Kort na de bezetting van Nederland rondt Hendricus Philippus Jacobus (Hans) Heukensfeldt Jansen met goed gevolg zijn studie economie af aan de Universiteit van Cambridge. De Amsterdammer van geboorte heeft in 1937 een plaats aan deze fameuze Britse universiteit weten te bemachtigen en bevindt zich daardoor in mei 1940 buiten het bereik van de Duitse bezetter. In de zomer van 1940 wordt Heukensfeldt Jansen ingelijfd bij de Nederlandse strijdkrachten in Groot-Brittannië. Al snel geeft hij zich als vrijwilliger op voor de ‘vliegdienst van Indië’. Als dit plan op niets uitloopt opteert hij voor een carrière bij de Royal Air Force (RAF). Begin 1941 behoort hij met ongeveer 25 anderen tot de eerste Nederlanders die worden toegelaten tot de vliegopleiding van de Britse luchtmacht.
Groot risico
Na een militaire basisopleiding begint Heukensfeldt Jansen zijn vliegende loopbaan op het vliegveld van Hatfield. Daar traint hij op de De Havilland Tiger Moth. Eind juli vervolgt hij op het vliegveld van Hullavington zijn opleiding op de Miles Master en de Hawker Hurricane. Daar komt bijna abrupt een einde aan zijn loopbaan als vlieger. Op 16 oktober 1941, tijdens het beoefenen van een overshoot procedure, stopt plotseling de motor van de Master waarin Leading Aircraftsman Heukensfeldt Jansen en zijn instructeur Flying Officer Rose vliegen. Er rest Rose niets anders dan een noodlanding maken op de toppen van een aantal bomen. Die breken weliswaar de val van het vliegtuig, maar het toestel wordt volledig vernield en bovendien breekt er brand uit. Heukensfeldt Jansen wordt bij de crash uit het toestel geslingerd en raakt daarbij gewond aan zijn rechterarm. Zonder zich te bedenken redt hij, ondanks dat hij zelf gekwetst is, de bewusteloos geraakte vlieginstructeur uit het brandende wrak. Voor zijn moedige optreden wordt de Nederlander begin 1942 onderscheiden met de British Empire Medal (BEM).
Beeld: NIMH, Collectie Nederlanders bij de RAF
Wat valt hier te zien? Aandachtig kijken Hans Heukensfeldt Jansen (rechts) en zijn mede-leerling-vliegers omhoog.
Spitfire-vlieger en gezagvoerder op de Lancaster
Door het ongeval loopt Heukensfeldt Jansen enige vertraging op bij het afronden van zijn vliegopleiding, maar uiteindelijk krijgt hij eind februari 1942 dan toch de felbegeerde vliegerwing opgespeld. Na een periode van operationele training wordt hij in de rang van Pilot Officer medio juni 1942 overgeplaatst naar een operationele eenheid: het 118 Squadron van Fighter Command op het vliegveld Ibsley ten noorden van Bournemouth aan de Britse zuidkust. Een paar weken later volgt alweer een nieuwe overplaatsing, dit keer naar het 167 (Gold Coast) Squadron op het vliegveld Castletown in het noorden van Schotland. In de zomer van 1942 worden diverse Nederlandse jachtvliegers bij deze eenheid ingedeeld met de bedoeling om hieruit een Nederlands Spitfire-squadron te formeren. De meeste Nederlandse jachtvliegers zijn niet bijster gelukkig met hun posting in het noorden van Groot-Brittannië waar de Luftwaffe zich nauwelijks laat zien. In oktober 1942 verandert deze situatie enigszins als het squadron naar Ludham in East Anglia wordt gedirigeerd en daardoor een meer offensief takenpakket gaat uitvoeren. Af en toe wordt zelfs boven het Nederlandse kustgebied geopereerd. Tijdens een van deze missies, op 13 december 1942, wordt de formatie van vier vliegtuigen – waarvan er één wordt gevlogen door Heukensfeldt Jansen – boven Zeeland aangevallen door enkele van Flugplatz Woensdrecht afkomstige Focke Wulf 190’s. Een collega en ervaren jachtvlieger van het 167 Squadron, Squadron Leader Brian Lane, wordt in het daaropvolgende luchtgevecht neergeschoten en sneuvelt. Ook Heukensfeldt Jansen gaat deze vlucht niet in de koude kleren zitten: ‘very frightening trip’, schrijft hij in zijn vliegerlogboek.
Beeld: © H.V.P. Heukensfeldt Jansen
Enkele Nederlandse jachtvliegers van het 167 Squadron tijdens een moment van verpozing. Van links naar rechts: Heukensfeldt Jansen, Jan Plesman (zittend op de grond), Gerrit Aalpoel en Frans Lutz.
Uit- en (her)intrede
In deze periode wordt duidelijk dat het vak van jachtvlieger hem niet echt op het lijf is geschreven. Begin juni 1943 wordt Heukensfeldt Jansen daarom tijdelijk tewerkgesteld als ferry pilot en grondinstructeur op een gunnery school. Spoedig gaat deze job hem echter vervelen en onderneemt hij pogingen om weer bij een operationele eenheid te worden geplaatst. Begin 1944 lukt het hem toestemming te krijgen om te worden omgeschoold tot vlieger op bommenwerpers. Na ruim een jaar van training, die onder meer wordt onderbroken door een longontsteking, melden Heukensfeldt Jansen en zijn bemanning zich begin maart 1945 bij het 90 Squadron op het vliegveld Tuddenham. Op 22 maart trekken zij er voor het eerst met hun Lancaster-bommenwerper op uit om Bocholt te bombarderen. Tot eind april 1945 vliegt Heukensfeldt Jansen nog zes bombardementsvluchten naar achtereenvolgens Hamm, Kiel (twee keer), Potsdam, het eiland Helgoland en Regensburg.
Beeld: © H.V.P. Heukensfeldt Jansen
Heukensfeldt Jansen (midden) met zijn bemanning voor hun Avro Lancaster van het 90 Squadron. Het toestel is opgesierd met een afbeelding van een indiaan met daaronder het woord ‘Cherokee’.
Operatie Manna
In de eerste maanden van 1945 verkeert de bevolking in het westen van Nederland in een haast uitzichtloze situatie. Als repercussie op de spoorwegstaking in september 1944 houdt de bezetter namelijk de aanvoer van voedsel naar de randstad tegen, waardoor er een acute hongersnood ontstaat. Nadat er afspraken met de Duitsers zijn gemaakt, droppen vliegtuigen van zowel de RAF als de USAAF vanaf eind april 1945 voedsel boven het westen van Nederland. De Britten en Amerikanen dopen deze operaties respectievelijk Manna en Chowhound. Bij operatie Manna zijn ook enkele Nederlandse vliegers betrokken, onder wie Heukensfeldt Jansen. Hij dropt op 30 april een hoeveelheid voedsel bij Rotterdam. Een kwart eeuw later staat deze vlucht hem nog helder voor de geest:
“Bij de nadering van Rotterdam en vooral bij de aanloop naar het afwerpterrein van de Kralingse Plassen, moest ik mij natuurlijk volledig concentreren op nauwkeurig vliegen. Voortdurend moest ik de instrumenten observeren om onze taak goed te kunnen uitvoeren. Met een rustige stem klonk het “left, left, steady, right, right --- keep it going like that skipper, markers of the Pathfinder Force directly ahead … Bang on skipper… (…) Ik kreeg mijn instructies: ‘Bombdoors open skipper…’ en daar ging onze kostbare lading… (…) Voor mij blijft het een onvergetelijke ervaring. Ik heb het altijd als een voorrecht beschouwd dat ik als Nederlander deze kostbare lading aan het dappere Rotterdam heb mogen afleveren.”
Hoewel nadien nog een aantal droppingsvluchten plaatsvinden, worden Hans Heukensfeldt Jansen en zijn bemanning niet meer ingezet.
Beeld: NIMH
Een dropveld ergens in Nederland ligt bezaaid met voedsel dat uit de geallieerde vliegtuigen is afgeworpen.
Carrièreswitch
Na zijn demobilisatie begin 1948 treedt Heukensfeldt Jansen in dienst van Shell. In 1954 promoveert hij tot doctor in de Economische Wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Op 6 april 1980 overlijdt hij geheel onverwacht op 62-jarige leeftijd in zijn woonplaats Londen.
Beeld: NIMH, Collectie Nederlanders bij de RAF
In 1942 en 1943 is Heukensfeldt Jansen ingedeeld bij het met Spitfire-jachtvliegtuigen uitgeruste 167 (Gold Coast) Squadron. Hier staat hij op de middelste rij als tweede van rechts.