Na het uitroepen van de onafhankelijkheid op 17 augustus 1945 breekt in Indonesië een oorlog uit. Nederland wil de kolonie behouden en stuurt in de periode 1946-1949 ruim 120.000 dienstplichtigen, oorlogsvrijwilligers en beroepsmilitairen naar Indonesië. Enkele duizenden weigeren te gaan.

Het motief om te weigeren verschilt: van religieus of sociaal tot fysieke of mentale problemen. Een deel is tegen onderdrukking of kolonialisme of weigert vanwege het militair geweld in Indonesië. Zij worden door de krijgsraad hard bestraft om dienstweigering te ontmoedigen, met celstraffen van twee tot vijf jaar. De veroordeelde weigeraars vinden hun fysieke en psychische behandeling als ‘Indonesiëweigeraar’ zwaar. Het eten is beroerd, het regime hard en zij vinden het pijnlijk de werkplaats te moeten delen met oud-SS’ers en -NSB’ers. Velen houden er nog jarenlang last van.

Door recent onderzoek en nieuwe inzichten kunnen Indonesiëweigeraars (of hun nabestaanden) sinds 2023 bij het ministerie van Defensie een verzoek tot eerherstel doen.