NIMH | 1990-heden: naar een expeditionaire krijgsmacht

Spring naar inhoud

Contact | Sitemap | FAQ | English |
Zoeken
Home » Geschiedenis » Tijdbalk » 1990-heden
Mariniers op lange-afstandspatrouille in Afghanistan. Foto. NIMH.

1990-heden: naar een expeditionaire krijgsmacht

De jaren na afloop van de Koude Oorlog stonden in het teken van een ingrijpende herstructurering en afslanking van de Nederlandse strijdkrachten. De krijgsmacht werd ingekrompen en veranderde ook drastisch van karakter: in 1996 werd de opkomstplicht voor de militaire dienst opgeschort en sindsdien heeft Nederland een beroepsleger. De Marechaussee was door de Politiewet 1993 weer ingebed in het reguliere politiebestel en werd in 1998 een zelfstandig krijgsmachtdeel. In het kader van een nieuwe reorganisatie bij Defensie werden in 2005 de staven van de krijgsmachtdelen omgevormd tot operationele commando’s. De krijgsmacht kwam onder de eenhoofdige leiding van de Commandant der Strijdkrachten te staan. 

Tegelijkertijd veranderde de taakstelling van de strijdkrachten. De krijgsmacht kreeg er, naast de verdediging van het Nederlandse territorium, een tweede hoofdtaak bij: het uitvoeren van internationale operaties, veelal in VN- of NAVO-verband. Het expeditionaire optreden was voor Nederlandse militairen niet nieuw. De oorlog in Korea en diverse VN-waarnemingsmissies in het Midden-Oosten, Afrika en Azië hadden de krijgsmacht al in de jaren vijftig en zestig wereldwijd actief gemaakt. In de eerste helft van de jaren tachtig nam zij deel aan een VN-vredesmissie in Libanon. Vanaf 1990 namen vredeshandhavende en vredesafdwingende operaties een vooraanstaande plaats in en gingen zij de organisatie en werkwijze van de krijgsmacht bepalen. Nederlandse eenheden traden onder meer op  tijdens de Golfoorlog in 1990-1991 en tijdens het Joegoslavië-conflict. Sinds de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten van 11 september 2001 doet de Nederlandse krijgsmacht mee met de strijd tegen het internationale terrorisme middels diverse missies in Afghanistan en Irak. Ook levert zij haar bijdrage aan de handhaving van de internationale rechtsorde en heeft zij civiele taken.


7 augustus 1990: begin operatie Desert Shield

Mariniers aan boord van de Hr.Ms. Zuiderkruis bewaken met de Stinger het luchtruim boven de Perzische Golf.Desert Shield heeft de volgende doelstellingen: het stuiten van eventuele verdere agressie van Irak na de invasie van Koeweit, bijvoorbeeld richting Saoedi Arabië, het uitvoeren van de VN-sancties tegen Irak, en de opbouw van geallieerde strijdkrachten in de Golfregio. De Nederlandse regering besluit op 13 augustus Hr.Ms. L-fregat Witte de With en Hr.Ms. S-fregat Pieter Florisz met twee Lynx helikopters naar Straat Hormuz te zenden voor deelname aan operatie Phalanx, een operatie van de West-Europese Unie ter ondersteuning van de Amerikaanse actie. Op 17 januari 1991 stuurt Nederland squadrons van de 3e en 5e Groep Geleide Wapens (GGW) met Patriot-, Hawk en Stinger-raketten naar Turkije om de vliegbasis Diyarbakir te beschermen tegen aanvallen van Irakese Scud-raketten. Ook nemen militairen van de luchtmacht met Patriotraketten deel aan de verdediging van Jeruzalem tegen aanvallen met de ballistische Scuds. Op dezelfde datum begint een luchtoffensief onder de code naam Desert Storm. Na 6 weken van luchtaanvallen volgen 4 dagen van grondoorlog, waarna Koeweit wordt bevrijd.
Zie ook het overzicht van internationale operaties.


Maart 1991: eerste defensienota na afloop van Koude Oorlog

De defensienota ‘herstructurering en verkleining van minister Ter Beek. Minister van Defensie A.L. ter Beek kondigt in de defensienota ‘Herstructurering en verkleining’ een ingrijpende reorganisatie aan. De landmacht zal fors worden ingekrompen en 1 Legerkorps (zie 1952 - 1945-1990) geheel opnieuw worden georganiseerd. De minister maakt tevens duidelijk dat de deelname aan VN-vredesoperaties een belangrijk bestanddeel zal vormen van het toekomstige defensiebeleid. Voor de uitvoering hiervan wordt onder meer de met gevechts- en transporthelikopters uitgeruste 11 Luchtmobiele Brigade opgericht, een eenheid die kan worden ingedeeld bij het NAVO-rapid reaction corps.
Zie ook het overzicht van internationale operaties.


19 april 1991: Nederlandse militairen in Noord-Irak

Nederlandse mariniers ontwapenen te Sok San leden van de Witte Khmer.Een eenheid van 600 landmacht-militairen en 400 mariniers neemt deel aan de operatie Provide Comfort in Noord-Irak. Het is een humanitaire interventie in het kader van de VN ten bate van de Koerdische bevolking die op de vlucht is geslagen voor de troepen van Saddam Hoessein. De Veiligheidsraad heeft daartoe van Noord-Irak een safe haven gemaakt waarbinnen de soevereiniteit van Irak is opgeschort. Het is de taak van de militairen het gebied binnen de Safe Haven te beveiligen, de terugkeer van vluchtelingen naar huis of naar opvangkampen te begeleiden, toezicht te houden op Koerdische verzetstrijders en een begin te maken met de bouw van een opvangkamp. Medio juli trekt de multinationale strijdmacht zich terug uit Noord-Irak en wordt in Zuid-Turkije een snelle, wederom multinationale interventiemacht geformeerd. Deze tweede fase van operatie Provide Comfort wordt op 27 september beëindigd. 
Zie ook het overzicht van internationale operaties.


12 maart 1992: ministerraad akkoord met de uitzending van een bataljon van het Korps Mariniers naar Cambodja

Een ruime maand eerder is de regering al akkoord gegaan met de uitzending van een beperkt aantal militairen ten behoeve van een mijnenbestrijdingsoperatie in het kader van UNAMIC (United Nations Advanced mission in Cambodia). Nu wordt UNAMIC voortgezet als UNTAC. (United Nations Transitional Authority in Cambodia). Behalve dit bataljon worden ook enige transportvliegtuigen en helikopters van de luchtmacht ter beschikking gesteld. Het door de Verenigde Naties ingestelde UNTAC voert vanaf 15 maart 1992 gedurende anderhalf jaar het bewind over het door (burger)oorlogen geteisterde Cambodja. In die periode zendt de MARINE in totaal drie keer een bataljon mariniers uit voor de UNTAC-missie.
Zie ook het overzicht van internationale operaties.


21 maart 1992: VN-vredesmacht voor Joegoslavië opgericht: United Nations Protection Force (UNPROFOR)

Observatiepost met Nederlandse UNPROFOR-militairen in Bosnie. Op de achtergrond een YPR 765. Foto. NIMH.De landmacht neemt deel aan UNPROFOR in het voormalige Joegoslavië. De VN-troepenmacht is opgericht voor een vredeshandhavende taak. UNPROFOR dient de wapenstilstand te controleren tussen Serviërs en Kroaten die een eind heeft gemaakt aan de strijd in Kroatië in januari 1992 en de terugkeer van de vluchtelingen naar hun woonplaatsen mogelijk te maken. Het gebied waarvoor UNPROFOR verantwoordelijk is, wordt in juni 1992 uitgebreid tot Bosnië-Herzegowina. In juni 1993 wordt een aantal gebieden in het oosten van Bosnië waar vele tienduizenden Moslims wonen uitgeroepen tot ‘veilige gebieden’. UNPROFOR dient de veiligheid in deze gebieden te waarborgen. De VN-missie wordt beëindigd op 20 december 1995. 10.000 Nederlandse militairen hebben er aan deelgenomen; zeven militairen komen om. 
Zie ook het overzicht van internationale operaties.


Januari 1993: prioriteitennota van minister Ter Beek

minister Ter Beek in de Tweede KamerIn de prioriteitennota van Defensie, ‘Een andere wereld, een andere defensie’ presenteert minister Relus Ter Beek een blauwdruk voor de inkrimping en herstructurering van het Nederlandse defensieapparaat. Voor de landmacht betekent het een aanzienlijke afslanking van de vredes- en oorlogssterkte, deelname aan vredesoperaties als een van de hoofdtaken en daarmee samenhangend de opschorting van de dienstplicht op korte termijn. Voor de uitvoering van vredesoperaties kunnen namelijk in principe geen dienstplichtigen worden ingezet omdat zij het recht hebben uitzending te weigeren. Gelijktijdige deelname aan vier missies wordt als maximale commitment mogelijk geacht.


12 april 1993: aanvang operatie Deny Flight

Vier Nederlandse F-16’s, onder meer bewapend met Sidewinders, worden boven de kust van voormalig-Joegoslavië bijgetankt door een eveneens Nederlandse KDC-10.Vanaf 1993 tot eind 1995 maken F-16's van de Koninklijke Luchtmacht deel uit van een NAVO-luchtvloot voor operatie Deny Flight. Deze operatie moet het vliegverbod boven Bosnië-Herzegovina met militaire middelen afdwingen, zoals dit in een resolutie van de Verenigde Naties is vastgelegd. F-16´s van de Koninklijke Luchtmacht nemen eveneens deel aan de operatie Deliberate Force in Bosnië-Herzegovina, een luchtcampagne in de nazomer van 1995. Dit bombardementsoffensief maakt de weg vrij voor het Dayton-vredesakkoord dat eind december 1995 tot stand komt.
‘Check the Horizon. De Koninklijke Luchtmacht en het conflict in voormalig Joegoslavië’ is een uitgave van het NIMH.


15 juni 1993: aanvang operatie Sharp Guard om een handels- en wapenembargo tegen Klein Joegoslavië af te dwingen

Een Lynx-helikopter zet in september 1994 als onderdeel van een oefening mariniers af die een schip moeten veiligstellenSharp Guard is voortgekomen uit de eerdere operaties Maritime Guard (NAVO) en Sharp Fence (WEU) en wordt met VN mandaat uitgevoerd door een internationaal samengestelde vloot onder NAVO-bevel. De benodigde schepen behoren tot de NAVO-samenwerkingsverbanden STANAVFORLANT (zie 14 december 1967 - 1945-1990) en STANAVFORMED. Nederland levert aan deze operatie in de Adriatische Zee, tot aan de beëindiging ervan in 1996, structureel één fregat en twee Orions. Het aan de operatie Sharp Guard ten grondslag liggende embargo wordt door de VN op 18 juni 1996 opgeschort en op 2 oktober 1996 opgeheven.
Zie ook het overzicht van internationale operaties.


1 november 1993: operatie Support Democracy van start

Nederlandse mariniers op Haïti. Foto. Audiovisuele Dienst Defensie. Een internationaal embargo en diplomatieke druk moeten de terugkeer van president Jean-Bertrand Aristide naar Haïti mogelijk maken. Op verzoek van de VS doet Nederland daaraan mee met een fregat en een P3C Orion patrouillevliegtuig. Voor de maritieme blokkade van Haïti zet de MARINE achtereenvolgens in Hr.Ms. S-fregat Bloys van Treslong, Hr.Ms. M-fregat Karel Doorman en Hr.Ms. M-fregat Willem van der Zaan. De operatie eindigt begin oktober 1994, ruim een jaar na aanvang. Bijna een jaar later vertrekken drie landingsvaartuigen met personeel en mariniers naar Haiti om democratische verkiezingen te begeleiden. 
Zie ook het overzicht van internationale operaties.


9 december 1993: de Politiewet 1993

De Marechaussee voert op de nationale luchthavens high-riskbeveiliging uit. Foto. NIMH.Hiermee verkrijgt de Koninklijke Marechaussee de politie- en veiligheidstaken op Schiphol en de andere nationale burgerluchthavens. Ook verkrijgt zij weer een vaste plaats in het politiebestel, dat plaats biedt aan 25 politieregio’s, waaruit de gemeente- en rijkspolitie verdwijnen.


Februari 1995: de landmacht verleent hulp tijdens watersnood

Een Search-and-rescue helikopter van de luchtmacht boven het overstroomde gebied. Foto. NIMH.Enkele duizenden landmacht-militairen afkomstig van verschillende eenheden verlenen hulp in de strijd tegen het wassende water in Limburg, Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel en Zuid-Holland. De Maas en andere rivieren in de genoemde provincies treden buiten hun oevers en veroorzaken overstromingen. De militairen assisteren bij dijkversterking (onder andere bij Ochten) en bij de evacuatie van bewoners uit de ondergelopen gebieden.


24 mei 1995: Nederland ondertekent een contract voor dertig Apache helikopters voor de Koninklijke Luchtmacht

Twee Chinooks, een Cougar en een Apache (rechts) vliegen boven de woestijn van zuid-Irak.Met de komst van deze Apaches haalt de luchtmacht zijn eerste gevechtshelikopters binnen. De Apaches worden ingedeeld bij het 301 en 302 Squadron op Vliegbasis Gilze-Rijen. De taken die met de Apache kunnen worden uitgevoerd zijn veelzijdig en variëren van het uitschakelen van gepantserde doelen tot het vanuit de lucht bewaken van gebieden. 
Van juni 1998 tot september 1999 voert een detachement van de luchtmacht in Bosnië missies uitgevoerd met de Apache voor de SFOR-vredesmacht. Verschillende keren worden daarbij dreigende overtredingen van het Dayton-akkoord geconstateerd en kan de SFOR-macht op tijd maatregelen nemen. Ook in Nederland worden de Apache helikopters regelmatig ingezet bij calamiteiten. Meer recent zijn apache helikopters ingezet in Irak, Djibouti en Afghanistan. In het laatste land assisteren ze bij de arrestatie van gewapende tegenstanders en de zoektocht naar verdachte voertuigen en wapensopslagplaatsen.  Ook zijn Apaches succesvol in het opsporen van een neergestort verkeersvliegtuig.
'Crossing the border. De Koninklijke Luchtmacht na de val van de Berlijnse Muur' is een publicatie van het NIMH.


11 juli 1995: val van de enclave Srebrenica in Oost-Bosnië

Een Observatiepost in de mist bij Srebrenica. Foto. NIMH. Bosnisch-Servische troepen onder generaal R. Mladic veroveren de door Dutchbat-III (13 Infanteriebataljon Luchtmobiel, zie datum maart 1991) beschermde moslim-enclave Srebrenica. Het is één van de zes moslimgebieden – ‘safe areas’ – die de VN-troepen moeten beveiligen. Dutchbat-III kan niets tegen de oprukkende Serviërs uitrichten. Na de val van de enclave worden circa 8.000 moslims door de Serviërs om het leven gebracht. De val van de enclave zorgt in Nederland (en de rest van de wereld) voor veel commotie. Nederland én de landmacht worden herinnerd aan de risico’s die aan het participeren in vredesondersteunende operaties verbonden zijn.
Zie ook het overzicht van internationale operaties.


30 augustus 1995: Eerste Duits-Nederlandse Legerkorps opgericht

Bevelvoeringscentrum tijdens een oefening van het Eerste Duits-Nederlandse Legerkorps. Foto NIMH.Vanwege de bezuinigingen op de defensieuitgaven in Nederland en Duitsland, waardoor Nederland het 1 Legerkorps (zie 1952 - 1945-1990) niet op sterkte kan houden en Duitsland geen volledig derde legerkorps op de been kan brengen, besluiten beide landen een gezamenlijk Duits-Nederlands legerkorps op te richten, 1(GE/NL)Corps. Tot de opheffing van het 1 Legerkorps en de integratie met het Duitse leger is al besloten in de prioriteitennota van minister Ter Beek in 1993. Het hoofdkwartier van 1(GE/NL)Corps wordt gevestigd in Münster. Het korps telt 28.000 militairen, staat onder bevel van de NAVO en is belast met de verdediging van Midden-Europa. De staffuncties worden gelijkelijk verdeeld over Duitse en Nederlandse officieren. Nederland behoudt nog één divisie: 1 Divisie ‘7 December’.


20 december 1995: Implementation Force (IFOR) opgericht

Nederlandse militairen delen begin 2000 in het kader van de SFOR Information Campaign het tijdschrift Mostovi uit aan de bevolking.Nadat de strijd in Bosnië op 14 december 1995 met de ondertekening van een vredesakkoord is beëindigd, treedt op 20 december IFOR in werking. Op deze datum wordt UNPROFOR officieel beëindigd. IFOR is geen ‘blauwe’ operatie (van de VN), maar een ‘groene’ (van de NAVO, Rusland en andere niet-NAVO-leden). Nederland stuurt 2.100 militairen. Het is de taak van IFOR toe te zien op een ongestoorde uitvoering van de vredesvoorwaarden. Precies een jaar later wordt IFOR opgeheven en treedt SFOR (Stabilisation Force) aan. Deze NAVO-troepenmacht dient de voorwaarden te creëren voor een terugkeer van stabiel en democratisch civiel bestuur in Bosnië. Nederland stuurt tot 2000 in totaal 12.000 militairen.
Zie ook het overzicht van internationale operaties.


1 januari 1996: opschorting opkomstplicht voor dienstplichtigen van kracht

Militairen na afloop van de plechtigheden rond de opschorting van de opkomstplicht voor dienstplichtigen. Foto. NIMH.Nederland heeft voortaan een beroepsleger. Op 30 augustus 1996 neemt de marine in Den Helder officieel afscheid van haar laatste in Nederland dienende dienstplichtigen. De landmacht doet dat op 22 augustus 1996 in de Trip van Zoudtlandkazerne in Breda. Over de afschaffing van de opkomstplicht is lang gedebatteerd. De Commissie-Meijer vindt in 1992 dat de opkomstplicht gehandhaafd dient te worden. De Tweede Kamer besluit echter in 1994 dat deze kan worden opgeschort. Streefdatum is 1 januari 1997, maar door het voorspoedige verloop van de herstructurering van de landmacht kan de opkomstplicht nu al verdwijnen.


December 1997: project ‘Herschikking gevechtskracht’

Geïntensiveerde samenwerking met andere krijgsmachtdelen als onderdeel van het project ‘Herschikking gevechtskracht’ bij de landmacht. Foto. NIMH.Om de inzetbaarheid en de operationele flexibiliteit te verhogen begint de landmacht met de uitvoering van het project ‘Herschikking gevechtskracht Koninklijke Landmacht’. In de prioriteitennota (1993) (zie januari 1993) is vastgelegd dat militair personeel in anderhalf jaar voor maximaal zes maanden mag worden uitgezonden. 11 Luchtmobiele Brigade (zie maart 1991) kent reeds een driedeling die beantwoordt aan deze norm uit de prioriteitennota: één bataljon is in opleiding en bereidt zich voor op uitzending; een tweede bataljon is uitgezonden; een derde bataljon herstelt van uitzending. 1 Divisie ‘7 December’ (zie september 1946 - 1945-1990) krijgt nu eveneens een structuur die aan deze norm voldoet.


25 maart 1998: de Koninklijke Marechaussee wordt een zelfstandig krijgsmachtdeel

De dagorder waarin het besluit van de verzelfstandiging van de Koninklijk Marechaussee tot krijgsmachtdeel bekend wordt gemaakt. Foto. NIMH.De Marechaussee valt al sinds 1969 rechtstreeks onder de minister van Defensie (zie 1 juli 1969 - 1945-1990) en is in 1972 in financieel opzicht volledig gelijkgesteld aan de andere krijgsmachtdelen. 
zelfstandig is de Koninklijke Marechaussee een zelfstandig dienstonderdeel. Bij de invoering in 1992 van het Algemeen Organisatie Besluit Defensie, ter gelegenheid van de naamgeving door koningin Beatrix van de kazerne van de Marechaussee te Den Haag tot ‘Koningin Beatrixkazerne’, besluit de minister van Defensie dr.ir. J.J.C. Voorhoeve in zijn dagorder de Koninklijke Marechaussee de hoedanigheid te verlenen tot krijgsmachtdeel, waarmee de verzelfstandiging van de marechaussee – naast de marine, de landmacht en de luchtmacht – haar beslag krijgt.


1 juni 1998: landmacht-militairen vertrekken naar Cyprus

Twee luchtmobiele militairen in juli 1998 op fietspatrouille.Landmacht-militairen gaan meedoen aan de VN-vredesmacht op het eiland Cyprus. Het is de taak van de militairen de bestandslijn tussen het Griekse en Turkse deel van het eiland te controleren. Het conflict op Cyprus dateert al vanaf 1954 en gaat over de door de Griekse bevolking van het eiland gewenste aansluiting bij Griekenland, waartegen het Turkse deel fel gekant is. De vredesmacht bestaat al sinds 1964, toen door toedoen van de Veiligheidsraad UNFICYP werd opgericht (United Nations Peacekeeping Force in Cyprus).
Zie ook het overzicht van internationale operaties.


24 maart 1999: naar Kosovo

Het handjevol monniken in dit Servische klooster wordt beschermd door de infanteristen van het geniehulpbataljonIn Kosovo, een provincie in het oosten van het voormalige Joegoslavië is een burgeroorlog aan de gang. Servische troepen keren zich tegen de in Kosovo woonachtige Albanese bevolking en tegen de verzetsorganisatie van de Albanezen. De NAVO grijpt in en begint operatie Allied Force, een bombardementscampagne. Nederland heeft op 13 februari al een Orion van de Marine Luchtvaartdienst gestuurd om patrouillevluchten boven land uit te voeren, een vrij ongebruikelijke taak voor de Marine. Nu zendt Nederland militairen van 11 Afdeling Rijdende Artillerie (11 Afdra), de zogenaamde ‘Gele Rijders’ en vliegtuigen van de Luchtmacht. De operatie is nauwelijks een paar uur oud, als een Nederlandse F-16AM van het 322 Squadron een Servische MiG-29 neerschiet. Tijdens de Kosovo-oorlog maken Nederlandse F-16's voor het eerst gebruik van doelrichtapparatuur waardoor zelfstandig precisiewapens kunnen worden gebruikt. Van de ruim 37.000 vlieguren die tijdens Allied Force worden gevlogen, nemen vliegtuigen voor bombardementsmissies en voor luchtverkenning van de Koninklijke Luchtmacht er 1.194 (ruim 7,5%) voor hun rekening. 
Uiteindelijk belooft de Joegoslavische regering de onderdrukking van de Albanezen te zullen stopzetten en haar troepen uit Kosovo terug te trekken. NAVO-troepen gaan de provincie in juni 1999 binnen en zetten er een internationaal bestuur op. Dan gaan ook een geniehulpbataljon en militairen van 41 Afdeling Veldartillerie en een beveiligingscompagnie van het korps mariniers naar Kosovo en wordt het amfibisch transportschip Hr. Ms. Rotterdam gestuurd. Het is de taak van de Kosovo Force (K-FOR) de terugkeer van de Albanese Kosovaren te begeleiden en de wederopbouw van Kosovo mogelijk te maken. De aanwezigheid van de militairen duurt tot juni 2000. Nederlandse F-16’s blijven nog actief boven de Balkan tot begin 2001.
Zie ook het overzicht van internationale operaties.


20 november 2000 Vertrek van Hr.Ms. amfibisch transportschip Rotterdam naar Eritrea

Hr.Ms Rotterdam afgemeerd in de haven van Massawa (Eritrea).De Rotterdam vertrekt vanuit Den Helder naar de Eritresche haven Massawa in het kader van de United Nations Mission in Ethiopia and Eritrea (UNMEE). Het schip vervoert materieel en mariniers voor de militaire VN-vredesmacht die moet toezien op het staakt-het-vuren tussen de Afrikaanse buurlanden Eritrea en Ethiopië.
Zie ook het overzicht van internationale operaties.


1 januari 2001: einde Parate Marechaussee

Een parate marechaussee, belast met verkeersdienst. Foto. NIMH.Op 1 juli 1995 was het in 1953 opgerichte 101 Bataljon Koninklijke Marechaussee (zie datum 16 januari 1653 - 1945-1990), dat onderdeel was van het 1 Legerkorps, opgeheven.  Het enige onderdeel  van het bataljon, die blijft bestaan, is 103 Eskadron Koninklijke Marechaussee. Uiteindelijk besluit men met de Defensienota 2000 dat er een einde komt aan dit Marechausseeonderdeel als parate eenheid van het binationale Duits-Nederlandse legerkorps (zie 30 augustus 1995) (1 GE/NL Army Corps), dat in 1996 is opgericht in plaats van het 1 Legerkorps. Per 1 januari 2001 staat 103 Eskadron Koninklijke Marechaussee onder operationeel bevel van de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee. De administratieve overdracht is een jaar later gerealiseerd. Voortaan is er nog maar één type Marechaussee. Het onderscheid tussen Parate en Territoriale (‘gewone’) Marechaussee is hiermee verdwenen.


26 augustus 2001: wapens oogsten in Macedonië

Een Nederlandse militair temidden van de ruim 1200 wapens die in de periode 27-30 augustus 2001 zijn ingezameld.In het kader van een vredesakkoord tussen de Macedonische regering en Albanese rebellen stuurt de NAVO eind augustus 2001 een troepenmacht om de wapens van de Albanezen in te nemen: operatie Essential Harvest. De Albanese opstandelingen stoppen hun gewapende strijd in ruil voor meer gelijke rechten. Nederland zendt een compagnie militairen van de luchtmobiele brigade om deel te nemen aan de in totaal 4000 man tellende Task Force Harvest. De NAVO-operatie wordt op 27 september 2001 beëindigd na het inzamelen van bijna vierduizend wapens en tienduizenden stuks munitie. Een jaar later, in 2002, neemt Nederland een half jaar lang de leiding op zich van Task Force Fox, de troepenmacht die in Macedonië bescherming biedt aan een groep internationale waarnemers.
Zie ook het overzicht van internationale operaties.


11 september 2001: inzet tegen het terrorisme

Een CIMIC-functionaris van het Provincial Reconstruction Team in overleg met een Afghaans wijkhoofd (juni 2005).Na de terreuraanslagen in New York en Washington van 11 september 2001 beloven veel bondgenoten de Verenigde Staten steun in hun strijd tegen het internationale terrorisme. Nederland ook, onder andere door wereldwijd hand- en spandiensten te verrichten voor de Amerikaanse strijdkrachten. Dit gebeurt in de vorm van ondersteuning bij de verdediging van het Amerikaanse luchtruim, via zogenoemde ‘backfill’-operaties (veelal ter zee) en door inzet in het kader van operatie Enduring Freedom tegen Al Qai’da en de Taliban in Afghanistan. Zo werden voor een periode van twaalf maanden een tankvliegtuig voor air-to-air refuelling, drie fregatten, vier maritieme patrouillevliegtuigen en één onderzeeboot naar de wateren rondom het Arabische schiereiland gestuurd voor escorte- en beveilingingstaken. Nederland had in hetzelfde gebied vanaf december 2005 ruim vier maanden het bevel over de multinationale maritieme Task Force 150. Daarnaast was een special forces contingent in het kader van Enduring Freedom actief in de zuidelijke Afghaanse provincie Kandahar (2005-2006). Ook draagt Nederland bij aan de International Security Assistance Force (ISAF), die sinds december 2001 eveneens in Afghanistan opereert. Om te beginnen waren Nederlandse troepen betrokken bij de beveiliging van de hoofdstad Kabul (in de periode 2002-2003) en zaten zij met een eigen Provincial Reconstruction Team (PRT) in de provincie Baghlan (2004-2006). Sinds de zomer van 2006 zorgt de Nederlandse krijgsmacht met de 1200 manschappen grote Task Force Uruzgan (waarin onder andere een PRT is opgenomen) voor beveiliging en wederopbouw in de provincie Uruzgan.
Zie ook het overzicht van internationale operaties.


Februari 2002: de Nederlandse overheid in voor deelname aan de voorontwikkeling van de Joint Strike Fighter

Computersimulatie van de Joint Strike Fighter. NIMH.De Koninklijke Luchtmacht beschikt sinds eind jaren zeventig met de F-16 over een snel inzetbaar en flexibel jachtvliegtuig, dat voor verschillende taken kan worden ingezet (multi-role). Het is echter nodig om de toestellen vanaf 2010 te vervangen, omdat ze tegen die tijd het einde van hun levensduur zullen bereiken.
Na een intensief besluitvormingstraject kiest de Nederlandse overheid voor deelname aan de voorontwikkeling van de Joint Strike Fighter, een nieuw Amerikaans gevechtsvliegtuig. De JSF komt na evaluaties van mede-kandidaten voor opvolging van de F-16, zoals de Rafale, Eurofighter en Saab Gripen, als beste toestel naar voren. Samen met onder meer het Verenigd Koninkrijk, Italië wordt Nederland een belangrijke ontwikkelingspartner. Het toestel zal worden ontwikkeld door fabrikant Lockheed-Martin. Naar verwachting wordt de eerste Joint Strike Fighter in 2008 operationeel.
Het toestel is uiterst geavanceerd. Het kan dankzij ´stealth´-technieken moeilijk worden waargenomen door vijandelijke radars. De bewapening wordt meegevoerd in een wapenruim in het toestel zelf. Zij kan ook aan de buitenkant van het toestel worden gehangen, maar dit gaat ten koste van de stealth eigenschappen. De bewapening kan onder meer bestaan uit twee AIM 120B AMRAAM (Advanced Medium Range Air-to-Air Missile)-raketten tegen vliegtuigen of twee GBU-31/32 JDAM (Joint Direct Attack Munition)-bommen tegen gronddoelen. De vlieger krijgt de gegevens van de verschillende sensoren geprojecteerd op zijn helmvizier. Vrijwel alle systemen werken geïntegreerd.


10 juli 2003: naar Irak

Nederlandse mariniers rollen een wapenmarkt in As Samawah op. Vanaf 2003 participeren Nederlandse militairen in de Stabilisation Force in Iraq (SFIR). Dit gebeurt nadat een coalitie onder Amerikaanse leiding het regime van de Iraakse dictator Saddam Hoessein in het kader van de wereldwijde strijd tegen terreur, schurkenstaten en massavernietigingswapens heeft afgezet en Irak heeft bezet. In navolging van de Amerikaanse-Britse bezettingstroepen sturen bondgenoten, waaronder Nederland, bijdragen aan de stabilisatiemacht SFIR om Irak te beveiligen en weder op te bouwen. Nederlandse militairen verrichten deze taak tot maart 2005 in de zuidelijke provincie Al-Muthanna.
Zie ook het overzicht van internationale operaties.


1 januari 2005: reorganisatie Koninklijke Marechaussee

Twee marechaussees met hun auto op Schiphol anno 2005. Foto. NIMH.Vanaf deze datum bestaat de Koninklijke Marechaussee uit vijf in plaats van zes districten, met nieuwe namen: West, Zuid, Noord-Oost, Schiphol, Landelijke en Buitenlandse eenheden. Daarnaast is er het Opleidingscentrum Koninklijke Marechaussee.


September 2005: oprichting van de operationele commando’s

Luitenant-Generaal D. Berlijn, één van de laatste Bevelhebbers der Luchtstrijdkrachten en de eerste Commandant der Strijdkrachten. Foto. NIMH.In het kader van een reorganisatie bij Defensie worden de staven van de krijgsmachtdelen omgevormd tot operationele commando’s. De krijgsmacht komt onder de eenhoofdige leiding van de Commandant der Strijdkrachten. De staven van de krijgsmachtdelen heten voortaan Commando Landstrijdkrachten, Commando Zeestrijdkrachten en Commando Luchtstrijdkrachten en Staf Commandant Koninklijke Marechaussee.