Hoewel ook Nederlands vliegend personeel bij Britse squadrons is ingedeeld, maken de meeste militairen deel uit van Nederlandse eenheden. De vliegdienst van de marine is grotendeels met eigen watervliegtuigen naar het Verenigd Koninkrijk gekomen en ook een deel van de marinestaf – in tegenstelling tot de legerleiding – waagt kort voor de Nederlandse capitulatie de oversteek. Deze omstandigheden, gevoegd bij de goede contacten die de Nederlandse marine dankzij haar marineattaché eerder al in militaire en politieke kringen in Groot-Brittannië heeft opgebouwd, bieden de MLD uitstekende papieren voor een ‘doorstart’, wat ook gebeurt. Begin juni 1940 vindt de oprichting plaats van 320 (Dutch) Squadron in RAF Coastal Command, dat met de eigen vliegtuigen maritieme patrouilles gaat uitvoeren boven de Britse kustwateren. 320 Squadron is daarmee de eerste buitenlandse eenheid die binnen de organisatie van de RAF wordt opgericht.

Beeld: NIMH, Collectie Nederlanders bij de RAF

Personeel van 320 (Dutch) Squadron voor een Lockheed Hudson met registratienummer T9440 en bijnaam “Tello”. Het toestel verongelukt op 21 november 1941 tijdens het opstijgen.

Overplaatsing naar de MLD

De ML heeft veel meer problemen te overwinnen. Zij beschikt bij aankomst in Groot-Brittannië niet meer over eigen toestellen en ook heeft een groot deel van het geëvacueerde personeel de opleiding nog niet voltooid. Bijna al het overgekomen landmachtpersoneel wordt daarom in de zomer van 1940 naar de MLD overgeheveld. Pas in juni 1943, met de oprichting van 322 (Dutch) Squadron, gaat ook de ML weer met een eenheid actief aan de strijd deelnemen.

Beeld: NIMH, Collectie Losse Fotografische Objecten

Vliegers van 322 (Dutch) Squadron vermaken zich in Engeland met de mascotte van het squadron, de papegaai Polly Grey.

Bombardementen

De taken die door de beide Nederlandse eenheden (en ook individuele oorlogsvliegers die bij andere RAF-squadrons zijn ingedeeld) worden uitgevoerd, zijn van uiteenlopende aard. De vliegtuigbemanningen van 320 Squadron voeren onder meer anti-onderzeebootpatrouilles uit. Ook worden aanvallen op Duitse scheepskonvooien ondernomen en staan tactische bombardementen op doelen op het Europese vasteland op de ‘battle order’. De jachtvliegers van 322 Squadron zijn betrokken bij de verdediging van Groot-Brittannië tegen Duitse fotoverkenners en V-1’s. Vooral bij de bestrijding van de vliegende bommen zijn de Nederlandse jachtvliegers succesvol. Tussen juni en augustus 1944 weten zij naar eigen zeggen 128 vliegende bommen neer te schieten. Ook bestoken zij in de laatste fase van de oorlog met hun Spitfire-jachtbommenwerpers gronddoelen in Nederland en Duitsland. Nederlandse vliegers die zijn ingedeeld bij Bomber Command vliegen onder meer bombardementsmissies naar talloze Duitse steden in het Ruhrgebied en de zwaar verdedigde hoofdstad Berlijn. Voorts zijn ook enkele Nederlanders betrokken bij het zeer zware geallieerde bombardement op Dresden (februari 1945), waaronder Willem Thorbecke. Ook zijn Nederlanders betrokken bij de succesvolle missie naar het Duitse proefcentrum voor de V-2 te Peenemünde (augustus 1943). Een Nederlandse oorlogsvlieger participeert bovendien in de precisieaanval op het centrale bevolkingsregister in Huize Kleykamp in Den Haag (april 1944).

Beeld: NIMH, Collectie Nederlanders bij de RAF

Nederlandse leerling-vliegers tijdens hun basisopleiding in de les over de werking van een vliegtuigmotor. Vierde van rechts: Willem Thorbecke.

14.000 oorlogsvluchten

In totaal voeren Nederlandse oorlogsvliegers in de periode 1940-1945 naar schatting ongeveer 14.000 oorlogsvluchten uit. Ongeveer 270 Nederlandse militairen met een vliegende functie – zo’n 30 procent van het totale aantal – komen in dienst van de Britse luchtstrijdkrachten als gevolg van een ongeval of vijandelijke actie tussen mei 1940 en mei 1945 om het leven.