Splinter Adolphe ‘Don’ Spierenburg wordt op 17 mei 1920 geboren in de Johannes Camphuisstraat in de Haagse wijk Bezuidenhout, als enig kind van Herman Spierenburg en Jannetje Susanna Kleijnhaus. Vader Spierenburg verdient de kost als klerk bij de Rijksbelastingen en later als vertegenwoordiger van rijwielen. Na de lagere school bezoekt Splinter de 7e gemeentelijke HBS in de Raamstraat. Na korte tijd een journalistenopleiding te hebben gevolgd, schrijft hij zich in aan de Hogere Zeevaartschool in Scheveningen. Op 15 augustus 1939 vertrekt hij voor zijn eerste zeereis als leerling-stuurman op een schip van de rederij Van Ommeren. Als in mei 1940 de oorlog uitbreekt bevindt Spierenburg zich op de Katendrecht, die juist Lissabon heeft verlaten met bestemming Rotterdam. Het schip maakt rechtsomkeert en vaart na een kort intermezzo in Gibraltar door naar Engeland.

Op het water

Vanaf begin 1941 maakt Spierenburg deel uit van de bemanning van de Oberon van de Koninklijke Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij. Op 27 juni 1941, het schip is dan onderweg van Freetown naar Hull, torpedeert een Duitse U-boot de vrachtvaarder. Vrijwel direct na de inslag wordt water gemaakt. Spierenburg, die zich op het moment van de aanval in zijn hut bevindt, weet zich ondanks een snee in zijn voet en brandwonden met een bijl uit zijn onderkomen te bevrijden en het dek te bereiken. Dobberend in een reddingsvlot zien de Hagenaar en zijn collega’s de Oberon enkele minuten later in de diepte verdwijnen. De torpedering kost zes Nederlandse opvarenden het leven. Het Britse korvet HMS Asphodel pikt de drenkelingen op. Na dit avontuur heeft Spierenburg genoeg van het zeemansbestaan. Het is tijd voor een carrièreswitch.

Beeld: NIMH, Collectie Foto Technische Dienst Luchtvaartafdeeling

Luchtfoto van Amsterdam. Op het IJ aan de Surinamekade enkele vrachtschepen van de Koninklijke Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij. Het grote schip dat langs de kade ligt is het schip waar Spierenburg in 1941 angstige momenten op beleeft, de Oberon.

Matrozenpak wordt militair uniform

Eenvoudig is dit niet. Omdat de koopvaardij een waardevolle en noodzakelijke bijdrage aan de oorlogsinspanning levert, heeft de Nederlandse regering in ballingschap in juni 1940 de Vaarplicht ingevoerd. Die bepaalt dat Nederlandse zeelieden die zich niet in bezet gebied bevinden als een soort dienstplicht moeten blijven varen. Spierenburg slaagt er toch in zijn matrozenpak te verruilen voor een militair uniform. In augustus komt hij als ‘gewoon dienstplichtige’ bij de Prinses Irene Brigade in Wolverhampton. Korte tijd later meldt hij zich met succes voor een vliegende functie bij de Royal Air Force (RAF).

“A hard worker at all times”

Na zijn medische keuring en opkomst in Londen belandt Spierenburg kort voor kerst 1941 in Cambridge, waar zich een van de grondscholen van de RAF bevindt. Hier krijgt hij vakken als aerodynamica, navigatie, meteo, wapenkennis en vliegtuigherkenning voorgeschoteld. Ook meer algemene onderwerpen als gezondheidsleer en aardrijkskunde passeren de revue. Daarnaast hebben exercitie en sport een prominente plaats in het lesprogramma. Spierenburg maakt in de universiteitsstad een goede indruk op zijn meerderen. “Officer type. A hard worker at all times. Keen and thorough”, is te lezen in een van zijn beoordelingen.

Natuurtalent

Ondertussen heeft hij – hoewel hij al een aantal maanden het RAF-uniform draagt – nog steeds geen vliegtuig van nabij gezien. Dit verandert in april 1942 als hij zich op vliegveld Desford meldt voor de zogenaamde Grading Course. Tijdens ongeveer twaalf lesuren moet hij aantonen over voldoende vliegaanleg te beschikken. Spierenburg rolt zonder problemen door deze eerste kennismaking met de vliegerij. In de zomer van 1942 begint de daadwerkelijke vliegopleiding. Die vindt geheel in Canada plaats op achtereenvolgens de Tiger Moth, de Boeing Stearman en de Airspeed Oxford. In januari 1943 krijgt hij zijn Wings opgespeld en wordt hij bevorderd tot sergeant.

Zwart-witfoto van een man in militair uniform. Hij lacht naar de camera.

Beeld: NIMH

Spierenburg voor een nissenhut op een Brits vliegveld.

Gevechtstraining

Terug in Groot-Brittannië moet de Hagenaar in maart 1943 eerst het vliegen onder de veel slechtere West-Europese weersomstandigheden onder de knie krijgen. Daarna – tussen half juli en begin oktober 1943 – verblijft Spierenburg voor zijn gevechtstraining op vliegveld Chipping Warden. Hier verzamelt hij het grootste deel van zijn bemanning om zich heen. Op de bommenrichter na, de Canadese sergeant Glenwood Allan Schwerdfeger, is deze crew ook van de partij tijdens de fatale laatste oorlogsvlucht in juni 1944.

De crew is compleet

De Hagenaar en zijn bemanning voltooien hun gevechtstraining met uitstekende resultaten. Bij de eindwaardering wordt Splinter zelfs voorgedragen voor een bevordering tot officier. Als laatste stap in het langdurige trainingstraject melden hij en zijn crew zich op vliegveld Waterbeach om te leren vliegen met het toestel waarmee zij bombardementsmissies gaan uitvoeren, de Avro Lancaster. Op het vliegveld bij Cambridge wordt ook de bemanning gecompleteerd met een boordwerktuigkundige: sergeant E.I. Walker. Op de laatste, fatale vlucht wordt zijn plaats overigens ingenomen door flight lieutenant William Harold Henry Siddons, die na de oorlog grote bekendheid als acteur vergaart.

Bombardementen op Duitse doelen

Begin 1944 is het zover. De inmiddels tot pilot officer bevorderde Spierenburg en zijn crew krijgen opdracht zich te melden bij 115 Squadron op vliegveld Witchford in het graafschap Cambridgeshire. Zoals gebruikelijk vliegt de Nederlander eerst een missie als copiloot bij een door de wol geverfde bemanning. In de nacht van 19 op 20 februari 1944 – meer dan twee jaar na zijn toetreding tot de RAF – neemt Spierenburg als tweede vlieger aan boord van de Lancaster van flight lieutenant Len Halley deel aan een bombardementsmissie naar Leipzig. De nacht erna trekken Spierenburg en zijn bemanning er zelf op uit. Om 00.31 uur verheft hun Lancaster zich langzaam van de startbaan van Witchford om koers te zetten naar Stuttgart. Na een heenvlucht zonder incidenten lost sergeant Schwerdfeger de bommen vanaf een hoogte van 23.000 voet (ruim 7.000 meter) op de Duitse stad. Spierenburg en zijn bemanning beschrijven hun eerste operationele vlucht naderhand als “[a] good attack”.

Het komt tot een treffen

Ze komen die maand nog een keer in actie: in de nacht van 25 op 26 februari bombarderen zij Augsburg. Het is tegelijk ook de laatste vliegopdracht die Spierenburg en de zijnen in dienst van 115 Squadron voltooien. Na waarschijnlijk een korte periode bij 7 Squadron verkassen de Nederlander en zijn crew naar het nieuw opgerichte 582 Squadron op Little Staughton. Sergeant Schwerdfeger maakt hier plaats voor een tweede navigator, sergeant Les Hood. In de nacht van 18 op 19 april staat de eerste vliegopdracht bij dit squadron op de battle order, met als doelwit het spoorwegemplacement van Noisy-le-Sec in Frankrijk. Deze verloopt zonder incidenten. Dit is niet het geval bij de volgende missie naar Düsseldorf in de nacht van 22 op 23 april. Op de terugweg valt een Junkers Ju 88-nachtjager boven Noord-Brabant de Lancaster van Spierenburg en zijn crew aan. Met mitrailleurvuur door de boordschutters en ontwijkende vliegbewegingen kan het vijandelijke toestel uiteindelijk worden afgeschud. Ook bij de volgende operatie naar Essen, in de nacht van 26 op 27 april, is het raak. Nu is het de Duitse luchtafweer die flink van zich afbijt en de Lancaster van Spierenburg en zijn bemanning aanzienlijk beschadigt.

Beeld: NIMH, Collectie Vliegvelden in oorlogstijd

Junkers Ju 88-bommenwerpers op Fliegerhorst Gilze-Rijen. In de nacht van 22 op 23 april 1944 worden Spierenburg en zijn crew door een dergelijk toestel aangevallen.

"Bang on target"

De missies in de daaropvolgende weken verlopen wel grotendeels volgens plan. Op de agenda staan afwisselend bombardementen op Duitse steden en aanvallen op doelen in Frankrijk ter voorbereiding op de geallieerde landingen in Normandië. Rond D-Day komt Spierenburg in actie in de nacht van 7 op 8 juni 1944, als een belangrijk verkeersknooppunt in La forêt de Cerisy, tussen Bayeux en Saint-Lô, wordt bestookt. Om de kans op succes te verhogen vliegt de aanvalsmacht tijdens deze operatie veel lager dan gebruikelijk. “De aanval moest worden uitgevoerd op 8.000 voet (bijna 2.440 meter). Wij vonden dat niet zo prettig omdat we meestal veel hoger opereerden”, aldus Spierenburg. Hoewel bij de markering van het doel veel mis gaat, blijkt naderhand uit luchtfoto’s dat het kruispunt goed is geraakt. “Het was een absolute ‘bang on target’”, herinnert de Nederlander zich 25 jaar later in het blad Vliegende Hollander. Na deze spectaculaire missie voeren Spierenburg en zijn bemanning nog drie operaties uit voordat zij op 28 juni 1944 opstijgen voor hun noodlottige laatste vlucht.

Reims, 28/29 juni 1944

“Bail out! Bail out!”, schreeuwt de 24-jarige Spierenburg in de nacht van 28 op 29 juni 1944 naar zijn bemanningsleden hoog in de lucht boven Noord-Frankrijk. Kort daarvoor is een Duitse BF-110-nachtjager de bommenwerper van de Hagenaar ongemerkt genaderd in de buurt van Reims. “Het gevecht duurde zo wat een kwartier”, vertelt Spierenburg jaren later aan een journalist van het Eindhovens Dagblad. “Toen stonden er twee van de vier motoren in brand en waren de ailerons van de vleugels geschoten.” Slechts met grote moeite weet Spierenburg het zwaar gehavende toestel – een Avro Lancaster III met registratie ND921 en rompcode 60-D – nog enige tijd in de lucht te houden. Maar op een gegeven moment dreigt de bommenwerper “in stukken te vliegen”.

Beeld: NIMH

Een Lancaster-bommenwerper draait warm voorafgaand aan een nachtelijke raid.

Heen en weer slingerende staart

Het doelwit, het spoorwegemplacement van Blainville-sur-l’Eau bij Nancy, wordt niet meer bereikt. Terwijl Spierenburg het hevig trillende en schuddende toestel recht probeert te houden, helpt de navigator, flight sergeant Les Hood, hem uit zijn Sutton-harnas dat is bevestigd aan de vliegtuigstoel. Hood vertelde jaren later: “Don [Spierenburg] vloog altijd met een konijnenstaart die was gegespt aan de achterkant van zijn vlieghelm. Ik kan me nog goed herinneren dat door de vibratie die staart driftig heen en weer slingerde rond de achterkant van zijn hoofd”.

Ternauwernood

Ondertussen gespen diverse andere bemanningsleden de parachute aan hun harnas en duiken door de ontsnappingsluiken de donkere nacht in. Vier van de zeven bemanningsleden – flight lieutenant Harold Siddons, flight sergeant Bill Foley, alsmede Hood en Spierenburg – weten de ten dode opgeschreven bommenwerper veilig te verlaten. Siddons, Foley en Hood slagen erin om uit Duitse handen te blijven, Spierenburg echter niet. Hij raakt in een heel ander avontuur verzeild. De drie overige bemanningsleden, de sergeants Douggie Coole en Bobby Chelu en flight sergeant Johnny Austin, gaan met het toestel ten onder. Mogelijk zijn zij al in de lucht gedood. De Lancaster boort zich bij het plaatsje Coincy in de grond.