Het uitvoeren van inlichtingenoperaties in bezet gebied behoorde aanvankelijk niet tot de taken van de NEFIS. De Tiger-operaties, zoals de missie van Daniël Lapod, waren dan ook door een andere dienst opgezet. Op 26 april 1942 was in Melbourne voor dergelijke speciale operaties de geallieerde inlichtingenorganisatie Inter-Allied Services Departement (ISD) opgericht in een poging al de in Australië aanwezige kennis en expertise op dit gebied te bundelen. Voor het Nederlands-Indische gebied, waarmee nagenoeg geen contact meer bestond, werd een Netherlands East Indies (NEI)-sectie opgericht. Deze stond onder leiding van luitenant-ter-zee 1e klasse Johannes Jacobus Quéré.

Allied Intelligence Bureau

Niet veel later, op 6 juli 1942, nam het hoofdkwartier van de Southwest Pacific Area (SWPA) de operationele leiding en coördinatie van alle inlichtingenactiviteiten in de zone over. Het Allied Intelligence Bureau (AIB) werd opgericht, waarin de ISD als sectie Special Operations (SO) werd opgenomen. Onder supervisie van de Nederlands-Indische Commissie voor Australië en Nieuw-Zeeland, die als een soort romp-regering fungeerde, werden door de sectie SO ook operaties uitgevoerd naar Nederlands-Indisch gebied.

Daniël Lapod

Eén van de zogeheten parties – bewapende inlichtingengroepen – die de Nederlandse subsectie van Special Operations uitzond, was de groep Tiger III, bestaande uit één man: de sergeant Adspirant Reserve Officier Koninklijke Marine Daniël Lapod. Over Lapod is niet veel bekend. Hij was geboren op 29 november 1914 op Kalimantan (Borneo) en kwam uit een Menadonese, christelijke familie. Hoewel Quéré hem in zijn personeelsdossier beschreef als “zeer ijverig, betrouwbaar, moedig en loyaal” en “bijzonder aan te bevelen”, was Lapod als inlichtingenagent ongetraind en onervaren. Dat laatste was geen beletsel hem een aantal vrijwel onmogelijke opdrachten te geven, die waarschijnlijk ook goedgetrainde krachten ver te boven zouden zijn gegaan: het was de bedoeling dat hij een inlichtingenkern in de omgeving van Malang en Surabaya (Oost-Java) zou organiseren, contact zou zoeken met een vermeende guerrillabeweging in de buurt van Bandung (West-Java) en een subversieve vrouwenorganisatie zou oprichten en leiden.

Beeld: NIMH

Conduite-boekje van Daniël Lapod.

Een veranderde samenleving

Lapods taken strekten zich dus uit over heel Java, waar hij ook nog eens moest opereren zonder contactadressen, zonder steun en zonder enige kennis van de actuele lokale situatie. Vanwege zijn Menadonese uiterlijk zou Lapod op Java bovendien direct opvallen. Een fundamenteler probleem was dat de koloniale maatschappij op 9 maart 1942 had opgehouden te bestaan. Op Java was een nieuwe werkelijkheid ontstaan. Blanke Europeanen waren geïnterneerd en uit het straatbeeld verdwenen. Minderheden als Indo-Europeanen en christelijke Menadozen en Ambonezen, die van oudsher loyaal waren aan het koloniale gezag, werden gewantrouwd en door de Japanners en de Indonesiërs nauwlettend in de gaten gehouden. Van dit alles hadden de Nederlandse autoriteiten in Australië geen flauw idee.

Zwemtocht

Op 21 januari 1943 vertrok de onderzeeboot K.XII met Lapod aan boord vanuit de Australische haven Fremantle richting de Tapenbaai (Zuid-Java), waar de boot in de avond van 9 februari arriveerde. De K.XII kon de kust naderen tot op ongeveer 1200 meter, waarna de agent in een sloep enkele tientallen meters van het strand werd afgezet. In de duisternis verpakte Lapod zijn bagage in zwemvesten, inclusief een – voor inlichtingenwerk zware en onhandige – Thompson pistoolmitrailleur met 50 patronen. Zwaarbepakt zwom hij de laatste meters naar het strand, waarvandaan hij met zijn seinpistool een lichtsignaal moest geven. Dit signaal kwam echter nooit, zodat de bemanning van de K.XII alleen maar kon hopen dat Lapod goed was aangekomen en niet onderweg naar de kust al was verdronken. Zonder enige zekerheid over zijn lot, keerde de K.XII terug naar Australië. Lapod werd diezelfde dag nog als vermist opgegeven.

Radiostilte

Achteraf is bekend geworden dat Lapod wel degelijk het strand heeft bereikt. Of hij vervolgens aan het uitvoeren van een van zijn opdrachten is toegekomen, is echter niet bekend. Van Tiger III is nooit een teken van leven ontvangen en alle pogingen sinds april 1943 om contact te leggen liepen op niets uit. Pas na de oorlog werd duidelijk dat Lapod al snel in handen van de Japanners was gevallen, die hem op 4 mei 1943 ter dood veroordeelden en nog diezelfde maand hebben geëxecuteerd. Lapods stoffelijke resten bevinden zich in een verzamelgraf op het ereveld Ancol bij Tanjung Priok (Jakarta).