Als de geallieerde troepen in de morgen van 6 juni 1944 voet aan wal zetten in Normandië maken twee Nederlandse squadrons deel uit van de Royal Air Force (RAF): 320 Squadron dat is uitgerust met de North American B-25 Mitchell, een tweemotorige middelzware bommenwerper en 322 Squadron dat vliegt met Supermarine Spitfire-jachtvliegtuigen. Daarnaast dienen enkele tientallen Nederlandse vliegers in Britse RAF-squadrons waar zij vliegen op jachtvliegtuigen, jachtbommenwerpers en zware viermotorige bommenwerpers.

Nederlandse vliegvelden zijn het doelwit

De Nederlandse oorlogsvliegers die bij Britse squadrons zijn ingedeeld en vliegen op zware bommenwerpers behoren tot de eersten die na D-Day betrokken zijn bij luchtoperaties boven Nederland. Zo vindt op 15 augustus 1944 een grote aanval op Nederlandse vliegvelden plaats. Meer dan 500 Avro Lancasters and Handley Page Halifaxes laten deze dag hun bommenlast los boven Gilze-Rijen, Volkel, Eindhoven, Soesterberg en Deelen. Al deze vliegvelden worden bij deze aanvallen bijzonder zwaar beschadigd. Aan dit bombardement nemen drie Nederlands vliegers deel. De bij 640 Squadron – dat vliegt met de Halifax – ingedeelde flying officers Marinus Bierens de Haan en Kees Goemans bombarderen met hun bemanning het vliegveld Eindhoven. Voor Goemans is het bombarderen van een Nederlands doel een speciale gebeurtenis die hem ook zorgen baart, zo weet een van zijn luchtschutters zich te herinneren: 

“Kees threatened all sorts of diabolical things he would do to our Bomb-Aimer if he bombed anywhere else than on the airfield! Some idiot let loose a stick of bombs right across Eindhoven town – you should have heard Kees’s language! However, Kees did not need to worry, we hit the aerodrome fair and square!”

Beeld: NIMH, Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Luchtmacht

Luchtfoto van 6 september 1944 van Fliegerhorst Eindhoven. De vele bominslagen van de aanvallen op 15 augustus en 3 september geven een duidelijk beeld van de zware schade die bij deze twee bombardementen is aangericht.

Beeld: NIMH, Collectie Nederlanders bij de RAF

Geert Overgaauw vliegt in 1944 als captain van een Lancaster-bommenwerper bij het 207 Squadron van de Royal Air Force. Op 15 augustus treft de Duitse Flak boven Deelen het bommenruim van zijn Lancaster en ontploft. Overgaauw en zijn bemanning komen daarbij om het leven. Het vliegtuig stort neer in de omgeving van het vliegveld, nota bene op enkele kilometers van zijn ouderlijk huis.

De derde Nederlander, flight lieutenant Geert Overgaauw tijgt met zijn Avro Lancaster van 207 Squadron naar Deelen. Het is de 37e en laatste missie van deze Nederlander, die tijdens de meidagen van 1940 als waarnemer bij het Wapen der Militaire Luchtvaart heeft gediend en daarna naar Engeland is gevlucht. Boven het vliegveld krijgt zijn bommenwerper een voltreffer waardoor het vliegtuig explodeert. Overgaauw en zijn bemanning komen daarbij om het leven. Op 3 september wordt nogmaals een dergelijke raid uitgevoerd, dit keer door 675 vliegtuigen. Ook nu weer nemen er vliegtuigen van 640 Squadron deel aan deze bombardementen. De hiervoor genoemde Bierens de Haan en zijn collega flying officer Vicky Wijnberg vallen op deze dag Soesterberg, de ‘bakermat’ van de Militaire Luchtvaart, aan.

Bombardementen op de dijken

Precies een maand later opereert Bomber Command wederom boven Nederland, nu om de dijken van Walcheren te bombarderen en zo dit schiereiland onder water te zetten waardoor de verdediging ernstig wordt bemoeilijkt. Bommenwerpers van het type Avro Lancaster en De Havilland Mosquito krijgen op 3 oktober opdracht een stuk dijk bij Westkapelle te vernietigen. De enige Nederlander die aan dit bombardement deelneemt is de dan nog maar net 20-jarige flying officer Jan Buning. Het is zijn eerste operationele vlucht als commandant en vlieger van een Lancaster-bommenwerper.

Beeld: NIMH, Collectie Nederlanders bij de RAF

Jan Buning (midden) en zijn bemanning voor hun Lancaster van het 90 Squadron. Zij nemen op 3 oktober 1944 deel aan het bombardement op de dijk bij Westkapelle. Begin februari 1945 sneuvelt de crew bij Mönchengladbach.

Onder Brits gezag

Ook de bij Britse squadrons ingedeelde Nederlandse jachtvliegers vertonen zich vanaf het najaar van 1944 steeds vaker boven Nederland. Bij het met Spitfires uitgeruste 33 Squadron bijvoorbeeld, is in de tweede helft van 1944 een viertal Nederlanders ingedeeld, onder wie twee latere luchtmachtvliegers, flying officer Jan Linzel en warrant officer Joop Wansink. Zij opereren aanvankelijk vanaf het Franse vliegveld Merville en later vanaf het Belgische Maldeghem. Veelvuldig wordt dit kwartet eind 1944 ingezet bij het bestoken van gronddoelen ter ondersteuning van de geallieerde grondtroepen in Zuidwest-Nederland. Eenzelfde rol vervullen twee andere Nederlanders, flying officer Robbert van Zinnicq Bergmann en pilot officer Fricky Wiersum die vanaf de zomer van 1944 op de Hawker Typhoon vliegen bij respectievelijk 181 en 247 Squadron. Met ingang van september 1944 zijn beide eenheden op het vliegveld Eindhoven gestationeerd. Van deze basis wordt veelvuldig boven Nederland en West-Duitsland geopereerd.

Duitse leger in het nauw

Vanaf de nazomer van 1944 gaan ook de twee Nederlandse RAF-eenheden gevechtsopdrachten boven eigen land uitvoeren. Zo worden de Mitchell-bommenwerpers van 320 Squadron in de eerste helft van september 1944 ingezet bij de geallieerde luchtoperaties om de ontsnapping van het Duitse 15e Leger – dat in West-Vlaanderen steeds meer ingesloten raakt – over de Westerschelde en via Zuid-Beveland zo veel mogelijk te hinderen. De Nederlandse Mitchells bombarderen daarvoor onder meer twee keer de veerverbinding tussen Breskens en Vlissingen.

Beeld: NIMH, Collectie Nederlanders bij de RAF

Luchtfoto van de haven van Breskens. De Zeeuwse havenplaats is tweemaal doelwit van een aanval van 320 (Dutch) Squadron, op 11 en 15 september 1944. Vooral op 11 september komen vele inwoners om het leven.

Kleine fouten, grote gevolgen

De eerste van deze aanvallen vindt plaats op 11 september. Twaalf Nederlandse toestellen maken deel uit van een formatie van in totaal 46 Mitchells en 24 Bostons die het havengebied van Breskens bestoken. Hoewel de weersomstandigheden goed zijn, komen veel bommen in de dichtbijgelegen bebouwde kom terecht. Meer dan 200 inwoners van het dorp komen bij de bomaanval om het leven, net als een kleine 100 Duitse militairen. Daarnaast wordt een groot deel van het dorp zwaar beschadigd. Bij een tweede aanval vijf dagen later, dit keer aan de overkant van de Westerschelde bij Vlissingen, vallen de meeste bommen in zee voor het eigenlijke doel, een aanlegsteiger. Een defecte bommenrichtkijker van de leading navigator is daarvan de oorzaak.

Succes op de dammen in Zeeland

Behalve bij de veerverbinding tussen Vlissingen en Breskens probeert de RAF het Duitse 15e Leger ook op Zuid-Beveland zo veel mogelijk de voet dwars te zetten. Zo wordt op 12 en 13 september de Sloedam tussen Walcheren en Zuid-Beveland gebombardeerd en staat op 12 september ook de Kreekrakdam op de grens tussen Zuid-Beveland en Noord-Brabant een keer op het gevechtsprogramma. Deze drie aanvallen zijn betrekkelijk succesvol: de smalle dammen worden een aantal maal geraakt door bommen en burgerslachtoffers zijn er dit keer niet te betreuren.

Beeld: NIMH, Collectie Nederlanders bij de RAF

De joodse oorlogsvlieger Victor (‘Vicky’) Wijnberg in de cockpit van de Halifax bommenwerper 'Bambi' op vliegveld Leconfield in Yorkshire. Wijnberg vliegt in 1944 bij het 640 Squadron van de Royal Air Force. Bij terugkomst in Nederland blijkt dat zijn ouders en jongere broer zijn vermoord in concentratiekampen.

Nederlandse Mitchells

Op datzelfde moment zijn de voorbereidingen volop aan de gang voor operatie Market Garden, de poging van de geallieerden om met behulp van grond- en luchtlandingstroepen in één ruk door te stoten naar de boorden van het IJsselmeer. Zowel 320 Squadron als 322 Squadron is betrokken bij de luchtoperaties van Market Garden. De Nederlandse Mitchells vliegen op 17 september, de eerste dag van de luchtlandingsoperatie, naar Ede om een barakkenkamp te bombarderen. Zware bewolking verhindert echter dat de Nederlandse bommenwerpers hun bommenlast afwerpen. Op 25 september keren de twaalf uitgezonden Mitchells wel zonder bommen terug op hun thuisbasis. Het doel van deze missie zijn artillerieposities in de omgeving van Arnhem. In de tussenliggende dagen bestookt het squadron verschillende keren de Duitse aanvoerroutes. Daarbij moeten steden als Gogh, Emmerick en Kleve het ontgelden.

Spitfires als escorte

De Spitfires van 322 Squadron zijn gedurende de gehele operatie betrokken bij het escorteren van de Dakota-transportvliegtuigen die zich, soms met, soms zonder zweefvliegtuigen naar de landingsterreinen begeven. Eén keer, op 21 september, komt het daarbij ten zuidwesten van Nijmegen tot een treffen met de Luftwaffe. Twee vliegers van het squadron, de flying officers Pieter Cramerus en Gerard Jongbloed weten contact te maken met enkele Focke Wulf 190’s waarvan er twee als ‘waarschijnlijk vernietigd’ worden geclaimd.

Beeld: NIMH, Collectie Nederlanders bij de RAF

Op 13 februari 1945 wordt een Flak-beschieting Pieter Cramerus van 322 (Dutch) Squadron bijna fataal. Een uit elkaar spattende granaat brengt zware schade toe aan het staartgedeelte van zijn Spitfire. Met veel moeite weet Cramerus een geslaagde noodlanding op vliegveld Volkel uit te voeren.