Maar eind jaren zestig drong steeds nadrukkelijker het besef door dat tegen een kernoorlog eigenlijk geen zinvolle bescherming of verdediging mogelijk was. Van een streven naar weerbaarheid evolueerde het denken in de richting van een erkenning van weerloosheid. De enige zinvolle taak van de krijgsmacht was dan ook het afschrikken van het Warschaupact. En dat heeft zij tot aan de val van de Berlijnse muur met succes gedaan, zo kunnen we achteraf concluderen. De paradox van de Koude Oorlog was dat de oorlog enerzijds heel dichtbij leek – twee tot de tanden toe bewapende machtsblokken stonden permanent gereed om elkaar in de haren te vliegen – en anderzijds juist heel ver weg, omdat de nadruk zo sterk op afschrikking was komen te liggen. Mede daardoor was met name de landmacht vooral in de jaren zeventig en tachtig sterk de trekken van een verburgerlijkt vredesleger gaan vertonen met een daarbij horende van 8 tot 5 mentaliteit. De langharige, mondige dienstplichtige stond symbool voor een leger waarin de ‘warrior mindset’ ver te zoeken was.

Hoogste staat van paraatheid

Toch is dit slechts één perspectief op de Koude Oorlog. Want tegelijkertijd was het toen juist met de waakzaamheid eigenlijk best goed gesteld. Oost en West hielden elkaar in die tijd immers bijzonder nauwgezet in de gaten. De inlichtingendiensten stonden continu op scherp. Een verrassing als in Mei ‘40 gaat ons niet nog eens overkomen, zo leek de boodschap. Om een herhaling van de meidagen te voorkomen ging Nederland in jaren vijftig ook over relatief veel luchtdoelartillerie beschikken. Heel lang heeft deze inspanning niet geduurd. Hiervoor in de plaats kwam een in NAVO-verband opgezette en pal achter het IJzeren Gordijn gelegen gordel van geleide wapens waaraan ook Nederlandse eenheden een bijdrage leverden. Zij verkeerden 24/7 in de hoogste staat van paraatheid. Het was waakzaamheid in optima forma.

Beeld: NIMH, Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Landmacht

Leden van het Korps Luchtwachtdienst op een van de vele luchtwachttorens die in de jaren vijftig overal in het land werden gebouwd. Bij oplopende spanning zouden niet alleen deze torens, maar ook bestaande kerktorens, door vrijwilligers van dit korps worden bemand om het luchtruim af te speuren naar Sovjet-Russische bommenwerpers.

Van hoop naar desillusie

Na de val van de Muur in 1989 leek het er enige tijd op dat het ongelijk van De Bas zou worden bewezen en dat het mogelijk was een op rechtsregels gebaseerde wereldorde te vormen, met een hoofdrol voor de Verenigde Naties. Weerbaarheid en waakzaamheid leken in die veilige wereld niet langer geboden. Maar helaas: de periode na 1990 laat zich wellicht het best samenvatten als een periode waarin dat mooie toekomstbeeld steeds meer onder druk kwam te staan, terwijl het op dit moment vrijwel volledig lijkt te zijn verkruimeld. De Bas zou ongetwijfeld, zou hij nog geleefd hebben, aan de vele talkshowtafels die Nederland rijk is, zijn gelijk hebben gehaald met zijn mantra ‘Macht gaat boven recht’.

In zijn brochure Waakzaam en weerbaar wijst De Bas op nog een verrassend actueel punt. Een samenleving dient namelijk niet alleen militair weerbaar en waakzaam te zijn, maar ook in mentale, economische, fysieke en intellectuele zin. Daar kan aan toegevoegd worden dat ook in politieke zin waakzaamheid geboden is. In de jaren dertig van de vorige eeuw, toen in Europa de democratie zwaar onder druk stond en leek te bezwijken onder de dubbele dreiging van communisme en fascisme, richtte een groep intellectuelen, onder wie Menno ter Braak, het Comité van Waakzaamheid op om tegen deze gevaren en dan vooral tegen het nationaalsocialisme te waarschuwen.

  1. Portretfoto van de Nederlandse schrijver Menno ter Braak.
  2. Een door dr. Menno ter Braak geschreven brochure met de veelzeggende titel ‘Het Nationaalsocialisme als rancuneleer’.

Waakzaamheid als blijvende opdracht

Een dergelijk comité zou in de huidige tijd niet misstaan. In ieder geval is politieke waakzaamheid geboden, in Nederland, maar even zo goed in de rest van Europa en de Verenigde Staten. Kortom bij alle NAVO-partners. Daarbij is het goed te bedenken dat bondgenootschappen of andere politieke verbanden vaak niet zozeer onder druk van buiten bezwijken maar veeleer ten ondergaan aan eigen traagheid, verdeeldheid en zwakheid. Het Romeinse Rijk is hiervan het klassieke voorbeeld, maar ook het uit elkaar vallen van de Sovjet-Unie in 1991 is een bekende casus. Ogenschijnlijk fragiele verbanden als bijvoorbeeld de Europese Unie zijn tijdens crises juist vaak verrassend robuust zijn gebleken. Anderzijds is dat uiteraard geen garantie voor de toekomst. Waakzaamheid blijft geboden, wat volgens Menno ter Braak vooral betekende de morele plicht voor iedereen de rechtsstaat en de democratische waarden actief te verdedigen.

Beeld: NIMH, Collectie Leger Film- en Fotodienst/Audiovisuele Dienst KL/Mediacentrum ILMO/Mediacentrum KL

Op 2 april 2026 is het monument Leger en Vloot teruggeplaatst op de boulevard van Scheveningen. Het monument heeft een prominente plaats gekregen voor het Kurhaus. In 1921 onthulde koningin Wilhelmina het gedenkteken ter nagedachtenis aan de gemobiliseerde troepen in de Eerste Wereldoorlog.