De Britse premier sir Winston Churchill geldt als de belangrijkste geestelijk vader van de kunstmatige havens. Hij spreekt zich in 1942 in een memo nadrukkelijk uit voor de ontwikkeling ervan. Niet iedereen is enthousiast. De Britse commandeur John Hughes-Hallett meent dat het afzinken van schepen voor de Franse kust afdoende is. Ingenieurs en wetenschappers krijgen zijns inziens te veel ruimte om het havenplan naar eigen hand te zetten, wat het project nodeloos compliceert.
Bouw
In augustus 1943, tijdens een conferentie in het Canadese Quebec, wordt het plan geconcretiseerd. De geallieerde opperbevelhebber voor Europa, de Amerikaanse General Dwight D. Eisenhower, benadrukt dat voor een succesvolle invasie van West-Europa minstens twee kunstmatige havens nodig zijn. Zij krijgen de codenaam Mulberry. De eerste, Mulberry A(merican), telt drie pieren en zou op Omaha Beach bij het dorp St-Laurent-sur-Mer moeten komen. De tweede haven, Mulberry B(ritish), is voorzien bij Gold Beach nabij de plaats Arromanches en moet drie grote en een kleine pier omvatten.
Beeld: NIMH, Erik van Oosten
Schema van de Mulberry B (British) haven bij Gold Beach, Arromanches.
Golfbrekers
De Mulberry-havens zijn voorzien van twee rijen golfbrekers om de eigenlijke haven en pieren te beschermen. De buitenste rij, de zogeheten Bombardon Floating Breakwaters, bestaan uit brede, dunne stalen strips van 60 meter lengte, met aan beide zijden een soort vinnen die deels onder water lagen. De 400 ton zware gevaartes liggen in een sliert in lengterichting naast elkaar. Zij moeten bij hoge zee de golfslag breken, zodat er toch aan de pieren gelost kan worden. De tweede rij golfbrekers bestaat uit zogeheten Gooseberries en Phoenix-caissons. Een Goosebery omvat een rij van verouderde schepen, codenaam Corncobs, die evenwijdig aan de kust op een vastgestelde plaats tot zinken worden gebracht. Groot-Brittannië stelt hiervoor ongeveer dertig schepen beschikbaar. Nederland levert twee koopvaardijschepen, de Parklaan en de Parkhaven, alsook de uit de vlootsterkte afgevoerde lichte kruiser Sumatra. De Phoenix-caissons zijn betonnen constructies, met een gewicht tussen de 1.600 en 5.780 ton, die soms wel zes verdiepingen tellen. Deze caissons moeten met sleepboten over het Kanaal worden getransporteerd om ze vervolgens voor de Normandische kust af te zinken.
Voorrang op alles
De kunstmatige havens zelf tellen drie basiscomponenten: Spud Piers, Whales en Beetle-pontons. De Spud Piers zijn kadeonderdelen waarop transportschepen en grote landingsschepen hun lading kunnen lossen. Deze constructies omvatten grote pontons die op elk van de vier hoeken zijn voorzien van poten, waarmee ze op de zeebodem worden verankerd. Hiermee kunnen zij niet afdrijven maar wel met het getijde meebewegen. De Whales, die op de Beetle-pontons liggen, zijn wegsegmenten die de uiteinden van de Spud Piers met het strand verbinden. De Whales vormen flexibele wegen die dankzij de pontons eveneens met het tij meebewegen. De bouw van alle onderdelen van de Mulberry-havens is een enorm arbeidsintensieve klus: zes maanden lang zijn 45.000 Britse arbeiders ermee doende. De kunstmatige havens worden als dusdanig belangrijk gezien dat de bouw ervan voorrang krijgt op nagenoeg alle overige geallieerde militaire en civiele projecten. Medio mei 1944 liggen alle onderdelen voor de Mulberry-havens gereed in diverse havens in Zuid-Engeland. Voor het transport zijn 132 sleepboten verzameld, waarvan er zeven onder Nederlandse vlag varen. Zij slepen vanaf 6 juni de componenten voor beide havens naar de overkant van het Kanaal. De eerste schepen en caissons worden op respectievelijk 7 en 8 juni voor de kust van Normandië afgezonken.
Beeld: NIMH, collectie Meijer
ss Parklaan in ‘oorlogskleding’ vlak voor het afzinken bij Normandië.
ss Parklaan als zinkschip
Een van deze vaartuigen is het in 1911 gebouwde Nederlandse ss Parklaan (3800 ton), onder gezagvoerder Antonie van Hilten. Het schip heeft in de weken voor de invasie een ballast van 3.000 ton zand geladen. In de waterdichte schotten zijn gaten geboord en in de ruimen springladingen geplaatst. Tevens zijn manschappen van de Britse Royal Artillery geëmbarkeerd voor het bemannen van de op het schip geplaatste luchtdoelartillerie. Op 5 juni zijn de zinkschepen voor de Gooseberries in de baai van de Britse havenplaats Poole in vijf groepen verdeeld. Groep 3 bestaat uit de Parklaan en dertien andere geallieerde Corncobs en vertrekt op 6 juni naar Normandië.
Rammen en zinken
Op 8 juni, nadat al twee schepen bij het invasiestrand Gold Beach zijn afgezonken, vraagt een Britse liaisonofficier op de Parklaan aan Van Hilten of hij met de voorsteven de achtersteven van de juist voor hen afgezonken Corncob kan rammen, zodat beide vaartuigen aan elkaar vast komen te zitten. Van Hilten houdt er rekening mee dat dit gezien de stroom en deining niet gaat lukken. Niettemin vaart hij op volle kracht op het doelschip af, waarna last minute iets naar stuurboord wordt uitgehaald. De voorliggende Corncob wordt minder dan een halve meter uit het midden geraakt, maar de Parklaan blijft niet vastzitten en schijft over stuurboord weg. Hierop laat de Nederlandse kapitein razendsnel de trossen uitbrengen waarna de Parklaan aan het andere schip wordt vastgelegd. Door hierna de vooraf geplaatste explosieven te laten springen, zinkt het schip en ligt het na enige minuten precies op de aangewezen plaats. Een tevreden Van Hilten gaat hierop met de laatste bemanningsleden van boord, terwijl de Britse gunners het afweergeschut bemannen. De Nederlanders verlaten met een Amerikaans landingsvaartuig de Normandische wateren en keren terug naar Groot-Brittannië.
Beeld: NIMH, collectie De Bevrijding van Nederland 1944-1945
Drijvende wegsegmenten verbinden de Spud Piers met het strand.
Rol Nederlandse sleepboot Dexterous
Het zou overigens nog dagen duren voordat alle havenonderdelen zijn gemonteerd. Los van de omvang van de havens, bemoeilijken slecht weer en stroming de bouw ervan. Op weg naar Normandië zijn door hoge golven vijf Whales en twee Phoenix-caissons verloren gegaan. De soms sterke onderstroom voor de kust helpt bovendien niet bij het plaatsen van de caissons. Zo moet Jan Kalkman, de gezagvoerder van de Nederlandse sleepboot Dexterous, op 7 juni in de Amerikaanse sector bij Mulberry A de door hem gesleepte Phoenix-caisson nabij de kustplaats Isigny-sur-Mer ten anker brengen. Deze zou later door kleinere sleepboten naar zijn definitieve plaats van bestemming bij de Gooseberry worden gebracht. Het gevaarte is uitgerust met een cilindervormig anker bestaande uit twee stukken beton, waaraan een kabel is bevestigd. Er staat een sterke stroom en Kalkman betwijfelt of dit zogenaamde anker het zou houden. Een op de Dexterous meevarend Amerikaanse officier dringt er niettemin op aan de caisson te verankeren. De op de Phoenix geplaatste VS-militairen gooien hierop de sleepketting los en laten de betonnen cilinder in zee. De Phoenix begint zoals Kalkman al heeft ingeschat af te drijven en dreigt in de buurt liggende munitieschepen te rammen. De Nederlanders stomen in allerijl naar de Phoenix en nemen deze op sleeptouw, waardoor zij op het nippertje voorkomen dat deze een munitieschip raakt. Na twee lange uren arriveert uiteindelijk een kleine havensleepboot, die de Phoenix-caisson naar haar afzinkpositie dichter onder de kust brengt.
Proef met de LST
De Amerikanen gaan ervan uit dat ze twaalf dagen nodig hebben om Mulberry A te bouwen. In de tussentijd moet naar alternatieven worden gezocht voor de bevoorrading van de troepen. Het Amerikaanse leger dringt er bij zijn eigen marine op aan als experiment een Landing Ship Tank (LST) op het strand te laten lopen en te bekijken of ook zo voorraden aan wal kunnen worden gebracht. Ondanks het feit dat de US Navy hier tevoren weinig enthousiast over is, blijkt de proef succesvol. Wel heeft deze manier van aanvoer zo haar nadelen: wanneer een LST op het strand loopt, moet worden gewacht op laagtij om te kunnen lossen. Ook kan de LST pas bij vloed weer loskomen. Het is al met al een proces dat meer dan twaalf uur in beslag neemt.
Beeld: NIMH, collectie Fotoafdrukken Koninklijke Landmacht
Gestrande Spud pier ponton.
Belangrijke tijdwinst
De montage van de Mulberry-havens verloopt bepaald niet probleemloos. Een aantal Whale-segmenten gaan tijdens de Kanaaloversteek verloren. Het is zoals gezegd de bedoeling dat Mulberry A uit drie pieren gaat bestaan; twee voor normale voertuigen en een voor tanks. Door het voornoemde materiaalverlies is dit onmogelijk en volgt kannibalisatie van een van de voertuigen-pieren om alsnog de tank-pier te monteren. De geïmproviseerde pier voldoet goed: al na 38 minuten weet de bemanning van de eerste LST maar liefst 78 voertuigen te ontladen. In vergelijking met de LST’s die op het strand worden gelost wordt zo belangrijke tijdwinst geboekt. Een LST die in een Mulberry lost, is al na twaalf uur teruggevaren naar Groot-Brittannië, opnieuw beladen en weer onderweg naar Normandië. Vanaf 16 juni zijn de havens de facto operationeel, maar het zou nog enige dagen duren voordat zij volledig voltooid zijn.
A en B in gebruik
Op 18 juni zijn alle drijvende wegen van Mulberry A gereed en kunnen zes LST’s tegelijkertijd hun goederen en materiaal uitladen. Dezelfde dag brengen de Amerikanen maar liefst 8.690 ton aan goederen aan land. Dit is bijna voldoende om in de behoeftes te voorzien van de inmiddels 590.000 man tellende troepenmacht in Normandië. De geallieerden nemen op 20 juni Mulberry B in gebruik. Hier komt vanaf dat moment dagelijks ongeveer 7.000 ton aan goederen aan land. Veel Amerikaanse militairen, die aanvankelijk sceptisch zijn over het havenproject, realiseren zich nu dat deze constructies erg bruikbaar zijn. Zij zinspelen er zelfs op de havens winterklaar te maken door meer Phoenix-caissons te bestellen en zo dubbele golfbrekers te creëren.