Op 17 september 1944 ging operatie Market Garden van start. Tijdens deze grote geallieerde operatie moesten belangrijke bruggen over de Rijn, de Maas en de Waal worden ingenomen, om daarna te kunnen doorstoten naar Duitsland. Nederlandse commando’s van No. 2 Dutch Troop vochten tijdens de operatie met geallieerde eenheden mee. Een van hen was de 24-jarige sergeant Valentin Gerardus Kokhuis, die op 18 september per zweefvliegtuig bij Nijmegen landde. Vijf jaar later beschreef hij zijn ervaringen voor de Commissie Militaire Onderscheidingen. De originele verklaring bevindt zich in collectie 057 Losse Stukken (inventarisnummer 4843) van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie.
Naar Nederland
Op 18 september vertrok Kokhuis, ingedeeld bij 504th Parachute Infantry Regiment (PIR) van de Amerikaanse 82nd Airborne Division, met een zweefvliegtuig vanaf Leicester in Engeland richting Nederland. “Wij hadden aan boord een jeep, een kist met batterijen en twee motoren. In de glider zaten de piloot, ik en de chauffeur van de jeep.” De landing in een weiland in de buurt van Nijmegen verliep niet heel succesvol: het toestel had een te hoge snelheid, waardoor het landingsgestel afbrak. De piloot raakte bekneld achter de stuurknuppel. Toen Kokhuis uit het vliegtuig sprong, werd hij direct beschoten. “Dit heb ik beantwoord met een tommygun”, verklaart hij. “Later is gebleken dat ik een Duitser door de maag heb geschoten.”
Beeld: NIMH
V.G. Kokhuis (vierde van links) is, samen met anderen van Nr. 2 (Dutch) Troop, op weg naar een demonstratieoefening in Groot-Brittannië in 1943.
Neergelegd
Na het uitladen van de jeep, reed Kokhuis naar Overasselt, waar hij zich meldde bij zijn commandant kolonel Williams [luitenant kolonel Warren R. Williams, Executive Officer van het 504th]. Met zes militairen kreeg hij de opdracht om de burgemeester van Wijchen te arresteren, van wie werd gezegd dat hij een gevaarlijk man was. Ze vonden hem op het gemeentehuis en bevalen hem zijn handen op te steken. “Hoewel hij een pistool in de hand had, gaf hij hieraan gevolg.” De eenheid van Kokhuis rukte op richting Nijmegen. De brug over de Waal kon niet rechtstreeks worden genomen, daarvoor moesten ze op 20 september eerst de rivier met bootjes oversteken. “Toen wij midden op de rivier waren, kregen wij van alle kanten vuur”, aldus Kokhuis. “Dit werd door ons beantwoord.” Toch verloren tijdens de oversteek 48 geallieerde militairen het leven. Eenmaal aan de overkant van de Waal konden de Duitse verdedigers worden verjaagd en slaagden de geallieerden erin de brug onbeschadigd in handen te krijgen. Nu pas kon de opmars richting Arnhem worden voortgezet. “Een 600 Duitsers gaven zich in het gebied tussen Elst en Nijmegen over. Ze zijn voor het merendeel neergelegd.” Uiteindelijk kwamen ze terecht in Berg en Dal waar ze “in een front lopende over Beek – Groesbeek – Mook [hebben] standgehouden tot eind October”. Vanuit Berg en Dal ging Kokhuis meerdere malen met kolonel Williams op nachtelijke patrouille. Op een van deze patrouilles hadden ze een wel heel bijzondere ontmoeting bij de Duitse grensplaats Kleve: “Aldaar kwam een nicht van Göring zich beklagen over gestolen zilverwerk.”
Beeld: NIMH
Verklaring van V.G. Klokhuis zoals afgelegd in de vergadering van de Commissie Militaire Onderscheidingen in 1949.
Vragen
Behalve dat Kokhuis’ verhaal als commando tijdens de Tweede Wereldoorlog interessant is, roept zijn verklaring ook veel vragen op. Wat was er aan de hand met de burgemeester van Wijchen? Was hij ‘fout’? Nader onderzoek in samenwerking met de Historische Vereniging Tweestromenland (juli 2019) leverde geen duidelijk antwoord op de vraag, op welke grond deze burgemeester van Wijchen, Franciscus Jacobus Terwisscha van Scheltinga, werd gearresteerd. En dan die 600 Duitsers die zijn ‘neergelegd’: stelt Kokhuis werkelijk dat bijna 600 krijgsgevangenen werden doodgeschoten? Het klinkt onwaarschijnlijk en wordt niet ondersteund door andere verklaringen. Kokhuis legde zijn verklaring in 1949 mondeling af. Na vijf jaar kan het geheugen van Kokhuis hem al parten hebben gespeeld. Ook degene die de verklaring op schrift stelde, kan fouten hebben gemaakt. Een voorzichtige en kritische benadering van bronnen als deze is in ieder geval geboden.