Begin september 1944 meldt Jan Buning, inmiddels flying officer (eerste luitenant), zich met zijn bemanning bij het 90 Squadron van het RAF Bomber Command. Het squadron vliegt met de viermotorige Avro Lancaster-bommenwerper en is gestationeerd op het vliegveld Tuddenham in Suffolk. Jan is in 1944 de enige Nederlander bij de eenheid. Verder telt het squadron vooral Britten en kleinere aantallen Canadezen en Australiërs. Ook Jans crew telt meerdere nationaliteiten. Zo is de navigator Australisch (flight sergeant H.S. Nickless) en de bommenrichter Canadees (flying officer S.B. Bishop). De vier overige leden zijn Brits.
Westkapelle
Het duurt voor Jan en zijn crew tot 3 oktober voordat zij voor het eerst op de battle order staan. Op deze dag staat een aanval door bijna 250 zware bommenwerpers op de zeedijk van Westkapelle gepland. Door een gat in de dijk te bombarderen lopen de polders van Walcheren onder water. De geallieerden denken dat ze op deze manier gemakkelijker de Duitsers van het sterk gefortificeerde schiereiland kunnen verdrijven. Dit is van het allergrootste belang, omdat de begin september bevrijde haven van Antwerpen alleen in gebruik kan worden genomen als beide Scheldeoevers – en dus ook Walcheren – zich geheel in geallieerde handen bevinden.
Beeld: NIMH, collectie De Bevrijding van Nederland 1944-1945
Westkapelle, 3 oktober 1944. Nadat de dijk is gebombardeerd stroomt het zeewater de polders van Walcheren in. Het dorp zelf staat ook al grotendeels onder water.
Gemengde gevoelens
Het 90 Squadron neemt met in totaal zeventien Lancasters deel aan de aanval, waaronder dus de Lancaster met Jan en zijn bemanning. De op dat moment nog maar 20-jarige Nederlander moet met gemengde gevoelens deze eerste gevechtsmissie hebben uitgevoerd. Het doelwit bevindt zich immers niet in Duitsland, maar in zijn eigen vaderland. Toch voert hij de missie plichtsgetrouw uit. Zijn vluchtcommandant, squadron leader Denis Shepherd, realiseert zich pas tijdens de aanval dat het voor Buning niet ‘zo maar een missie’ was. Shepherd verwijt zichzelf na afloop dat hij de Nederlander juist op deze 3e oktober zijn eerste gevechtsoperatie laat vliegen: “As soon as possible after the landing I sent for Buning and apologized to him for so thoughtless an oversight. He was courtesy itself, and pointed out that had I been in such a position, I would have accepted the order as had he – but his quiet and sad demeanor was some indication of what it must have cost him.”
Keerzijde
De aanval verloopt vanuit militair oogpunt naar wens: er ontstaat een groot gat in de dijk waardoor het zeewater het achterland binnendringt. De aanval kent echter ook een keerzijde. Ondanks dat een dag eerder pamfletten zijn uitgeworpen waarin de bevolking wordt opgeroepen Walcheren zo snel mogelijk te verlaten, en dat tijdens geallieerde radio-uitzendingen aandacht is besteed aan de op handen zijnde bombardementen, laten bij deze aanval maar liefst 159 burgers het leven. Tragisch is het lot van enkele tientallen mensen die tijdens het bombardement hun heil hebben gezocht onder de vloer van een molen. Doordat de ingang door puin en brokstukken versperd raakt, kunnen zij geen kant op als de omgeving langzaam onder water komt te staan. Bijna allemaal sterven zij een verschrikkelijke verdrinkingsdood.
Beeld: NIMH, Erik van Oosten
Overzicht operationele missies Buning.
Bestoken van Duitse doelen
De aanval op Westkapelle is het enige doelwit dat Jan Buning en zijn crew in Nederland zouden aanvallen. In de volgende maanden vliegen zij vrijwel uitsluitend naar Duitsland. Het betreft onder meer aanvallen op de stadscentra van Bonn, Stuttgart, Essen, Solingen, Heinsberg, Neurenberg en München. De geallieerden zijn er van overtuigd dat de bombardementen op de Duitse steden het moreel van de bevolking kan aantasten. Zij verwachten dat de burgers in opstand komen tegen Hitler en dat de arbeiders uit de fabrieken wegblijven, waardoor de economie instort. Dit blijkt ijdele hoop te zijn. De Duitse overtuiging om door te vechten tot het bittere einde lijkt er eerder door te worden versterkt.
Uitgevoerde bombardementsmissies Jan Buning
| Nummer | Datum | Plaats | Doel | Bijzonderheden |
|---|---|---|---|---|
| 1 | dinsdag 3 oktober 1944 | Westkapelle | zeedijk | |
| 2 | woensdag 18 oktober 1944 | Bonn | stad | |
| 3 | 19-20 oktober 1944 | Stuttgart | stad | |
| 4 | maandag 23 oktober 1944 | Essen | stad | |
| 5 | woensdag 25 oktober 1944 | Essen | stad | |
| 6 | zaterdag 28 oktober 1944 | Keulen | stad | |
| 7 | dinsdag 31 oktober 1944 | Bottrop | olieraffinaderij | |
| 8 | zaterdag 4 november 1944 | Solingen | stad | |
| 9 | zondag 5 november 1944 | Solingen | stad | |
| 10 | maandag 6 november 1944 | Koblenz | stad | |
| 11 | woensdag 8 november 1944 | Homberg | olieraffinaderij | |
| 12 | zaterdag 11 november 1944 | Castrop-Rauxel | olieraffinaderij | Stuurboordbinnenmotor geraakt |
| 13 | donderdag 16 november 1944 | Heinsberg | stad | Ter ondersteuning van First en Ninth US Army |
| 14 | zondag 26 november 1944 | Fulda | spoorwegknooppunt | |
| 15 | dinsdag 5 december 1944 | Schwammenauel-dam | dam in rivier Roer | Niet gebombardeerd wegens falend navigatiesysteem |
| 16 | vrijdag 8 december 1944 | Duisburg | spoorwegknooppunt | |
| 17 | dinsdag 12 december 1944 | Witten | staalfabriek | |
| 18 | dinsdag 19 december 1944 | Denemarken | mijnen leggen | Na missie op Lossiemouth geland. Op 21 december teruggekeerd naar thuisbasis waarbij landingsgestel aan stuurboordzijde het begaf. Geen gewonden. |
| 19 | woensdag 27 december 1944 | Rheydt | spoorwegknooppunt | |
| 20 | donderdag 28 december 1944 | Keulen-Gremberg | spoorwegknooppunt | |
| 21 | 2-3 januari 1945 | Neurenberg | stad | |
| 22 | vrijdag 5 januari 1945 | Ludwigshafen | spoorwegknooppunt | |
| 23 | 7-8 januari 1945 | Munchen | stad | |
| 24 | donderdag 11 januari 1945 | Krefeld-Uerdingen | spoorwegknooppunt | |
| 25 | zaterdag 13 januari 1945 | Saarbrucken | spoorwegknooppunt | |
| 26 | 3-4 februari 1945 | Dortmund | Benzol-fabriek | Neergeschoten bij Monchengladbach |