Het is 1950 en Nederland is nog herstellende van de heftige onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië. Het is tijd om de krijgsmacht flink te reorganiseren en vergroten, want een nieuwe grote dreiging dient zich aan. De Koude Oorlog is begonnen en het Westen vreest een aanval van het door de Sovjet-Unie geleide Warschaupact. Dit zijn de omstandigheden waarin het Regiment Limburgse Jagers (RLJ) wordt opgericht.

Naamregimenten

Bij de reorganisatie van het Wapen der Infanterie verdwijnen de oude genummerde infanterieregimenten. Ze worden vervangen door zogeheten naamregimenten, waarbij gekozen wordt voor namen van leden van het Huis van Oranje of figuren uit de Nederlandse militaire geschiedenis. Maar er is iemand die het anders wil aanpakken. Luitenant-kolonel Jean Louis Antoni (1896-1982) wil een regiment met binding aan een provincie, zoals dat bij de Britten gebruikelijk is. De manschappen moeten worden gerekruteerd uit die specifieke streek, zodat het beste wat die provincie te bieden heeft in dat regiment samenkomt.

Verknocht aan Limburg

Zelf is Antoni verknocht aan Limburg, dus koerst hij aan op een naamregiment voor die provincie. Het 2e, 6e en 11e regiment hebben hun opleidingsdepots in Roermond en Venlo en zijn op die manier al met Limburg verbonden. Zij verdwijnen na de reorganisatie, maar worden beschouwd als de stamregimenten van het per 1 juli 1950 opgerichte Regiment Limburgse Jagers. Het nieuwe regiment zet de tradities van zijn voorgangers voort en neemt de roemruchte wapenfeiten als vaandelopschriften over op het nieuwe regimentsvaandel.

Jagersgroen en karmozijnrood

De naam “Regiment Limburgse Jagers” verwijst naar twee voormalige infanterie-eenheden die in de 19e en begin 20e eeuw zijn opgericht. In de volksmond heten zij Jagers. Antoni gaat aan de slag met het ontwerpen van een embleem, regimentskleuren en een vaandel. In het embleem verweeft hij een opwaarts gericht zwaard met symbolen van jagerseenheden (de jachthoorn) en Limburg (het eikenloof). De regimentskleuren worden jagersgroen en karmozijnrood. Op het nieuwe vaandel worden de krijgsverrichtingen van de voorgangers verwerkt, zoals de Slag bij Waterloo (1815) en de Tiendaagse Veldtocht (1831). In oktober 1951 reikt koningin Juliana het nieuwe vaandel persoonlijk aan Antoni uit. Antoni, inmiddels kolonel, wordt de eerste commandant van het RLJ.

Paraat staan

De Koude Oorlog is ondertussen in volle gang. De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), waar Nederland ook deel van uitmaakt, moet paraat staan om een eventuele strijd met de Sovjets aan te gaan. Dat geldt ook voor het Regiment Limburgse Jagers. Van het regiment is het 42e Bataljon (42 BLJ) lange tijd de belangrijkste parate eenheid. Zij moet, bij een Sovjetaanval, in West-Duitsland de eerste klappen opvangen. Het plan is om zo de opmars van de vijand flink te vertragen. Zo krijgen de andere NAVO-eenheden de tijd om te mobiliseren en ook het gevecht aan te gaan. De ogen op het oosten houden en klaar zijn voor de strijd, dat zijn de belangrijkste taken van het regiment.

Seedorf

Om ter plekke direct de strijd aan te kunnen gaan is 42 BLJ van 1963 tot 2006 in het Noord-Duitse Seedorf gelegerd, een stadje tussen Bremen en Hamburg. In de zestiger jaren is de kazerne in Seedorf voor die tijd heel modern. Er is een sporthal, zwembad en theater-/filmzaal. In de doucheruimtes is zelfs warm water aanwezig, en dat is in die tijd geen vanzelfsprekendheid. De geasfalteerde wegen krijgen bijnamen als ‘Damrak’ en ‘Coolsingel’. Het gebouw waar de staf huist, wordt tot de ‘Ridderzaal’ gedoopt.

Beeld: NIMH, collectie Griffioen (weekblad 41 Brigade)

Bikkels in de sloot, oktober 1993. Tijdens de oefening Basic Soldier, geleid door de Alfa-compagnie van 42 BLJ, worden recent binnengestroomde militairen de algemene militaire beginselen bijgebracht. Een bezoek aan de visvijver achter legerplaats Seedorf behoort tot het standaardrepertoire.

Op elkaar aangewezen

Het nadeel van Seedorf is dat de militairen wat afgesloten zitten van de buitenwereld. Ze hebben nauwelijks een weekend helemaal vrij en weinig contact met familie en vrienden. Vanwege gebrekkig openbaar vervoer buiten de kazerne kunnen ze nergens naartoe. Daar staat dan wel een ruime financiële vergoeding tegenover, vooral voor beroepsmilitairen. Omdat ze op elkaar zijn aangewezen, ontstaat er een sterke band tussen de militairen die in Seedorf dienen. De discipline in Seedorf is streng, militairen draaien lange diensten en alles staat in het teken van de paraatheid. Om zo paraat mogelijk te zijn, wordt er veel geoefend. Het dunbevolkte laagland van Noord-Duitsland is met vele rivieren een ideaal oefenterrein voor grootscheepse verplaatsingen, rivieroverstekeningen en tankaanvallen. De bataljons van RLJ doen in die jaren aan bijna alle internationale oefeningen mee.

Beeld: NIMH, collectie Sectie Communicatie 13 Brigade

Uitstijgen voor het gevecht, september 1991. Pantserinfanteristen stormen uit hun YPR-765-pantserrupsinfanterie (PRI)-rupsvoertuig. Tijdens de Koude Oorlog specialiseren de Limburgse Jagers zich in gemechaniseerd optreden.

Naar Bosnië

Wanneer de Koude Oorlog begin jaren negentig eindigt, krijgt de Nederlandse krijgsmacht andere hoofdtaken. De nadruk komt meer te liggen op het wereldwijd bijdragen aan stabiliteit en vrede. Voor 42 BLJ betekent dit dat de eenheid voor het eerst deelneemt aan internationale operaties. Vanaf 1995 doet het mee aan drie achtereenvolgende vredesmissies. De eerste is de United Nations Protection Force (UNPROFOR), de vredesmissie van de Verenigde Naties in Bosnië. Deze missie is onder andere in de buurt van moslimenclave Srebrenica actief. De A-Compagnie van 42 BLJ komt op het slechtst denkbare moment in Siman Han in Bosnië aan. Het is juli 1995 en de enclave is een paar dagen eerder gevallen, waarbij ruim 8.000 moslimmannen zijn vermoord. Eigenlijk moet de compagnie patrouilleren en observeren, maar daar komt het de eerste weken niet van. De Limburgse Jagers zijn vooral bezig met het opvangen en verzorgen van de enorme stroom vluchtelingen uit Srebrenica. Hierbij krijgen zij, als Nederlanders, ook vaak verwijten over de val.

Van ‘blauw’ naar ‘groen’ naar ‘blauw’

In december 1995 gaat UNPROFOR over in NAVO-missie Implementation Force (IFOR). Deze missie moet ervoor zorgen dat de strijdende partijen zich aan de gemaakte afspraken van het pasgesloten vredesakkoord houden. Waren de taken bij UNPROFOR eerder ‘blauw’ (vooral observeren) van aard, nu zijn ze meer militair (dus ‘groen’) geworden. Dwingender optreden en, indien nodig, geweld gebruiken. In het tijdschrift ‘De Limburgse Jager’ vertelt een BLJ’er het zo: “In het eerste geval moet je opstaan en praten; in het tweede kun je beter gaan liggen om te schieten. Het is een totale mentaliteitsverandering.”

Stabiliteit als doel

IFOR gaat op zijn beurt over in SFOR, de Stabilisation Force, die voor definitieve stabiliteit in de regio moet zorgen. Aan het bataljon de taak om vooral de contacten met de lokale bevolking goed te onderhouden. Een sergeant vertelt daarover: “Rijden door de omgeving, praten met de lokale bevolking, burgemeesters. En […] altijd dezelfde vragen: is er eten, is er stroom, is er water?” Het heeft effect, want het wordt veiliger en de bevolking pakt het gewone leven weer op. De BLJ’ers moeten wel oppassen voor mijnen, die nog in grote getalen verspreid liggen. In 2004 komt de laatste lichting van het regiment terug uit de Balkan. De internationale aandacht is dan inmiddels ergens anders op gericht.

Een huis bouwen

Na de aanslagen op de Twin Towers van 11 september 2001 begint een jarenlange strijd tegen het terrorisme in Irak en Afghanistan, waar ook het RLJ aan deelneemt. Drie Limburgse Jagers-compagnieën strijken in 2004 neer in Al Muthanna, in het zuiden van Irak. Hier moeten zij de lokale bevolking klaar zien te stomen voor zelfbestuur. De commandant vergelijkt het met het bouwen van een huis: “De mariniers hebben fundamenten gelegd. Wij hopen de muren af te bouwen en dan is het aan onze opvolgers – wie dat ook moge zijn – en de Irakese bevolking zelf om een bewoonbaar huis te maken van de provincie Al Muthanna.” Naast bewakingstaken bouwen de Nederlanders scholen en worden wegen en drinkputten aangelegd. Dit gaat niet zonder slag of stoot: de Limburgse Jagers krijgen met enige regelmaat met schietincidenten of aanslagen te maken. Eén Limburgse Jager komt daar op 10 mei 2004 bij om het leven. In juli 2004 komt de periode van BLJ in Irak ten einde. Enkele jaren later wordt zij in een nieuw missiegebied ingezet: Afghanistan.

Beeld: NIMH, collectie Centrum voor Audiovisuele Dienstverlening Koninklijke Marine

‘Please keep your distance!’ Een patrouille van Nederlandse militairen houdt een groepje Irakezen op afstand. Dreiging ligt in de Zuid-Iraakse provincie Al Muthanna altijd op de loer.

Chora

Na de periode in Irak vertrekken de Limburgse Jagers in 2007 naar Uruzgan, een provincie in Zuid-Afghanistan. Hier zijn zij in juni 2007 betrokken bij de ‘Slag om Chora’. Uit inlichtingenrapporten blijkt dat vijandelijke troepen zich verzamelen in een vallei in het centrum van Uruzgan. Twee pelotons Limburgse Jagers komen onder mortiervuur te liggen, een derde komt met militairen van het Afghaanse leger te hulp. De drie pelotons beantwoorden ook met mortiervuur en er komt lucht- en vuursteun. Er ontstaat een langdurig vuurgevecht dat de hele dag aanhoudt en bij de vijand leidt tot verliezen.

Gevolgen van de missie

Ondanks dat de lokale bevolking is gewaarschuwd over de aanstaande gevechten, vallen er door de lucht- en vuursteun ook burgerdoden. Na twee dagen vechten vegen de Nederlandse en Afghaanse militairen de vallei ‘schoon’. De vijand blijkt echter al gevlogen. Na die zomer keren de Limburgse Jagers nog drie keer terug naar Uruzgan, totdat Nederland zich in 2010 definitief uit de provincie terugtrekt. Drie BLJ’ers komen in Afghanistan om het leven.

Beeld: NIMH, collectie Audiovisuele Dienst Defensie/Mediacentrum Defensie

Samen met de Afghaanse militairen bezoeken Limburgse Jagers de leefgemeenschap Seyyedan. Er bestaat een vermoeden dat hier geïmproviseerde bommen gemaakt worden of opgeslagen liggen. Er worden twee AK-47-geweren en drie handgranaten in beslag genomen.

Oude hoofdtaak

Na Irak en Afghanistan gaat de aandacht weer terug naar Europa. Hier heeft Rusland in 2014 de Krim geannexeerd, dat een conflict in Oost-Oekraïne ontketent. Voor de NAVO betekent dit dat zij weer teruggrijpt op de hoofdtaak van de Koude Oorlog: het vizier op het oosten en paraat staan. De eerste stap die wordt gezet, is het stationeren van NAVO-troepen in de Baltische staten om de Russen af te schrikken. Ook 42 BLJ gaat regelmatig naar Litouwen. En net als tijdens de Koude Oorlog wordt er weer in internationaal verband veel geoefend.

Vijf intensieve weken

Dan doet Rusland in februari 2022 waar iedereen al een tijdje bang voor is: het valt Oekraïne binnen. Het Westen steunt Oekraïne financieel en militair. De militaire steun bestaat niet alleen uit het leveren van wapens. 42 BLJ draait bijvoorbeeld mee in een Brits programma waarin Oekraïense militairen worden opgeleid. Als de Oekraïners na vijf weken intensieve training afzwaaien, valt dat sommigen zwaar. “Dat is best wel een emotioneel moment waarbij het besef er echt is dat mensen vertrekken naar een oorlogssituatie waar je ook weet dat niet iedereen het gaat overleven,” schrijft De Limburgse Jager.

Voor elkaar, altijd!

Driekwart eeuw na de oprichting is het Regiment Limburgse Jagers uitgegroeid tot een hechte gemeenschap met een rijke traditie en een schat aan operationele ervaring. Van de modder in Noord-Duitsland tot de bergen van Afghanistan, telkens opnieuw bewijzen de Limburgse Jagers dat zij zich weten aan te passen aan nieuwe dreigingen en taken. Terwijl de geopolitieke spanningen opnieuw toenemen, is de missie van het regiment onveranderd relevant: voor elkaar, altijd!

Zwart-wit foto. Een groep militairen in uniform marcheert buiten.

“We sjouwen hier nogal wat af” is het commentaar van TLV-schutter W. Roovers. Start van een infiltratie, een uitgestegen actie met op de achtergrond een YPR, die de Limburgse Jagers beschouwen als “een gepantserde taxi”. De C-compagnie van 42 BLJ uit Seedorf oefent in de zomer van 1989 op oefenterrein Vogelsang samen met het C-Eskadron van 43 Tankbataljon.

Beeld: NIMH, collectie Griffioen (weekblad 41 Brigade)

Zwart-wit foto. Er zijn drie militairen te zien, in uitrusting. Een militair staat voorovergebogen, de andere twee militairen liggen op de grond. Een van de militairen heeft een wapen.

“Alle ammo tot de laatste patroon verschoten!” Een MAG-schutter en zijn helper ontvangen feedback van hun schietinstructeur, februari 1992. Individuele Limburgse Jagers schoten met lichte automatische wapens zoals de FN FAL of Uzi-pistoolmitrailleur.

Beeld: NIMH, collectie Sectie Communicatie 13 Brigade

Zwart-witfoto. Twee pantserwagens rijden over een weg, uit beide wagens steken meerdere militairen uit de luiken omhoog. Ze dragen allemaal een uniforme en helmen, sommigen hebben ook een grote bril op de helm. Uit de linker wagen steekt in het middel een lange vlaggenmast omhoog, met daaraan een vierkante vlag. In de achtergrond, aan de andere kant van de weg, is een berm met bomen en struiken.

De vaandelwacht rijdt tijdens de Wapenschouw op 5 mei 1965 met het regimentsvaandel mee in twee AMX-pantserrupsvoertuigen op oefenterrein de Vlasakkers bij Soest.

Beeld: NIMH, collectie Leger Film- en Fotodienst/Audiovisuele Dienst KL/Mediacentrum ILMO/Mediacentrum KL