Op donderdag 13 juli 1944 wierp de geallieerde luchtmacht boven Nederland de veertigste uitgave van het luchttijdschrift De Vliegende Hollander uit met als belangrijkste nieuwsfeit de verovering van Caen. Na weken van zware gevechten was het Montgomery op 8 juli 1944 eindelijk gelukt dit belangrijke knooppunt in Normandië in te nemen. “Caen heeft veel geleden. Ook onder de burgerbevolking waren vele dooden en gewonden”, meldde het bericht naar waarheid, echter niet zonder er een positieve draai aan te geven: “Maar uit de eerste verslagen der oorlogscorrespondenten blijkt dat nog nooit de Geallieerde legers met zooveel warmte, zooveel hartelijkheid, zooveel enthousiasme zijn ontvangen als juist hier, waar de offers het zwaarst zijn geweest.” Op dezelfde pagina besteedde De Vliegende Hollander ook aandacht aan de “machtige schreden” waarmee de Russen naar de Oostzee oprukten. “Duitschland is opgeschreven”, luidde de conclusie.

De Vliegende Hollander

Dit luchttijdschrift was een initiatief van journalist en historicus Loe de Jong en schrijver A. den Doolaard (pseudoniem van Bob Spoelstra). Beiden waren in Londen werkzaam voor de regeringszender Radio Oranje, die veel luisteraars dreigde kwijt te raken nadat de Duitse bezetter in mei 1943 het bezit van radiotoestellen had verboden. Om de bevolking in bezet Nederland te blijven informeren, besloten De Jong en Den Doolaard een weekblad in de vorm van een luchtpamflet uit te geven. De Vliegende Hollander berichtte over de vorderingen van de geallieerden aan het front en stak de bevolking in het bezette Nederland een hart onder de riem.

Beeld: NIMH

'De Vliegende Hollander' van 15 juli 1944 kopt met 'Caen veroverd'.

Grote oplage

Op 22 mei 1943 verspreidden de geallieerde luchtstrijdkrachten het eerste nummer boven bezet Nederland, waarin onder andere foto’s van de RAF-aanval op de Roerdammen in het Ruhrgebied te zien waren. De oplage bedroeg aanvankelijk veertig- tot vijftigduizend stuks, maar liep al snel op tot een veelvoud daarvan. Om een zo groot mogelijk aantal mensen te bereiken, riep het blad de lezers op het na het lezen aan anderen door te geven. In oktober 1944 besloot de redactie zelfs De Vliegende Hollander voortaan dagelijks te gaan verspreiden. Dat was echter te hoog gegrepen: het blad verscheen in de praktijk drie of vier keer per week. In totaal zijn ongeveer dertig miljoen krantjes afgeworpen. Al met al was De Vliegende Hollander voor bezet Nederland een van de meest informatieve luchtpamfletten over de oorlogssituatie in Europa.