland. Zij blijft zich inspannen voor de inlijving van Nieuw-Guinea (zie 14 april 1960 - 1945-1990) bij Indonesië.
De Koninklijke Marine draagt haar taken over aan de Indonesische marine, maar behoudt nog enige tijd een vertegenwoordiging in Indonesië om het Indonesisch marinepersoneel op te leiden en bekend te maken met het over te dragen materieel. De Gouvernements Marine (zie 22 augustus 1861 - 1814-1914 Nederlands Indië) komt onder Indonesisch beheer.


26 juli 1950: Het KNIL wordt opgeheven

Gedenkteken in de vorm van een krans en een plaquette met de tekst:  eerbiedige hulde aan het roemrijke, op 26 juli 1950 opgeheven Koninklijk Nederlands Indisch Leger.Op deze dag komt een eind aan het bestaan van het koloniale leger dat op dit moment nog ongeveer 65.000 militairen telt. Van de 15.000 Nederlandse militairen gaan er 7.500 over naar de landmacht (en van de Militaire Luchtvaart van het KNIL (zie 4 december 1830 - 1814-1914 Nederlands Indië) naar de Koninklijke Luchtmacht) en 7.500 worden gedemobiliseerd. Van de 50.000 inheemse militairen gaan er 26.000 over naar het leger van Indonesië, 20.000 demobiliseren en 4.000 komen naar Nederland. De laatste groep bestaat uit Ambonese militairen die niet naar het Indonesische leger willen overgaan en van de Indonesische regering niet mogen terugkeren naar de Molukse eilanden vanwege de politieke toestand daar. Besloten wordt dat ze ‘tijdelijk’ naar Nederland zullen komen (met hun vrouwen en kinderen, bij elkaar 12.000 personen). Zij zullen echter niet meer terugkeren. Zij vormen het begin van de Molukse gemeenschap in ons land die streeft naar een onafhankelijke republiek in de Zuid-Molukken. De traditie van het KNIL wordt in Nederland voortgezet door het Regiment Van Heutsz dat op 1 juli 1950 wordt opgericht.
W.Bevaart e.a.: Vijftig jaar Regiment van Heutsz, 1950-2000