Op 2 oktober 1944 wierpen twee geallieerde vliegtuigen boven Walcheren duizenden luchtpamfletten af. De reden: ‘Niet alleen een luchtbombardement maar het gevaar van overstroming bedreigt […] uw leven en dat van uwe families.’
Bombardementen op de zeedijk
Nog geen vierentwintig uur later, in de vroege middag van 3 oktober, bombardeerde een indrukwekkende luchtvloot van bijna 250 Britse bommenwerpers de dijk bij Westkapelle. Veel mensen konden niet op tijd wegkomen. Meer dan honderdvijftig burgers kwamen om, het dorp werd grotendeels verwoest. Omdat maar een klein deel van Walcheren blank kwam te staan, besloten de geallieerden op 7 oktober de dijk aan weerszijden van Vlissingen stuk te gooien. Op 11 oktober was de dijk bij Veere aan de beurt. Daarna stond meer dan driekwart van het eiland onder water.
Beeld: NIMH
Op 2 oktober 1944 afgeworpen luchtpamflet met 'Waarschuwing aan de bewoners'.
Hoge prijs
De overstromingen moesten de zware Duitse eilandverdediging verzwakken. Dit lukte slechts ten dele. Toen een kleine maand later, op 1 november, de geallieerden bij Westkapelle en Vlissingen aan land gingen tijdens operatie Infatuate, boden de Duitse verdedigers nog steeds felle weerstand. Bovendien had het ondergelopen achterland ook nadelige gevolgen voor de geallieerden zelf, omdat ze tijdens hun opmars alleen van een smalle strook duingebied gebruik konden maken. Op 8 november was Walcheren bevrijd. De eilandbevolking had daar ondanks de waarschuwende luchtpamfletten een hoge prijs voor betaald. Pas begin februari 1946 werd het laatste gat in de dijk gedicht.
Beeld: NIMH
Strooibiljet 'Aan de Bewoners van de Eilanden in de Monding van de Rivier de Schelde'.