De training vindt grotendeels in Canada plaats. Vanwege de precaire oorlogssituatie, het drukke Britse luchtruim en de vaak minder goede weersomstandigheden in Engeland, zijn aan het begin van de oorlog de meeste RAF-vliegscholen naar Canada verplaatst. Via een groot doorgangsdepot in Manchester vertrekt Roessingh daarom in juni 1942 vanuit Greenock in Schotland aan boord van USAT Thomas H. Barry, een Amerikaans troepentransportschip, naar Noord-Amerika. Het schip meert na een zeereis zonder incidenten aan in New York. Tijd voor sightseeing is er echter niet: de groep stapt gelijk op de trein. Na een lange reis belanden zij in een depot in Moncton in de Canadese provincie New Brunswick. “Dit kamp was weer een soort wachtkamer waar we 14 dagen gezeten hebben”, aldus een van Roessinghs medereizigers, de latere Lancaster-vlieger Jaap ’t Hart.

Met vlag en wimpel

Na opnieuw een lange treinreis van vier dagen en drie nachten meldt de groep zich medio juli op vliegveld De Winton in de buurt van Calgary. Hier bevindt zich No. 31 Elementary Flying Training School waar het eerste gedeelte van de vliegopleiding zal plaatsvinden. Voor de vlieglessen wordt gebruikgemaakt van de Boeing Stearman, een robuuste tweedekker. De basisvliegopleiding op De Winton bestaat – behalve uit de dagelijkse portie theorie – in eerste instantie uit het aanleren van standaardmanoeuvres, zoals het starten en landen, het draaien van bochten en het overtrekken van het toestel. Nadat de leerling dit alles onder de knie heeft wordt de moeilijkheidsgraad opgevoerd. Hij gaat ook bij duisternis vliegen en leert zijn toestel besturen met behulp van (alleen) de instrumenten. De opleiding wordt eind september 1942 afgesloten met een vliegtest en een theoretisch examen. Op advies van de hoofdvlieginstructeur wordt de aspirant-vlieger daarna geplaatst op de voortgezette vliegopleiding voor eenmotorige of voor meermotorige toestellen. Ab Roessingh rolt zonder problemen door deze fase van de vliegopleiding en wordt samen met enkele anderen aangewezen voor het besturen van meermotorige toestellen.

Beeld: © Privécollectie Diek Roessingh

Op het terrein van de No. 31 Elementary Flying Training School poseert een groep militairen voor een rij Boeing Stearman-vliegtuigen. Tijdens de vlieglessen maakt onder andere Albert Roessingh, tweede van rechts op de bovenste rij, van dit vliegtuig gebruik.

Beeld: © Privécollectie Diek Roessingh

Gedurende zijn training in Canada krijgt Albert in september 1942 toestemming van zijn leidinggevende om tijdens verlof vrijelijk door de Verenigde Staten te reizen.

Bezoek aan de VS

Voordat hij vertrekt naar vliegveld Medicine Hat voor de voortgezette vliegopleiding maken Ab Roessingh en vijf andere Nederlanders van de gelegenheid gebruik om een kort bezoek aan de Verenigde Staten te brengen. Aangekomen in het plaatsje Butte in Montana krijgt de plaatselijke pers al snel lucht van de aanwezigheid van de Nederlanders. De hiervoor genoemde Jaap ’t Hart en twee anderen worden zelfs gevraagd voor een interview met de lokale radiozender. ’t Hart daarover: “Bijna alle[maal] behalve ikzelf [’t Hart studeerde bij het uitbreken van de oorlog in Cambridge] waren Engelandvaarders en stuk voor stuk vertelden [zij] hun belevenissen. Aan 't eind werd hen gevraagd hoe ik naar Engeland kwam. Zonder aarzelen en met een strak gezicht riepen ze uit dat ik 't Kanaal was overgezwommen. En dat geloofden ze allemaal. 't Kwam zelfs in de krant.” Over de terugreis hoeven de vijf zich overigens geen zorgen te maken. Een auto van de State Highway Patrol brengt hen helemaal terug naar Canada.

Wing-uitreiking

Roessingh en zijn kompanen die zijn geselecteerd voor de training op meermotorige toestellen arriveren vervolgens eind september 1942 op vliegveld Medicine Hat. Hier bevindt zich No. 34 Service Flying Training School (SFTS). Het lesvliegtuig dat door deze vliegschool wordt gebruikt is de Airspeed Oxford, een tweemotorig houten toestel met een maximumsnelheid van rond de 300 kilometer per uur. Na ongeveer een maand wordt verhuisd naar Moose Jaw. Tijdens de voortgezette vliegopleiding bij No. 32 SFTS, die tussen de twaalf en zestien weken in beslag neemt, wordt een dikke honderd uur gevlogen. Op 22 januari 1943 is het eindelijk zover: Roessingh en zijn cursusgenoten krijgen hun wings opgespeld. Ze zijn nu officieel in het bezit van het militaire vliegbrevet. Via ongeveer dezelfde route gaat het vervolgens weer terug naar Engeland. Na een kort verblijf in Moncton reizen ze met de trein naar New York waar ze aan boord gaan van de Queen Elizabeth, een groot en snel passagiersschip.

Beeld: © Privécollectie Diek Roessingh

Albert in de cockpit van de Airspeed Oxford, het tweemotorige houten toestel waar hij tijdens zijn training in Canada en Engeland in vliegt.

Terug in Engeland

Na een zeereis van zes dagen arriveren Roessingh en de andere Nederlanders terug in Groot-Brittannië. Via een ‘wachtkamer’ in Harrogate meldt de Engelandvaarder zich bij No. 3 (p) Advanced Flying Unit (AFU). Deze eenheid bevindt zich op vliegveld South Cerney in het district Cotswold. Hier volgt hij een acclimatiseringscursus om te leren vliegen onder de veel minder stabiele Europese weersomstandigheden en in het verduisterde Britse luchtruim. Net als tijdens de voortgezette vliegopleiding in Canada wordt bij No. 3 AFU gevlogen op de Oxford. Roessingh slaat zich zonder problemen door de cursus.

Beeld: © Privécollectie Diek Roessingh

In juni 1943, de eerste maand dat Albert operationele gevechtsvluchten mag vliegen, doet hij ook nog wel eens een drankje. Zo is te zien op deze bon.

Omscholing

Wat hierna nog volgt is de eigenlijke gevechtstraining en de conversie naar het vliegtuig waarmee wordt gevlogen bij de operationele eenheid. Omdat Roessingh is bestemd voor het Nederlandse 320 Squadron moet hij worden omgeschoold naar de B-25 Mitchell-bommenwerper. Hij wordt daarvoor geplaatst bij No. 13 Operational Training Unit (OTU) op het vliegveld Bicester. Ongeveer in dezelfde periode is de marine-eenheid druk met de overgang naar de Amerikaanse bommenwerper. In april worden de eerste exemplaren in ontvangst genomen. Ze vervangen de Lockheed Hudson waarmee sinds 1940 is geopereerd. Na een periode van trainen en opwerken volgt op 12 juni 1943 de eerste operationele gevechtsvlucht van het squadron: een air sea rescue-missie boven de Noordzee waarbij gezocht wordt naar schipbreukelingen en oorlogsvliegers die met hun vliegtuig in zee terecht zijn gekomen. In de volgende weken volgen nog meer van dit soort relatief ongevaarlijke vliegopdrachten. Ze worden gebruikt om de ervaring met het nieuwe vliegtuig wat verder op te schroeven.

Bij 320 Squadron

Na de afronding van zijn gevechtstraining op Bicester komt de detachering van Ab Roessingh bij de Britse luchtmacht ten einde. Hij trekt het blauwe RAF-uniform uit en verwisselt het in de tweede helft van juli voor het Nederlandse marineblauw. Vervolgens meldt hij zich medio juli bij het 320 Squadron op vliegveld Attlebridge. Nu kan hij eindelijk gaan doen waarvoor hij Nederland is ontvlucht: aan de zijde van de geallieerden aan de strijd tegen nazi-Duitsland deelnemen. Een lange carrière als oorlogsvlieger ligt echter niet voor hem in het verschiet. Op 28 juli vliegt reserve eerste luitenant-vlieger Ab Roessingh aan boord van de B-25 Mitchell met het serienummer FR144 zijn eerste gevechtsoperatie: een air sea rescue-missie. Er worden wat lege reddingsboten aangetroffen op zee, maar verder verloopt de vlucht zonder noemenswaardige incidenten. Twee dagen later, op vrijdag 30 juli 1943, is Roessingh een van de vijf inzittenden van opnieuw de Mitchell met het serienummer FR144. Aan boord bevinden zich verder officier-vlieger der tweede klasse Willem Ritte, reserve eerste luitenant-vlieger Evert van ‘t Eind, korporaal-vliegtuigtelegrafist Willem Blok en kok der tweede klasse Cornelis van der Does. Laatstgenoemde is eveneens een Engelandvaarder. Met vijf andere bommenwerpers start het vliegtuig na de middag vanaf Attlebridge voor opnieuw een air sea rescue-missie boven de Noordzee. In een box-formatie van zes toestellen patrouilleren zij op lage hoogte boven zee. Wanneer de formatie omstreeks 15.15 uur een bocht draait gaat het gruwelijk mis. De FR144 glijdt af, raakt met een vleugeltip de golven en stort in zee. De inzittenden hebben geen schijn van kans om het vliegtuig te verlaten en zijn op slag dood.

Beeld: © Privécollectie Diek Roessingh

“This plane dived into the sea… Crew killed.”

Beeld: © Privécollectie Diek Roessingh

In maart 1943 wordt Albert samen met goede vriend en tevens RAF-vlieger Cees Waardenburg op de foto gezet. Nog geen anderhalf jaar later zijn beide heren omgekomen.

Grote leegte

De crash maakt grote indruk op de andere vliegtuigbemanningen in de formatie. Ab Roessinghs vriend Cees Waardenburg (ook een Engelandvaarder) kan het nauwelijks bevatten dat zijn kameraad, met wie hij de gehele vliegopleiding heeft doorlopen, er niet meer is.

“Zo vliegen ze nog naast je. Nu is er niets dan wrakhout en niets meer van de mensen te zien. ‘t Leven gaat snel en je wordt weer sterk herinnerd aan de kortheid en de betrekkelijkheid ervan. Ab is heengegaan, plotseling. Ik kan het niet geloven. Anderhalf jaar hebben we lief en leed gedeeld. (…) Alles hebben we samen doorleefd en plotseling is er iemand weg uit je leven, wat zo zeer nauw in vele opzichten met ’t zijne samenhing door de omstandigheden. Er is een leegte in je gekomen die je benauwd [sic]. (…) Ab ging ons voor in de dood. Wie weet hoe spoedig ik zal volgen.”

Helaas zijn Waardenburgs voorgevoelens juist. De 23-jarige Schipluidenaar verongelukt ruim een jaar later, op 30 augustus 1944, kort na de start met een Mitchell bij het Britse plaatsje Goldalming.

Herdacht

De lichamen van Ab Roessingh en zijn kameraden worden nooit teruggevonden. Zij rusten nog steeds op de Noordzee. De bemanning wordt tegenwoordig herdacht op het Gedenkteken Luchtvarenden in Soesterberg.

Zwart-witfoto. Een man zit op een bed en rookt een sigaret.

Tijdens een rustmoment even een sigaretje roken op bed in Canada.

Beeld: © Privécollectie Diek Roessingh

Kleurenfoto. Een pilotenkist van de RAF, bovenaanzicht.

De persoonlijke RAF-pilotenkist van pilot officer Albert.

Beeld: © Privécollectie Diek Roessingh

Zwart-witfoto. Portretfoto van een man in militair uniform.

Portretfoto van Albert Roessingh in RAF-uniform in Canada.

Beeld: © Privécollectie Diek Roessingh