‘The bomber will always get through’, het is een beroemde frase uit een even beroemd geworden speech van de Britse parlementariër Stanley Baldwin uit 1932. Het geeft goed weer hoe in de jaren tussen beide wereldoorlogen in Groot-Brittannië wordt gedacht over de luchtstrijd. Alleen met een grote vloot bommenwerpers kan een oorlog in het voordeel worden beslist, zo is de gedachte. De opbouw van RAF Bomber Command met vliegtuigen die strategische doelen in het vijandelijke achterland kunnen aanvallen krijgt absolute prioriteit. De praktijk blijkt weerbarstiger dan de theorie. Wanneer kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog formaties Britse bommenwerpers eropuit trekken om – zonder jagerbegeleiding – bij daglicht doelen in Duitsland aan te vallen, worden ze massaal neergehaald.

Beeld: NIMH

Aanvankelijk beschikt Bomber Command nog vooral over tweemotorige bommenwerpers als de Vickers Wellington.

Nachtbombardementen en koerswijziging

Om de kwetsbaarheid van de bommenwerpers te beperken vliegt Bomber Command vanaf eind 1939 nog vrijwel uitsluitend ’s nachts. Het raken van strategische doelen bij duisternis – fabrieken, spoorwegknooppunten, vliegvelden en bruggen – blijkt echter niet eenvoudig. De bommen vallen niet zelden kilometers ver van hun doel. Aanvankelijk kijkt de RAF-leiding nog weg. Maar na de publicatie van het zogenaamde Butt-rapport (1941) is dat niet langer mogelijk. De resultaten ‘slaan in als een bom’. Uit fotoverkenningen is namelijk gebleken dat slechts een zeer klein percentage in de buurt van het doel terechtkomt. Het leidt in februari 1942, met de uitgifte van een nieuw Bomber Directive en de aanstelling van een nieuwe commandant, Arthur Harris, tot een rigoureuze koerswijziging. Voortaan zal RAF Bomber Command zich vooral gaan richten op het ondermijnen van “the morale of the enemy civil population and in particular, of the industrial workers”. Harris koestert een ongebreideld geloof in het bombarderen van stedelijke gebieden en is er heilig van overtuigd dat alleen strategische bombardementen Duitsland op de knieën kunnen krijgen.

Beeld: NIMH

Na het vernietigende Butt-rapport gaat Bomber Command zich richten op area bombing. In de nacht van 28 op 29 maart 1942 is Lübeck de eerste Duitse stad die op deze manier wordt aangevallen.

Beeld: Wikicommons

Vanaf het voorjaar van 1941 komt de eerste viermotorige bommenwerper beschikbaar: de Short Stirling.

De opkomst van area bombing

In het voorjaar van 1942 worden Rostock en Lübeck als eerste aangevallen met het doel om zoveel mogelijk woonwijken plat te leggen. Deze beide Hanzesteden zijn er speciaal voor uitgezocht omdat de huizen er dicht op elkaar staan en veel hout bevatten: ze branden goed. In de volgende periode groeit RAF Bomber Command geleidelijk uit tot een formidabele strijdmacht die steeds grotere schade aanricht aan de Duitse steden. Steeds verder worden de aanvalstactieken geperfectioneerd, onder andere door het gebruik van markeermiddelen, radar en door de bomladingen te voorzien van een mix van zware brisantbommen en brandbommen. Wat ook meespeelt, is dat vanaf 1941 grotere en zwaardere bommenwerpers beschikbaar komen: de Stirling, de Halifax en vooral de Lancaster. Vanaf de herfst van 1944, wanneer de Duitse tegenstand in de lucht sterk vermindert en er voortaan ook overdag wordt gebombardeerd, schieten de bommentonnages die worden afgeworpen geweldig de hoogte in. Alleen al in de laatste drie maanden van 1944 wordt een groter gewicht aan bommen op Duitse steden afgeworpen dan in heel 1943.

Beeld: Wikicommons

Naarmate de oorlog voortschrijdt groeit het bommentonnage dat op Duitsland wordt afgeworpen dramatisch.

Gevolgen

Pas in maart 1945, mede dankzij de ophef die is ontstaan na de aanval op Dresden, verordonneert premier Churchill dat het area bombing moet stoppen. Volgens schattingen zijn dan inmiddels zo’n 600.000 burgers omgekomen en vele miljoenen huizen beschadigd en vernietigd. De prijs die Bomber Command zelf betaalt is eveneens hoog. Rond de 50.000 oorlogsvliegers sneuvelen. Het hoofddoel van de aanvallen op de Duitse steden, het breken van het Duitse moreel, wordt nooit bereikt. Wel zorgen de bombardementen ervoor dat grote aantallen Duitse militairen noodgedwongen moeten worden ingezet voor de verdediging van het vaderland en wordt de industriële productie ernstig gehinderd. Ook beperken de bombardementen de mobiliteit van het Duitse leger door de aanvallen op olieraffinaderijen, waardoor het kampt met een groot tekort aan brandstof.

Beeld: NIMH

Een ondergrondse opslagplaats voor bommen in Groot-Brittannië.