Albert (Ab) Roessingh wordt op 28 juni 1914 geboren in Tilburg. Lang blijft hij daar niet wonen, want voor het werk van zijn vader verhuist het gezin naar Utrecht. Zijn vader is hoofdingenieur bij de Nederlandse Spoorwegen. Na het gymnasium kiest hij voor een studie rechten aan de universiteit van Leiden. In de studentenstad voelt hij zich meteen thuis. Niet alleen vanwege de studie, maar vooral vanwege de mensen die hij er ontmoet.

De Leidse vriendenclub

In Leiden vormt Ab al snel een hechte vriendengroep. Onder anderen René Borgerhoff Mulder, Hugo Pos, Chris Krediet en George Maduro horen daarbij. In het bijzonder groeit een warme band tussen Ab, René en Hugo. Ze studeren samen, trekken met elkaar op en bouwen een vriendschap op die later van grote betekenis blijkt te zijn.

Beeld: © Privécollectie Diek Roessingh

De drie boezemvrienden bij elkaar, eind 1942 in Engeland. V.l.n.r. Albert Roessingh, René Borgerhoff Mulder en Hugo Pos. René en Hugo overleven beiden de oorlog.

Mobilisatie en eerste verzetswerk

Na zijn kandidaatsexamen besluit Ab eerst een militaire opleiding te volgen. Hij wordt opgeleid tot reserveofficier bij de bereden veldartillerie. Wanneer Nederland in 1939 mobiliseert, wordt hij opgeroepen. Lang duurt die periode niet. In mei 1940 capituleert Nederland na de Duitse inval. Ab keert terug naar zijn baan bij de Spoorwegen, maar het leven onder bezetting voelt voor hem allesbehalve normaal. Al snel sluit hij zich aan bij de verzetsorganisatie Ordedienst (OD). Binnen deze organisatie werkt hij als koerier en informant voor verzetsman Pim Boellaard. Ab verzamelt informatie en onderhoudt contact met de Amsterdamse afdeling van de OD, die wordt geleid door overste Boswijk.

Discussies over wat te doen

De eerste maanden van de bezetting voelen voor Ab en zijn vrienden beklemmend. De vrijheid waar zij als jonge juristen zoveel waarde aan hechten, lijkt plotseling verdwenen. In hun gesprekken komt steeds dezelfde vraag terug: hoe moeten we reageren? Sommigen vinden dat samenwerking met de Duitsers tijdelijk noodzakelijk is om erger te voorkomen. Anderen vinden juist dat elke vorm van samenwerking uitgesloten moet zijn. Ab hoort duidelijk bij die laatste groep. Lid worden van organisaties die met de bezetter samenwerken ziet hij niet zitten.

Het besluit om te vertrekken

Voor Ab en René wordt het steeds duidelijker: in Engeland kunnen ze waarschijnlijk meer bijdragen aan de strijd tegen Duitsland. In november 1940 besluiten Ab, René samen met Hugo Pos te vertrekken. Het plan is via Delfzijl proberen een schip te vinden dat hen naar Scandinavië kan brengen. Van daaruit hopen ze verder te reizen.

Zwart-witfoto. Man zit en kijkt naar de zijkant. Hij heeft een pet op en lange jas aan.

Beeld: © Privécollectie Diek Roessingh

Albert Roessingh verkleed als matroos op het terras bij café Kroonstad in Delfzijl.

Wachten in Delfzijl

Eenmaal in Delfzijl blijkt dat plan niet makkelijk. De drie vrienden nemen hun intrek in café De Kroonstad, een plek waar veel schippers komen. Ze proberen zich zo goed mogelijk tussen de zeelieden te mengen. Toch blijken kapiteins voorzichtig. Niemand zit te wachten op extra problemen met de Duitsers. Na drie weken wachten vertrekken René en Ab naar Zweden. Hugo vaart naar Finland, vanwaar de tocht naar Engeland iets korter blijkt.

Zweden: vrijheid én problemen

In de Zweedse plaats Karlstad verlaten Ab en René het schip en reizen afzonderlijk naar een afgesproken adres. Daarna reizen ze door naar Stockholm, waar ze zich melden bij de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging. Maar hun avontuur krijgt een onverwachte wending. De kapiteins van hun schepen willen hen terughalen, waardoor de Zweedse autoriteiten hen tijdelijk opsluiten. Hun verblijf in de gevangenis blijkt verrassend comfortabel. Ze krijgen goed eten en een degelijk bed. Na hun vrijlating worden ze opgenomen door de Nederlandse gemeenschap in Stockholm. Ze logeren bij verschillende families, bezoeken diners en feestjes en proberen ondertussen hun reis naar Engeland te regelen.

De lange weg naar Engeland

Het verkrijgen van visa en reisdocumenten duurt maanden. Uiteindelijk ontstaat er begin 1941 een bijzondere mogelijkheid: een route via de Sovjet-Unie. De reis wordt een ware wereldtocht. Vanuit Zweden gaan Ab en René via Leningrad (Sint-Petersburg) en Moskou verder. Via Turkije bereiken ze uiteindelijk het Midden-Oosten, met stops in plaatsen als Aleppo, Beiroet, Tel Aviv en Jeruzalem. In Jeruzalem moet Ab zich nog even verantwoorden bij de Britse autoriteiten, die willen controleren of hij betrouwbaar is. Dankzij verklaringen van Nederlandse diplomaten kan hij zijn reis gelukkig voortzetten.

Beeld: © Privécollectie Diek Roessingh

De drie mannen in andere volgorde op de foto gezet, met jas aan en baret/pet op. V.l.n.r. Hugo Pos, Albert Roessingh en René Borgerhoff Mulder.

Door Afrika en over zee

De route gaat verder via Egypte en de Rode Zee naar Aden. Daar belandt Ab korte tijd in een militair ziekenhuis. Vervolgens steekt hij de Indische Oceaan over richting Zuid-Afrika. In Kaapstad wacht een verrassing: daar ontmoet hij René weer. Zijn vriend heeft een andere route gevolgd via Iran en Irak en heeft onderweg zelfs een revolutie in Bagdad meegemaakt. Samen beginnen ze aan de laatste etappe van hun lange reis. Via Trinidad en Tobago en Halifax in Canada varen ze uiteindelijk naar Groot-Brittannië.

Aankomst in Engeland

Op 3 oktober 1941 komt het schip aan in Liverpool. Na bijna een jaar reizen, over meerdere continenten en oceanen, hebben Ab en René eindelijk hun bestemming bereikt. In Engeland treffen ze hun vriend Hugo Pos weer. Hun plan is gelukt: ze zijn ontsnapt uit bezet Europa en kunnen nu actief bijdragen aan de strijd tegen Duitsland.

Gebaseerd op het artikel van Maurits Huijbrechtse op de website van Museum Engelandvaarders.