In juni 1918, tijdens de Eerste Wereldoorlog, publiceert de directeur van het Krijgsgeschiedkundig Archief van de Generale Staf, luitenant-generaal François de Bas een brochure onder de fraai allitererende titel Waakzaam en weerbaar. Weerbaarheid: ook al zo’n begrip dat recentelijk een opmerkelijke ‘comeback’ heeft gemaakt. Het is een duidelijk signaal dat de wereld er de laatste tijd niet veiliger op is geworden. Tot voor kort was het woord eigenlijk alleen nog bekend van de studentenweerbaarheden.
Voorbereid op dreiging
Maar nu is het begrip weerbaar in alle ernst weer helemaal terug van weggeweest. Alle geledingen van de samenleving, overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en particulieren, moeten weerbaar worden tegen een breed scala aan dreigingen, zo staat bijvoorbeeld te lezen op de website van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (de NCTV). Personen jonger dan 55 jaar, kunnen zich sinds kort aanmelden voor de Nationale Weerbaarheidstraining. Koningin Máxima is reeds voorgegaan. En iedereen doet er goed aan een noodpakket in huis te halen met het oog op een hele waaier aan mogelijke calamiteiten. Van de mensen die inmiddels aan dit dringende advies gevolg hebben gegeven, heeft 53 procent dat gedaan uit waakzaamheid, aldus een enquête van de NCTV. De begrippen waakzaam en weerbaar zijn dus nog altijd nauw met elkaar vervlochten en in die zin is de brochure van De Bas, in ieder geval de titel ervan, nog actueel.
Beeld: © Fritz Behrendt
Op deze tekening uit 1975 van Fritz Behrendt is te zien hoe de secretaris-generaal van de NAVO, Luns, zogenaamd verheugd reageert op een Nederlands aanbod het bondgenootschap te versterken met de studentenweerbaarheid.
Macht boven recht
De Bas viel trouwens in die brochure met de deur in huis. Al op de eerste pagina trachtte hij de lezer van al zijn mogelijke illusies te beroven. Oorlog, zo stelde hij, was een onuitroeibaar verschijnsel. “De oorlog, machtsstrijd der volkeren, valt”, zo schreef hij, “evenmin uit de wereldorde te verbannen als krakeel uit de kinderkamer. Hoezeer de zwakke zich moge beroepen op ‘het recht’, de sterkere handhaaft de stelling ‘macht gaat boven recht’. Die zulks zou willen ontkennen ziet utopieën aan voor werkelijkheid”. Deze les konden de Amerikaanse president Wilson en andere idealisten die aan het einde van de Eerste Wereldoorlog de wereld zo graag safe for democracy wilden maken, in hun zak steken. Macht zal altijd boven recht blijven gaan. En laat dit nu precies de boodschap zijn die we tegenwoordig ook onomwonden uit het Witte Huis vernemen. Wilson versus Trump: het verschil kan niet groter zijn, zou je zeggen, maar voor De Bas maakte het eigenlijk geen verschil, omdat volgens hem elk land, elk volk, wilde het overleven, sowieso altijd alleen op eigen kracht kon vertrouwen. Hij sloot zijn brochure dan ook af met de woorden “Blijven wij – WAAKZAAM EN WEERBAAR!”
Een onmogelijke opgave?
Deze vermaning van De Bas was gemakkelijker gezegd dan gedaan, al was het maar omdat het voor een individu of voor een gemeenschap niet meevalt voortdurend op zijn qui-vive te zijn. Verslapping en verzwakking van de aandacht liggen op de loer. En bovendien speelde er een nog fundamentelere vraag, namelijk of een klein land als Nederland, dat door grote mogendheden werd omringd, ooit wel voldoende weerbaar kon zijn? Was dat niet bij voorbaat een onmogelijke opgave? Was een klein land hoe dan ook niet aan de grillen van de sterkere landen overgeleverd?
Beeld: NIMH, Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Landmacht
Portret van Francois de Bas (1840-1931).
Onafhankelijkheid als eigen kracht
De Bas en veel andere militaire publicisten met hem vonden nadrukkelijk van niet. Zij meenden dat Nederland wel degelijk zelf garant kon staan voor zijn eigen onafhankelijkheid. In elk volk huisde, zo luidde een aan de Romantiek ontsproten gedachte, in potentie een onoverwinnelijke oerkracht, maar een volk moest wel vitaal genoeg zijn om die kracht te willen activeren. Weerbaarheid was in de kern wilskracht. Cruciaal daarbij was dat een volk dan wel trouw moest blijven aan zichzelf en zijn eigen nationale karaktertrekken, aldus nog steeds De Bas en zijn schrijvende collega’s.
Water als bondgenoot
Voor de Nederlander betekende dit ‘trouw blijven aan zichzelf’ vooral dat hij de waterrijke gesteldheid van zijn land moest koesteren en zoveel mogelijk benutten. De Nederlander was immers, zo was de overtuiging, als geen ander in staat te wonen, te werken, maar ook te vechten en te overleven in die natte omgeving van rivieren, sloten, meren, kreken, moerassen en zeearmen. De vele natuurlijke en kunstmatige waterbarrières konden Nederland, of beter gezegd: het westen van het land, tot een onneembare, of vrijwel onneembare, vesting maken. Het concept, kortom, van de Vesting Holland.