Op 17 mei 1943 tekende de minister van Marine, luitenant-admiraal J.Th. Furstner, een ministeriële beschikking waarmee een Marine-Regiment in het leven werd geroepen om deel te nemen aan de strijd tegen Japan. Dit was de eerste stap die uiteindelijk resulteerde in de oprichting van de Mariniersbrigade. Voor de mariniers en de gerekruteerde oorlogsvrijwilligers begon een loodzware opleiding bij het Amerikaanse Marine Corps. De Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 trok echter een streep door het originele plan. Hun nieuwe bestemming: Indonesië.

Een Nederlandse eenheid

Het plan voor de oprichting van een Nederlandse marinierseenheid in de strijd tegen Japan waarde al sinds 1942 rond. Nederland wilde graag zelf betrokken zijn bij de bevrijding van Nederlands-Indië om spoedig hier het Nederlandse gezag weer te kunnen herstellen. Omdat amfibische landingen een belangrijk onderdeel zouden vormen van de oorlog in Azië, werkten kapitein der mariniers Evert Joost baron Lewe van Aduard en kolonel der mariniers Mattheus Reindert de Bruijne de plannen voor een op te richten marinierseenheid uit. Op 11 september 1943 schreven de Amerikaanse chefs van staven dat zij de Nederlandse plannen zouden steunen. Dit was voornamelijk de verdienste van generaal Thomas Holcomb, de commandant van het United States Marine Corps (USMC), die tijdens zijn stationering in China (1905-1906) goede ervaringen met Nederlandse mariniers had opgedaan.

Beeld: NIMH

Geweergymnastiek tijdens de opleiding van de Mariniersbrigade in Camp Lejeune.

Naar de Verenigde Staten

In 1943 waren nog ruim 500 van de totaal circa 1.100 mariniers waarover Nederland voor de oorlog beschikte inzetbaar. Een groot deel was gestationeerd op Curaçao, maar ook zaten er mariniers op bijvoorbeeld Aruba, in Suriname, Groot-Brittannië en de VS, alsook op schepen. Nadat de Amerikanen toestemming hadden gegeven voor de opleiding en training en aansluitend de oprichting van de brigade, werden Nederlandse mariniers naar de Verenigde Staten gehaald. In Camp Lejeune, de basis van het United States Marine Corps in Jacksonville, North Carolina, startte in oktober 1943 de opleiding. De mariniers zouden direct na de bevrijding van Nederland versterking krijgen van vrijwilligers. Uiteindelijk moest dit leiden tot een zelfstandig opererende eenheid van ongeveer 7.000 man.

De Prinses Irene Brigade

Een aantal mariniers hoefde niet te wachten op inzet in het verre oosten. In april 1944 vertrokken 102 mannen met hun commandant, kapitein der mariniers H.P. Arends, vanuit de Verenigde Staten naar Schotland om tijdelijk aan de Irenebrigade te worden toegevoegd. Dit onderdeel had grote behoefte aan meer manschappen om als zelfstandige eenheid te mogen deelnemen aan de strijd in Europa. De mariniers landden in augustus 1944 met de Irenebrigade in Normandië, namen uiteindelijk deel aan de bevrijding van Zuid-Nederland en keerden in april 1945 terug naar hun brigadegenoten in de VS.

Beeld: NIMH

Nederlandse mariniers bij de Irenebrigade tijdens een oefening met een mortier, 1944.