Op 3 januari 1945 arriveert het 322 (Dutch) Squadron met een aantal Spitfire Mk-XVI-jachtbommenwerpers vanuit Engeland op zijn nieuwe thuisbasis Woensdrecht. De Nederlandse RAF-eenheid gaat vanaf het nog niet zo lang bevrijde vliegveld in Noord-Brabant de geallieerde grondtroepen ondersteunen.

Beeld: NIMH, Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Luchtmacht

Cees Kooij.

Gescheiden van familie

Een van de Nederlandse vliegers die zijn intrek neemt op de zwaar beschadigde voormalige Luftwaffe-basis, is flight sergeant Cornelis (roepnaam Cees) Kooij. Deze onderofficier-vlieger is geboren op 6 juni 1917 in Sneek als enige zoon van een gezin met vijf kinderen. Zijn vader is vertegenwoordiger in reisverzekeringen. Nadat zijn moeder op jonge leeftijd overlijdt, worden Cees en zijn zusters op verschillende adressen ondergebracht. Cees zelf woont enige tijd net over de grens in Duitsland bij zijn grootmoeder. De bezetting van Nederland maakt hij niet van nabij mee. Hij bevindt zich op dat moment inmiddels in Nederlands-Indië.

De wereld over

Net als veel anderen opteert Cees Kooij in het overzeese gebiedsdeel voor een militaire carrière. Als eind 1941 de oorlog uitbreekt bevindt hij zich in de vliegopleiding van de Militaire Luchtvaart van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (ML-KNIL) te Kalidjati op Java. Door de ophanden zijnde bezetting van Nederlands-Indië is de vlieg- en waarnemerschool in februari 1942 genoodzaakt per schip uit te wijken naar Australië. Van lange duur is het verblijf daar niet. Onder meer door een gebrek aan faciliteiten en materieel en door de dreiging van een Japanse aanval op Australië wordt zowel de vlieg- en waarnemerschool van de ML-KNIL als die van de Marineluchtvaartdienst (MLD) nog in april 1942 verplaatst naar de Verenigde Staten. Ook Cees Kooij bevindt zich aan boord van de ‘Mariposa’, het schip dat het personeel van beide vliegscholen naar de Verenigde Staten brengt.

Jachtvlieger

Te Jackson in de staat Mississippi wordt gezamenlijk een nieuwe vliegschool, de Royal Netherlands Military Flying School, opgezet. Cees Kooij voltooit hier zijn opleiding als jachtvlieger. Aansluitend ontvangt hij op 23 januari 1943 zijn felbegeerde vliegbrevet. Op het amoureuze vlak gaat het hem in dezelfde periode eveneens voor de wind, want tijdens zijn verblijf in Jackson huwt hij een Amerikaanse.

Beeld: NIMH, Collectie Nederlanders bij de RAF

Een maand na zijn aankomst bij 322 Squadron, wordt Kooij (bovenste rij, vierde van rechts) met alle andere vliegers van het squadron op de foto gezet. De groep heeft hier net de eerste cursus schieten en bommenwerpen bij No. 12 Armament Practice Camp te Llanbedr in Noord-Wales achter de rug.

Royal Air Force

Spoedig moet hij echter afscheid nemen van zijn kersverse echtgenote. De groep van ruim 30 vliegers, waartoe ook Kooij behoort, wordt na de brevettering namelijk naar Groot-Brittannië overgeplaatst en voor de rest van de oorlog bij de MLD ingedeeld. Dit houdt verband met plannen van de Marinebevelhebber om met een vliegdekschip te gaan opereren. Van deze plannen komt echter niets terecht waarna Cees na aankomst in Engeland bij de RAF wordt gedetacheerd. Op de Master en de Spitfire wordt hij vervolgens klaargestoomd voor het operationele werk. Bij zijn allerlaatste evaluatie, vlak voordat hij wordt overgeplaatst naar het 322 Squadron, wordt Cees omschreven als “keen and willing”. Als vlieger wordt hij getypeerd als iemand “who should do well”.

Operationele taken

Met deze gunstige beoordeling arriveert hij eind september 1943 bij het 322 Squadron op het vliegveld Woodvale. De eenheid bereidt zich op dat moment nog voor op een meer offensieve taak. Die komt er als de Nederlandse Spitfire-eenheid kort voor de jaarwisseling wordt overgeplaatst naar Hawkinge in Zuid-Engeland. Vanaf deze en andere bases voeren de Spitfires van het Nederlandse Squadron verschillende offensieve en defensieve taken uit. Ook Cees Kooij vliegt vanaf begin 1944 een fors aantal oorlogsvluchten.

Penibele situatie

Eén keer, op 31 mei 1944, beleeft hij daarbij een benauwd moment. Nadat hij ’s morgens vroeg voor een patrouillevlucht is opgestegen, blijkt dat zijn toestel ‘neuszwaar’ is en kost het Kooij de grootste moeite om het vliegtuig in de lucht te houden. Door het voortdurend trekken aan de stuurknuppel krijgt hij zo’n pijn in zijn armen dat hij na enige tijd zelfs zijn benen moet gebruiken. Omdat het duidelijk is dat van een noodlanding geen sprake meer kan zijn, stijgt hij naar 1.800 voet en verlaat hij het toestel per parachute. Geschrokken van dit avontuur meldt hij zich korte tijd later weer terug op de toenmalige thuisbasis Hartford Bridge.

Beeld: NIMH, Collectie Vliegvelden in oorlogstijd

Begin januari 1945 arriveert Kooij met het 322 Squadron op vliegveld Woensdrecht. In de sneeuw staan Spitfires van het squadron.

Voortijdige ontploffing

Wanneer het 322 Squadron begin januari 1945 op Woensdrecht arriveert heeft Kooij inmiddels het meer dan respectabele aantal van 100 oorlogsvluchten voltooid. Vanaf het Nederlandse vliegveld vliegt hij zijn eerste missie op 4 januari, een ruim anderhalf uur durende sweep. In de dagen daarna voert hij nog een aantal van dit soort operaties uit. Ook neemt hij deel aan bombardementen op Kerkwijk, Dordrecht, Hellendoorn en Maassluis. Op 28 januari staat opnieuw het aanvallen van een gronddoel gepland. Villa ‘De Ruiterberg’ te Doorn, dat door de bezetter wordt gebruikt, moet door een aantal Spitfires van het 322 en het 66 Squadron vanaf lage hoogte worden uitgeschakeld. Bij de uitvoering van de aanval gaat het gruwelijk mis. Een van de bommen van het toestel van de voor Cees Kooij vliegende flight lieutenant Jan van Arkel explodeert te vroeg. Daardoor raakt het toestel van Kooij zo zwaar beschadigd dat het neerstort.

Herinnering mede-vlieger

Van Arkel kan zich het drama 40 jaar later nog helder voor de geest halen: “Het was erg koud en overal lag sneeuw. De hele Wing was al over het doel geweest, het was al een behoorlijk rokende puinhoop. Ik zat bij de laatste sectie van vier Spits. Kooij vloog even achter me toen we op het kasteel afdoken. Een van mijn bommen ontplofte te vroeg. Ik kreeg zelf nog een geweldige opdonder, maar Kooij vloog er recht in.”

Beeld: NIMH, Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Luchtmacht

De laatste rustplaats van Cees Kooij. Hij ligt begraven op het Militair Ereveld Grebbeberg.

Laatste rustplaats

Met Kooij verliest het 322 Squadron zijn eerste vlieger bij de luchtoperaties vanaf Nederlands grondgebied. Op 30 januari 1945 wordt hij als ‘onbekende vlieger’ ter aarde besteld op de algemene begraafplaats van Doorn. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog wordt hij herbegraven op het Militair Ereveld Grebbeberg te Rhenen.