Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn in Groot-Brittannië verschillende vrouwenkorpsen binnen de Nederlandse krijgsmacht opgericht. Zowel het Vrouwen Hulpkorps (VHK) (20 december 1943) als de Marine Vrouwenafdeling (MARVA) (31 oktober 1944) hebben een bijdrage geleverd aan de bevrijding van Nederland. Dat de komst van deze korpsen niet altijd werd toegejuicht, blijkt uit het journaal van de wervingsreis van officier-MARVA der 3e klasse Corinne Pardede-baronesse van Boetzelaer. Dit journaal bevindt zich in collectie 62 Mw. C.M.L. Pardede-van Boetzelaer (inventarisnummer 3) van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie.
Wervingsmissie
Van Boetzelaer vertrok op 10 februari 1945 vanaf Hendon airport in Engeland naar het vliegveld Evere nabij Brussel. Daarna reisde ze door naar het bevrijde zuiden van Nederland. In de twee maanden dat zij hier verbleef, reisde zij door Brabant en Zeeland om de werving voor de MARVA op te zetten. Gedurende deze reis bleek dat er nog al wat bezwaren en vooroordelen bestonden tegen de komst van vrouwen in de krijgsmacht. Lang niet iedereen was voorstander van het aantrekken van vrouwen voor militaire dienst.
Beeld: NIMH
Het journaal van MARVA Van Boetzelaer.
Weerstand
Zo kreeg Van Boetzelaer naar eigen zeggen te horen dat “in de R.K. kerken was [...] afgeroepen dat de geestelijkheid tegen de M.V.A. was”. Tijdens een bespreking met de bisschop van ’s-Hertogenbosch werd dit opgebracht en de bisschop beloofde dat hij “de R.K. geestelijkheid [zou] doen weten, dat de houding was zich niet te verzetten tegen de vorming van de M.V.A.” De geestelijk leider merkte daarbij wel op dat hij tegen “onvrouwelijk werk” was voor de marva’s, zoals rijden op zware vrachtwagens en technisch werk.
Misvattingen over de rol van de MARVA
Ook over de taken van de MARVA bestond verwarring. Dit blijkt uit de mening van ene heer Timmers Verhoeven, die in een memorandum commentaar leverde op de brochure voor de MARVA. Hij deed daarin volgens Van Boetzelaer “uitkomen zijn opvatting [...] dat de marva’s door hun gaan naar de Oost, zullen medewerken aan de herbevolking van Ned. Indië”. De marva’s zouden volgens de heer Timmers Verhoeven “daar trouwen met Nederlanders en daar blijven”. Van Boetzelaer ging hier tegenin. In haar journaal schreef ze: “Ik heb den heer T.V. erop gewezen, dat het niet de taak van de Marine is te zorgen voor de herbevolking van Indië, de taak van de Marine is het helpen bevrijden van Indië.”
Nog een lange weg te gaan
Het journaal van Van Boetzelaer maakt duidelijk dat er nog een lange weg te gaan was voor de acceptatie van vrouwen binnen de krijgsmacht. De MARVA werd uiteindelijk op 1 januari 1982 opgeheven. Pas hierna kregen vrouwen, hoewel ook dit keer met tegenwerking en bezwaren, een volwaardige plaats binnen het personeelsbestand van de Koninklijke Marine.

