In 1941 vlucht Hans van Roosendaal naar Engeland. Hij meldt zich vervolgens aan als vrijwilliger voor de Royal Air Force (RAF). Na te zijn opgeleid tot jachtvlieger belandt hij bij het Nederlandse 322 Squadron. Op 1 april 1945 is zijn geluk ‘op’ en wordt hij neergeschoten. Wat volgt is een spannend avontuur in bezet gebied.

Beeld: © Museum Engelandvaarders

Sergeant Hans van Roosendaal. Hier heeft hij net zijn Wings gehaald.

Ambulancechauffeur en Engelandvaarder

Tot zijn grote opluchting wordt de 22-jarige Johannes Cornelis (Hans) van Roosendaal op 28 mei 1940 in Parijs aangenomen als chauffeur bij een ambulancegroep van het Franse leger. Van Roosendaal en zijn vader hebben kort na 10 mei 1940 hun woning in Kapellen bij Antwerpen verlaten en zijn vervolgens naar familie in de Franse hoofdstad gereisd. De jonge Nederlander weigert hier echter ‘stil te gaan zitten’ en meldt zich aan als chauffeur van een ziekenauto. Het ambulancewerk is niet zonder risico’s, zo blijkt al snel. Diverse keren beschieten Duitse vliegtuigen Van Roosendaals voertuig. Aan moed ontbreekt het hem echter niet. Hij brengt onder meer twee gewonde Franse officieren voor de neus van de naderende Duitse troepen in veiligheid. Hij ontvangt er eind juni 1940 een hoge Franse dapperheidsonderscheiding voor, het Croix de Guerre.

Reis door Europa

Na de Franse capitulatie keren Van Roosendaal en zijn vader terug naar Kapellen. Hier begint het bij Hans echter al snel te ‘kriebelen’. Hij wil naar Groot-Brittannië om zich aan te sluiten bij de geallieerde strijdkrachten. Een mogelijkheid om dit plan te realiseren dient zich begin 1941 aan, als enkele Nederlandse studenten hem verzoeken om tussen Antwerpen en Parijs als gids op te treden. Via Brussel, Parijs en Bordeaux belandt hij met hen in Marseille. Omdat het niet lukt om in deze havenstad een schip naar Noord-Afrika te vinden, reizen zij vervolgens verder naar de voet van de Pyreneeën. Na een barre en lange wandeltocht weten zij uiteindelijk het neutrale Spanje te bereiken. Vanuit Portugal arriveren Van Roosendaal en een van zijn vluchtgenoten, Bert Wolters, vervolgens op 21 augustus 1941 met een KLM-vliegtuig in Engeland.

RAF-vliegopleiding

Het lukt Van Roosendaal en Wolters om, na een onderhoud met prins Bernhard, te worden toegelaten tot de vliegopleiding van de RAF. Eind november 1941 beginnen zij met nog een aantal andere Nederlanders aan dit ‘avontuur’. Het klaarstomen tot RAF-vlieger neemt een kleine twee jaar in beslag. In respectievelijk juli en september 1943 melden zij zich bij het kort daarvoor opgerichte 322 (Dutch) Squadron op het vliegveld Woodvale bij Liverpool. Bij de Nederlandse Spitfire-eenheid zullen beiden talloze oorlogsvluchten uitvoeren. Aan de loopbaan van Wolters komt evenwel een vroegtijdig einde als hij op 16 september 1944 na de start in botsing komt met een ander toestel en het leven laat.

Beeld: © Museum Engelandvaarders

Van Roosendaal poseert voor ‘zijn’ Spitfire.

Vermissing

Warrant Officer Hans van Roosendaal maakt in het voorjaar van 1945 nog steeds deel uit van het squadron, dat zich vanaf medio februari van dat jaar op het vliegveld Schijndel in Noord-Brabant bevindt. De meest desastreuze missie vanaf dit door de geallieerden aangelegde vliegveld vindt plaats op 1 april. Van de tien Spitfires die kort voor het middaguur in formaties van twee vliegtuigen starten voor het uitvoeren van gewapende verkenningen, keren er maar liefst vier niet terug naar hun basis. Hans van Roosendaal behoort tot een van de vermisten.

“Ach, ach, wat was dat koud”

Nadat zijn toestel is geraakt door Duits luchtafweer, moet hij een noodlanding maken bij Warnsveld ten westen van Zutphen. Direct na de crash maakt Van Roosendaal, die aan zijn gezicht gewond is geraakt, zich uit de voeten. Ver komt hij niet. Dit is volgens de oorlogsvlieger vooral te wijten aan de gesteldheid van het terrein: “Dit gedeelte van Nederland is niet erg geschikt om je er te verschuilen. Ik zag om mij heen slechts weilanden die werden gescheiden door kleine greppeltjes, verder niets, niet eens een boerderij of schuur. Wat ik echter wel zag was dat in de verte militairen naar mij toe kwamen hollen. Ik ben toen haastig de andere kant uitgelopen totdat ik bij een diepe sloot kwam. Daar ben ik vervolgens ingesprongen. In de hoop niet te worden ontdekt hield ik alleen mijn hoofd boven water. Ach, ach, wat was dat koud.”

Beeld: © Simon van Roosendaal

De broer van Hans van Roosendaal ontvangt na de vermissing van Hans van Roosendaal dit telegram.

Onder water

Helpen doet het niet veel want binnen de kortste keren wordt hij gevangengenomen. Na de nodige avonturen belandt Van Roosendaal in Meppel voor ondervraging. De Duitse militairen maken daarbij gebruik van trucjes om zijn weerstand bij de ondervraging te breken: “Om te voorkomen dat ik weg zou lopen – dat zeiden zij tenminste – moest ik mijn broek uitdoen. Het was natuurlijk allemaal mooi in elkaar gezet: een pracht kantoor met een nog mooiere officier die er keurig uitzag, en daar stond ik, ongewassen, vuil, en in mijn onderbroek….”

Verhoor

Ondanks deze intimidaties, laat hij niet meer los dan zijn naam, rang en registratienummer. Nadat de Duitsers ervan overtuigd zijn dat ze geen extra informatie meer uit de Nederlander kunnen lospeuteren, zetten ze hem op transport naar Zwolle. Als Hans daar ’s avonds laat met zijn bewaker – een oude Duitse soldaat – uit de trein stapt, ziet hij zijn kans schoon. Hij glipt onder de wagon door naar de andere kant van het spoor en zet het op een lopen. “Ik hoorde wel een beetje gegil en geroep, maar het was pikkedonker en niemand wist welke kant ik was uitgegaan”, aldus Van Roosendaal. Na enkele uren lopen bereikt hij de spoorbrug over de IJssel. Nadat hij die enige tijd observeert en geen activiteiten kan waarnemen, besluit hij een poging te wagen om de rivier over te steken. Halverwege de brug klinkt er echter plotsklaps vanonder de brug “Halt!”: opnieuw bevindt Van Roosendaal zich in gevangenschap.

Beeld: NIMH, Collectie Nederlanders bij de RAF

Na zijn vele ontsnappingspogingen keert Van Roosendaal terug bij 322 Squadron. De eenheid bevindt zich dan inmiddels te Varrelbusch in Duitsland. Op 2 juli wordt verhuisd naar Wunstorf waar ook deze opname is gemaakt. Van Roosendaal staat hier tweede van rechts.

Vindingrijkheid

Hij wordt nu overgebracht naar het Luftwaffe-vliegveld bij Havelte waar hij een cel moet delen met een Spitfire-vlieger van het Noorse 332 Squadron, Fenrik Hans Wischmann Rohde, en de Amerikaanse Mustang-vlieger Flying Officer Kenneth E. Foster van de 4th Fighter Group. Gedrieën maken zij direct plannen om te ontsnappen. Met een vijl van de Amerikaanse vlieger lukt het om twee ijzeren staven van de cel door te zagen. Tot hun grote ontsteltenis sluit een Duitse soldaat kort voor het invallen van de duisternis de vluchtweg door een luik naar beneden te klappen. De drie vliegers slopen daarop een bed en weten met een onderdeel daarvan het luik te openen. Ze helpen elkaar het gat door, klimmen drie hekken over en bevinden zich dan wederom in ‘vrijheid’.

Opnieuw op de vlucht

Op het vliegveld is inmiddels alarm geslagen: “Het duurde niet lang of wij hoorden honden blaffen in de verte, die steeds dichterbij kwamen. Wij zijn meteen door een sloot gaan lopen en na ongeveer een uur waren wij ze kwijt. Toen wij vervolgens door een bos liepen, bleek dat dit gebruikt werd om tanks te verbergen en vol met Duitsers zat. Een Duitse soldaat deed zelfs een plas op nog geen halve meter van onze Noor, gelukkig viel deze in zijn RAF-uniform niet op in de duisternis…” In de morgenuren van 6 april vinden zij onderdak in de boerderij van de familie Buitenhuis in Nijeveen, waar ze twee dagen blijven. Familie Buitenhuis zoekt contact met het verzet, waardoor de drie vliegers nog drie dagen op de boerderij van Geert Wildeboer, ook in Nijeveen, kunnen verblijven. Daarna trekken zij verder in zuidelijke richting om uiteindelijk op 13 april nabij Meppel Canadese troepen tegen het lijf te lopen. Kort daarop meldt de Nederlander zich weer bij 322 Squadron. Hans van Roosendaal dient tot 1949 bij de Nederlandse luchtstrijdkrachten. Begin jaren vijftig zoekt hij zijn heil in Australië. Daar overlijdt hij in juni 2006.

  1. Zwart-witfoto. Mannen in militair uniform. Een man speldt een onderscheiding bij een andere man op de borst.
    In oktober 1945 speldt prins Bernhard op Ypenburg bij Hans van Roosendaal het Vliegerkruis op.
  2. Kleurenfoto. Oudere man zit in cockpit van een vliegtuig.
    In september 2004 brengt Hans van Roosendaal een bezoek aan 322 Squadron op Vliegbasis Leeuwarden.