Na Market Garden volgden voor de Nederlandse commando’s in november de verovering van Vlissingen. Deze maakte deel uit van operatie Infatuate. Het doel van dit offensief was om het Zeeuwse schiereiland Walcheren te veroveren. Daar bevond zich het laatste Duitse bolwerk aan de Scheldemonding. Britse en Canadese troepen hadden in de voorgaande weken al zware gevechten geleverd om de rest van het Scheldegebied in handen te krijgen. Deze streek was strategisch van groot belang. De lange aanvoerlijnen vanuit Normandië belemmerden de geallieerde opmars aanzienlijk. Er was daarom dringend behoefte aan havencapaciteit dichter bij het front. Sinds begin september was de haven van Antwerpen in geallieerde handen. De verovering van het Scheldegebied zou ervoor zorgen dat de geallieerden de haven daadwerkelijk zouden kunnen gaan gebruiken.
Twee operaties
Het plan voor de verovering van Walcheren bestond uit twee delen: een amfibische aanval op Vlissingen (Infatuate I) en een landing bij Westkapelle (Infatuate II). Korporaal Persoon, die op 1 november in het landingsvaartuig de inferno bij Vlissingen tegemoet voer, was een van de elf Nederlandse commando’s die deelnamen aan Infatuate I. Zij waren, samen met Belgische, Franse en Noorse commandotroepen toegevoegd aan de Britse 4th Special Service Brigade. Zij moesten vanuit Breskens de Schelde oversteken naar Vlissingen om de stad in te nemen.
Infatuate I: Vlissingen
Ondanks toenemende Duitse weerstand wisten de commando’s, met de Nederlanders in de voorste gelederen, een geslaagde landing uit te voeren. Het met de codenaam Uncle Beach aangeduide landingsterrein bevond zich pal naast de Oranjemolen, die door zijn afwijkende silhouet goed herkenbaar was. De Nederlandse korporaal W. de Liefde markeerde met een seinlamp vanaf een pier vlakbij de molen de precieze landingsplaats voor de achterop komende vaartuigen.
Beeld: NIMH
Duitse krijgsgevangenen, in november 1944 bijeengebracht door geallieerde commando’s op het landingsterrein Uncle Beach, met op de achtergrond de Oranjemolen.
Bunker uitgeschakeld
Na het beveiligen van Uncle Beach dienden de commando’s zo snel mogelijk verschillende sleutelposities in te nemen aan de rand van het stadscentrum, bij het begin van de boulevard. Dat lukte in eerste instantie niet omdat een bunker met landinwaarts gericht geschut met een moordend vuur de toegangsweg naar de boulevard en het stadscentrum afsloot. Met behulp van door Typhoons afgeschoten raketten en artillerievuur werd de bunker de volgende dag stormrijp gemaakt en door de commando’s ingenomen. Het landingsterrein was nu beter te verdedigen bij een mogelijke Duitse tegenaanval terwijl het Duitse hoofdkwartier, gevestigd in een voormalig luxe badhotel (Grand Hotel Britannia) aan het eind van de boulevard, niet langer onbereikbaar was.
Internationale hulp
De licht bewapende commandotroepen stonden er in Vlissingen niet alleen voor. Aansluitend op de landing van de ruim zeshonderd commando’s, werd een brigade van de Britse 52 Lowland Division overgevaren vanuit Breskens. Deze infanteristen, hoofdzakelijk Schotten, moesten de stad zuiveren en het Duitse hoofdkwartier innemen. Zij hadden zwaardere wapens bij zich, waaronder demontabele houwitsers.
Zware strijd
De strijd om Vlissingen duurde vier dagen en ging gepaard met hevige straatgevechten en veel vernielingen. Op 3 november gaf de commandant van Vlissingen, kolonel Reinhardt, zich over. In de buitenwijken vonden daarna nog wel enige hevige gevechten plaats, maar de aanval op Vlissingen was geslaagd, al ging dat ten koste van tientallen gesneuvelde Britse en Franse militairen. De Nederlandse militairen kwamen er in Vlissingen goed vanaf. Bij de actie raakten slechts twee Nederlandse groene baretten gewond.
Beeld: NIMH
Britse commando’s van No. 47 (Royal Marine) Commando, met in hun gelederen een Nederlands detachement, landen op 1 november 1944 bij Westkapelle.
Infatuate II: Westkapelle
Bij Infatuate II waren veertien Nederlandse commando’s betrokken, onder wie de commandant van No.2 (Dutch) Troop, kapitein J. Linzel. Het Nederlandse detachement kreeg de opdracht om samen met Britse mariniers van het No.47 (Royal Marine) Commando door het duingebied aan de zuidkust van Walcheren op te trekken naar Vlissingen. Daar moesten zij contact maken met de landingstroepen van Infatuate I.
Opmars door de duinen
Na een geslaagde landing – de Duitsers concentreerden hun artillerievuur aanvankelijk op de begeleidende schepen – volgde een zware opmars door de duinen. Het gebied was bezaaid met mijnen en prikkeldraadversperringen en de Duitse militairen boden felle tegenstand. Bij de gevechten om de Duitse kustbatterijen en bunkers raakten maar liefst negen van de veertien Nederlandse commando’s gewond. Ondanks de zware verliezen wist de taakgroep op 3 november Vlissingen te bereiken.
Beeld: NIMH
Vijf officieren van No. 2 (Dutch) Troop met in het midden de commandant, kapitein J. Linzel. Hij was een van de veertien bij Westkapelle ingezette Nederlandse commando’s.
Capitulatie van Walcheren
De commando’s die op 1 november bij Vlissingen waren geland, kregen na inname van de stad een nieuwe opdracht. Zij vergezelden Britse commando’s naar Vrouwenpolder. Hier hielpen ze de bij Westkapelle gelande Britse mariniers en Noorse en Belgische commando’s bij het opruimen van de laatste Duitse verzetshaarden op Walcheren. Die capituleerden op 8 november, twee dagen nadat de Duitse commandant van Walcheren, generaal Daser, zich in Middelburg al had overgegeven. Met geheel Walcheren in geallieerde handen was de weg naar Antwerpen vrij. Alle 25 ingezette Nederlandse commando’s overleefden de strijd, wel raakte een aantal gewond. De vele trainingsuren hadden hun waarde bewezen.
De laatste oorlogsmaanden
Na afloop van operatie Infatuate vonden er voor de Nederlandse commando’s geen gevechtshandelingen meer plaats, met uitzondering van de BBO-agenten die nog in bezet gebied opereerden. De inmiddels tot kapitein bevorderde Knottenbelt rekruteerde in Zuid-Nederland 107 nieuwe vrijwilligers, waarvan zeventig cursisten in januari 1945 het commandobrevet wisten te behalen. De versterkte No.2 (Dutch) Troop verbleef eind april 1945 nog enige dagen aan het front bij Moerdijk. Tot confrontaties met Duitse eenheden kwam het daarbij niet. Na de bevrijding bewaakten Nederlandse commando’s nog een aantal weken een interneringskamp nabij Recklinghausen in Duitsland.
Dapperheidsonderscheidingen
Na twee jaren van zware trainingen kwamen de Nederlandse elitetroepen zowel bij Market Garden als tijdens Infatuate goed tot hun recht. De waardering voor hun moedige inzet sprak ook uit het grote aantal dapperheidsonderscheidingen – onder andere de Militaire Willemsorde (1), de Bronzen Leeuw (5) en het Bronzen Kruis (13) – dat aan de leden van No.2 (Dutch) Troop werd uitgereikt.