Johan Saueressig (1898-1945) brengt de laatste jaren van zijn leven door in de krijgsgevangenkampen van toenmalig Nederlands-Indië. De brieven die hij naar huis schrijft en de tekeningen die hij maakt, zijn hartverscheurend. Enkelen hiervan zijn in de collectie ‘Nederlands-Indië contra Japan’ van het NIMH terug te vinden. Zij geven een indringend beeld van de laatste momenten van zijn leven.

Tekenaar

Saueressig werkt als technisch opziener, een soort conciërge, in de gevangenis van Meester Cornelis (nu Jatinegara, een stadsdeel van Jakarta). Zijn technische achtergrond is goed terug te zien in de collectiestukken: Saueressig heeft een talent voor tekenen. Hij tekent mensen, meubels, huizen, planten, bloemen en dieren. Een deel van de illustraties zijn schematische schetsen, een aantal andere afbeeldingen zijn juist erg gedetailleerd.

Sergeant

Eind 1941, tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt Saueressig opgeroepen en dient hij als sergeant in het Koninklijke Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Een paar maanden later wordt hij door de Japanners krijgsgevangen gemaakt en verblijft hij in meerdere krijgsgevangenkampen. Ook in de kampen blijft hij tekenen. Vier daarvan zijn in de NIMH-collectie terug te vinden, waarvan er twee in het oog springen.

Beeld: NIMH, collectie Nederlands-Indië contra Japan

Een vrolijk tafereel: krijgsgevangenen wassen zich bij een riviertje. Saueressig tekent dit in februari 1944.

Een glibberig tafereel

De eerste tekening is van een alledaags tafereel. Krijgsgevangenen baden zich langs een riviertje of sloot. Terwijl gevangenen op de achtergrond water over zichzelf gooien, glijdt iemand op de voorgrond uit over de waarschijnlijk gladde modder. De gevangenen om hem heen lachen vrolijk. Hoewel de scene anders doet vermoeden, speelt dit zich af in 1944. Midden in de oorlog, met krijgsgevangen die achter het prikkeldraad opgesloten zitten.

Beeld: NIMH, collectie Nederlands-Indië contra Japan

Jezus staat aan hun kant. Tekening van Johan Saueressig uit 1942 van een voortgedreven groep KNIL-militairen.

Onschuldige slachtoffers

Een andere tekening is veel serieuzer van aard. Het toont een stoet van somber en vermoeid ogende militairen, die karren voortduwen en bagage meedragen. Aan de zijkant staat een Japanse militair die met een zweep zwaait. Boven de mensen, tussen de wolken, is een visioen te zien. Jezus Christus zeult het kruis voort, aangedreven door een Romeinse militair met knallende zweep. De symboliek is duidelijk: de KNIL-militairen zijn onschuldige slachtoffers en de Japanners zullen boeten voor hun wreedheden.

‘Overputting en vermoeinis’

Saueressig schrijft ook brieven tijdens zijn gevangenschap, waarvan de transcripten van zijn twee laatste brieven ook in de collectie zijn opgenomen. Ze zijn hartverscheurend. Hij weet dat hij snel dood zal gaan, want één van de eerste zinnen luidt: ‘Ik zal heengaan door de honger en overputting van vermoeinis.’ Hij schrijft hoe weinig hij te eten krijgt (‘200 gram rijst voor een dag, heel weinig vlees en vetten en wat groente’) en dat hij daardoor nog maar 35 kilo weegt. Het is te weinig om van te leven, maar lange tijd net genoeg om niet van te sterven.

De laatste brief

Net als in de tekeningen komt ook hier zijn sterke geloof naar voren. Saueressig zegt tot God te bidden om kalmte en hulp en zich erbij neer te leggen dat het Gods plan is. Hij moedigt zijn vrouw aan met een goed man te hertrouwen en wil dat zijn zoons later in militaire dienst te treden, want dat is goed voor ze. In een allerlaatste briefje, geschreven op 13 augustus 1945, roept hij zijn gezin op gelukkig en vroom verder te leven. Hij schrijft het enkele uren voordat hij zijn laatste adem uitblaast, en twee dagen voordat Japan zich overgeeft. Johan Saueressig wordt 46 jaar en ligt begraven op Ereveld Menteng Pulo in Jakarta.

Beeld: NIMH, collectie Nederlands-Indië contra Japan

Het einde van de op één na laatste brief van Johan Saueressig, geschreven in augustus 1945. Daaronder de laatste, die hij een paar uur voor zijn overlijden schrijft.