“Ja, ja, dat zal wel.” Sommige medebewoners van het verzorgingshuis in Heythuysen zullen dit ongetwijfeld hebben gedacht toen de fitte, maar inmiddels 97-jarige Leo Hendrikx in de zomer van 2021 tijdens een koffie-uurtje tussen neus en lippen door aankondigt dat hij gaat meevliegen in een Spitfire-jachtvliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog. Ze hadden echter beter kunnen weten. Als Leo Hendrikx iets zegt, dan maakt hij het meestal ook waar.

Als scholier naar Engeland

Leo is zeventien jaar oud wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Hij heeft al snel genoeg van de bezetting en begint plannen te maken om naar Engeland uit te wijken. Precies een jaar na de Nederlandse overgave, op 14 mei 1941, vertrekt de Limburger vanuit zijn woonplaats Horn samen met drie medescholieren - Harry Feyen, Jan Oyen en Paul Barten - richting Engeland. De reisbagage bestaat uit wat spaargeld, een trainingspak en gymschoenen. Nadat ze naar België zijn gefietst reizen ze verder met de bus en de trein naar het zuiden. In de buurt van Maubeuge wandelen ze de grens over. Via Nevers en Parijs gaat de reis verder naar het dicht bij de demarcatielijn gelegen St. Pierre le Moutier. Nadat de demarcatielijn is gepasseerd wordt het viertal in de kraag gegrepen. Drie jongens - Harry, Jan en Paul - krijgen een korte gevangenisstraf opgelegd. Alleen Leo ontspringt de dans omdat hij nog geen achttien jaar oud is. Na enkele weken komen de drie op vrije voeten en worden de vrienden weer herenigd in het opvangkamp Lafourgette bij Toulouse.

Beeld: NIMH, Collectie Portretten Prinses Irenebrigade

Een piepjonge Leo Hendrikx, hier nog als soldaat van de Prinses Irene Brigade.

Via de Atlantische Oceaan

Jan en Harry hebben inmiddels genoeg van het avontuur en besluiten terug te keren naar Nederland, terwijl Leo en Paul trachten via Zwitserland verder te reizen. In Annecy worden de twee echter opnieuw gearresteerd. Na (opnieuw) een dikke maand in de gevangenis zijn ze weer terug in Toulouse. Nu blijkt het opeens mogelijk om doorreisvisa te krijgen voor Curaçao. Leo en Paul reizen in de volgende weken individueel via Barcelona naar Bilbao waar ze op 28 juli 1942 aan boord stappen van de Cabo de Hornos die hen naar Willemstad brengt. Via de Verenigde Staten belanden de twee in Stratford in Canada. Hier krijgen zij een uniform aangemeten en treden in dienst van de Nederlandse strijdkrachten. Na een militaire basisopleiding gaat de reis verder naar Engeland.

Jachtvlieger in de RAF

Leo Hendrikx voelt echter weinig voor het bestaan van foot soldier. Hij geeft zich daarom op als vrijwilliger voor een vliegende functie bij de RAF. Nadat hij is goedgekeurd treedt hij in mei 1943 in dienst bij de Britse luchtmacht. Na de grondtraining maakt hij opnieuw de reis over de Atlantische Oceaan. Het grootste deel van de vliegopleiding vindt namelijk in Canada plaats. Hendrikx volgt een opleiding tot jachtvlieger. Medio april 1944 krijgt hij zijn vliegbrevet uitgereikt. Na terugkeer in Engeland volgen nog diverse aanvullende trainingen. Het is daardoor inmiddels maart 1945 wanneer Leo zijn ‘posting’ krijgt: 322 (Dutch) Squadron op de vliegstrip van Schijndel.

Beeld: NIMH, Collectie Nederlanders bij de RAF

Vlak na zijn goedkeuring bij de RAF in mei 1943 gaat Hendrikx met mede-vliegers op de foto. Hendrikx zit op de onderste rij, vierde van rechts.

Beeld: NIMH

De vliegstrip is duidelijk te zien op deze kaart van Schijndel begin 1945.

Weinig zicht

Het verblijf bij de Nederlandse Spitfire-eenheid, die wordt aangevoerd door een andere Engelandvaarder, Bob van der Stok, is van korte duur. Al op een van de eerste vluchten, op 1 april 1945, gaat het mis. Een aantal vliegtuigen stijgt aan het eind van de morgen op om een gewapende verkenning uit te voeren. Door de laaghangende bewolking zijn ze gedwongen laag te vliegen. Dat is een kolfje naar de hand van de Duitse Flak die maar liefst vier Spitfires van het Nederlandse squadron weet neer te schieten. Ook Leo trekt aan het kortste eind. Hij weet met zijn zwaar beschadigde Spitfire nog wel een geslaagde noodlanding te maken bij het gehucht Warken ten oosten van Zutphen. Wel raakt de Limburger hierbij aanzienlijk gewond. Via het ziekenhuis van Zutphen belandt Leo in het Kriegslazarett van Apeldoorn, waar Canadese militairen hem medio april bevrijden.

Naoorlogse loopbaan

Een lang revalidatietraject volgt. Na zijn herstel pakt Hendrikx in 1946 zijn vliegerloopbaan weer op. Hij wordt onder meer uitgezonden naar Indonesië. Eind jaren veertig begint hij een studie landbouweconomie aan de Landbouwuniversiteit van Wageningen. Ondertussen blijft hij vliegen bij de luchtstrijdkrachten als maandvlieger: “ik was een hele rijke student”. Spoedig na zijn afstuderen in 1955 treedt Leo in dienst van Heineken. Het is het begin van een ruim dertigjarige loopbaan bij de bierbrouwer die hem over de hele wereld brengt.

Nog eens omhoog in een Spitfire

Met de komst van een Spitfire-tweezitter (in het bezit van toenmalig Jumbo-topman Frits van Eerd) naar Nederland, is het mogelijk om af en toe ook passagiers te laten meevliegen. Daarbij valt het oog al snel ook op Leo als laatste nog levende Nederlandse Spitfire-vlieger die tijdens de oorlogsjaren heeft gevlogen. Maandag 30 augustus 2021 is het zover. Met kapitein Ralf Aarts van de Koninklijke Luchtmacht aan de stuurknuppel wordt een rondje over Zuid- en Oost-Nederland gevlogen. Geboorteplaats Horn wordt aangedaan, net als Warken waar het meer dan 75 jaar geleden mis ging. En natuurlijk wordt ook een low pass gemaakt over het verzorgingshuis in Heythuysen. De medebewoners van het verzorgingshuis weten nu dat voor Leo de slogan van 322 Squadron als een rode draad door zijn leven loopt: “Niet praten, maar doen”.

Beeld: Mediacentrum Defensie, Fotograaf: Mike de Graaf

Leo Hendrikx poseert op 98-jarige leeftijd met zijn vele onderscheidingen.