Johan Willem Yoshitaro (Taro) Roeper Bosch wordt op 31 januari 1915 geboren in Den Haag. Hij is het oudste kind van exporthandelaar Pieter Antonie Roeper Bosch en Agneta Roeper Bosch-Rens die in januari 1914 met elkaar zijn getrouwd. Taro heeft nog twee jongere zussen, Eva en Sophie. Het gezin is welgesteld. Vader Pieter heeft op jonge leeftijd het handelsvak in Japan geleerd en werkt na terugkeer in het familiebedrijf: Handelshuis Van Perlstein & Roeper Bosch waarvan het kantoor zich bevindt in Amsterdam. De firma is gespecialiseerd in de handel met Japan en China. Tijdens de Eerste Wereldoorlog komt deze echter zo goed als tot stilstand. Pieter Roeper Bosch gaat daarom studeren aan de Economische Hogeschool te Rotterdam. Na zijn studie schrijft hij een proefschrift. In later jaren is hij advocaat in Den Haag. Hij overlijdt plotseling in 1936. Het huwelijk tussen hem en Agneta is dan al inmiddels vier jaar ontbonden.

Beeld: © Museum Engelandvaarders

Taro Roeper Bosch.

'Gele Rijder' wordt vlieger

Taro Roeper Bosch is al op jonge leeftijd een ‘stoer kind’. Het is een van de redenen waarom hij naar het strenge Lyceum Zeist wordt gestuurd. Na afronding van zijn middelbare school gaat hij studeren in Leiden en wordt lid van het Leidse studentencorps Minerva. In dezelfde periode, in september 1935, moet hij zijn dienstplicht vervullen. Al kort na het aantrekken van het uniform wordt hij aangewezen voor de opleiding tot officier. Eind juli 1936 wordt hij aangesteld als kornet. Korte tijd later gaat hij met groot verlof. Met ingang van 1 januari 1939 wordt hij aangesteld als reserve tweede luitenant bij het Korps Rijdende Artillerie. Lang blijft hij niet aan dit wapen verbonden. In hetzelfde jaar – op 10 juli – wordt de dan 24-jarige ‘Gele Rijder’ Roeper Bosch overgeplaatst naar het Wapen der Militaire Luchtvaart (ML) om te worden opgeleid tot vlieger. Tijdens de mobilisatie bevindt hij zich op de elementaire vliegschool op vliegpark Souburg bij Vlissingen. Bij zijn luchtdoop gaat het direct bijna mis. Collega-leerling-vlieger Frits Vijzelaar herinnert zich dit incident nadien als volgt.

De Vaandrig Dirk van Dijk moest Luitenant Roeper Bosch van de Gele Rijders ‘luchtvast maken’. Dat was gewoon kijken of je een nieuwe leerling luchtziek kon maken en dat lukte meestal wel. Roeper Bosch was een aardige vent en zei met een sterk Haags accent: ‘Zeg keral, laat mij die knuppel eens even vasthou­den.’ Net als op de fiets, waar je naar kijkt ga je naar toe [sic]. Met een daverende klap vielen zij bij zijn tante in de tuin. Roeper kwam later op krukken uit het ziekenhuis en zei tegen mij: ‘Jaah keral, wij boften onzin­nig, de keukenmeid van tante had net een cursus EHBO gehad en kon ons aardig opfiksen’.”

Overigens loopt Van Dijk bij het ongeval een schedelbasisfractuur op.

Beeld: NIMH, Collectie Nederlanders bij de RAF

Leerling-vlieger Henk Voorspuy, hier in Groot-Brittannië in het marine-uniform, vergezelt Roeper Bosch op 14 mei 1940 in de Fokker S.9 naar Frankrijk.

Meidagen-ontsnapping

Wanneer op 10 mei 1940 Nederland wordt binnengevallen bevindt Roeper Bosch zich nog op Souburg. In de volgende dagen maakt hij een nerveuze en onrustige indruk. Hij rapporteert onder meer over vijandelijke parachutisten, lichtkogels en onbekende pantservoertuigen. Ook raakt hij in conflict met de vliegparkcommandant die hij probeert te arresteren. Op de vijfde oorlogsdag, 14 mei 1940, vertrekt het grootste deel van de vliegschool in de richting van Frankrijk. Roeper Bosch vliegt samen met een andere leerling-vlieger, Henk Voorspuy, met de Fokker S.9, nr 37 in zuidelijke richting. In het Belgisch-Franse kustgebied moet door een mechanisch defect (gebroken krukas) een noodlanding worden gemaakt op het strand bij Bray Dunes. Roeper Bosch en Voorspuy liften naar Berck. Vervolgens vinden zij hun weg naar Parijs. Uiteindelijk weten beiden – al dan niet via Tours – eind mei 1940 over te steken naar Engeland.

Bij het Legioen

Na aankomst in Engeland wordt Roeper Bosch ingedeeld bij het Nederlandse Legioen. Hoewel het aantal officieren bij de Nederlandse strijdkrachten in Engeland op dat moment vrij hoog is, wordt maar een klein aantal van hen geschikt geacht voor een leidinggevende functie. Door de incidenten op Souburg hebben sommigen nog maar weinig fiducie in Roeper Bosch. De Inspecteur der Nederlandsche Troepen, generaal-majoor Gerard Noothoven van Goor omschrijft de Hagenaar op 13 juli 1940 als ‘een slecht officier’. Eind juli is Noothoven van Goor inmiddels behoorlijk bijgedraaid. Hij schrijft dan aan minister van Defensie Dijxhoorn: “In afwijking van het t.a.v. de reserve-tweede luitenant der Art. J.W.Y. Roeper Bosch in mijn brief van 13 juli gestelde, meen ik op grond van nadere rapporten te mogen verwachten, dat deze onder goede leiding wellicht tot een bruikbaar officier kan worden gevormd.” Later dat jaar schuift hij Roeper Bosch zelfs naar voren om samen met een andere officier, tweede luitenant Ritsaert van den Honert, over te hevelen naar een vliegende functie bij de Militaire Luchtvaart van het KNIL in Nederlands-Indië. “Aangezien voor detacheringen goede officieren moeten worden aangewe­zen, wordt de officiersindeeling er niet gemakkelijker op. In dit verband geef ik Uwer Excellentie ernstig in overweging niet meer dan twee officie­ren in aanmerking te brengen voor detacheering bij de Luchtvaart in Nederlandsch-Indië. Ik zou daartoe in aanmerking willen brengen de 2e Luitenants J.W.Y. Roeper Bosch en R. van den Honert, die beiden reeds meermalen, ook zelfstandig, gevlogen hebben, en die ik beiden ten volle kan aanbevelen”, zo schrijft Noothoven van Goor.

Naar de RAF

Van een plaatsing bij de ML-KNIL komt niets terecht. In plaats daarvan worden Taro Roeper Bosch en Ritsaert van den Honert eind 1940 als eerste Neder­lan­ders overgeplaatst naar de RAF Volunteer Reserve. Beiden beschikken al over enige vliegervaring: Roeper Bosch als leerling-vlieger van de ML en Van den Honert als sportvlieger. Op 27 december beginnen zij aan de RAF-vliegopleiding bij de No. 22 Elementary Flying School te Cambridge. Zij trainen hier op de DH-82 Tiger Moth. Roeper Bosch en Van den Honert ronden het eerste deel van hun training begin februari 1941 af en worden vervolgens begin maart 1941 overgeplaatst naar No. 8 Flying Training School te Montrose voor het tweede deel van de vliegopleiding. Deze vliegschool is uitgerust met de Miles Master en de Hawker Hurricane. Op 22 mei 1941 is het zover en ontvangt Roeper Bosch zijn Wings.

Beeld: NIMH, 726 Nederlandse luchtstrijdkrachten in Groot-Brittannië (1940 - 1945)

Eenmaal in dienst van de RAF houdt Roeper Bosch zijn vliegactiviteiten nauwkeurig bij in zijn flying logbook.

Training

Voor zijn operationele training wordt de jonge vlieger op 2 juni 1941 geplaatst bij No. 56 Operational Training Unit te Suttonbridge. Ook hier wordt getraind met de Hawker Hurricane. Op 12 juli 1941 maakt hij zijn laatste vlucht bij 56 OTU en wordt hij gereed geacht voor het ‘echte werk’. Samen met Ritsaert van den Honert meldt hij zich op 15 juli 1941 bij 611 Squadron op het vliegveld Horn­church bij Londen. Omdat beide Nederlanders op dat moment echter nog niet met de Spitfire hebben gevlogen, worden ze direct doorgestuurd naar No. 61 OTU voor een omscholing naar het standaardjachtvliegtuig van de RAF. Nadat ze zich het vliegen met de Spitfire eigen hebben gemaakt worden de beide Nederlan­ders opnieuw naar 611 Squadron gedirigeerd. Het is dan inmiddels eind juli 1941. Binnen het squadron krijgt Roeper Bosch weldra de bijnaam ‘Ropey’.

Operationeel

Na de Battle of Britain begint de RAF vanaf januari 1941 de eerste offensieve missies naar het vasteland van Europa uit te voeren. Deze bestaan overdag uit het uitzenden van kleine aantallen bommenwerpers, beschermd door grote aantallen jachtvliegtuigen. Doel van deze zogenaamde Circus-, Sweep en Ramrod-operaties is vooral het tot een gevecht uitlokken van in Frankrijk en België gestationeerde Duitse jachtvliegtuigen.

Beeld: © Imperial War Museum

Een Spitfire VB. In een toestel van dit type stort Roeper Bosch op 21 oktober 1941 in zee voor de Franse kust.

Vuurcontact

Op 9 augustus 1941 vliegt Roeper Bosch zijn eerste operationele vlucht: een sweep naar St. Omer. Nog dezelfde dag vliegt hij een tweede missie, ditmaal naar Béthune. In de daaropvolgende weken ziet hij regelmatig Duitse vliegtuigen, maar komt het niet tot een direct vuurcontact. Nog geen maand later maakt hij kennis met een andere vijand, namelijk luchtafweer. Bij een vlucht naar Mazingarbe in Frankrijk, op 4 september, wordt hij boven St. Omer geraakt door de Duitse Flak. Zijn motor valt uit maar doordat hij nog voldoende hoogte heeft, kan hij in glijvlucht het Engelse kustvliegveld Manston bereiken, waar hij zonder problemen zijn Spitfire aan de grond zet. Ook vuurcontact blijft nu niet langer uit. Op 18 september maakt hij een 'head on attack' op een Duits jachtvliegtuig zonder daarvan het resultaat te kunnen opmerken. Enkele dagen later, op 20 september 1941 vuurt hij al zijn munitie af maar claimt geen vliegtuig. Desalniettemin noteert hij “Think I got one” in zijn vliegerlogboek.

Roeper Bosch's laatste vlucht

Op 21 oktober 1941 staat er voor 611 Squadron een Sweep op het programma. Omstreeks 11 uur stijgt een aantal Spitfires van het squadron en de rest van de Wing op. Ook de squadrons van de North Weald Wing nemen deel aan de operatie. Via Gravelines, St. Omer en Hardelot vliegt de formatie over West-Frankrijk. Ten westen van Hardelot wordt de sectie waarvan Roeper Bosch en Van den Honert deel uitmaken ‘besprongen’ door enkele Duitse jachtvliegtuigen. Een van de Spitfires wordt geraakt en duikt loodrecht richting aarde. In het Operational Record Book van 611 Squadron wordt nadien genoteerd: “CHARLIE secti­on got jumped by 5 109's about 30 miles from HARDELOT and PILOT OFFICER ROEPER BOSC­H, last seen by PILOT OFFICER VAN DEN HONERT flying just behind him in a straight and level course, has not yet returned. “VAN” [P/O Van den Honert] is practically certain he saw him going down in an almost vertical spiral dive.” Roeper Bosch stort in Spitfire VB met serienummer W3227 neer in zee bij Hardelot en sneuvelt. Hij wordt geborgen en in Berck-sur-Mer begraven.

Beeld: NIMH, 726 Nederlandse luchtstrijdkrachten in Groot-Brittannië (1940 - 1945)

Op 21 oktober 1941 wordt voor het laatst een vlucht bijgeschreven in het logboek van Roeper Bosch, maar dit keer niet door hem zelf: “Fighter sweep St. Omer – Shot down in aerial combat”.

"Een flinke vent"

Het nieuws van zijn vermissing komt hard aan in de Nederlandse vliegergemeenschap: “Jammer, het was een flinke vent, die nog een hoop goeds had kunnen doen, maar hier zal het wel niet mee bekeken zijn”, schrijft zijn voormalige instructeur Frans Lutz in zijn dagboek. De Hagenaar wordt aanvankelijk in Berck-sur-Mer begraven. Op 26 januari 1950 volgt zijn herbegrafenis in het familiegraf op de begraafplaats ‘Eik en Duinen’ (graf 1836A) in Den Haag. Hier rust hij nu nog steeds.

Beeld: © Museum Engelandvaarders

De militaire persoonskaart van Roeper Bosch.