De Koninklijke Marine kent een rijk verleden van varen, vliegen en vechten. De werkzaamheden van het marinepersoneel zijn veelzijdig, soms spannend en veranderen voortdurend door de voortschrijdende techniek. Veel van de marineactiviteiten blijven voor de buitenwereld onzichtbaar. ‘Het Marineboek’ brengt hierin verandering en vangt de wereld van de zeestrijdkrachten door de lens van de fotograaf. Bekijk hieronder een impressie van de bijzondere beelden.

Met de oprichting van de Marine Vrouwenafdeling (MARVA) in 1944 kunnen ook vrouwen dienst nemen bij de Koninklijke Marine. Tot 1981 komen zij niet in aanmerking voor varende plaatsingen en vervullen zij een veelvoud aan walfuncties. Op diverse marinelocaties zijn marva’s actief, bijvoorbeeld op de vliegkampen waar zij werken als weerkundige of als luchtverkeersleidster. Verder vervullen zij functies als ziekenverzorgster en tandartsassistente in het Marinehospitaal in Overveen en in de ziekenboegen in Den Helder, Amsterdam en Den Haag. Marva’s zijn verder ook werkzaam als hofmeester, kok of kleermaakster, of specialiseren zich in de informatievoorziening als bijvoorbeeld telefoniste, plotter, schrijfster of codeur-telexiste. Op deze foto uit 1963 zien we twee hoofdmarva’s der derde klasse van de Navigatie-Gevechtsinformatiedienst als plotters actief in de verbindingsbunker aan de Van Ouwenlaan te Den Haag. In de plotkamer worden alle scheeps- en vliegbewegingen bijgehouden.
Beeld: NIMH, Collectie Centrum voor Audiovisuele Dienstverlening Koninklijke Marine

Door zijn uiterst gunstige ligging, zowel beschut als aan diep water, wordt Den Helder tijdens de Franse Tijd voorbestemd om uit te groeien tot groot maritiem steunpunt. Keizer Napoleon Bonaparte stelt daartoe in 1811 de Nederlandse ingenieur Jan Blanken aan, die hierna ook onder de Nederlandse koning Willem I alle ruimte krijgt zijn plannen te realiseren. In 1822 opent de Rijkswerf Willemsoord haar poorten. Via het Noordhollandsch Kanaal, eveneens ontworpen door Blanken, wordt een goede achterlandverbinding met Amsterdam gerealiseerd. Voorzien van een droogdok met een door stoom aangedreven pompinstallatie en een nat dok is deze Rijkswerf voor Nederlandse begrippen haar tijd ver vooruit. Met de ingebruikname van een tweede droogdok in 1865 verstevigt Den Helder zijn positie als marinehaven. Op deze foto ligt monitor Zr.Ms. Heiligerlee omstreeks 1875 in Dok I. Op de achtergrond is in het verlengde van het dok het stoommachinegebouw te zien, waarin zich de stoommachines en pompinstallaties bevinden. Links van het dok bevindt zich een loods van de scheepsbouwers.
Beeld: NIMH

Koningin Beatrix reikt op 14 mei 1982 in Den Helder een vaandel uit aan de Mijnendienst. In het kielzog van de landmacht, waar eenheden van oudsher een vaandel voeren, volgt de marine. Het Korps Adelborsten van het kim ontvangt in 1904 als eerste marine-eenheid een vaandel, in 1929 gevolgd door het Korps Mariniers. De MLD en Onderzeedienst ontvangen vanwege hun inzet tijdens de Tweede Wereldoorlog weliswaar in respectievelijk 1942 en 1947 (net als het Korps Mariniers in 1946) een Militaire Willems-Orde, maar bezitten nog geen vaandel om deze dapperheidsonderscheiding aan te hechten. Zij ijveren daarom voor eigen vaandels, mede vanwege de grote ceremoniële rol die deze spelen bij defilés, installaties en beëdigingen. Een vaandel onderstreept bovendien de onderlinge verbondenheid van de eenheid, alsook die tussen de eenheid en de vorst. De varende en vliegende marine-eenheden gaan uiteindelijk overstag en adopteren deze landmachttraditie. Na de vaandeluitreiking aan MLD en Onderzeedienst in 1964 volgen in 1982 de Mijnendienst en in 2002 het Eskader.
Beeld: NIMH

Onderzeebootjager Hr.Ms. Groningen tijdens de eerste proefdokking in het nieuwe Dok VI. Na het gereedkomen van de Nieuwe Haven in 1954 verhuizen diverse marineonderdelen daarheen. De technische onderhoudsbedrijven van de marine – het Marine Elektronisch Bedrijf uitgezonderd – blijven voorlopig op hun oude plek te Willemsoord. Met de nieuwbouwplannen begin jaren zeventig voor 15 of meer fregatten met de lengte van meer dan 120 meter verandert dit. Deze oorlogsbodems passen niet meer in het uit 1865 daterende Dok II op Willemsoord. Voor onderhoud aan de meeste grote oppervlakteschepen moet er daarom een nieuw groot dok in de Nieuwe Haven komen. In 1975 beginnen hier in het oostelijke gedeelte, aan de Berghaven, de graafwerkzaamheden voor een gigantische bouwput waar de dokvloer van het onderhoudsdok moet worden gestort. Vijf jaar later, in 1980, volgt de oplevering van het overdekte Dok VI. Dit fregattendok meet 153 bij 23 meter en heeft een diepgang van 10 meter. De beeldbepalende kolos bedient tot op heden een groot deel van de vloot.
Beeld: NIMH

Gekleed in slechts een korte broek, sokken en gymschoenen: dit tafereel op de Kweekschool voor Zeevaart in Leiden laat zien dat het rekruteringsbeleid voor matrozen zich omstreeks 1900 nog altijd richt op dertien- en veertienjarige jongetjes. In een tijd waarin veel sociale wetgeving tot stand komt, ontstaat aan het begin van de twintigste eeuw allengs meer kritiek op deze ‘kinderwerving’. Hoewel de Kweekschool ontegenzeggelijk bepaalde voordelen biedt – zoals een verzorgd internaatleven, opleiding, baangarantie en pensioenvoorziening – stuit met name de jonge leeftijd van de rekruten en de lange, twaalfjarige dienverplichting die ingaat op het zestiende levensjaar, op steeds meer maatschappelijke weerstand. In 1903 en 1913 volgen kleine aanpassingen in het wervingsbeleid, maar het duurt nog tot1921 totdat deze praktijk eindigt en louter nog jongens van zestien jaar en ouder worden toegelaten tot de Kweekschool.
Beeld: NIMH

In 1858 benoemt het ministerie van Marine de Leidse hoogleraar Frederik Kaiser tot verificateur van ’s Rijks Zee-instrumenten. Het keuren, testen, modificeren en onderhouden van allerlei navigatie-instrumenten voor de Koninklijke Marine wordt hiermee een taak die al gauw als ‘de Verificatie’ door het leven gaat. Het groeiende verificatiebedrijf kent een nauwe band met de academische werelden ligt geografisch gunstig ten opzichte van omliggende Rijkswerven. Onderhevig aan snelle (internationale) ontwikkelingen in de navigatiekunde, veranderen de instrumenten en werkwijzen binnen deze organisatie in rap tempo. Zo doen in de eerste decennia van het bestaan van de Verificatie periscopen, gyrokompassen, afstandsmeters en vliegtuiginstrumenten hun intrede. Op deze foto uit 1927 is de grote optische werkplaats aan de Oude Varkenmarkt 18-22 in Leiden te zien en zijn onder andere verrekijkers, sextanten, een afstandsmeter en een periscoop te ontwaren.
Beeld: NIMH

In de duinen ten noorden van Noordwijk ligt sinds 1928 Noordwijk Radio (Nora). Dit radio-ontvangststation, gelegen aan zee op voldoende afstand van radiozendstations die mogelijk ruis in de ontvangst van radiogolven veroorzaken, is aanvankelijk van het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT, een voorloper van KPN). In 1953 betrekt de Koninklijke Marine het terrein. Samen met diverse zendstations beschikken de zeestrijdkrachten zo over een autonoom telecommunicatienetwerk tussen land, zee en lucht. In 1982 wordt Nora volledig gemoderniseerd om ook volgens de NAVO-standaarden te kunnen opereren. Er wordt een nieuwe betonnen radiomast (hier op de achtergrond zichtbaar) geplaatst, terwijl een groot deel van het complex tevens gaat beschikken over ondergrondse bunkers. Op deze foto uit 1998 inspecteert een lid van het Marine Bewakingskorps de verouderde buizenantennes in de duinen.
Beeld: NIMH

In 1904-1905 bouwt scheepswerf De Schelde in Vlissingen de eerste Nederlandse onderzeeboot naar een ontwerp van de Amerikaanse Electric Boat Company. De boot wordt Luctor et Emergo gedoopt: ‘ik worstel en kom boven’. De proeftocht met een Amerikaanse bemanning eind 1905 loopt echter uit op een mislukking, waarna de boot voorlopig werkeloos aan de kade blijft liggen. Luitenant-ter-zee der eerste klasse Paul Koster blijft evenwel geloven in de potentie van het vaartuig. Hij beseft dat het varen met de boot is gebaat bij een door en door op elkaar ingespeelde bemanning. Koster stelt een ploeg samen en begint te oefenen, hetgeen op deze foto is vastgelegd. Op10 juli 1906 vaart de boot voor een herkansing in één dag probleemloos naar het Nieuwediep. De bemanning van Koster volbrengt de daaropvolgende proeven glansrijk. In december van dat jaar komt het vaartuig vervolgens als ‘onderzeesche torpedoboot’ Hr.Ms. O 1 bij de Koninklijke Marine in dienst.
Beeld: NIMH, Collectie Losse Fotografische Objecten