Het is even na de middag op 3 oktober 1944 wanneer flying officer Jan Buning de Zeeuwse kust in het zicht krijgt. De piepjonge Nederlandse oorlogsvlieger is vliegtuigcommandant van een zware viermotorige Lancaster-bommenwerper van het 90 Squadron van Royal Air Force (RAF). Buning maakt vandaag zijn operationele debuut. Zijn bommenwerper vliegt in de eerste wave van een ongeveer 250 vliegtuigen sterke armada die de zeedijk van Westkapelle kapot moet bombarderen. Het toestel komt boven het doel. Jans bommenrichter drukt op de knop en de bommen uit de Lancaster regenen neer op het Zeeuwse plaatsje. Wie is deze Nederlandse oorlogsvlieger en hoe raakt hij in oktober 1944 boven Walcheren verzeild?
Johannes Jacobus (Jan) Buning wordt op 12 november 1923 geboren in Amsterdam. Zijn vader is registeraccountant. Het gezin Buning telt drie kinderen: Jan heeft nog een oudere broer (Egbert) en een jongere zus. In februari 1929 vertrekt het gezin richting Nederlands-Indië, waar Jans vader in Bandoeng een betrekking krijgt bij de Gouvernements-Accountantsdienst. Midden jaren dertig belandt het gezin in Batavia en komt Jan, net als zijn broer, op het Bataviaasch Lyceum terecht waar hij de HBS-B volgt. Jan zit inmiddels in het vijfde en laatste schooljaar wanneer Nederland in december 1941 de oorlog aan Japan verklaart. Net als veel van zijn leeftijdsgenoten wordt hij gemobiliseerd bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Een van de gevolgen hiervan is dat hij geen schoolexamen kan doen. De rector van het Bataviaasch Lyceum stelt echter een verklaring op waarin hij optekent dat Jan “het einddiploma van de H.B.S.-B. stellig zou behalen, indien hij aan het eindexamen zou kunnen deelnemen”. Daarnaast verklaart het schoolhoofd dat zijn pupil geschikt is voor de officiersopleiding van de marine “zoowel door zijn karakter als door zijn verstandelijken aanleg”.
Beeld: NIMH, collectie Fotoafdrukken Koninklijke Marine
Adelborsten en aspirant reserveofficieren van het Koninklijk Instituut voor Marine in Soerabaja tijdens een maaltijd.
Naar Engeland
De rector lijkt gelijk te krijgen: Jan stapt inderdaad over naar de marine. Hij komt als aspirant-reserve-officier terecht in Soerabaja, waar de marine na de bezetting van Nederland in 1940 het Koninklijk Instituut voor Marine (KIM) heeft gevestigd. Lang duurt dit niet. Begin 1942 is de strijd tegen Japan zo uitzichtloos geworden, dat de marine opnieuw besluit het KIM te verplaatsen, dit keer naar Engeland. Na een avontuurlijke reis per schip via Ceylon en Zuid-Afrika arriveren Buning en zijn collega’s begin mei 1942 in Groot-Brittannië. Zijn ouders en zuster blijven achter in Nederlands-Indië en verdwijnen tijdens de Japanse bezetting achter het prikkeldraad van Jappenkampen in Tjimahi, Bandoeng en Jakarta. Zijn oudere broer Egbert bevindt zich tijdens de oorlogsjaren als student in bezet Nederland. Contact onderhouden is onmogelijk waardoor het gezin volledig in het duister tast over Jans verblijfplaats. "Het enige wat we wisten was dat hij voor de overgave uit Nederlands-Indië was vertrokken. We vermoedden dat hij in Australië zat. Contact is er nooit meer geweest", zo vertelt Jan's zuster jaren later.
Royal Air Force
De uit Nederlands-Indië afkomstige adelborsten en aspirant-reserveofficieren belanden in het ‘nieuwe’ KIM, dat gebruik maakt van het landhuis Enys bij Falmouth. Hier blijkt dat de Koninklijke Marine met een overschot aan zeeofficieren kampt. Daarom juicht de marineleiding een overstap naar onder meer de Royal Air Force (RAF) toe. Een dertigtal jongemannen verruilt het marine-uniform voor dat van de Britse luchtmacht. Een van hen is Jan Buning. In augustus 1942 volgt zijn detachering bij de Royal Air Force Volunteer Reserve (RAF VR). Na de grondopleiding en een vliegtest vertrekt de Nederlander in februari 1943 richting Canada. Hij doorloopt hier de vliegopleiding met een aantal andere Nederlanders, onder wie zijn vriend Freddy Herckenrath. Volgens Herckenrath is Jan niet alleen een goed vlieger maar ook een uitstekend zwemmer. Hij weet diverse zwemwedstrijden te winnen en keert “met een koffer vol bekers terug uit Canada”. Verder is Jan volgens Herckentrath ook gewoon "een fijne vent" die er goed uitziet. "Meisjes waren gek op hem, iets wat wederzijds was". Op 3 september 1943 ontvangt Jan zijn vliegbrevet. Kort daarna keert hij terug naar Engeland. Na diverse aanvullende trainingen is hij in de nazomer van 1944 eindelijk gereed voor het 'echte werk'.
Beeld: NMH, collectie Nederlanders bij de RAF
Jan Buning (zittend 2e van links) met een aantal collega’s van de vliegopleiding na (weer) een gewonnen zwemwedstrijd.