Ongebouwd Nederlands slagschip uit 1913 in 3DHet was de minister van Oorlog, H. Colijn, die in 1913 een commissie instelde die met voorstellen moest komen voor de inrichting van de Indische defensie. De expansiedrang van Japan en de wapenwedloop op zee gaven hiertoe aanleiding. Op 21 mei 1913 bood de commissie haar verslag aan de koningin aan. Hierin stond dat het verlies van Indië rampzalig zou zijn voor Nederland. Het eilandenrijk moest beter worden beschermd en daarvoor was een krachtige slagvloot nodig. Er zouden daarom 93 schepen moeten worden gebouwd, waaronder negen slagschepen van 21.000 ton. Het tot dan toe grootste schip in de Nederlandse vloot was pantserschip Hr.Ms. De Zeven Provinciën, met een waterverplaatsing van 6.530 ton. Japan bouwde op dat moment slagschepen van 27.000 ton. Ter vergelijk, anno 2009 is het grootste schip van de Koninklijke Marine het bevoorradingsschip Hr.Ms. Amsterdam, met 17.040 ton.
Colijn legde contacten met onder andere de Friedrich Krupp-Germania werf voor een ontwerp voor een 21.000 ton slagschip. Binnen een paar maanden waren er drie plannen af, waarvan het laatste (Plan No. 722) met de vierlingtorens. Dit Plan No. 722 is compleet met bouwtekeningen bewaard gebleven bij het NIMH. Later in 1913 stelde de Marinestaf de definitieve eisen voor het nieuwe type schip vast, waarbij het tonnage werd opgeschroefd naar 25.000. Elf buitenlandse werven - in Duitsland, Engeland, Schotland, Oostenrijk en Italië - werden gevraagd offertes uit te brengen. Slechts enkele van deze ontwerpen zijn bewaard gebleven. Door het nieuwe kabinet dat in 1913 aantrad, werden de dure plannen van Colijn bijgesteld (elk slagschip zou 25 miljoen gulden gaan kosten.) De nieuwe minister van Marine, J.J. Rambonnet, diende een wetsontwerp in dat voorzag in de aanbouw van een eskader van vier dreadnoughts en een veelvoud van kleinere schepen. Zoals gezegd was de Eerste Wereldoorlog spelbreker voor de bouw van deze dreadnoughts. In plaats daarvan werden er drie kruisers gebouwd van elk 7.000 ton. Vergelijk tussen het nagebouwde schip en Hr.Ms. Amsterdam Plan No. 722 Hr.Ms. Amsterdam A836 Tonnage 20.700 17.040 Lengte 169 m 166 m Breedte 27 m 22 m Diepgang 8 m 8 m Bemanning ca. 860 160 Bronnen: Anthonie van Dijk, ‘The Drawingboard Battleships for the Royal Netherlands Navy, deel I, II en III’, Warschip International No. 4 (1988) 353-359; No. 1 (1989) 30-35; No. 4 (1989) 395-403. Ben Schoenmaker, Burgerzin en soldatengeest. De relatie tussen volk, leger en vloot 1832-1914 (Den Haag 2009) |
||||||||||||||||||
|