Het Mulberry-project krijgt evenwel al spoedig met grote tegenslag van doen. Hoewel de militair-meteorologische dienst rustig weer heeft voorspeld, steekt op 19 juni een zware storm op. Omdat tegelijkertijd sprake is van springtij in het Kanaal, heeft de storm, die dagenlang aanhoudt, grote gevolgen voor de kunstmatige havens.

Schade

Bij Mulberry B blijft de schade beperkt, omdat ze meer bescherming geniet van zandbanken en kliffen. Voor Mulberry A pakt het noodweer desastreus uit. Hier rammen schepen en landingsvaartuigen de pieren. De Bombardons raken los, omdat zij onvoldoende verankerd zijn en slaan vervolgens als stormrammen de pieren en pontons aan stukken. Ook blijken de caissons uiteindelijk te laag om de enorm hoge golven te kunnen weerstaan en worden er bressen geslagen in de Gooseberries. Toch voldoen de havens aan de verwachtingen. Op het hoogtepunt van de storm staan zij bloot aan acht keer de hoeveelheid golfslag en stroming waarvoor zij zijn ontworpen.

Beeld: NIMH, collectie Fotoafdrukken Koninklijke Marine

Spud Pier waar transportschepen aanleggen.

Enthousiasme

Nadat de storm op 23 juni luwt blijkt dat de schade aan Mulberry A te groot was om deze in korte tijd te herstellen. Een meevaller is dat de DUKW’s, amfibische bevoorradingsvoertuigen, de storm hebben overleefd doordat zij op het strand geparkeerd staan. Zij krijgen in de volgende periode een belangrijke taak bij het lossen van schepen die voor de kust voor anker liggen. De bemanningen van de DUKW’s gaan daarbij zo enthousiast te werk dat deze voertuigen, in combinatie met het stranden van LST’s, zelfs meer goederen in de Amerikaanse zone aan land brengen dan voor de storm. Te weten: 16.395 ton op 23 juni tegenover 14.360 ton op 18 juni. Dit is alleen mogelijk door de veilige ligplaats die is gecreëerd door de Phoenix-caissons en Gooseberry-zinkschepen. Mulberry A wordt uiteindelijk niet meer hersteld. De nog bruikbare pier-segmenten gaan over naar Mulberry B. De kunstmatige haven bij Gold Beach blijkt van grote waarde: tot eind oktober 1944 komen hier 628.000 ton aan goederen, 4.000 voertuigen en 220.000 manschappen aan land.

Lange diensttijd

Hoewel de havens zijn ontworpen om ongeveer twee maanden dienst te doen, blijven zij uiteindelijk veel langer in bedrijf. Dit is vooral het gevolg van het (nog) later dan verwacht beschikbaar komen van Franse havens. De bevrijding van Cherbourg is bijvoorbeeld pas op 26 juni een feit. Daarbij treffen de geallieerden de haven, zoals gevreesd, grotendeels verwoest en onbruikbaar aan. De bevrijding van Le Havre laat tot 12 september op zich wachten. De haven kan pas op 9 oktober in gebruik worden genomen. Het duurt daarna tot 28 november voordat het eerste geallieerde schip in de twee maanden daarvoor veroverde haven van Antwerpen aanmeert, omdat eerst de beide oevers van de Westerschelde moeten worden bevrijd. Dit heeft tot gevolg dat de kunstmatige haven bij Arromanches niet twee maanden, maar een half jaar dienst doet.

Einde onderhoud

De Normandische wegen zijn na maandenlang intensief vrachtverkeer zodanig achteruit gegaan dat dit de doorvoer van goederen en manschappen meer en meer bemoeilijkt. Op 16 oktober geeft het geallieerde hoofdkwartier daarom de opdracht het onderhoud aan de Mulberry-haven stop te zetten, uitgezonderd één pier die tot en met 19 november voor Amerikaanse vaartuigen dienst blijft doen.

Beeld: NIMH, collectie Audiovisuele Dienst Defensie/Mediacentrum Defensie

Restanten van de Mulberry-haven bij Arromanches in 2007.

Vraagtekens bij het project

De bouw van de Mulberry-havens vormt een enorme belasting voor de Britse oorlogsindustrie. Zo vindt de bouw van veel van de met staal versterkte caissons op scheepswerven plaats, wat ten koste gaat van de bouw en reparatie van schepen en vooral landingsvaartuigen. En dat terwijl een van de redenen om de Mulberry-havens te bouwen juist het tekort aan landingsvaartuigen is geweest. Veel operationele commandanten – zoals de marinebevelhebber tijdens D-day, de Britse admiraal Sir Bertram Ramsay – staan sceptisch tegenover de kunstmatige havens, maar niemand waagt het Churchills project te bekritiseren. De Mulberries staan lang te boek als cruciaal voor het welslagen van de invasie. Maar ondanks het verlies van hun Mulberry, weten de Amerikanen eind juni dagelijks met behulp van LST’s en DUKWs zelfs ruim 16.000 ton voorraden aan land te brengen. Veel meer dan mogelijk is met behulp van een Mulberry.

Restanten

Voor de kust en op het strand van Arromanches zijn nog altijd de overblijfselen zichtbaar van Mulberry B. Het betreft enige Phoenix-caissons en pontons voor de Whales. Opvallend genoeg bevinden onderdelen van Mulberry-havens zich ook in Nederland. Het Watersnoodmuseum in het Zeeuwse Ouwerkerk is namelijk gevestigd in vier reserve Phoenix-caissons, die in 1953 zijn gebruikt om bressen in de dijk te dichten die eerder dat jaar waren ontstaan na de rampzalige stormvloed.