Op kerstavond 1947 staat er in het Zuid-Afrikaanse Durban opeens een postbode voor de deur van de 34-jarige Harry Sinnema. Hij komt een brief afleveren van de Britse koning met daarin het Distinguished Flying Cross voor bewezen diensten tijdens de oorlogsjaren. Dat de Nederlandse bouwkundig tekenaar alsnog deze hoge Britse onderscheiding krijgt is op zich niet vreemd: hij kan terugkijken op een uitstekende staat van dienst als militair. Als captain van een Lancaster-bommenwerper van het 153 Squadron heeft hij tussen begin november 1944 en medio april 1945 in totaal 31 bombardementsmissies voltooid, waaronder in de nacht van 13 op 14 februari 1945 een ruim 9,5 uur durende vlucht naar Dresden.

Van Den Haag naar Zuid-Afrika

De wieg van Hendrik (roepnaam Harry) Sinnema staat in Den Haag. Hij wordt op 4 september 1913 geboren als zoon van een stel uit Harlingen en groeit op in de Cartesiusstraat. Vader Klaas werkt als politieagent in de hofstad. Na zijn lagereschooltijd zit Harry op de HBS en de MTS. Uiteindelijk verlaat hij school als bouwkundig tekenaar. Veel werk is er in Nederland in de crisistijd niet en daarom besluit Harry begin 1936, nadat hij zijn dienstplichttijd bij de genie heeft vervuld, zijn heil in het buitenland te zoeken. Als 22-jarige belandt hij in Zuid-Afrika waar hij werk én liefde vindt: hij trouwt er een Zuid-Afrikaanse schone, Peggy Mackay. Uiteindelijk zullen ze vijf kinderen krijgen, drie zoons en twee dochters.

Beeld: NIMH via Bert Sinnema

Een trotse Harry Sinnema in het RAF-uniform.

Oorlogsvlieger

Nadat Nederland in mei 1940 is bezet, komt Harry begin 1942 opnieuw onder de wapenen om zijn dienstplicht te vervullen. Hij vertrekt kort daarna naar Engeland, waar hij eerst als sergeant in de Prinses Irene Brigade belandt. Zijn detachering bij dit legeronderdeel is van korte duur. In juni stapt Harry vrijwillig over naar de RAF om te worden opgeleid tot vlieger. Net als bij veel andere Nederlanders vindt die opleiding grotendeels in Canada plaats. Op 6 augustus 1943 ontvangt hij zijn vliegbrevet. Na terugkeer in Engeland volgt nog een aanvullende gevechtstraining op bommenwerpers. Harry is namelijk bestemd om een zware viermotorige Lancaster te gaan besturen. Daarvoor krijgt hij de beschikking over zes bemanningsleden. Zij hebben geen van allen de Nederlandse nationaliteit.

Beeld: NIMH via Bert Sinnema

Harry Sinnema (in midden met platte pet) met zijn crew in vliegeroutfit bij hun Lancaster-bommenwerper.

Missies

Eind oktober 1944 melden de inmiddels tot pilot officer (tweede luitenant) bevorderde Harry en zijn crew zich bij het kort ervoor heropgerichte 153 Squadron op vliegveld Scampton in Lincolnshire. Al enkele dagen later, op 4 november, vliegt Harry als copiloot met een ervaren bemanning mee tijdens een bombardementsvlucht naar Bochum. Op 9 november trekt hij er voor het eerst met zijn eigen crew opuit: die dag vallen ruim 250 Lancasters en meer dan 20 Mosquitos een olieraffinaderij bij de stad Wanne-Eickel aan. De dertigste en laatste bombardementsopdracht voeren Harry en zijn crew op 18 april 1945 uit wanneer het Duitse Waddeneiland Helgoland het doelwit is. Twaalf dagen later – hij is eigenlijk al op rust geplaatst – voert de Nederlander zijn meest vredelievende missie uit. Hij vliegt die dag als copiloot mee met de commandant van het squadron, de Canadese wing commander Guy Rodney, naar Den Haag om voedsel te droppen. Volgens zijn zoon Bert deed deze vlucht boven zijn geboortestad hem veel: “The greatest moment by some distance for my father was Operation Manna. When he spoke of this tears rolled unashamedly down his cheeks. Flying over The Hague where he was born and lived and dropping supplies, not only to his starving country men but to his very own mother and father’”

Beeld: NIMH

De registratiekaart van Harry Sinnema uit de archieflades van het Nederlandse Ministerie van Oorlog in Londen.

Na de oorlog

Na de Duitse capitulatie blijft Harry nog enige tijd het RAF-uniform dragen. Daarop prijkt vanaf eind september 1945 de baton van het Vliegerkruis omdat hij “als commandant van een Lancaster gedurende 7 maanden blijk gegeven [heeft] van moed, bekwaamheid en doorzettingsvermogen tijdens 31 oorlogsvluchten, waarvan het merendeel bij nacht”. In maart 1946 wordt zijn detachering bij de Britse luchtmacht beëindigd. Kort daarop keert hij terug naar Zuid-Afrika en volgt zijn demobilisatie uit militaire dienst. Hij bouwt vervolgens in Durban een succesvol bestaan op als architect bij de firma Fridjhon Fulford and partners. In 1976 slaat het noodlot toe. Harry blijkt een ernstige vorm van kanker te hebben. Na een ziekbed van slechts enkele weken overlijdt hij op 28 augustus 1976 op 62-jarige leeftijd. Hoewel hij er weinig over spreekt, blijft de oorlog hem tot op het laatst toe bezighouden. Een van zijn laatste wensen op zijn sterfbed is het kijken van de oorlogsfilm The Dambusters over een beroemde collega-vlieger van Harry, wing commander Guy Gibson.