Op 17 september maakten de Nederlanders eindelijk hun langverwachte opwachting in de geallieerde gelederen in West-Europa. Op die dag ging operatie Market Garden van start, de mislukte poging van de Britse generaal Bernard Montgomery om met onder meer een luchtlandingsoperatie alle belangrijke bruggen tussen Eindhoven en Arnhem te veroveren, zodat grondstrijdkrachten snel konden oprukken richting het Duitse Ruhrgebied.

101st (US) Airborne Division

Van de 36 Nederlandse commando’s die in verschillende functies deelnamen aan de operatie, landden er 26 daadwerkelijk in de operatiegebieden. Zij werden verdeeld over de Britse en Amerikaanse luchtlandingsdivisies om op te treden als gids. Tevens moesten de Nederlandse groene baretten contacten leggen met het lokale verzet en ondersteuning bieden bij het verzamelen van inlichtingen. Vijf mannen werden ingedeeld bij de 101st (US) Airborne Division en landden op 17 september ten noorden van Eindhoven. Zij wisten de bruggen bij Veghel en St. Oedenrode te veroveren, maar Duitse troepen bliezen de brug over het Wilhelminakanaal bij Son op vlak voordat de geallieerde militairen deze oversteekplaats konden bereiken. Wel hielden zij het gebied tussen Eindhoven en Grave in handen, waar ook de beoogde opmarsweg van de geallieerden lag. De terreinkennis van de Nederlandse commando’s was daarbij van grote waarde.

Beeld: NIMH

Vrolijke commando’s van No.2 (Dutch) Troop in 1944 vlak voor inzet bij operatie Market Garden. Eindelijk kunnen ze een bijdrage leveren aan de bevrijding van Nederland.

82nd (US) Airborne Division

De elf Nederlanders die met de Amerikaanse 82nd Airborne Division nabij Groesbeek aan de grond kwamen, maakten de strijd om de bruggen bij Grave, Heumen en de Waalbruggen bij Nijmegen van dichtbij mee. Met name in Nijmegen verzetten de Duitsers zich fel. De verkeersbrug over de Waal kon uiteindelijk pas op 20 september worden veroverd, nadat de Amerikanen in canvasbootjes de rivier waren overgeroeid. Commando H. Cramer speelde bij deze gevechten een belangrijke rol door met gevaar voor eigen leven Amerikaanse gewonden uit de frontlinie te halen.

De Slag om Arnhem: 1st British Airborne Division

Tien commando’s van No.2 (Dutch) Troop landden met de 1st British Airborne Division bij Arnhem. Zij kregen het zwaar de verduren. Na de mislukte aanval op de Rijnbrug volgde een chaotische terugtrekking waarbij de Nederlandse militairen een belangrijke rol speelden. Zo onderhielden eerste luitenant M.J. Knottenbelt en soldaat M. van Barneveld contact met de Poolse paratroepen die in de Betuwe waren geland, door verschillende malen de Rijn over te steken. Knottenbelt raakte op 22 september gewond, maar wist zichzelf te redden door de Rijn over te zwemmen.

De Waard

Sergeant W. de Waard was ingedeeld bij het hoofdkwartier van divisiecommandant generaal-majoor Roy Urquhart in het Oosterbeekse hotel Hartenstein. Tijdens de eerste dagen van de strijd bij Arnhem voorzag hij de divisiestaf van inlichtingen over het verloop van de strijd. Hij wist via de lokale tandarts een telefonische verbinding te maken met de paratroepen van luitenant-kolonel John Frost aan de voet van de brug. Vanaf het moment dat het hoofdkwartier onder Duits vuur kwam te liggen, nam De Waard deel aan de gevechten om Hartenstein te verdedigen. De sergeant raakte in krijgsgevangenschap en zou de rest van de oorlog in een Duits krijgsgevangenkamp doorbrengen.

Beeld: NIMH

Commando A.M. Bakhuis Roozeboom.

Bakhuis Roozeboom

Commando A.M. Bakhuis Roozeboom overleefde de Slag om Arnhem niet. Hij probeerde op 19 september vanuit Oosterbeek samen met een verzetsstrijder per jeep de Rijnbrug te bereiken, om daar contact te leggen met Britse troepen. Deze poging mislukte en de wagen moest rechtsomkeert maken. Op de terugweg naar Oosterbeek namen de Duitsers de jeep plotseling onder vuur, waarbij Bakhuis Roozeboom dodelijk werd getroffen.

Krijgsgevangen

Uiteindelijk werden ook de commando’s A.J.Ph. Beekmeyer, H.C. Gobetz en H.M.J. Gubbels krijgsgevangen gemaakt tijdens de felle gevechten in Oosterbeek. Zij wisten echter tweemaal uit een Duits detentiekamp te ontsnappen. Na de eerste ontsnappingspoging, in februari 1945, werden ze aan de Tsjechische grens opgepakt. In april ontsnapte het drietal echter opnieuw en daarbij wisten ze veilig de Amerikaanse linies te bereiken.

Waardevolle inzet

Ondanks het mislukken van operatie Market Garden was de inzet van de Nederlandse commando’s zeer waardevol. Zo stond in het gevechtsverslag van de eerste Britse luchtlandingsdivisie: “Lieutenant Knottenbelt and his Dutch commandos were first class. Their help was unfailingly efficient and in very great measure. To them is due the great help received from the civilian population.’’

Beeld: NIMH

Korporaal J.W. Bothe van No. 2 (Dutch) Troop, uiterst rechts, als gids bij de Amerikaanse 101st Airborne Division tijdens operatie Market Garden in de omgeving van Veghel.