Groot-Brittannië staat er dan militair allang niet meer alleen voor. In juni 1941 is met de Duitse inval in de Sovjet-Unie een tweede front geopend en eind 1941 verklaart Duitsland de Verenigde Staten de oorlog, met als gevolg dat de Amerikaanse legerluchtmacht zich eveneens gaat mengen in de strijd om de beheersing van het West-Europese luchtruim. Politiek gezien wordt de inzet van buitenlandse vliegers in de RAF daardoor minder acuut. Door de toetreding van de Verenigde Staten tot de oorlog, is het benadrukken dat Groot-Brittannië fungeert als de leider van een Grand Coalition, evenmin nog langer van groot belang. Veelzeggend is in dit opzicht dat Churchill na december 1941 nog slechts af en toe de Europese ballingen in zijn toespraken ter sprake brengt, terwijl zij voordien in vrijwel iedere redevoering aan bod komen.

Een multinationale mastodont

Ook militair gezien vermindert de waarde van de buitenlandse contingenten naarmate de oorlog vordert. In 1940 is er nog een schreeuwend tekort aan vliegend personeel. Door de toestroom van personeel uit de Gemenebestlanden – uiteindelijk 168.000 man – en vooral ook Groot-Brittannië zelf, groeit de RAF uit tot een multinationale mastodont van meer dan één miljoen militairen. Het personeel van de zes Europese landen in de RAF overstijgt het aantal van 30.000 echter nooit. Begin 1945 telt de Britse luchtmacht 45 eenheden met personeel uit landen in bezet Europa. Gezamenlijk vormen deze squadrons amper tien procent van de totale frontlijnsterkte aan eenheden van de RAF. Ook uit de verliezen blijkt, dat de buitenlandse contingenten in de tweede helft van de oorlog een relatief bescheiden bijdrage leveren aan de gevechtskracht van het Britse luchtwapen. In totaal verliezen 2.370 buitenlandse militairen in dienst van de Britse luchtmacht het leven, terwijl aan het einde van de Tweede Wereldoorlog alleen al bij Bomber Command de verliezen opgelopen zijn tot meer dan 50.000 man. Naarmate de oorlog vordert spelen buitenlandse vliegers dus steeds meer een bijrol.

Beeld: NIMH

Twee Duitse militairen tussen de afgerukte boomtoppen en wrakstukken van Lancaster ED865 van het 617 Squadron. De bommenwerper wordt neergeschoten in de nacht van 16 op 17 mei 1943 boven vliegveld Gilze-Rijen. Onder de codenaam Operation Chastise vliegen deze nacht negentien bommenwerpers van het 617 Squadron naar het Ruhrgebied om drie dammen te bombarderen met zogenaamde ‘stuiterbommen’. De missie is militair gezien succesvol maar resulteert ook in zware verliezen. De Lancaster ED865 is een van de acht toestellen die onderweg worden neergeschoten. De gehele zevenkoppige bemanning komt bij de crash om het leven.

Oversteek wordt risicovoller

De belangrijkste oorzaak hiervan zijn de zeer beperkte personeelsreserves waar de meeste Europese landen over beschikken. Uit bezet gebied weet slechts een beperkt aantal Engelandvaarders Groot-Brittannië te bereiken en de rekrutering verloopt naarmate de oorlog vordert steeds moeizamer. Niet zelden kiezen jongemannen in de vrije wereld die banden hebben met een van de bezette Europese landen – áls ze al in militaire dienst treden – voor een carrière in de strijdkrachten van de landen waarin ze woonachtig zijn. De luchtwapens van de bezette Europese landen groeien gedurende de oorlogsjaren daarom niet noemenswaardig. Het is ook daarom niet verwonderlijk dat de meeste buitenlandse eenheden zijn uitgerust met jachtvliegtuigen en lichte bommenwerpers, waarvoor aanmerkelijk minder personeel is vereist dan voor de zware bommenwerpersquadrons van Bomber Command.

Beeld: NIMH, Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Luchtmacht

De Nederlandse reserve kapitein-vlieger Willem Theodore Bosch (rechts) is in dienst van de Royal Air Force. Links staat reserve tweede luitenant-vlieger-waarnemer Felix Ruurd Nauta, gedetacheerd bij de Koninklijke Marine. Beide heren behoren tot het selecte gezelschap dat uit bezet Nederland Engeland weet te bereiken.

“Morale has been of high order”

Blijven de buitenlandse eenheden in aantal dus beperkt, op het vlak van het moreel is er niets op deze squadrons aan te merken. In de kwartaalrapportages over de buitenlandse contingenten in de RAF komt dit veelvuldig naar voren. De Nederlandse eenheden vormen hierop geen uitzondering. Eind december 1943 oordelen de RAF-officieren dat in het voorgaande kwartaal: “Morale in [het Nederlandse] No. 320 Squadron has been very good and sometimes excellent.” Over 322 Squadron vellen zij een vergelijkbaar oordeel:

“No 322 Squadron has not been heavily engaged during the period (…). Morale has been of high order in spite of this, and is likely to rise with the impending move of the Squadron to a more active sector.”

De gemotiveerdheid van het personeel heeft onder meer tot gevolg dat de buitenlandse eenheden tamelijk succesvol zijn. De jachtvliegers van alleen al 303 Squadron – een van de twee Poolse eenheden die tijdens de Battle of Britain in actie komen – schieten tussen eind augustus en begin oktober 1940 in totaal 126 Duitse toestellen neer, meer dan twee keer zoveel als ieder ander RAF-squadron in deze periode. In totaal schieten de buitenlandse jachtvliegers in de RAF volgens officiële bronnen tot 1945 ongeveer 1.300 vijandelijke vliegtuigen neer en voeren talloze tactische bombardementen uit. Overigens dienen lang niet alle buitenlanders in nationale eenheden. Zij vliegen ook in talloze Britse eenheden.

Beeld: NIMH, Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Luchtmacht

Luchtopname van vliegveld Leeuwarden van 12 maart 1945. Drie weken daarvoor wordt het vliegveld zwaar gebombardeerd door de RAF. De inslagen zijn duidelijk te zien.