Na te zijn neergeschoten, komt de 24-jarige Nederlander aan zijn parachute neer in een aardappelveldje bij een gehucht in de buurt van Château-Thierry, ten zuidwesten van Reims. Na alle papieren te hebben verscheurd en zijn reddingsvest en parachute te hebben begraven, zet hij het op een lopen in zuidelijke richting. “Onderweg ontmoette ik een boerenknecht die ik kon overtuigen dat ik van de RAF was”, vertelt Spierenburg in 1945 na terugkeer in Engeland. “Hij bracht me in een bos en vertelde dat ik moest uitrusten. Een half uur later keerde hij terug met eten en wijn.”

Beeld: NIMH

Overzicht van de operationele missies van Spierenburg, februari tot en met juni 1944.

Verraden door een Belgische collaborateur

Nadat een pastoor hem van burgerkleren heeft voorzien, arriveert een lid van de ‘resistance’ op een motor die hem aflevert in een klein dorpje in de buurt van Villers-Cotterêts, waar hij zich vier dagen schuilhoudt. Vervolgens reist Spierenburg – vergezeld door de vrouwelijke eigenaar van het huis waar hij ondergedoken zit – met de trein naar Parijs. Daar arriveert hij in de avond van 3 juli. De vrouw brengt Spierenburg naar het huis van haar moeder, waar hij een week verblijft. Een zekere ‘Heer Jacques’ brengt Spierenburg vervolgens naar een ander onderduikadres. Zonder het te weten wordt de Nederlander hier verraden. In werkelijkheid is ‘Jacques’ namelijk de Belgische collaborateur Jacques Desoubrie, die de Comet-vluchtlijn heeft geïnfiltreerd. Spierenburg belandt in het hotel Étoile in de Franse hoofdstad, waar hij op 14 juli wordt opgehaald door een man die hem vertelt dat hij naar Lyon wordt gebracht. “We gingen naar buiten en toen ik de chauffeur van de auto zag realiseerde ik me dat ik in de handen was van de Duitsers.”

Zware tijden

In tegenstelling tot wat gebruikelijk is, wordt de gevangengenomen Spierenburg niet overgedragen aan de Luftwaffe en komt hij evenmin in een regulier krijgsgevangenkamp terecht. In plaats daarvan belandt hij in de beruchte gevangenis van Fresnes, even ten zuiden van Parijs. Hier heeft de Conventie van Genève voor de Gestapo geen waarde, zo blijkt al snel. Spierenburg wordt in Fresnes een maand lang onder erbarmelijke omstandigheden opgesloten en ettelijke malen aan de tand gevoeld. “De verhoren waren keihard, maar zo nu en dan werd er mee gestopt en dan kreeg ik een Camel-sigaret.”

Beeld: NIMH

Registratiekaart van Spierenburg uit de krijgsgevangenendatabase.

Krijgsgevangen in Buchenwald

Ondertussen weten de geallieerden begin augustus 1944 eindelijk uit het bruggenhoofd in Normandië te breken. Een snelle opmars in oostelijke en noordelijke richting volgt, waarbij ook Parijs al snel in het vizier komt. Het is voor de Gestapo reden de gevangenis in Fresnes op 15 augustus 1944 te ontruimen. Onder de gevangenen bevinden zich niet minder dan 168 geallieerde oorlogsvliegers. Bussen brengen ze naar het Gare de l’Est, waar ze samen met de andere gevangenen in een trein worden gedreven.

“Het waren veewagens, elk letterlijk volgestampt met zo’n negentig mensen”, herinnert Spierenburg zich in 1977. “Voornamelijk Fransen tussen de zestien en tachtig jaar, mannen en vrouwen. Je kon alleen maar staan en je behoeften moest je gewoon maar laten lopen.” Na vijf dagen bereikt de trein op 20 augustus de eindbestemming: concentratiekamp Buchenwald in de buurt van Weimar. Spierenburg weet niet wat hem overkomt: “Stond ik tot mijn stomme verbazing in Buchenwald, waar ik een gestreept pak kreeg met een rode driehoek. Ik was een politiek gevangene.”

Erbarmelijke omstandigheden

Kaalgeschoren en zonder schoeisel brengen de oorlogsvliegers de volgende twee weken door in de open lucht in het zogeheten ‘kleine kamp’ van Buchenwald. Ook zijn zij getuige van fusillades, ondergaan zij op 24 augustus aan den lijve een Amerikaans bombardement op twee fabrieken net buiten het kamp en moeten zij een etmaal naakt aangetreden staan. De barre omstandigheden kosten twee vliegers het leven. Pas op 19 oktober komt een einde aan de nachtmerrie. De Luftwaffe heeft intussen namelijk lucht gekregen van de aanwezigheid van geallieerde vliegers in het concentratiekamp en ‘eist’ hen op. Spierenburg kan zich dit moment jaren later nog goed herinneren.

“‘Fliegergruppe am Tor’ werd er geroepen. En daar gingen we. Keurig in het gelid. (...) Er stond een klein mannetje naast de Duitse kampcommandant. Hij droeg het uniform van de Luftwaffe en hij bood ons zijn excuses aan voor de behandeling. We zouden worden overgebracht naar Stalag Luft 3, een kamp voor geallieerde oorlogsvliegers in de rang van officier.”

Laatste oorlogsmaanden en daarna

Na een treinreis van twee dagen arriveren Spierenburg en de meeste andere vliegers in Stalag Luft 3 bij de stad Sagan in Silezië. Lang blijven ze er niet. Door het snelle naderen van het Rode Leger wordt het kamp eind januari 1945 in allerijl geëvacueerd. Te voet gaan ze naar het tientallen kilometers verderop liggende Spremberg en vervolgens per trein naar Tarmstedt. Hier belandt Spierenburg in Milag Nord, een krijgsgevangenkamp van de Kriegsmarine. Kort na aankomst neemt de jonge Nederlander als lid van een houthakkersgroep in een onbewaakt moment met een collega de benen. Vijf dagen blijven ze op vrije voeten, totdat ze in het plaatsje Steddorf weer in de kraag worden gevat. Na te zijn teruggebracht naar Milag Nord volgt drie weken later de bevrijding. Op 10 mei 1945 zet Spierenburg weer voet op Britse bodem.

Beeld: NIMH

Registratiekaart Spierenburg uit Stalag Luft 3.

Nederlandse strijdkrachten

De Nederlander keert niet meer terug naar de RAF. In december 1945 komt hij onder de vleugels van de Nederlandse luchtstrijdkrachten, waar hij gaat vliegen bij de Dutch Communication Flight op Hendon. Na een omscholing tot vlieginstructeur belandt hij in de zomer van 1946 op vliegveld Twenthe. Spierenburg draagt uiteindelijk tot april 1948 het luchtmachtuniform. Daarna vertrekt hij voor een jaar naar Engeland om in het bedrijf van zijn schoonvader aan de slag te gaan.

Een zwak voor de luchtvaart

De Hagenaar is vier jaar eerder, op 12 mei 1944, in het huwelijk getreden met een Britse officier van de Women’s Auxiliary Air Force (WAAF), Beryl Frances McCullagh. De luchtvaart blijft echter trekken. Spierenburg vliegt enige tijd als instructeur bij de Rijksluchtvaartschool en gaat daarna aan de slag als gezagvoerder bij de KLM. Op 1 oktober 1955 treedt hij in dienst van Philips met de opdracht om voor de multinational een vliegdienst op poten te zetten. Meer dan twintig jaar runt hij vervolgens de Philips Vliegdienst. Na zijn pensionering in 1977 keren Spierenburg en zijn echtgenote terug naar Groot-Brittannië. Over de oorlogstijd spreekt de Nederlander na 1945 nog nauwelijks. Spierenburg overlijdt op 28 maart 1997 op 76-jarige leeftijd.