Als Engelandvaarder beschikt Roessingh over goede papieren om zijn voorkeur voor een vliegende functie kracht bij te zetten. De medische keuring vormt geen hindernis: Roessingh is welkom. Op 24 november 1941 is het zover en wordt hij bij de RAF Volunteer Reserve ingedeeld als leerling-vlieger met het persoonlijke dienstnummer 113895. Omdat hij het tijdens zijn dienstplichttijd in Nederland tot reserve eerste luitenant heeft geschopt, wordt hij ook in de RAF in de officiersrangen opgenomen, maar wel in de iets lagere rang van pilot officer (tweede luitenant).

Een dag nadat hij is ingedeeld bij de RAF Volunteer Reserve als leerling-vlieger doet Albert alvast wat aankopen voor zijn militair uniform bij kledingzaak Austin Reed in Londen. 
Portretfoto van Albert Roessingh in RAF-uniform in Canada.
Vlieger-in-opleiding
De training verloopt geheel binnen de kaders van het in 1939 ingestelde British Commonwealth Air Training Plan (BCATP), waarbij duizenden oorlogsvrijwilligers uit het Gemenebest en de bezette Europese landen op uniforme wijze in vooral Nieuw-Zeeland, Australië, Zuid-Afrika en Canada worden klaargestoomd voor vlieger, navigator, bommenrichter, vliegtuigtelegrafist, luchtschutter of een andere functie. Eind november meldt Ab Roessingh zich met een aantal landgenoten bij een Aircrew Receiving Centre (ACRC) in het centrum van Londen. In dit opkomstdepot ontvangt hij zijn uniform en uitrusting, wordt hij voorzien van een RAF-pas en krijgt hij diverse inentingen. Roessingh is voortaan duidelijk te herkennen als vlieger-in-opleiding door de witte reep stof op zijn veldmuts.
Intensieve studie
Vlak voor kerst 1941 verkast de Nederlander met zijn collega’s naar Trinity College, de universiteitscampus van Cambridge. Hier ondergaan zij – acht luitenants en zestien minderen – hun militaire basistraining bij No. 2 Initial Training Wing (ITW). De aspirant-vliegers krijgen gedurende deze twee maanden veel sport en exercitie voorgeschoteld. Daarnaast verblijven ze de nodige uren in de schoolbanken. Ze volgen lessen wiskunde, bestuurskunde, recht, gezondheidsleer, aardrijkskunde en hygiëne en verdiepen zich daarnaast in luchtmachtgerelateerde onderwerpen als navigatie, meteorologie, vliegtuigherkenning en vliegtuigtechniek. Omdat Ab en zijn Nederlandse collega’s deel uitmaken van reguliere klassen, vindt het onderwijs volledig in het Engels plaats.
Lastpost Roessingh
De tijd in Cambridge verloopt niet bepaald rimpelloos. Het gedrag van de acht Nederlandse leerlingen met de officiersrang – onder wie dus ook Roessingh – is volgens de Britse commandant regelmatig officier-onwaardig. De Nederlandse liaisonofficier van het Ministerie van Oorlog bij het Air Ministry, kapitein Jan Berdenis van Berlekom, moet eraan te pas komen om de crisissituatie te bespreken. “Alras kwamen eenige onzer officieren te laat in de lessen of bleven zelfs wel eens weg", zo schrijft Berdenis van Berlekom in het verslag voor zijn superieuren na terugkeer in Londen.
"Zeer terecht heeft de Commandant toen ingesteld dat zij voortaan met de cadetten moesten meemarcheren. Deze jonge luitenants voelden dat als een onwaardige behandeling, die volgens hen hun prestige bij de Nederlandse cadetten kon schaden. Zij gaven uiting aan deze gevoelens door een mokkende houding in te nemen, wat de zaak verergerde."
Vooral Roessingh maakt het bont. Hij is zelfs een keer bijna twintig uur ongeoorloofd afwezig waardoor hij een examen mist. De Britse commandant besluit daarop Roessingh te ontslaan. Pas na uitvoerige excuses van Berdenis van Berlekom wordt deze beslissing teruggedraaid. Berdenis van Berlekom laat het vervolgens niet na om in een persoonlijk onderhoud de Tilburger de wind van voren te geven. Roessingh heeft de boodschap begrepen en gedraagt zich de laatste periode in Cambridge, net als zijn kameraden overigens, voorbeeldig. Kort daarop – op 22 april 1942 – komt de opleiding ten einde en mag Roessingh tijdens een aansluitende verlofperiode zijn gedrag nog eens overdenken.
Beeld: © Privécollectie Diek Roessingh
In 1942 wordt Albert tegelijkertijd met dertig anderen onderscheiden met het Kruis van Verdienste voor “… het moedig en beleidvol uitvoeren van hun ontsnapping en hun reis naar Engeland…”.
Eindelijk de lucht in
Tot dan toe is er nog geen vliegtuig aan te pas gekomen. Dit verandert medio mei 1942 wanneer naar het vliegveld Desford wordt verhuisd voor de volgende fase van de opleiding: de ongeveer twee weken durende grading course bij No. 7 Elementary Flying Training School (EFTS). Deze bestaat uit ongeveer twaalf uur vliegles op de De Havilland Tiger Moth, een kleine dubbeldekker. Doel van de korte vliegtraining is vooral om na te gaan of de leerling-vliegers over voldoende aanleg beschikken. Daarvoor maken zij drie keer een examenvlucht met hun instructeur. Ook moeten ze voor het einde van de cursus een solovlucht hebben gemaakt. Bij een gunstig oordeel wordt de kandidaat toegelaten tot de eigenlijke vliegopleiding. De diverse afvallers gaan meestal naar de opleiding tot navigator. Ab Roessingh blijft deze route bespaard. Hij behoort tot de gelukkigen die zich voor de ‘echte’ vliegopleiding mogen opmaken.