Het is deze zomer 75 jaar geleden dat de Korea-oorlog uitbreekt. Ondanks enige terughoudendheid, is Nederland één van de eerste landen die gehoor geeft aan de oproep van de Verenigde Naties (VN) strijdkrachten te leveren. Nederland doet dit door begin juli 1950, een week na het uitbreken van de oorlog, torpedobootjager Hr.Ms. Evertsen, die zich al in Indonesische wateren bevindt, naar het schiereiland te sturen. De Evertsen is de eerste van zes Nederlandse marineschepen die tijdens en kort na de Korea-oorlog aldaar inzet zien.
Blokkade, escorte en kustbeschietingen
Alle maritieme strijdkrachten van de VN die aan de Korea-oorlog meedoen, vallen onder bevel van de commandant van de lokale Amerikaanse zeestrijdkrachten in Oost-Azië. De Nederlandse schepen maken deel uit van de Task Group 96.5: Japan Korea Support Group, en meer specifiek een door de Britse marine geleidt Gemenebest flottielje, het Task Element 96.53. Vanaf half september 1950 wordt deze laatste eenheid omgedoopt tot de Task Group 95.1 vallend onder de Task Force 95: de United Nations Blockade and Escort Force.
Blokkade en escorte, maar al snel ook kustbeschietingen zijn de hoofdtaken van het flottielje. De Nederlandse schepen opereren vooral langs de Koreaanse westkust. Hier voeren zij patrouilles uit, beschermen de aanvoerlijnen, escorteren Amerikaanse en Britse vliegkampschepen en bestoken vijandelijke doelen. Tijdens de oorlog hebben Nederlandse schepen weinig te vrezen van de zwakkere Noord-Koreaanse marine. Mijnen, ondiepten, tyfoons en ijsgang in de winter vormen een grotere bedreiging.
Beeld: NIMH, collectie: Rups
Precisie is alles. Een luitenant-ter-zee der 2e klasse oudste categorie bepaalt met behulp van een kompas de koers van het schip.
Train Buster
De Evertsen loopt na een maand nabij Korea averij op: in augustus loopt het schip vast op een rif en keert na omvangrijke reparaties pas eind november terug in het operatiegebied. In april 1951 neemt de torpedobootjager Hr.Ms. Van Galen de patrouilletaken over. Een jaar later is het de beurt aan Hr.Ms. Piet Hein, de derde torpedobootjager op rij en de enige met een detachement mariniers aan boord.
Tijdens zijn tien maanden in Koreaanse wateren, belandt de Piet Hein in een illuster gezelschap. Het treedt toe tot de zogeheten Train Buster Club. De schepen van Task Force 95 krijgen regelmatig de opdracht zogenaamde package sweeps uit te voeren, waarbij spoorwegtrajecten langs de Noord-Koreaanse oostkust worden gemonitord en treinen onder vuur te nemen. In de nacht van 14 op 15 november 1952 slaagt de Piet Hein erin zo’n trein in de baai van Songjin te raken en uit te schakelen.
Beeld: NIMH, collectie: Rups
In het hart van het schip zijn machinisten aan het werk in de machinekamer om de motoren te laten draaien.
Rups aan boord
In de zomer van 1952 komt er een bijzondere passagier aan boord van de Piet Hein: Jan Rups, militair correspondent van de Legervoorlichtingsdienst. Zijn belangrijkste taak is het schrijven van artikelen over de situatie in Korea, voor zowel de militaire als onafhankelijke pers, in binnen- en buitenland. De artikelen moeten vooral focussen op de verrichtingen van de Nederlandse strijdkrachten. In het bijzonder het Nederlands Detachement Verenigde Naties, een in het najaar van 1950 uitgezonden vrijwilligerseenheid van landmacht- en marine-reservisten, maar ook marineschepen krijgen zo nu en dan de aandacht. Maar Jan Rups is meer dan alleen journalist: hij treedt ook als fotograaf op. Met zijn pen en camera legt hij het dagelijkse leven aan boord van de torpedobootjager vast.
In de beeldcollectie van het NIMH zijn de bijzondere foto’s van Jan Rups aan boord van de Piet Hein te vinden. Het merendeel van de beelden toont opvarenden van het bewuste schip: machinisten in de machinekamer, een matroos aan het roer, matrozen die op de uitkijk staan of aan dek aardappels schillen. Daartussen zitten ook een paar portretfoto’s: matrozen met grote baarden en een hofmeester die zijn fraaie snor toont. Het zijn geen foto’s die meteen de harde realiteit van de oorlog in beeld brengen, maar ze bieden wel een aardig inkijkje in het dagelijkse reilen en zeilen aan boord van het marineschip.
Enige slachtoffer
Het fregat Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau neemt de taak over van de Piet Hein. De Maurits is de enige van de Nederlandse marinevaartuigen die in het operatiegebied een slachtoffer moet betreuren. Telegrafist Cornelis van Vliet komt om het leven bij een evacuatiepoging van een zieke Zuid-Koreaanse militair, als hij per ongeluk geraakt wordt door eigen vuur van Koreaanse eenheden.
Na het staakt-het-vuren zullen nog twee schepen patrouillerende taken in Koreaanse wateren uitvoeren. De laatste ervan, Hr.Ms. Van Zijll, vaart in januari 1955 terug naar Nederland. Daarmee komt na viereneenhalf jaar een einde aan de Nederlandse maritieme inzet in de Koreaanse wateren.