In de Normandische havenstad Cherbourg koopt eerste luitenant-vlieger Frans Lutz zijn eerste dagboek. De 28-jarige vlieginstructeur van de Militaire Luchtvaart heeft huis en haard achtergelaten na de Duitse inval in mei 1940. Nu is hij in afwachting van een overtocht naar Groot-Brittannië, om vanuit daar de strijd voort te zetten tegen de bezetter. Lutz besluit te schrijven. Aanvankelijk vooral om de tijd te doden, zolang hij geen militaire actie ziet. Hij houdt die gewoonte vijf jaar lang vol. Zijn dagboek telt ruim duizend pagina’s en is in zes delen digitaal terug te vinden in de collectie van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie. Het staat vol operationele details en persoonlijke observaties, en biedt daarmee een gedetailleerd inkijkje in het leven van een Nederlandse jachtvlieger en stafofficier tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Uitwijken naar Frankrijk

Wanneer Nederland op 10 mei 1940 door het Duitse leger wordt binnengevallen, is Lutz als vlieginstructeur gestationeerd op vliegpark Souburg bij Vlissingen. Al snel komt de opdracht om met alle lesvliegtuigen – Fokker S.4’s en Fokker S.9’s – naar Frankrijk uit te wijken. Lutz’ vrouw en hun twee kinderen blijven achter. “Ik heb het gevoel dat ik hen voorlopig niet meer zal terug zien”, schrijft Lutz.

  1. Zwart-witfoto. Jonge man in uniform kijkt recht de camera in.
    Portret van Lutz uit 1935.
  2. Zwart-witfoto. Man in uniform kijkt recht de camera in.
    Portret uit 1969-1970 van kolonel-vlieger Lutz, commandant van de vliegbasis Ypenburg en hier tevens commandant van het Korps Luchtmachtstaven.

Afwachten

Op 30 mei steekt Lutz, met zijn kort daarvoor gekochte dagboek, vanuit Cherbourg het Kanaal over. “We voeren zigzag om het de duikbooten moeilijk te maken.” Eenmaal in Groot-Brittannië belandt hij eerst in Haverfordwest en vervolgens in Porthcawl. Maar directe inzet laat op zich wachten. De Doesburger brengt de zomerdagen wachtend door in de bioscoop en de kroeg. Iedere zondag gaat hij, een overtuigd katholiek, naar de kerk. En om in vorm te blijven wordt er flink gemarcheerd. “Infanterist zou mijn vak toch niet zijn”, merkt Lutz droogjes op na weer een mars.

Beeld: NIMH, Collectie Nederlanders bij de RAF

Groepsfoto uit juni 1940 van naar Groot-Brittannië uitgeweken Nederlandse officieren. Lutz staat als vierde van rechts.

Instructeur in Nederlands-Indië

In juli 1940 wordt besloten de meeste leerling-vliegers en instructeurs bij de Marine Luchtvaartdienst (MLD) te detacheren, om de vliegopleiding af te ronden in Nederlands-Indië. In september vertrekken zij naar marinevliegkamp Morokrembangan-Perak bij Soerabaja. Het vliegen boven het Javaanse landschap bevalt Lutz wel. Zo schrijft hij op 15 december 1940: “een pracht tocht, alles lekker woest (…) het is lollig vliegen tusschen die bergen door.” De opleiding van de leerling-vliegers verloopt door een gebrek aan instructeurs en vliegend materieel echter moeizaam. Het detachement keert medio 1941 terug in Groot-Brittannië.

Beeld: NIMH, Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Marine

Fokker-bommenwerpers van de Marine Luchtvaartdienst op het vliegkamp Morokrembangan-Perak bij Soerabaja (Nederlands-Indië).

Jachtvlieger bij de RAF

Daar verruilt Lutz het marine-uniform voor dat van de Royal Air Force. Begin 1942 meldt hij zich bij het 118 Squadron. Er volgt een intensieve en risicovolle periode. Hij raakt regelmatig in luchtgevechten met Duitse jachtvliegtuigen verzeild. In de zomer van 1942 stapt Lutz over naar het 167 Squadron, waarmee hij ook regelmatig boven Nederland opereert. Zo voert de Nederlander bijvoorbeeld een gevechtsvlucht uit boven Bergen op Zoom, waar zijn schoonmoeder woont. Na het succesvol beschieten van een gasfabriek noteert hij: “Het was alles het werk van een halve minuut (…) Schoonmama zal het voorloopig zonder gas moeten doen!”

Beeld: NIMH, Collectie Lutz

Handgeschreven passage over de luchtaanval van Lutz op de gashouder in Bergen op Zoom.

Beeld: NIMH, Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Luchtmacht

Lutz, hier rechts op de foto, krijgt in mei 1970 als commandant van Vliegbasis Ypenburg bezoek van Prins Bernhard.

“Holland is vrij!”

Begin 1944 verruilt Lutz de cockpit voor een bureau op het Ministerie van Oorlog in Londen. In de Britse hoofdstad werkt hij als staf- en verbindingsofficier. Ondertussen ziet hij de geallieerden terrein winnen in zijn vaderland. En op 5 mei 1945 is het zover: “Holland is vrij! (…) ik ben doodop, zeker van de spanning.” Bijna een jaar later, op 2 maart 1946, zet Lutz voor het eerst weer voet op Nederlandse bodem. Hij bekleedt vervolgens verschillende hoge functies binnen de Koninklijke Luchtmacht, alvorens hij op 1 november 1970 als kolonel-vlieger met functioneel leeftijdsontslag gaat.

Blijvende herinnering

Lutz overlijdt op 29 januari 1990 op 77-jarige leeftijd. Zijn dagboek vormt een blijvende herinnering aan deze strijdbare oorlogsvlieger.