Na de bevrijding van Zuid-Nederland startte de rekrutering van vrijwilligers in Nederland. Die verliep traag. De Mariniersbrigade had concurrentie van de Landmacht en bovendien moest Nederland eerst aan het geallieerde SHEAF (Supreme Headquarters Expeditionary Forces) manschappen leveren alvorens voor de eigen strijdkrachten te mogen werven.
De keuring
Zij die zich als vrijwilliger opgaven, moesten eerst worden gekeurd. Zoals marinier-in-spé J. ter Haar schrijft: “Daar stond je in je geboortepakkie een beetje onwennig te kijken naar al die blootheid en terwijl de dokter je overal beklopte en betastte, begreep je, dat die vent met die afschuwelijke zwarte zweetvoeten straks evengoed je kameraad zou zijn als dat keurige kereltje, dat er met zo’n vies gezicht naar stond te kijken. En je begreep ook, dat het leven van een Marinier hard en zwaar zou zijn, vooral toen er twee stevige kerels vóór je zich weer aan konden kleden, gewogen, maar te licht gevonden.” Na de keuring volgde een gesprek met de rekruteringsofficier, die “je in korte, maar krachtige bewoordingen duidelijk maakte, dat het Mariniersbestaan weinig overeenkomst toont met het leven in een meisjespensionaat; dat je bij de training in Amerika behoorlijk afgeknepen zou worden en dat de taak, die de Mariniers in de Pacific te vervullen zouden krijgen, te zamen met hun Amerikaanse wapenbroeders, wel de allerzwaarste zou zijn. Kortom: ‘Weet wat je doet en bezint eer ge begint.’ ” Daarna ging het via een kort verblijf in het Schotse Roseneath naar de VS.
Beeld: Wikimedia Commons
Gevechtstraining en in looppas door het trainingskamp.
Mariniersstad
De Nederlanders keken hun ogen uit. Het onderscheid tussen het door oorlog en bezetting getekende Nederland en de VS was groot. “Welcome to the States, Dutchee, you’ll find a home here and pretty girls, I’m sure”, verzekerde een Amerikaanse soldaat een Nederlandse rekruut bij aankomst in New York City. Camp Lejeune zelf was een modern en uitgestrekt trainingskamp ter grootte van de provincie Utrecht. Het kamp was onderverdeeld in sectoren, met ieder zijn eigen infrastructuur. “Buiten de bioscoop heeft elke ‘area’ zijn kleine en grote cantine (...)”, zo schreef oorlogsvrijwilliger O.M.H. Donkers, “bibliotheek, kegelbaan, bierhal, biljart- en ping-pong-zaal, kapperszaak, sportterrein en tennisvelden. Camp Lejeune is een Mariniersstad, waar alles te vinden is, wat in een normale stad aanwezig behoort te zijn.” In Camp Lejeune volgde een, zoals Donkers het typeerde, “oerharde training”. “Om de kennismaking met je geweer wat te vergemakkelijken, krijgen we een dodelijk vermoeiende “speedmarch” met “geweer in draaghouding”. Tien minuten looppas, vijf minuten gewone pas, tien minuten looppas, vijf minuten.... Zo ga je een uurtje door met een splinternieuw negen-ponds-geweer in je handen, dat na een half uur negen ton weegt. En o wee! Als je het geweer of je ellebogen stiekem op je koppel laat steunen (...) De pijn in je armen is haast ondraaglijk, je sloft en hinkt achter je voorman aan en je voelt je doodongelukkig.”
Loodzware training
Marinier-in-opleiding H.A. Sanders beschrijft het overvolle opleidingsprogramma: “De training die wij tot nu te hebben gehad bestond uit exercitie met geweer, velddienst, o.a. dekking zoeken, camoufleren, afstand bepalen, luisteren naar menselijke geluiden, marsen, geweergymnastiek, Zweedse gymnastiek, judo. Verder zwemmen waarbij ik bijna verzoop, marsbepakkingen, richtoefeningen met geweer, handgranaat werpen, hindernisbaan, boksen, bajonetvechten, theorie over krijgstucht en militaire discipline, geweer M-I en Browning Automatic Rifle, trainingsfilms en militaire geschiedenis.” Overigens volgden niet alle rekruten hun training volledig op Camp Lejeune. Zo waren specialisten- en officiersopleidingen in Camp Endicott op Rhode Island (genie), in Philadelphia (verbindingsdienst), in Quantico, Virginia (officiersopleiding), Ford Knox in Kentucky (tanks) en Camp Pendleton, Zuid-Califonië (Amphibian Tractor Company).
Beeld: NIMH
Boven: met tweeduizend mariniers aan boord is de slaapruimte wat compact. Hier op het m.s. Noordam. Onder: Ontscheping mariniers per LCT (Landing Craft Tank) in Surabaya eind april 1946, vanaf het m.s. Boissevain.