Het grootste deel van No.2 (Dutch) Troop werd van september tot november 1944 ingezet bij Market Garden en de bevrijding van Walcheren. Commando’s werden echter ook op andere manieren ingezet.
Verschillende opdrachten
Vijf mannen van de Troop enige tijd als de persoonlijke lijfwacht van Prins Bernhard. Een van hen, commando A.J. Hagelaars, kwam buiten diensttijd om het leven terwijl hij onderweg was naar zijn ouderlijk huis in Nuland. De specifieke toedracht van zijn overlijden is nooit opgehelderd. Daarnaast kregen zeven commando’s een bijzondere opdracht toebedeeld. Samen met de eerder genoemde luitenant Knottenbelt, die bij Oosterbeek gewond raakte, volgden zij in Groot-Brittannië een korte opleiding tot geheim agent. De zeven kwamen vervolgens in dienst van het Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO). De bedoeling was dat de groene baretten in bezet gebied werden gedropt om het verzet te coördineren en de verzetsstrijders onderricht te geven in militaire handelingen.
Instructeurs
Voor korporaal R.P.P. Westerling – later bekend geworden door zijn controversiële optreden in Nederlands-Indië – en de soldaten G.H.J. Bendien en W.R. van der Linden kwam het uiteindelijk niet tot een inzet achter de vijandelijke linies. Zij bleven in bevrijd gebied, waar ze dienden als instructeurs van de Nederlandse stoottroepen, een nieuw legeronderdeel dat werd gevuld door vrijwilligers uit de bevrijde zuidelijke provincies.
Beeld: NIMH
Vier Nederlandse commando’s (met v.l.n.r. sergeant W.G. van Gelderen, korporaal J.C. van Woerden, korporaal L. Persoon en 2e luitenant C. de Ruiter) in november 1944 bij het waterpompstation te Oranjezon in Vrouwenpolder.
Blatt
De vier anderen werden gezamenlijk met Belgische militairen van de Special Air Service (SAS) per vliegtuig boven Noord-Nederland afgezet. Sergeant R.A. Blatt landde in de nacht van 25 op 26 september met zijn parachute bij Westerbork. Samen met een groep Belgische paracommando’s moest hij de inlichtingen van de verschillende verzetsgroepen in Friesland, Groningen en Drenthe verzamelen en doorseinen naar Londen. De Duitse Sicherheitsdienst kreeg echter al snel lucht van het inlichtingencentrum dat Blatt en zijn Belgische team hadden opgezet. De commando’s wisten ternauwernood uit handen van de Duitsers te blijven en weken uit naar Twente. Daar sloot Blatt zich als sabotage-instructeur aan bij het lokale verzet.
Gedropt in bezet gebied
Op 11 oktober werden ook sergeant-majoor W. van der Veer en de sergeants R.C. Michels en N.J. de Koning gedropt in de buurt van Veenhuizen. Terwijl de sergeant-majoor in Drenthe bleef, vertrokken Michels en De Koning respectievelijk naar Groningen en Friesland om wapen- en sabotagelessen te geven en het verzet te helpen coördineren in afwachting van de geallieerde opmars. De kapiteins Knottenbelt en C.J.L. Ruysch van Dugteren werden vlak voor de bevrijding nog in bezet gebied gedropt om de Binnenlands Strijdkrachten te ondersteunen.